8.5.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 144/28


Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (België) op 13 februari 2017 — X/Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen

(Zaak C-77/17)

(2017/C 144/37)

Procestaal: Frans

Verwijzende rechter

Raad voor Vreemdelingenbetwistingen

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: X

Verwerende partij: Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen

Prejudiciële vragen

A.

Moet artikel 14, lid 5, van richtlijn 2011/95/EU (1) aldus worden uitgelegd dat daarmee een nieuwe grond in het leven wordt geroepen om iemand uit te sluiten van de vluchtelingenstatus als bedoeld in artikel 13 van die richtlijn en dus ook artikel 1.A van het Verdrag van Genève?

B.

Ingeval vraag A bevestigend wordt beantwoord, is het aldus uitgelegde artikel 14, lid 5, verenigbaar met artikel 18 van het Handvest van de grondrechten en artikel 78, lid 1, VWEU, waarin met name is bepaald dat het afgeleide Unierecht in overeenstemming moet zijn met het Verdrag van Genève, waarvan de in artikel 1.F opgenomen uitsluitingsbepaling exhaustief is geformuleerd en restrictief moet worden uitgelegd?

C.

Ingeval vraag A ontkennend wordt beantwoord, moet artikel 14, lid 5, van richtlijn 2011/95/EU dan aldus worden uitgelegd dat daarbij een grond tot weigering van de vluchtelingenstatus in het leven is geroepen waarin niet is voorzien door het Verdrag van Genève, dat overeenkomstig artikel 18 van het Handvest van de grondrechten en artikel 78, lid 1, VWEU dient te worden nageleefd?

D.

Ingeval vraag C bevestigend wordt beantwoord, is artikel 14, lid 5, van de voormelde richtlijn verenigbaar met artikel 18 van het Handvest van de grondrechten en artikel 78, lid 1, VWEU — waarin met name is bepaald dat het afgeleide Unierecht in overeenstemming moet zijn met het Verdrag van Genève — voor zover in eerstgenoemde bepaling een grond wordt ingevoerd om de vluchtelingenstatus te weigeren zonder dat is onderzocht of er vrees voor vervolging bestaat, hetgeen wordt vereist door artikel 1.A van het Verdrag van Genève?

E.

Ingeval de vragen A en C ontkennend worden beantwoord, hoe kan artikel 14, lid 5, van de voormelde richtlijn dan worden uitgelegd in overeenstemming met artikel 18 van het Handvest en artikel 78, lid 1, VWEU, waarin met name is bepaald dat het afgeleide Unierecht in overeenstemming moet zijn met het Verdrag van Genève?


(1)  Richtlijn 2011/95/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming (PB L 337, blz. 9).