23.1.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 22/47


Beroep ingesteld op 16 november 2016 — IPPT PAN/Commissie en REA

(Zaak T-805/16)

(2017/C 022/64)

Procestaal: Engels

Partijen

Verzoekende partij: Instytut Podstawowych Problemów Techniki Polskiej Akademii Nauk (IPPT PAN) (Warschau, Polen) (vertegenwoordiger: M. Le Berre, advocaat)

Verwerende partijen: Europese Commissie en Uitvoerend Agentschap onderzoek (REA)

Conclusies

het bestreden besluit van de Commissie nietig verklaren;

voor recht verklaren dat de Commissie ten onrechte debetnota nr. 3241514040 (verminderd bij creditnota nr. 3233160082) heeft opgesteld, en dat verzoekende partij het overeenkomstige bedrag van 67 984 EUR niet verschuldigd is;

voor recht verklaren dat de Commissie en REA aan verzoekende partij in het kader van het project SMART-NEST het bedrag van 69 623,94 EUR dienen te betalen, te vermeerderen met rente vanaf de datum waarop het besluit is vastgesteld;

voor recht verklaren dat verzoekende partij niet gehouden is om aan de Commissie schadevergoeding te betalen in verband met de projecten KMM-NOE en BOOSTING BALTIC;

de Commissie verwijzen in de kosten;

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van haar beroep tot nietigverklaring krachtens artikel 263 VWEU voert verzoekende partij zeven middelen aan.

1.

Eerste middel: schending van de artikelen 47 en 43 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, die respectievelijk betrekking hebben op de toegang tot de rechter en de toegang tot de Europese ombudsman.

2.

Tweede middel: schending van de overeenkomsten betreffende de projecten KMM-NOE, BOOSTING BALTIC en SMART-NEST en van het toepasselijke Belgische recht.

3.

Derde middel: schending van het Financieel Reglement en van de gedelegeerde verordening van de Commissie houdende uitvoeringsvoorschriften voor het Financieel Reglement.

4.

Vierde middel: schending van het vertrouwensbeginsel.

5.

Vijfde middel: schending van het beginsel van non-discriminatie.

6.

Zesde middel: schending van wezenlijke vormvoorschriften.

7.

Zevende middel: misbruik van bevoegdheid door de Commissie.

Ter ondersteuning van haar beroep krachtens een arbitragebeding als bedoeld in artikel 272 VWEU voert verzoekende partij zes middelen aan.

1.

Eerste middel: verzoekende partij heeft voldaan aan haar verplichting krachtens artikel II.19.1 van de overeenkomsten betreffende de projecten KMM-NOE en BOOSTING BALTIC.

2.

Tweede middel: de Commissie heeft haar vordering niet gestaafd met enig bewijs.

3.

Derde middel: de Commissie heeft haar vordering niet geldig onderbouwd.

4.

Vierde middel: de Commissie heeft haar contractuele rechten niet te goeder trouw uitgeoefend.

5.

Vijfde middel: de op grond van artikel II.30 gevorderde schadevergoeding is buitensporig en dient te worden verminderd overeenkomstig artikel 1231 van het Burgerlijk Wetboek van België.

6.

Zesde middel: verzoekende partij heeft recht op een vergoeding in het kader van het project SMART-NEST, waarvan het bedrag overeenkomt met het nog niet terugbetaalde gedeelte van haar bijdrage aan het Garantiefonds.