15.5.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 151/22


Beroep ingesteld op 10 maart 2017 — Europese Commissie/Republiek Polen

(Zaak C-127/17)

(2017/C 151/30)

Procestaal: Pools

Partijen

Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: J. Hottiaux en W. Mölls, gemachtigden)

Verwerende partij: Republiek Polen

Conclusies

vaststellen dat de Republiek Polen niet heeft voldaan aan haar verplichtingen op grond van de artikelen 3 en 7 van richtlijn 96/53/EG van de Raad van 25 juli 1996 houdende vaststelling, voor bepaalde aan het verkeer binnen de Gemeenschap deelnemende wegvoertuigen, van de in het nationale en het internationale verkeer maximaal toegestane afmetingen, en van de in het internationale verkeer maximaal toegestane gewichten (1), in samenhang met de punten 3.1 en 3.4 van bijlage I bij die richtlijn, door van transportbedrijven te eisen dat zij in het bezit zijn van speciale vergunningen om van bepaalde openbare wegen gebruik te maken;

de Republiek Polen verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

De Commissie verwijt de Republiek Polen dat het verkeer van voertuigen die voldoen aan de maximaal toegestane asdruk van 10 t (niet-aangedreven as) en 11,5 t (aangedreven as), zoals vastgesteld in de punten 3.1 en 3.4 van bijlage I bij richtlijn 96/53/EG, op bijna 97 procent van de openbare wegen op het grondgebied van Polen is beperkt, hetgeen in strijd is met artikel 3 van die richtlijn. Deze beperking is het gevolg van een combinatie van de volgende twee factoren:

1)

het verkeer van voertuigen met de maximaal toegestane asdruk van 11,5 t is slechts mogelijk op wegen die deel uitmaken van het trans-Europese netwerk (TEN-T) en bepaalde andere nationale wegen (artikel 41, lid 2, van de Poolse wet op de openbare wegen), en

2)

er is een speciale vergunning vereist voor het verkeer op andere wegen (artikel 64 en verder van de Poolse verkeerswet).

De Commissie verwijt de Republiek Polen voorts dat zij artikel 7 van richtlijn 96/53/EG onjuist heeft uitgelegd. Naar het oordeel van de Republiek Polen biedt die bepaling een lidstaat de mogelijkheid af te wijken van het algemene beginsel dat is neergelegd in artikel 3 van die richtlijn door het verkeer van voertuigen met een asdruk (aangedreven as) van 11,5 t te beperken. Al is het waar dat in de tweede alinea van artikel 7 specifieke voorbeelden worden gegeven van plaatsen waar het verkeer overeenkomstig nationale regelgeving mag worden beperkt (stadscentra, kleine dorpen of plaatsen met een bijzonder belangwekkende natuur), dan nog heeft die bepaling slechts betrekking op beperkingen op bepaalde wegen of kunstwerken op bepaalde weggedeelten. Volgens de Commissie kan een lidstaat zich niet met succes beroepen op de mogelijkheid van uitzonderingen met als doel deze op bijna 97 procent van zijn wegennet van toepassing te verklaren.

Bovendien moeten de eigenaren van de betrokken voertuigen op grond van artikel 64, lid 1, van de Poolse verkeerswet (2) om gebruik te kunnen maken van wegen die geen deel uitmaken van het TEN-T, dat wil zeggen bijna 97 procent van de wegen die het openbare wegennet vormen, bij de geëigende instanties een speciale vergunning aanvragen en een dergelijke vergunning verkrijgen, hetgeen de volgende moeilijkheden meebrengt:

ingewikkelde administratieve formaliteiten waarvoor contacten met meerdere bestuurslichamen zijn vereist;

de beperkte geografische geldigheid van een vergunning, waardoor transportbedrijven in het algemeen worden gedwongen om voor elke route meerdere vergunningen aan te vragen;

de tijd die nodig is voor het verkrijgen van een vergunning en de kosten daarvan.

Ten slotte kan een vergunning van categorieIV voor het gebruik van nationale wegen door voertuigen met een asdruk van de (aangedreven) as van 11,5 t op grond van artikel 64, lid 2, van de hierboven genoemde Poolse verkeerswet niet worden gebruikt voor het vervoer van deelbare ladingen.

Richtlijn 96/53/EG voorziet niet in dit soort van belemmering en hinder op het gebied van vrijheid van verkeer van voertuigen. Een bedrijf dat niet met die voorwaarden instemt, krijgt een verkeersverbod. Dergelijke wetgeving is in strijd met artikel 3 van richtlijn 96/53/EG, dat via de daarin neergelegde voorwaarden voorkomt dat lidstaten het gebruik op hun grondgebied in het internationale verkeer „verbieden of weigeren” van voertuigen die voldoen aan de maximale gewichtswaarden zoals gespecificeerd in bijlage I bij die richtlijn.


(1)  PB L 235, blz. 59.

(2)  Bekendmaking van de voorzitter van de Sejm van de Republiek Polen van 30 augustus 2012 tot afkondiging van de geconsolideerde tekst van de verkeerswet, Dz. U. 2012, volgnr. 1137.