27.11.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 402/11


Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Fővárosi Törvényszék (Hongarije) op 21 augustus 2017 — Lintner Györgyné / UniCredit Bank Hungary Zrt.

(Zaak C-511/17)

(2017/C 402/12)

Procestaal: Hongaars

Verwijzende rechter

Fővárosi Törvényszék

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Lintner Györgyné

Verwerende partij: UniCredit Bank Hungary Zrt.

Prejudiciële vragen

1)

Moet artikel 6, lid 1, van de richtlijn betreffende oneerlijke bedingen (1) — mede rekening gehouden met de nationale regeling die vertegenwoordiging in rechte verplicht stelt — aldus worden uitgelegd dat elk beding afzonderlijk moet worden onderzocht vanuit het oogpunt van de vraag of dit als misbruik kan worden aangemerkt, los van de vraag of het werkelijk nodig is om alle bedingen van de overeenkomst te onderzoeken om te beslissen over de in het beroep geformuleerde vordering?

2)

Of moet, anders dan in de eerste vraag is uiteengezet, artikel 6, lid 1, van de richtlijn betreffende oneerlijke bedingen aldus worden uitgelegd dat, om tot de slotsom te kunnen komen dat het beding waarop de vordering is gebaseerd, misbruik vormt, alle andere bedingen van de overeenkomst moeten worden onderzocht?

3)

Indien de tweede vraag bevestigend wordt beantwoord, kan dit betekenen dat, om te kunnen vaststellen dat het betrokken beding misbruik vormt, de gehele overeenkomst moet worden onderzocht, zodat niet hoeft te worden onderzocht of elk onderdeel van de overeenkomst zelfstandig, los van het met de vordering aangevochten beding, misbruik vormt?


(1)  Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (PB 1993, L 95, blz. 29).