15.1.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 13/22


Beroep ingesteld op 24 oktober 2017 — Clestra Hauserman/Parlement

(Zaak T-725/17)

(2018/C 013/36)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Clestra Hauserman (Illkirch Graffenstaden, Frankrijk) (vertegenwoordiger: J. Gehin, advocaat)

Verwerende partij: Europees Parlement

Conclusies

nietigverklaring van het in zijn brief van 24 augustus 2017 vervatte besluit van het Europees Parlement waarbij aan verzoekster kennis werd gegeven van de afwijzing van haar inschrijving voor perceel nr. 55 in het kader van de aanbesteding INLO-D-UPIL-T-16-AO8 betreffende het project voor de uitbreiding en modernisering van het gebouw [Konrad Adenauer] in Luxemburg („afwijzingsbesluit”), en nietigverklaring van het besluit tot gunning van dit perceel aan een andere inschrijver („gunningsbesluit”);

veroordeling van het Europees Parlement om aan verzoekster een schadevergoeding te betalen van 1 000 893 EUR wegens niet-contractuele aansprakelijkheid of om, in elk geval, een som van 50 000 EUR te betalen wegens de voorbereidingskosten van de inschrijving in het kader van de aanbesteding nr. 2014/S 123-218302;

verwijzing van het Europees Parlement in alle kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter staving van het beroep voert verzoekster vier middelen aan.

1.

Eerste middel: onregelmatigheid van het besluit tot uitsluiting van de vennootschap Clestra Hauserman omdat het voortkomt uit een tweede aanbestedingsprocedure die onregelmatig werd opgestart volgens de aankondiging van een opdracht nr. 2016/S 215-391081 van 8 november 2016 als vervolg op een eerste aanbestedingsprocedure die had geleid tot gunning van de opdracht aan de verzoekende vennootschap.

2.

Tweede middel: ontbreken van een rechtvaardiging voor de ontvankelijkheid van de inschrijving van de onderneming waaraan de opdracht is gegund, onder toepassing van de bepalingen van het bestek over de technische en financiële mogelijkheden van de begunstigde (artikelen 12 en 13 van het bestek) en van de bij de uitnodiging tot inschrijving vereiste stukken (artikelen I tot en met VI.G).

3.

Derde middel: niet-ontvankelijkheid van de inschrijving van de onderneming waaraan de opdracht is gegund, doordat de inschrijving als onregelmatig had moeten zijn beschouwd wegens haar abnormaal lage prijs zodat de selectie van deze onderneming op grond hiervan een manifeste beoordelingsfout vormt.

4.

Vierde middel: schending van het beginsel van de gelijke behandeling en van het transparantiebeginsel, wat het verloop van de tweede aanbestedingsprocedure betreft.