24.7.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 239/53


Beroep ingesteld op 29 mei 2017 — SAS Cargo Group e.a./Commissie

(Zaak T-324/17)

(2017/C 239/66)

Procestaal: Engels

Partijen

Verzoekende partijen: SAS Cargo Group A/S (Kastrup, Denemarken), Scandinavian Airlines System Denmark-Norway-Sweden (Stockholm, Zweden), SAS AB (Stockholm) (vertegenwoordigers: B. Creve, M. Kofmann en G. Forwood, advocaten, en J. Killick, barrister)

Verwerende partij: Europese Commissie

Conclusies

besluit C(2017) 1742 final van de Commissie van 17 maart 2017 betreffende een procedure op grond van artikel 101 VWEU, artikel 53 van de EER-Overeenkomst en artikel 8 van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake luchtvervoer (zaak AT.39258 — Luchtvracht), geheel of gedeeltelijk nietig verklaren;

subsidiair, de aan verzoeksters opgelegde geldboete verlagen;

de maatregelen tot organisatie van de procesgang of maatregelen van instructie waarom is verzocht, of andere maatregelen van dien aard die het Hof noodzakelijk acht, vaststellen; en

de Commissie verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van hun beroep voeren verzoeksters vijf middelen aan.

1.

Eerste middel, ontleend aan schending van verzoeksters verdedigingsrechten en van het beginsel van processuele gelijkheid door verzoeksters toegang tot relevant belastend en ontlastend bewijsmateriaal te weigeren, waaronder bewijsmateriaal dat de Commissie na de kennisgeving van de mededeling van de punten van bezwaar heeft ontvangen.

2.

Tweede middel, ontleend aan de onbevoegdheid om artikel 101 VWEU en artikel 53 van de EER-Overeenkomst toe te passen op luchtvrachtdiensten op routes naar de EER toe, alsmede op routes tussen Zwitserland en de drie niet tot de EU behorende EER-staten.

3.

Derde middel, ontleend aan de onjuiste beoordeling van het bewijsmateriaal door de Commissie en de onjuiste conclusie dat zij met dit materiaal verzoeksters deelname aan of kennis van de in het bestreden besluit vastgestelde wereldwijde enkele en voortdurende inbreuk kon aantonen.

4.

Vierde middel, ontleend aan schending van artikel 266 VWEU, artikel 17 van het Handvest van de grondrechten van de EU, alsmede artikel 296, lid 2, VWEU, aangezien het bestreden besluit intern tegenstrijdig is, in het bijzonder wat betreft de toekenning van de aansprakelijkheid voor de vermeende inbreuk.

5.

Vijfde middel, ontleend aan de omstandigheid dat de Commissie verzoeksters ten onrechte een geldboete heeft opgelegd, aangezien verzoeksters niet aansprakelijk kunnen worden gehouden voor de vermeende inbreuk, en in ieder geval aan fouten van de Commissie bij de berekening van de geldboete wat betreft de waarde van de verkopen, de aanpassingsfactor voor de ernst van het specifieke geval van SAS Cargo, de duur, de verhoging wegens herhaling en de verschillende verzachtende omstandigheden; de geldboete moet daarom nietig worden verklaard of anders aanzienlijk worden verlaagd.