52008PC0080




[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN |

Brussel, 14.2.2008

COM(2008) 80 definitief

2008/0033 (COD)

Voorstel voor een

BESCHIKKING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Richtlijn 76/769/EEG van de Raad betreffende beperkingen van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten (dichloormethaan) (wijziging van Richtlijn 76/769/EEG van de Raad)

(door de Commissie ingediend){SEC(2008) 192}{SEC(2008) 193}

TOELICHTING

1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Richtlijn 76/769/EEG van de Raad van 27 juli 1976 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake de beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten, vormt een kader voor in de hele Europese Unie geldende voorschriften betreffende het op de markt brengen en het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten.

Richtlijn 76/769/EEG wordt toegepast om de risico's voor de menselijke gezondheid en het milieu als gevolg van gevaarlijke stoffen te beheren. De in bijlage I bij die richtlijn opgenomen gevaarlijke stoffen en preparaten mogen alleen onder specifieke voorwaarden op de markt gebracht en gebruikt worden.

Voorgesteld wordt de risico's van dichloormethaan (DCM) te beheren door het in bijlage I bij Richtlijn 76/769/EEG op te nemen.

1.1. Dichloormethaan, zijn chemische eigenschappen en zijn risico's voor volksgezondheid.

Dichloormethaan (DCM), CAS-nummer 75-09-2 en EINECS-nummer 200-838-9, is een kleurloze, gehalogeneerde alifatische koolwaterstofsamenstelling met een doordringende etherachtige of matig zoete geur. Het wordt hoofdzakelijk gebruikt bij de productie van geneesmiddelen, oplosmiddelen en hulptoepassingen, verfafbijtmiddelen en kleefstoffen.

DCM is niet opgenomen in de prioriteitenlijsten in de zin van Verordening (EEG) nr. 793/93 van 23 maart 1993 inzake de beoordeling en de beperking van de risico's van bestaande stoffen. De risico's van DCM in verfafbijtmiddelen zijn echter vastgesteld in verscheidene studies[1] waarin werd geconcludeerd dat maatregelen ter vermindering van het risico in de hele EU noodzakelijk zijn. Verfafbijtmiddelen worden gebruikt om verflagen te verwijderen, vooral afbladderende of gebarsten lagen op diverse ondergronden, met name metaal en hout, en ze worden zowel door industriële en beroepsmatige gebruikers als door consumenten toegepast.

De belangrijkste risico's van DCM voor de volksgezondheid hangen samen met de dampen en de toxische effecten op het centrale zenuwstelsel. Deze effecten, die het gevolg zijn van slechte gebruiks- of arbeidsomstandigheden (bv. ondeugdelijke ventilatie, ongeschikte persoonlijke beschermingsmiddelen), hebben de afgelopen 18 jaar in de EU tot aantal geregistreerde ongevallen en sterfgevallen geleid.

Volgens het Wetenschappelijk Comité voor gezondheids- en milieurisico's[2] (WCGM) is blootstelling aan DCM die uit verfafbijtmiddelen vrijkomt een volksgezondheidsprobleem, vooral voor kwetsbare groepen zoals kinderen, omdat die een hoger blootstellingsrisico lopen. De hoge DCM-concentraties die tijdens het werken met verfafbijtmiddel worden gemeten, vormen een onaanvaardbaar volksgezondheidsrisico.

Er zijn reeds verschillende alternatieven voor DCM-houdende verfafbijtmiddelen op de markt: fysieke/mechanische verwijdering, pyrolitische/thermische verwijdering en chemische verwijdering met andere chemische producten dan DCM. De alternatieve chemische verfafbijtmiddelen worden het meest gebruikt, maar zij hebben ook hun gevaarprofiel en zij kunnen, afhankelijk van hun concentratie in de samenstelling, andere risico's voor de gebruiker inhouden.

