18.4.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 121/17


Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunal Supremo (Spanje) op 9 februari 2017 — NCG Banco, SA (thans Abanca Corporación Bancaria, SA)/Alberto García Salamanca Santos

(Zaak C-70/17)

(2017/C 121/24)

Procestaal: Spaans

Verwijzende rechter

Tribunal Supremo

Partijen in het hoofdgeding

Eiseres tot cassatie: NCG Banco, SA (thans Abanca Corporación Bancaria, SA)

Verweerder in cassatie: Alberto García Salamanca Santos

Prejudiciële vragen

1)

Moet artikel 6, lid 1, van richtlijn 93/13/EEG (1) aldus worden uitgelegd dat het een nationale rechter die het oneerlijke karakter beoordeelt van een beding inzake vervroegde opeisbaarheid in een met een consument gesloten hypothecaire leningsovereenkomst dat, naast andere gevallen van niet-betaling van meerdere termijnen, bepaalt dat de lening opeisbaar wordt wanneer één termijn onbetaald is gebleven, de mogelijkheid biedt om uitsluitend het oneerlijke karakter van de passage of het geval van niet-betaling van één termijn vast te stellen, en de eveneens algemeen in dat beding vervatte regeling inzake vervroegde opeisbaarheid wegens niet-betaling van termijnen als geldig te beschouwen, los van het feit dat de geldigheid of de oneerlijkheid eerst concreet kan worden beoordeeld wanneer de schuldeiser zijn recht uitoefent?

2)

Staat richtlijn 93/13/EEG het een nationale rechter toe — nadat hij heeft vastgesteld dat een beding inzake vervroegde opeisbaarheid van een hypothecaire lening of een hypothecair krediet oneerlijk is — zich op het standpunt te stellen dat het voor de consument gunstiger is om aanvullend een bepaling van nationaal recht toe te passen, ook al voorziet die in de inleiding of de voortzetting van de executieprocedure tegen de consument, dan de bijzondere procedure van hypothecaire executie te beëindigen en de schuldeiser toe te staan om ontbinding van de lenings- of kredietovereenkomst te verzoeken of betaling van de verschuldigde bedragen te vorderen en het vonnis vervolgens ten uitvoer te leggen, zonder dat in dit kader de voordelen gelden waarin de bijzondere procedure van hypothecaire executie voor de consument voorziet?


(1)  Richtlijn van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (PB 1993, L 95, blz. 29).