201808030392050162018/C 294/223442018CJC29420180820NL01NLINFO_JUDICIAL20180525161722

Zaak C-344/18: Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door het Arbeidshof te Gent (België) op 25 mei 2018 — ISS Facility Services NV tegen Sonia Govaerts, Euroclean NV


C2942018NL1620120180525NL0022162172

Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door het Arbeidshof te Gent (België) op 25 mei 2018 — ISS Facility Services NV tegen Sonia Govaerts, Euroclean NV

(Zaak C-344/18)

2018/C 294/22Procestaal: Nederlands

Verwijzende rechter

Arbeidshof te Gent

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekster: ISS Facility Services NV

Verweersters: Sonia Govaerts, Euroclean NV

Prejudiciële vraag

Moeten de bepalingen van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/23/EG ( 1 ) van 12 maart 2001 van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen, aldus worden uitgelegd dat, wanneer er sprake is van de gelijktijdige overgang van verschillende onderdelen van een onderneming in de zin van artikel 1, lid 1, van de richtlijn, die aan verschillende verkrijgers worden overgedragen, de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de op het tijdstip van de overgang bestaande arbeidsovereenkomst van een werknemer die in elk van de overgedragen onderdelen werd tewerkgesteld, op ieder van de verkrijgers overgaan, zij het in verhouding tot de omvang van de tewerkstelling van de voornoemde werknemer in het door elke verkrijger verworven onderdeel van de onderneming,

dan wel dat de voormelde rechten en verplichtingen in hun geheel overgaan op de verkrijger van het onderdeel van de onderneming waarin de voornoemde werknemer hoofdzakelijk werd tewerkgesteld,

dan wel dat, wanneer de bepalingen van de richtlijn op geen der voornoemde wijzen kunnen uitgelegd worden, er geen overgang naar enige verkrijger is van de rechten en verplichtingen voortspruitend uit de arbeidsovereenkomst van de voornoemde werknemer, hetgeen ook het geval is wanneer het niet mogelijk is de omvang van de tewerkstelling van de werknemer in elk van de overgedragen onderdelen van de onderneming afzonderlijk te bepalen?


( 1 ) PB 2001, L 82, blz. 16.