De afgelopen vier jaar hebben er besprekingen tussen de Commissie, lidstaten en andere belanghebbenden plaatsgevonden. Ondanks sterk uiteenlopende meningen over de risico's van DCM en over de veiligheid van de alternatieven, is er consensus over bereikt dat het in de handel brengen en het gebruik op Gemeenschapsniveau moeten worden beperkt op grond van Richtlijn 76/769/EEG van de Raad om de met DCM samenhangende risico's te verminderen.

1.2. Beoogde effecten van EU-wetgeving

Aangezien de risico's tijdens het gebruik in de industrie, door vakmensen en door consumenten van DCM-houdende verfafbijtmiddelen moeten worden beperkt, zijn bepaalde beperkingen op het in de handel brengen en het gebruik noodzakelijk. Met deze beschikking wordt dichloormethaan in bijlage I bij Richtlijn 76/769/EEG opgenomen. Hierdoor worden geharmoniseerde voorschriften verzekerd die in de hele Gemeenschap worden toegepast.

De meeste sterfgevallen van de laatste 18 jaar als gevolg van het gebruik van DCM-houdende verfafbijtmiddelen in Europa deden zich voor bij industriële en beroepsmatige toepassingen met ondeugdelijke ventilatie of onjuist gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen.

Voor werkzaamheden in industriële installaties moet aan bepaalde bindende voorschriften worden voldaan, zoals het gebruik van deugdelijke beschermingshandschoenen, de installatie van lokale ventilatie of onafhankelijke ademhalingsbeschermingsapparatuur en aanpassing van de afbijtbaden om de blootstelling van werknemers te verminderen.

Er moet een algemeen verbod op beroepsmatig gebruik komen, maar de lidstaten moeten de mogelijkheid hebben om op hun grondgebied het gebruik door vakmensen met een specifieke vergunning te blijven toestaan voor die werkzaamheden waarbij de vervanging van DCM naar hun oordeel bijzonder moeilijk of ondoelmatig is. Aan de vergunningen moeten specifieke opleidingseisen worden verbonden.

Wat DCM-houdende verfafbijtmiddelen voor consumentengebruik betreft, is een algemeen verbod op het in de handel brengen de enige doeltreffende maatregel om de risico's weg te nemen.

2. RESULTATEN VAN DE RAADPLEGINGEN VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

2.1. Raadplegingen

In 2004 is de Commissie met besprekingen begonnen tijdens de vergaderingen van de Werkgroep van de Commissie die verantwoordelijk is voor de uitvoering van Richtlijn 76/769/EEG (hierna "Werkgroep Beperkingen" genoemd). In november 2005 heeft de Commissie een forum over verfafbijtmiddelen georganiseerd met medewerking van fabrikanten van DCM-houdende verfafbijtmiddelen en van alternatieven voor DCM. Aangezien de bedrijfstak en de autoriteiten van mening bleven verschillen, heeft de Commissie een externe studie laten verrichten om meer informatie te verzamelen teneinde het effect van mogelijke beperkingen van het op de markt brengen en het gebruik van DCM-houdende verfafbijtmiddelen op Gemeenschapsniveau te beoordelen.

De aanbevelingen van deze studie[3] zijn besproken tijdens de vergadering van de Werkgroep Beperkingen op 3 juli 2007. De vertegenwoordigers van ondernemingen die voorstander waren van voortgezet gebruik van DCM en van ondernemingen die voorstander waren van alternatieven, de Europese consumentenorganisatie (BEUC), de Europese federatie van de vakverenigingen in de sector mijnbouw, chemie en energie (EMCEF) en het Europees Verbond van Vakverenigingen (ETUC) woonden deze vergadering bij of werden geraadpleegd.

2.2. Effectbeoordeling

Er is een gedetailleerde effectbeoordeling opgesteld die op 5 oktober 2007 naar de Raad voor effectbeoordeling is gestuurd. Deze raad heeft op 9 november 2007 zijn advies ingediend. Alle opmerkingen van de raad (checklist voor de kwaliteit van de effectbeoordeling en definitief advies) zijn in de definitieve effectbeoordeling verwerkt[4].

