201806290101986442018/C 249/223162018CJC24920180716NL01NLINFO_JUDICIAL20180514171821

Zaak C-316/18: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend, door de Court of Appeal (England and Wales) (Civil Division) (Verenigd Koninkrijk) op 14 mei 2018 — Commissioners for Her Majesty’s Revenue and Customs / The Chancellor, Masters and Scholars of the University of Cambridge


C2492018NL1710120180514NL0022171182

Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend, door de Court of Appeal (England and Wales) (Civil Division) (Verenigd Koninkrijk) op 14 mei 2018 — Commissioners for Her Majesty’s Revenue and Customs / The Chancellor, Masters and Scholars of the University of Cambridge

(Zaak C-316/18)

2018/C 249/22Procestaal: Engels

Verwijzende rechter

Court of Appeal (England and Wales) (Civil Division)

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partijen: Commissioners for Her Majesty’s Revenue and Customs

Verwerende partijen: The Chancellor, Masters and Scholars of the University of Cambridge

Prejudiciële vragen

1)

Dient onderscheid te worden gemaakt tussen vrijgestelde en niet-belastbare handelingen om uit te maken of ten behoeve van dergelijke handelingen betaalde btw aftrekbaar is?

2)

Indien beheersvergoedingen alleen met betrekking tot een niet-belastbare beleggingsactiviteit verschuldigd zijn, is het dan niettemin mogelijk het noodzakelijke verband te leggen tussen die kosten en de economische activiteiten die worden gesubsidieerd met de uit die beleggingen verkregen beleggingsinkomsten, zodat btw-aftrek kan worden toegestaan naargelang van de aard en omvang van de downstream economische activiteiten die recht geven op btw-aftrek? In hoeverre mag daarbij rekening worden houden met de bestemming waarvoor de inkomsten worden gebruikt?

3)

Dient onderscheid te worden gemaakt tussen btw betaald ten behoeve van het verstrekken van kapitaal aan een onderneming en btw die een eigen inkomstenstroom genereert los van eventuele inkomstenstromen uit downstream economische activiteiten?