201807060211994402018/C 259/272142018CJC25920180723NL01NLINFO_JUDICIAL20180326191911

Zaak C-214/18: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Sąd Rejonowy w Sopocie (Polen) op 26 maart 2018 — H.W.


C2592018NL1910120180326NL0027191191

Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Sąd Rejonowy w Sopocie (Polen) op 26 maart 2018 — H.W.

(Zaak C-214/18)

2018/C 259/27Procestaal: Pools

Verwijzende rechter

Sąd Rejonowy w Sopocie

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: H.W.

Andere partijen: PSM „K” w G., Komornik Sądowy przy Sądzie Rejonowym w Sopocie Aleksandra Treder

Prejudiciële vragen

1)

Is in het licht van het stelsel van de belasting over de toegevoegde waarde, zoals vastgesteld in richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde ( 1 ), in het bijzonder artikel 1, artikel 2, lid 1, onder a) en c), en artikel 73 juncto artikel 78, eerste alinea, onder a), alsook van het daaruit voortvloeiende en tot de algemene beginselen van het Unierecht behorende neutraliteitsbeginsel van de belasting over de toegevoegde waarde — gelet op de bewoordingen van artikel 29a, lid 1 en lid 6, punt 1, van de wet inzake de belasting over goederen en diensten van 11 maart 2004 (geconsolideerde versie, Dz. U. 2017, volgnr. 1221, zoals gewijzigd) juncto artikel 49, lid 1, artikel 35 en artikel 63, lid 4, van de wet inzake gerechtsdeurwaarders en tenuitvoerlegging van 29 augustus 1997 (geconsolideerde versie, Dz. U. 2017, volgnr. 1277, zoals gewijzigd) — het oordeel verdedigbaar dat de door gerechtsdeurwaarders in rekening gebrachte tenuitvoerleggingskosten de belasting over de toegevoegde waarde omvatten?

Indien deze vraag bevestigend wordt beantwoord:

2)

Is in het licht van het — tot de algemene beginselen van het Unierecht behorende — evenredigheidsbeginsel het oordeel verdedigbaar dat gerechtsdeurwaarders, die in het kader van hun tenuitvoerleggingsmaatregelen aan btw onderworpen zijn, daadwerkelijk over de juridische middelen beschikken om hun fiscale verplichtingen naar behoren na te komen, wanneer wordt aangenomen dat de — op grond van de wet inzake gerechtsdeurwaarders en tenuitvoerlegging — in rekening gebrachte tenuitvoerleggingskosten de belasting over de toegevoegde waarde omvatten?


( 1 ) PB 2006, L 347, blz. 1.