Een aantal opties, variërend van 'geen actie' via vrijwillige acties van de bedrijfstak tot wettelijke beperkingen in verschillende gradaties zijn beoordeeld en de meest doeltreffende en efficiënte opties voor de drie gebruikscategorieën zijn de volgende:

- Voor industrieel gebruik

Werkzaamheden met DCM-houdende verfafbijtmiddelen mogen slechts worden verricht in industriële installaties met bindende voorschriften voor de bescherming van werknemers, zoals geschikte handschoenen, afvoerventilatie of ademhalingsbeschermingsapparatuur en technische veiligheidsmaatregelen voor afbijtbaden. Deze maatregelen zullen de uitvoerbaarheid van de wetgeving voor werknemersbescherming verder verbeteren door de blootstelling aan DCM en daarmee het aantal ongevallen en sterfgevallen te verminderen.

- Voor beroepsmatig gebruik

Er moet een algemeen verbod komen op het beroepsmatig gebruik van DCM-houdende verfafbijtmiddelen in een niet-industriële omgeving, maar de lidstaten moeten de mogelijkheid hebben om op hun grondgebied het gebruik door vakmensen met een specifieke vergunning te blijven toestaan wanneer de vervanging van DCM naar hun oordeel bijzonder moeilijk of ondoelmatig is. Deze maatregel belast de lidstaten en de betrokken ondernemingen met de volledige verantwoordelijkheid en de administratieve rompslomp van het opzetten en het controleren van een opleidings- en vergunningensysteem met passende maatregelen. Het aantal ongevallen en sterfgevallen zal worden verminderd.

- Voor consumentengebruik

Een verbod op het in de handel brengen van DCM-houdende verfafbijtmiddelen voor consumentengebruik is de enige doeltreffende maatregel om het risico voor consumenten weg te nemen. Het zou onmogelijk zijn volledig toezicht te houden op het gedrag van de consumenten tijdens het doe-het-zelven of om een deugdelijke opleiding en het gebruik van de noodzakelijke beschermingsmiddelen te garanderen.

3. JURIDISCHE ASPECTEN VAN HET VOORSTEL

3.1. Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag van dit voorstel is artikel 95 van het Verdrag.

De onderhavige beschikking voorziet in voorschriften voor het in de handel brengen en het gebruik van DCM-houdende verfafbijtmiddelen voor de drie categorieën van gebruik (industrieel, beroepsmatig en door de consument).

Het legt ook eenvormige regels voor het verkeer van DCM-houdende verfafbijtmiddelen vast en voorkomt handelsbelemmeringen als gevolg van verschillen in de wetgeving tussen de lidstaten. Deze voorgestelde wijziging van Richtlijn 76/769/EEG verbetert de werking van de interne markt en waarborgt een hoog beschermingsniveau voor de menselijke gezondheid.

3.2. Subsidiariteits- en evenredigheidsbeginsel

Met Richtlijn 76/769/EEG van de Raad inzake de beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten wordt beoogd geharmoniseerde voorschriften voor de hele EU op te stellen en te voorkomen dat de nationale wetgevingen onderling verschillen en mogelijk de intracommunautaire handel belemmeren. Dit is niet mogelijk als het nemen van maatregelen volledig aan de lidstaten wordt overgelaten.

De in deze beschikking voorgestelde maatregelen zijn ook evenredig, wanneer de totale kosten en baten voor alle gebruikscategorieën worden afgezet tegen het einddoel om de volksgezondheid beter te beschermen.

3.3. Keuze van instrumenten

De Commissie heeft Richtlijn 76/769/EEG gekozen als beste instrument om de interne markt in stand te houden en tegelijkertijd een hoog beschermingsniveau voor de menselijke gezondheid en het milieu te waarborgen. Dit is in overeenstemming met artikel 95, lid 3, van het Verdrag.

Richtlijn 76/769/EEG wordt per 1 juni 2009 ingetrokken bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie. De wijziging die bij deze beschikking in bijlage I bij Richtlijn 76/769/EEG wordt aangebracht, wordt na 1 juni 2009 toegepast en wordt in bijlage XVII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 opgenomen.

