201806290061986612018/C 249/132552018CJC24920180716NL01NLINFO_JUDICIAL201804119911

Zaak C-255/18: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunale Amministrativo Regionale per il Lazio (Italië) op 11 april 2018 — State Street Bank International GmbH / Banca d’Italia


C2492018NL910120180411NL00139191

Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunale Amministrativo Regionale per il Lazio (Italië) op 11 april 2018 — State Street Bank International GmbH / Banca d’Italia

(Zaak C-255/18)

2018/C 249/13Procestaal: Italiaans

Verwijzende rechter

Tribunale Amministrativo Regionale per il Lazio

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: State Street Bank International GmbH

Verwerende partij: Banca d’Italia

Prejudiciële vragen

1)

Moet onder „statuswijzigingen”, die volgens artikel 12 van verordening (EU) 2015/63 ( 1 ) geen effect op de bijdrageplicht hebben, ook worden verstaan de in de bijdrageperiode plaatsgevonden fusie waarbij een eerder onder het toezicht van een nationale afwikkelingsautoriteit staande instelling wordt overgenomen door de in een andere lidstaat gevestigde moedervennootschap, en geldt die regel ook ingeval dat de fusie en de daarmee gepaard gaande verdwijning van de instelling plaatsvonden in 2015, dat wil zeggen op een tijdstip waarop de nationale afwikkelingsautoriteit en het nationale fonds formeel nog niet door de lidstaat waren opgericht en de bijdragen nog niet berekend waren?

2)

Moet artikel 12 van verordening (EU) 2015/63, gelezen in samenhang met artikel 14 van deze verordening en de artikelen 103 en 104 van richtlijn 2014/59/EU ( 2 ), aldus worden uitgelegd dat een instelling ook in het geval dat in de loop van het bijdragejaar een fusie door overneming door een moedervennootschap in een andere lidstaat plaatsvindt, verplicht is om de bijdrage voor het jaar in haar geheel te betalen en niet — door analoge toepassing van het bepaalde in artikel 12, lid 1, van verordening 2015/63 voor „nieuwe onder toezicht staande” instellingen — naar rato van de maanden waarin de instelling zelf onder toezicht van de afwikkelingsautoriteit van de eerste lidstaat stond?

3)

Moeten richtlijn 2014/59/EU, verordening (EU) 2015/63 en de beginselen van het systeem bestaande uit de instrumenten ter beheersing van bankencrises aldus worden begrepen dat de inzake de vaste bijdrage vastgestelde regels en inzonderheid artikel 12, lid 2, van verordening 2015/63, voor wat betreft het tijdstip waarop de bijdrageplichtigen worden aangewezen en de hoogte van de bijdrage, ook gelden voor de buitengewone bijdrage, rekening houdend met de aard ervan en de voor de inning ervan gestelde voorwaarden?


( 1 ) Gedelegeerde verordening (EU) 2015/63 van de Commissie van 21 oktober 2014 tot aanvulling van richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van wat de vooraf te betalen bijdragen aan afwikkelingsfinancieringsregelingen betreft (PB 2015, L 11, blz. 44).

( 2 ) Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van richtlijn 82/891/EEG van de Raad en richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad (PB 2014, L 173, blz. 190).