31.7.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 249/30


Beroep ingesteld op 15 mei 2017 — Optile/Commissie

(Zaak T-309/17)

(2017/C 249/46)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Organisation professionnelle des transports d’Ile de France (Optile) (Parijs, Frankrijk) (vertegenwoordigers: F. Thiriez en M. Dangibeaud, advocaten)

Verwerende partij: Europese Commissie

Conclusies

primair, gedeeltelijke nietigverklaring van artikel 1 van het besluit van de Europese Commissie van 2 februari 2017 (SA.26763) inzake vermeende steun verleend aan ondernemingen voor openbaar vervoer door de regio Île-de-France, maar slechts voor zover daarin wordt gesteld dat de door de regio Île-de-France vanaf 1979 tot en met 2008 opgezette steunregeling een nieuwe steunregeling vormt die „op onwettige wijze tot uitvoering is gebracht”;

subsidiair, gedeeltelijke nietigverklaring van artikel 1 van het besluit van de Europese Commissie van 2 februari 2017 (SA.26763) inzake vermeende steun verleend aan ondernemingen voor openbaar vervoer door de regio Île-de-France voor zover daarin wordt gesteld dat de steunregeling „op onwettige wijze tot uitvoering is gebracht” tussen mei 1994 en 25 december 2008.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster twee middelen aan.

1.

Eerste middel: in het besluit van de Commissie van 2 februari 2017 betreffende de steunregeling SA.26763 2014/C (ex 2012/NN) die Frankrijk tot uitvoering heeft gebracht ten behoeve van de ondernemingen voor vervoer per bus in de regio Île-de-France [C (2017) 439 final] (hierna: „bestreden besluit”) is bepaald dat de onderzochte hulp een nieuwe steunregeling vormde. In dat verband voert verzoekster de volgende grieven aan:

schending van artikel 1, onder b), i), van verordening (EU) nr. 2015/1589 van de Raad van 13 juli 2015 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PB 2015, L 248, blz. 9) (hierna: „verordening nr. 2015/1589”), nu de rechtsgrondslag van de onderzochte regeling dateert van vóór het Verdrag van Rome;

ontoereikende motivering gelet op artikel 1, onder b), v), van verordening nr. 2015/1589;

feitelijke vergissing en onjuiste rechtsopvatting met betrekking tot de datum waarop de markt zou zijn geliberaliseerd.

2.

Tweede middel: het bestreden besluit kwalificeert de hulp als nieuwe steunregeling voor de periode van 1994 tot 1998. In dat kader voert verzoekster het volgende aan:

schending van de procedurele rechten van partijen en van het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel doordat de Commissie haar onderzoek heeft uitgebreid tot buiten het kader vastgesteld door het besluit tot inleiding van de procedure;

schending van artikel 17 van verordening nr. 2015/1589 doordat de Commissie heeft aangenomen dat een intrekkingsverzoek van een particulier de verjaring stuit.