Bijlage I bij Richtlijn 76/769/EEG kan beter met een beschikking gewijzigd worden dan met een richtlijn, omdat omzetting van de voorgestelde beperkingen in intern recht pas een paar maanden vóór intrekking van Richtlijn 76/769/EEG of zelfs achteraf zijn beslag zou krijgen. Omzetting zou dus zinloos zijn. Daarom is een beschikking in dit geval een beter rechtsinstrument dan een richtlijn.

4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Deze beschikking heeft geen gevolgen voor de begroting.

2008/0033 (COD)

Voorstel voor een

BESCHIKKING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Richtlijn 76/769/EEG van de Raad betreffende beperkingen van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten (dichloormethaan) (wijziging van Richtlijn 76/769/EEG van de Raad)

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 95,

Gezien het voorstel van de Commissie[5],

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité[6],

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag[7],

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De risico's van dichloormethaan (DCM) in verfafbijtmiddelen voor de volksgezondheid zijn onderzocht in verscheidene studies[8], waarin werd geconcludeerd dat er risicobeperkingsmaatregelen in de gehele EU noodzakelijk zijn om de risico's voor de volksgezondheid bij de toepassing van DCM in de industrie, door beroepsmatige gebruikers en door consumenten te verminderen. De resultaten van die studies zijn geëvalueerd door het Wetenschappelijk Comité inzake toxiciteit, ecotoxiciteit en milieu (WCTEM – later WCGM genoemd) dat bevestigde dat de blootstelling aan DCM dat afkomstig is van verfafbijtmiddelen een probleem voor de volksgezondheid vormt[9].

(2) Om een hoog niveau van gezondheidsbescherming voor alle gebruikscategorieën (industrieel, beroepsmatig en door de consument) te bereiken, moet het in de handel brengen en het gebruik van DCM-houdende verfafbijtmiddelen worden beperkt.

(3) DCM-houdende verfafbijtmiddelen worden door consumenten thuis gebruikt om binnens- en buitenshuis verf, vernis en lak te verwijderen. Een veilig gebruik van DCM door consumenten kan niet worden gegarandeerd door opleiding of toezicht. Daarom is een verbod op het in de handel brengen en het gebruik van DCM-houdende verfafbijtmiddelen de enige doeltreffende en evenredige maatregel om de risico's voor de consumenten weg te nemen.

(4) Om te zorgen dat de DCM-houdende verfafbijtmiddelen op evenredige wijze geleidelijk langs de leveringsketen uit de markt worden genomen, moeten er verschillende data voor een verbod op het voor het eerst in de handel brengen en de op de eindlevering aan het grote publiek en aan beroepsmatige gebruikers worden vastgelegd.

(5) Aangezien consumenten ondanks het verbod toegang tot DCM-houdende verfafbijtmiddel kunnen hebben via de voor de beroepsmatige en industriële gebruikers bestemde distributieketen, moet het product van een waarschuwing worden voorzien.

(6) De tijdens de afgelopen 18 jaar in Europa geregistreerde sterfgevallen bij industrieel en beroepsmatig gebruik zijn hoofdzakelijk toe te schrijven aan ondeugdelijke ventilatie, ongeschikte persoonlijke beschermingsmiddelen, het gebruik van ondeugdelijke baden en langdurige blootstelling aan DCM. Daarom moeten er beperkingen worden opgelegd om de risico's bij beroepsmatig en industrieel gebruik te controleren en te verminderen.

(7) Beroepsmatige gebruikers vallen doorgaans onder de wetgeving ter bescherming van de werknemers. Zij verrichten hun werkzaamheden echter vaak bij klanten, die niet altijd passende maatregelen kunnen nemen om de risico's voor de gezondheid te beheren, te controleren en te verminderen. Bovendien vallen zelfstandige vakmensen niet onder de wetgeving voor werknemersbescherming en zouden zij een adequate opleiding moeten volgen voordat zij met DCM-houdende verfafbijtmiddelen werken.

