22.2.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 68/30


Beroep ingesteld op 28 november 2015 — Micula e.a./Commissie

(Zaak T-704/15)

(2016/C 068/40)

Procestaal: Engels

Partijen

Verzoekende partijen: Viorel Micula (Oradea, Roemenië), European Drinks SA (Ștei, Roemenië), Rieni Drinks SA (Rieni, Roemenië), Transilvania General Import-Export SRL (Oradea), West Leasing International SRL (Pantasesti, Roemenië) (vertegenwoordigers: J. Derenne, A. Dashwood en D. Vallindas, advocaten)

Verwerende partij: Europese Commissie

Conclusies

besluit (EU) 2015/1470 van de Commissie van 30 maart 2015 betreffende steunmaatregel SA.38517 (2014/C) (ex 2014/NN) ten uitvoer gelegd door Roemenië [arbitraal vonnis Micula/Roemenië van 11 december 2013 (kennisgeving geschied onder nummer C(2015) 2112)] (PB 2015 L 232, blz. 43) nietig verklaren;

subsidiair, het bestreden besluit nietig verklaren, voor zover

i.

Viorel Mical erin een „onderneming” wordt genoemd en derhalve een deel van de vermeende economische eenheid die de begunstigde van de steun is,

ii.

de begunstigde van de steun erin een economische eenheid wordt genoemd die bestaat uit Viorel Micula, Ioan Micula, S.C. European Food SA, S.C. Starmill S.R.L., S.C. Multipack, European Drinks SA, Rieni Drinks SA, Scandic Distilleries SA en Transilvania General Import-Export SRL, en

iii.

in artikel 2, lid 2, wordt beschikt dat Viorel Micula, Ioan Micula, S.C. European Food SA, S.C. Starmill S.R.L., S.C. Multipack, European Drinks SA, Rieni Drinks SA, Scandic Distilleries SA, Transilvania General Import-Export SRL en West Leasing SRL gezamenlijk aansprakelijk zijn voor terugbetaling van de door ieder van hen ontvangen staatssteun, en

de Commissie verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekende partij acht middelen aan.

1.

Eerste middel: onbevoegdheid en misbruik van bevoegdheden. Door de uitvoering van het arbitraal vonnis van het ICSID (hierna: „vonnis”) onjuist te kwalificeren als het verlenen van staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU, oefent de Commissie met terugwerkende kracht bevoegdheden die zij heeft met betrekking tot staatssteun die Roemenië na de toetreding van dat land tot de EU heeft verleend, uit met betrekking tot het tijdperk vóór de toetreding. De Commissie is kennelijk onbevoegd haar bevoegdheden op het gebied van staatssteun op deze manier te gebruiken. De vaststelling van een besluit met een dergelijk doel en een dergelijke werking houdt voorts misbruik van die bevoegdheden in.

2.

Tweede middel: schending van artikel 107, lid 1, VWEU

Ten eerste toont het besluit niet dat er sprake is van een economisch voordeel, aangezien het de uitvoering van het vonnis gelijk stelt met de onverenigbare steunmaatregel. Deze zaak beantwoordt aan de criteria van de Asteris-rechtspraak (arrest van 27 september 1988, Asteris e.a., 106/87–120/87). Voor zover sprake zou zijn van enig voordeel (quod non), dateert dit van vóór Roemeniës toetreding tot de EU en valt het derhalve buiten de werkingssfeer van de Unieregels inzake staatssteun. Ten tweede toont het besluit niet aan dat er sprake is van selectiviteit. De Bilateral Investment Treaty Romania-Sweden (de rechtsgrondslag voor het vonnis, hierna: „BIT”) stelt een systeem van algemene aansprakelijkheid in dat in gelijke mate op elke investeerder van toepassing is. Ten derde toont het besluit niet aan dat de maatregel in kwestie de Roemeense Staat kan worden aangerekend. Roemenië beschikt niet over een beoordelingsvrijheid bij het uitvoeren van het vonnis.

3.

Derde middel: schending van artikel 351 VWEU en van algemene rechtsbeginselen. Artikel 351 VWEU beschermt de verplichtingen van Roemenië met betrekking tot de uitvoering van de BIT met Zweden — toen het nog een overeenkomst tussen een lidstaat (Zweden) en een derde land (Roemenië) was — tegen elk mogelijk gevolg, na de toetreding, van de Unieregels inzake staatssteun.

4.

Vierde middel: schending van het beginsel van gewettigd vertrouwen. De autoriteiten van de Unie hebben het sluiten van BITs actief aangemoedigd en hierdoor het gewettigd vertrouwen gewekt dat een poging tot het uitvoeren van een dergelijke BIT door middel van arbitrage niet zou worden geblokkeerd op grond van bijvoorbeeld staatssteunregels.

5.

Vijfde middel, subsidiair: de vermeende steun moet worden beschouwd als verenigbare steun. Van de nationale maatregel in kwestie, die aan de basis lag van de arbitrage en het vonnis, is nooit definitief de onverenigbaarheid vastgesteld. Deze zou in elk geval verenigbaar zijn geweest met de Unieregels inzake staatssteun.

6.

Zesde middel, subsidiair: het besluit stelt onjuist vast wie de begunstigden van de vermeende steun zijn. Het besluit toont niet aan dat Viorel en Ioan Micula deel uitmaken van de vermeende economische eenheid, en ook niet dat in dit geval sprake is van een economische eenheid.

7.

Zevende middel: gebreken met betrekking tot de in het besluit bevolen terugvordering. Aangezien het besluit onjuist vaststelt wie de begunstigden van de vermeende steun zijn, beveelt het de terugvordering van individuen en bedrijven die niet de begunstigden van de vermeende steun zijn.

8.

Achtste middel: schending van een wezenlijk vormvoorschrift (recht om te worden gehoord). In het besluit tot inleiding van de formele onderzoeksprocedure worden verzoekende partijen European Drinks, Rieni Drinks, West Leasing en Transilvania General Import-Export in het geheel niet genoemd.