24.7.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 239/50


Beroep ingesteld op 15 mei 2017 — Keolis CIF e.a./Commissie

(Zaak T-289/17)

(2017/C 239/63)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partijen: Keolis CIF (Le Mesnil-Amelot, Frankrijk), Keolis Val d’Oise (Bernes-sur-Oise, Frankrijk), Keolis Seine Sénart (Draveil, Frankrijk), Keolis Seine Val de Marne (Athis-Mons, Frankrijk), Keolis Seine Esonne (Ormoy, Frankrijk), Keolis Vélizy (Versailles, Frankrijk), Keolis Yvelines (Versailles) en Keolis Versailles (Versailles) (vertegenwoordigers: D. Epaud en R. Sermier, advocaten)

Verwerende partij: Europese Commissie

Conclusies

De verzoekende partijen verzoeken het Gerecht:

primair, gedeeltelijke nietigverklaring van het besluit van de Europese Commissie van 2 februari 2017 betreffende de steunregeling SA.26763 2014/C (ex 2012/NN) die Frankrijk tot uitvoering heeft gebracht ten behoeve van de ondernemingen voor vervoer per bus in de regio Île-de-France, voor zover in artikel 1 van dat besluit wordt verklaard dat de steunregeling „onrechtmatig” tot uitvoering is gebracht, ofschoon het ging om een bestaande steunregeling;

subsidiair, gedeeltelijke nietigverklaring van het besluit van de Europese Commissie van 2 februari 2017 betreffende de steunregeling SA.26763 2014/C (ex 2012/NN) die Frankrijk tot uitvoering heeft gebracht ten behoeve van de ondernemingen voor vervoer per bus in de regio Île-de-France, voor zover in artikel 1 van dat besluit wordt verklaard dat de steunregeling „onrechtmatig” tot uitvoering is gebracht, voor de periode vóór 25 november 1998;

verwijzing van de Europese Commissie in alle kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van hun beroep voeren de verzoekende partijen twee middelen aan.

1.

Eerste, primair aangevoerde, middel: de betrokken regionale steunregeling is niet onrechtmatig tot uitvoering gebracht, aangezien zij niet was onderworpen aan de verplichting tot voorafgaande aanmelding. De regionale steunregeling is immers een bestaande steunregeling in de zin van artikel 108, lid 1, VWEU en artikel 1, onder b), en hoofdstuk VI van verordening (EU) 2015/1589 van de Raad van 13 juli 2015 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PB 2015, L 248, blz. 9) (hierna: „verordening 2015/1589”). Volgens de op de bestaande steunregelingen toepasselijke bepalingen is de tenuitvoerlegging van dergelijke regelingen niet onrechtmatig, daar de Commissie in voorkomend geval slechts dienstige maatregelen kan voorschrijven om deze in de toekomst te doen evolueren of te doen verdwijnen.

2.

Tweede, subsidiair aangevoerde, middel: zelfs indien de betrokken steunregeling geen bestaande steunregeling zou zijn, kon de Commissie haar onderzoek niet doen teruggaan tot meer dan 10 jaar vóór 25 november 2008, de datum waarop de Commissie de Franse autoriteiten een verzoek om inlichtingen heeft gestuurd. Volgens artikel 17 van verordening 2015/1589 wordt de verjaringstermijn van tien jaar immers slechts gestuit door een maatregel van de Commissie of van een op verzoek van de Commissie handelende lidstaat. De verzoekende partijen zijn dan ook van mening dat de Commissie haar onderzoek slechts kon doen teruggaan tot 25 november 1998.