28.9.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 320/40


Beroep ingesteld op 27 juli 2015 — Bank Saderat/Raad

(Zaak T-433/15)

(2015/C 320/58)

Procestaal: Engels

Partijen

Verzoekende partij: Bank Saderat plc (Londen, Verenigd Koninkrijk) (vertegenwoordigers: S. Jeffrey, S. Ashley en A. Irvine, solicitors, en M.-E. Demetriou en R. Blakeley, barristers)

Verwerende partij: Raad van de Europese Unie

Conclusies

de Raad veroordelen tot het betalen van de volgende bedragen aan verzoekende partij:

8 8 9 06  191 EUR voor materiële schade tot op de datum van deze vordering;

8 7 13  285 EUR aan rente op het hierboven, onder het vorige streepje, genoemde bedrag, vermeerderd met een dagrente van 10  377 EUR tot op de datum van de uitspraak, subsidiair tegen de basisherfinancieringsrente van de Europese Centrale Bank + 2 % per jaar tot op de datum van de uitspraak, meer subsidiair tegen een koers en voor een duur die het Hof gepast acht;

een dagvergoeding van 54  716 EUR voor materiële schade vanaf de datum van deze vordering tot het einde van de aanvraagperiode;

rente op het overeenkomstig het vorige streepje berekende totale bedrag tegen een koers van 4,2601 % per jaar tot de datum van de uitspraak, subsidiair tegen de basisherfinancieringsrente van de Europese Centrale Bank + 2 % per jaar tot op de datum van de uitspraak, meer subsidiair tegen een koers en voor een duur die het Hof gepast acht;

3 2 9 64  320 EUR voor materiële schade vanaf de datum waarop de aanvraagperiode ten einde komt;

1 0 00  000 EUR voor immateriële schade;

rente na de uitspraak over de hierboven genoemde bedragen tegen een koers van 4,2601 % per jaar tot op de datum van betaling, subsidiair tegen de basisherfinancieringsrente van de Europese Centrale Bank + 2 % per jaar tot op de datum van betaling, meer subsidiair tegen een koers en voor een duur die het Hof gepast acht, en

de door de Bank voor dit beroep gemaakte kosten, en

de Raad verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Verzoekende partij voert aan dat het opleggen van beperkende maatregelen aan verzoekende partij door de Raad van de Europese Unie een voldoende ernstige schending vormde van verplichtingen die ertoe strekten verzoekende partij rechten te geven; dientengevolge is de Europese Unie niet-contractueel aansprakelijk.

Volgens verzoekende partij was deze schending de directe oorzaak van aanzienlijke materiële en immateriële schade voor haar, waarvoor zij recht heeft op schadevergoeding.