(8) Het in de handel brengen en het gebruik door beroepsmatige gebruikers van DCM-houdende verfafbijtmiddelen moeten daarom worden verboden om hun gezondheid te beschermen en het aantal sterfgevallen en niet-dodelijke ongevallen te verminderen. Wanneer de vervanging van DCM echter bijzonder moeilijk of ondoelmatig wordt geacht, moeten de lidstaten het gebruik van DCM door vakmensen met een specifieke vergunning kunnen blijven toestaan. In dat geval zijn de lidstaten verantwoordelijk voor het verlenen van en het toezicht op die vergunningen, die moeten worden gebaseerd op een verplichte opleiding met specifieke vereisten.

(9) Het geregistreerde aantal sterfgevallen en niet-dodelijke ongevallen in de industrie wijst erop dat de arbeidsomstandighedenwetgeving niet goed wordt toegepast. De blootstelling aan DCM blijft hoog en daarom moeten ten aanzien van werknemers in industriële installaties nadere risicobeperkende maatregelen worden genomen. Preventieve maatregelen zoals een goede ventilatie van de werkplek, deugdelijke persoonlijke beschermingsmiddelen en extra aanpassingen van de baden zijn noodzakelijk.

(10) De persoonlijke beschermingsmiddelen moeten voldoen aan de vereisten van Richtlijn 89/686/EEG van de Raad van 21 december 1989 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten[10].

(11) Richtlijn 76/769/EEG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(12) Deze beschikking heeft geen gevolgen voor de communautaire wetgeving tot vaststelling van de minimumeisen voor de bescherming van werknemers, zoals Richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk[11] en daarop gebaseerde bijzondere richtlijnen, met name Richtlijn 2004/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk (zesde bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid l, van Richtlijn 89/391/EEG van de Raad) (gecodificeerde versie)[12] en Richtlijn 98/24/EG van de Raad van 7 april 1998 betreffende de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van werknemers tegen risico's van chemische agentia op het werk (14e bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG)[13],

HEBBEN DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij Richtlijn 76/769/EEG wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze beschikking.

Artikel 2

Deze beschikking treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie .

Artikel 3

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, […]

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De Voorzitter De Voorzitter

BIJLAGE

In Bijlage I bij Richtlijn 76/769/EEG wordt volgend punt xx toegevoegd:

"(xx) Dichloormethaan CAS-nr. 75-09-2 EINECS-nr. 200-838-9 | Verfafbijtmiddelen die dichloormethaan bevatten in een concentratie van 0,1 massaprocent of meer mogen na [12 maanden na de inwerkingtreding van deze beschikking] niet voor het eerst op de markt worden gebracht voor levering aan het algemene publiek of aan beroepsmatige gebruikers, en mogen na [24 maanden na de inwerkingtreding van deze beschikking] niet aan hen worden geleverd. In afwijking van lid 1 mogen de lidstaten de levering van dichloormethaanhoudende verfafbijtmiddelen aan vergunninghoudende beroepsmatige gebruikers toestaan. De in lid 2 bedoelde vergunning wordt verleend aan beroepsmatige gebruikers die zijn opgeleid in het veilig gebruik van dichloormethaanhoudende verfafbijtmiddelen. De opleiding omvat: bewustmaking, beoordeling en beheer van de gezondheidsrisico's, gebruik van deugdelijke ventilatie, gebruik van deugdelijke persoonlijke beschermingsmiddelen[14]. Dichloormethaanhoudende verfafbijtmiddelen in een concentratie van 0,1 massaprocent of meer mogen slechts in industriële installaties worden gebruikt als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: doeltreffende afvoerventilatie of ademhalingsbeschermingsapparatuur met onafhankelijke luchttoevoer[15], afbijtbaden in afgesloten ruimten moeten worden afgedekt wanneer zij niet in gebruik zijn, deugdelijke beschermingshandschoenen voor de uitvoerenden.[16] Onverminderd andere communautaire wetgeving betreffende de indeling, de verpakking en de etikettering van gevaarlijke stoffen en preparaten moet op de verpakking van verfafbijtmiddelen die dichloormethaan in een concentratie van 0,1 massaprocent of meer bevatten, met ingang van [24 maanden na de inwerkingtreding van deze beschikking] duidelijk leesbaar en onuitwisbaar de volgende vermelding worden aangebracht: „uitsluitend voor industrieel en beroepsmatig gebruik"." |

