3.4.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 104/52


Beroep ingesteld op 23 januari 2017 — Bank Tejarat/Raad

(Zaak T-37/17)

(2017/C 104/73)

Procestaal: Engels

Partijen

Verzoekende partij: Bank Tejarat (Teheran, Iran) (vertegenwoordigers: S. Zaiwalla, P. Reddy, K. Mittal, A. Meskarian, solicitors, T. Otty, R. Blakeley, V. Zaiwalla en H. Leith, barristers)

Verwerende partij: Raad van de Europese Unie

Conclusies

de Raad veroordelen tot het vergoeden aan verzoekende partij van de schade die deze heeft geleden ten gevolge van het feit dat de Raad beperkende maatregelen heeft opgelegd door middel van de volgende handelingen betreffende beperkende maatregelen tegen Iran: besluit 2012/35/GBVB van de Raad van 23 januari 2012 (PB 2012, L 19, blz. 22), uitvoeringsverordening (EU) nr. 54/2012 van de Raad van 23 januari 2012 (PB 2012, L 19, blz. 1), verordening (EU) nr. 267/2012 van de Raad van 23 maart 2012 (PB 2012, L 88, blz. 1), uitvoeringsverordening (EU) nr. 709/2012 van de Raad van 2 augustus 2012 (PB 2012, L 208, blz. 2), besluit (GBVB) 2015/556 van de Raad van 7 april 2015 (PB 2015, L 92, blz. 101) en uitvoeringsverordening (EU) 2015/549 van 7 april 2015 (PB 2015, L 92, blz. 12); de volgende bedragen zouden aan verzoekende partij moeten worden betaald: 1 494 050 000 USD voor materiële schade, 1 000 000 EUR voor immateriële schade en renten op deze bedragen, en

de Raad verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekende partij één middel aan.

Verzoekende partij stelt dat het opleggen aan verzoekende partij van beperkende maatregelen door de Raad een voldoende ernstige schending vormde van de verplichtingen waarmee wordt beoogd rechten te verlenen aan personen, en dat de Europese Unie dus niet-contractueel aansprakelijk is. Deze schending was er de rechtstreekse oorzaak van dat verzoekende partij aanzienlijke materiële en immateriële schade heeft geleden, waarvoor zij recht heeft op vergoeding.