201808030412050342018/C 294/273542018CJC29420180820NL01NLINFO_JUDICIAL20180530202121

Zaak C-354/18: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunal Bacău (Roemenië) op 30 mei 2018 — Radu Lucian Rusu, Oana Maria Rusu / SC Blue Air — Airline Management Solutions Srl


C2942018NL2010120180530NL0027201212

Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunal Bacău (Roemenië) op 30 mei 2018 — Radu Lucian Rusu, Oana Maria Rusu / SC Blue Air — Airline Management Solutions Srl

(Zaak C-354/18)

2018/C 294/27Procestaal: Roemeens

Verwijzende rechter

Tribunalul Bacău

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partijen: Radu Lucian Rusu, Oana Maria Rusu

Verwerende partij: SC Blue Air — Airline Management Solutions Srl

Prejudiciële vragen

1)

Ziet het bedrag van 400 EUR vastgesteld in artikel 7, lid 1, onder b), van verordening nr. 261/2004 ( 1 ) hoofdzakelijk op de vergoeding van de materiële schade, terwijl de immateriële schade moet worden geanalyseerd in het licht van artikel 12, of wordt op grond van artikel 7, lid 1, onder b), hoofdzakelijk de immateriële schade gedekt, terwijl de materiële schade onder artikel 12 valt?

2)

Valt het bedrag van het gederfde loon dat het in artikel 7, lid 1, onder b), vastgestelde bedrag van 400 EUR te boven gaat, onder het begrip verdere compensatie in de zin van artikel 12?

3)

Volgens artikel 12, [lid 1,] tweede volzin, „[kan] [d]e uit hoofde van deze verordening toegekende compensatie […] op eventuele verdere compensatie in mindering worden gebracht”. Moet dit artikel van de verordening aldus worden uitgelegd dat het aan de nationale rechter wordt overgelaten of het op grond van artikel 7, lid 1, onder b), toegekende bedrag in mindering wordt gebracht op de verdere compensatie of is deze aftrek verplicht?

4)

Indien de aftrek van het bedrag niet verplicht is, wat zijn dan de elementen op grond waarvan de nationale rechter besluit om het in artikel 7, lid 1, onder b), bedoelde bedrag in mindering te brengen op de verdere compensatie?

5)

Moet de schade die het gevolg is van het niet-betalen van het loon doordat de werknemer in de onmogelijkheid verkeerde naar zijn werk te gaan aangezien hij te laat op de plaats van bestemming arriveerde doordat hij een andere vlucht moest nemen, worden geanalyseerd in het licht van het voldoen aan de verplichtingen zoals bepaald in artikel 8 dan wel in artikel 12 juncto artikel 4?

6)

Houdt het voldoen aan de verplichting van de luchtvaartmaatschappij om bijstand te verlenen op grond van artikel 4, lid 3, en artikel 8 van verordening nr. 261/2004 in dat de passagier volledig dient te worden geïnformeerd over al zijn omboekmogelijkheden zoals bepaald in artikel 8, lid 1, onder a), b) en c), van de verordening?

7)

Bij wie ligt op grond van artikel 8 van verordening nr. 261/2004 de bewijslast om aan te tonen dat het omboeken bij de eerste gelegenheid is gedaan?

8)

Brengt de verordening voor de passagiers de verplichting mee om te zoeken naar andere mogelijke vluchten naar hun eindbestemming en aan de luchtvaartmaatschappij te vragen te onderzoeken of er plaats is aan boord van deze vluchten of is de luchtvaartmaatschappij ambtshalve verplicht om te zoeken naar de gunstigste optie voor de passagier om deze naar zijn eindbestemming te vervoeren?

9)

Is het van belang voor het vaststellen van de door de passagiers geleden schade dat deze akkoord zijn gegaan met het voorstel van de luchtvaartmaatschappij om hun een vlucht op 11 september 2016 aan te bieden, hoewel zij ervan uit konden gaan dat ze niet betaald zouden krijgen voor de periode dat ze afwezig waren van hun werk?


( 1 ) Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 295/91 (PB 2004, L 46, blz. 1).