1. [1] Methylene chloride: Advantages and drawbacks of possible market restrictions in the EU. TNO-STB-studie voltooid in november 1999. http://ec.europa.eu/enterprise/chemicals/studies_en.htm; Effectiveness of vapour retardants in reducing risks to human health from paint strippers containing dichloromethane door de ETVAREAD-deskundigengroep. Eindverslag, gepubliceerd in april 2004 http://ec.europa.eu/enterprise/chemicals/studies_en.htm; Impact assessment of potential restrictions on the marketing and use of dichloromethane in paint stripper. RPA-studie voltooid in april 2007. http://ec.europa.eu/enterprise/chemicals/studies_en.htm

[2] Advies van Wetenschappelijk Comité voor gezondheids- en milieurisico's, getiteld Effectiveness of vapour retardants in reducing risks to human health from paint strippers containing dichloromethane . Eindverslag ETVAREAD van april 2004. Goedgekeurd door het WCGM tijdens de vierde plenaire vergadering van 18 maart 2005. http://ec.europa.eu/health/ph_risk/committees/04_scher/scher_opinions_en.htm

[3] Impact assessment of potential restrictions on the marketing and use of dichloromethane in paint stripper. RPA-studie voltooid in april 2007. http://ec.europa.eu/enterprise/chemicals/studies_en.htm

[4] Werkdocument van de diensten van de Commissie: Effectbeoordelingsverslag, zie: http://ec.europa.eu/chemicals/studies_ en.htm

[5] PB C […] van […] , blz. […].

[6] PB C […] van […] , blz. […].

[7] PB C […] van […] , blz. […].

[8] Methylene chloride: Advantages and drawbacks of possible market restrictions in the EU. TNO-STB-studie voltooid in november 1999. http://ec.europa.eu/enterprise/chemicals/studies_en.htm; Effectiveness of vapour retardants in reducing risks to human health from paint strippers containing dichloromethane door ETVAREAD-deskundigengroep. Eindverslag, gepubliceerd in april 2004 http://ec.europa.eu/enterprise/chemicals/studies_en.htm; Impact assessment of potential restrictions on the marketing and use of dichloromethane in paint stripper . RPA-studie voltooid in april 2007. http://ec.europa.eu/enterprise/chemicals/studies_en.htm

[9] Advies van Wetenschappelijk Comité voor Gezondheid en het Milieuadvies getiteld "Effectiveness of vapour retardants in reducing risks to human health from paint strippers containing dichloromethane" . Eindverslag ETVAREAD van 1 april 2004. Goedgekeurd door het WCGM tijdens de vierde plenaire vergadering van 18 maart 2005.

http://ec.europa.eu/health/ph_risk/committees/04_scher/scher_opinions_en.htm

[10] PB L 399 van 30.12.1989, blz. 18.

[11] PB L 183 van 29.6.1989, blz. 1. Richtlijn gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).

[12] PB L 158 van 30.4.2004, blz. 50.

[13] PB L 131 van 5.5.1998, blz. 11.

[14] Deze persoonlijke beschermingsmiddelen moeten aan de vereisten van de Richtlijn 89/686/EEG van de Raad voldoen.

[15] Deze persoonlijke beschermingsmiddelen moeten aan de vereisten van de Richtlijn 89/686/EEG van de Raad voldoen.

[16] Deze persoonlijke beschermingsmiddelen moeten aan de vereisten van Richtlijn 89/686/EEG van de Raad voldoen.