1.2.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 38/69


Beroep ingesteld op 30 november 2015 — Micula/Commissie

(Zaak T-694/15)

(2016/C 038/93)

Procestaal: Engels

Partijen

Verzoekende partij: Ioan Micula (Oradea, Roemenië) (vertegenwoordigers: K. Struckmann, advocaat, G. Forwood, barrister, en A. Kadri, solicitor)

Verwerende partij: Europese Commissie

Conclusies

nietigverklaring van besluit (EU) 2015/1470 van de Commissie van 30 maart 2015 betreffende steunmaatregel SA.38517 (2014/C) (ex 2014/NN) ten uitvoer gelegd door Roemenië — Scheidsrechterlijke uitspraak Micula/Roemenië van 11 december 2013 [Kennisgeving geschied onder nummer C(2015) 2112)] (PB L 232, blz. 43);

subsidiair, nietigverklaring van het bestreden besluit, voor zover (a) het betrekking heeft op verzoeker, (b) het Roemenië verhindert aan de scheidsrechterlijke uitspraak te voldoen, (c) Roemenië daarbij wordt gelast onverenigbare steun terug te vorderen en (d) verzoeker daarbij hoofdelijk aansprakelijk wordt gesteld voor de terugbetaling van steun die is ontvangen door een van de in artikel 2, lid 2, van het bestreden besluit genoemde entiteiten;

verwijzing van de Commissie in de kosten van de procedure.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van zijn beroep voert verzoeker acht middelen aan.

1.

In het bestreden besluit heeft de Commissie artikel 351 VWEU en algemene rechtsbeginselen niet correct toegepast op de onderhavige zaak.

2.

In het bestreden besluit heeft de Commissie ten onrechte vastgesteld dat de betrokken maatregel verzoeker een voordeel verschafte, met name door de onjuiste vaststelling van het tijdstip waarop het vermeende voordeel is verschaft of, subsidiair, door de vaststelling dat de betaling van schadevergoeding een voordeel vormt.

3.

In het bestreden besluit heeft de Commissie ten onrechte vastgesteld dat de betrokken maatregel aan de Roemeense Staat kon worden toegerekend.

4.

In het bestreden besluit heeft de Commissie de verenigbaarheid van de vermeende steunmaatregel onjuist beoordeeld.

5.

In het bestreden besluit heeft de Commissie de begunstigden van de vermeende steun onjuist geïdentificeerd en haar conclusie niet gemotiveerd, met name wat de identificatie betreft van de natuurlijke of rechtspersonen die de vermeende begunstigde onderneming uitmaken.

6.

In het bestreden besluit heeft de Commissie blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting en haar bevoegdheid overschreden door terugvordering van de vermeende steun te gelasten.

7.

Het bestreden besluit is in strijd met het vertrouwensbeginsel.

8.

Het bestreden besluit is in strijd met wezenlijke vormvoorschriften, met name het recht om te worden gehoord, artikel 108, lid 3, VWEU en artikel 6, lid 1, van verordening 659/1999. (1)


(1)  Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad van 22 maart 1999 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PB L 83, blz. 1), zoals gewijzigd.