8.5.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 144/56


Beroep ingesteld op 16 maart 2017 — RV/Commissie

(Zaak T-167/17)

(2017/C 144/76)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: RV (vertegenwoordigers: J.-N. Louis en N. De Montigny, advocaten)

Verwerende partij: Europese Commissie

Conclusies

De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:

nietig te verklaren het besluit van de directeur-generaal van het DG HR van 21 december 2016 om verzoeker krachtens artikel 42 quater, lid 5, van het Statuut in het belang van de dienst ambtshalve verlof te verlenen en met ingang van 1 april 2017 ambtshalve te pensioneren;

de verwerende partij te verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij drie middelen aan.

1.

Eerste middel, ontleend aan schending van wezenlijke vormvoorschriften en een onwettige delegatie van de bevoegdheden van het TABG voor de toepassing van artikel 42 quater van het Statuut. Het is voorts ontleend aan schending van het beginsel van gelijke behandeling en het verbod van discriminatie.

2.

Tweede middel, ontleend aan de onwettigheid van artikel 42 quater van het Statuut, aangezien het in strijd is met de overwegingen van verordening (EU, Euratom) nr. 1023/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 tot wijziging van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie (PB 2013, L 287, blz. 15), en met name met de mogelijkheid dat ambtenaren gemakkelijker kunnen doorwerken tot 67 jaar en in uitzonderlijke gevallen tot 70 jaar.

3.

Derde middel, ontleend aan schending van het evenredigheidsbeginsel, het beginsel van gewettigd vertrouwen en niet-nakoming van de zorgplicht. Het is eveneens ontleend aan het feit dat er in casu sprake is van een kennelijke beoordelingsfout.