201806010281917502018/C 211/141762018CJC21120180618NL01NLINFO_JUDICIAL20180307111222

Zaak C-176/18: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunal Supremo (Spanje) op 7 maart 2018 — Club de Variedades Vegetales Protegidas / Adolfo Juan Martínez Sanchís


C2112018NL1120120180307NL0014112122

Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunal Supremo (Spanje) op 7 maart 2018 — Club de Variedades Vegetales Protegidas / Adolfo Juan Martínez Sanchís

(Zaak C-176/18)

2018/C 211/14Procestaal: Spaans

Verwijzende rechter

Tribunal Supremo

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Club de Variedades Vegetales Protegidas

Verwerende partij: Adolfo Juan Martínez Sanchís

Prejudiciële vragen

1)

Indien de landbouwer een aantal planten van een plantenras heeft gekocht van een plantenkwekerij (vestiging van een derde) en deze heeft geplant voordat de verlening van het kwekersrecht voor dat ras uitwerking had, moet dan voor de toepassing van het ius prohibendi van artikel 13, lid 2, van verordening (EG) nr. 2100/94 ( 1 ) op de latere activiteit van de landbouwer — die bestaat in het binnenhalen van de opeenvolgende oogsten van de bomen — worden voldaan aan de vereisten van lid 3 van dat artikel, aangezien het oogstmateriaal betreft? Of moet deze oogstactiviteit worden beschouwd als het voortbrengen of vermenigvuldigen van het ras — dat leidt tot het „oogstmateriaal” — dat door de houder van het kwekersrecht voor het plantenras kan worden verboden zonder dat moet zijn voldaan aan de vereisten van lid 3?

2)

Is een uitlegging volgens welke de cascadebeschermingsregeling betrekking heeft op alle in lid 2 vermelde gedragingen die het „oogstmateriaal” betreffen, met inbegrip van het oogsten zelf, dan wel alleen op gedragingen die zijn verricht nadat dat oogstmateriaal is voortgebracht, zoals het opslaan of het in de handel brengen ervan, verenigbaar met artikel 13, lid 3, van verordening (EG) nr. 2100/94?

3)

Wanneer de cascaderegeling tot uitbreiding van de bescherming op grond van artikel 13, lid 3, van verordening (EG) nr. 2100/94 wordt toegepast op „oogstmateriaal”, is dan voor de vervulling van de eerste voorwaarde vereist dat de planten zijn gekocht nadat het communautaire kwekersrecht voor het plantenras aan de houder is verleend of volstaat het dat hij op dat ogenblik voorlopige bescherming genoot, aangezien de planten werden gekocht in het tijdvak tussen de bekendmaking van de aanvraag en het ogenblik waarop de verlening van het kwekersrecht voor het plantenras uitwerking kreeg?


( 1 ) Verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad van 27 juli 1994 inzake het communautaire kwekersrecht (PB 1994, L 227, blz. 1).