18.6.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 158/62


AANBEVELING VAN DE COMMISSIE

van 30 mei 2008

betreffende risicoreductiemaatregelen voor de stoffen natriumchromaat, natriumdichromaat en 2,2′,6,6′-tetrabroom-4,4′-isopropylideendifenol (tetrabroombisfenol A)

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 2256)

(Voor de EER relevante tekst)

(2008/454/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad van 23 maart 1993 inzake de beoordeling en de beperking van de risico’s van bestaande stoffen (1), en met name op artikel 11, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordeningen (EG) nr. 143/97 (2) en (EG) nr. 2364/2000 (3) van de Commissie betreffende de derde respectievelijk de vierde lijst van prioriteitsstoffen krachtens Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad zijn de volgende stoffen aangemerkt als prioriteitsstoffen die in het kader van Verordening (EEG) nr. 793/93 moeten worden geëvalueerd:

natriumchromaat,

natriumdichromaat,

2,2′,6,6′-tetrabroom-4,4′-isopropylideendifenol (tetrabroombisfenol A).

(2)

De volgens Verordeningen (EEG) nr. 793/93 en (EG) nr. 143/97 aangewezen rapporterende lidstaten hebben voor die stoffen, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie van 28 juni 1994 tot vaststelling van de beginselen voor de beoordeling van de risico's voor mens en milieu van bestaande stoffen krachtens Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad (4), de beoordeling van de risico's voor mens en milieu afgerond en voorstellen gedaan voor een strategie ter beperking van de risico's.

(3)

Het Wetenschappelijk Comité voor toxiciteit, ecotoxiciteit en milieu (WCTEM) en het Wetenschappelijk Comité voor gezondheids- en milieurisico's (WCGM) zijn geraadpleegd over de door de rapporterende lidstaten uitgevoerde risicobeoordelingen en hebben hierover advies uitgebracht. Die adviezen zijn op de website van de wetenschappelijke comités gepubliceerd.

(4)

De resultaten van de risicobeoordeling en de verdere resultaten van de strategieën ter beperking van de risico’s worden vermeld in de desbetreffende mededeling van de Commissie (5).

(5)

Uitgaande van die evaluatie is het passend voor sommige stoffen bepaalde risicoreductiemaatregelen aan te bevelen.

(6)

De voor werknemers aanbevolen risicoreductiemaatregelen moeten worden bekeken binnen het kader van de wetgeving ter bescherming van werknemers, welke als een afdoende kader wordt beschouwd om de aan deze stoffen verbonden risico's te beperken voor zover dit nodig is.

(7)

De in deze aanbeveling vervatte risicoreductiemaatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 793/93 ingestelde comité,

BEVEELT AAN:

DEEL 1

NATRIUMCHROMAAT

(CAS-nr. 7775-11-3; Einecs-nr. 231-889-5)

Risicoreductiemaatregelen voor werknemers (1) en voor het milieu (2, 3, 4, 5, 6)

1.

Werkgevers die chroom(VI)-verbindingen gebruiken bij de productie van pigmenten en kleurstoffen, bij de formulering van producten voor de behandeling van metalen, bij elektrolytische metaalplating, en als beitsmiddel om wol te verven, dienen kennis te nemen van eventuele sectorspecifieke richtsnoeren die op nationaal niveau zijn ontwikkeld op basis van de uit hoofde van artikel 12, lid 2, van Richtlijn 98/24/EG van de Raad (6) opgestelde niet-bindende praktische richtsnoeren.

2.

De bevoegde autoriteiten in de betrokken lidstaten dienen in de overeenkomstig Richtlijn 2008/1/EG van het Europees Parlement en de Raad (7) afgegeven vergunningen voorwaarden, emissiegrenswaarden of gelijkwaardige parameters of technische maatregelen voor chroom(VI) vast te leggen, om ervoor te zorgen dat de exploitatie van de installaties in kwestie op basis van de beste beschikbare technieken (BBT) geschiedt, rekening houdend met de technische karakteristieken van de betrokken installaties, de geografische ligging ervan en de plaatselijke milieuomstandigheden.

3.

De lidstaten dienen zorgvuldig toezicht uit te oefenen op de uitvoering van BBT voor chroom(VI) en belangrijke ontwikkelingen in het kader van de uitwisseling van informatie over BBT aan de Commissie te rapporteren.

4.

Teneinde de vergunningverlening en bewaking krachtens Richtlijn 2008/1/EG te vergemakkelijken, dient chroom(VI) te worden meegenomen bij de lopende werkzaamheden ter ontwikkeling van richtsnoeren voor BBT.

5.

Lokale emissies naar het milieu moeten waar nodig door nationale voorschriften worden gereguleerd om ervoor te zorgen dat er geen risico's voor het milieu te verwachten zijn.

6.

Voor wateren waar emissies van chroom(VI) een risico kunnen opleveren, dienen de betrokken lidstaten milieukwaliteitsnormen (MKN) op te stellen alsmede nationale maatregelen om de verontreiniging terug te dringen teneinde deze MKN tegen 2015 te realiseren overeenkomstig het bepaalde in Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad (8).

DEEL 2

NATRIUMDICHROMAAT

(CAS-nr. 10588-01-9; Einecs-nr. 234-190-3)

Risicoreductiemaatregelen voor werknemers (7) en voor het milieu (8, 9, 10, 11, 12)

7.

Werkgevers die chroom(VI)-verbindingen gebruiken bij de productie van pigmenten en kleurstoffen, bij de formulering van producten voor de behandeling van metalen, bij elektrolytische metaalplating, en als beitsmiddel om wol te verven, dienen kennis te nemen van eventuele sectorspecifieke richtsnoeren die op nationaal niveau zijn ontwikkeld op basis van de uit hoofde van artikel 12, lid 2, van Richtlijn 98/24/EG opgestelde niet-bindende praktische richtsnoeren.

8.

De bevoegde autoriteiten in de betrokken lidstaten dienen in de overeenkomstig Richtlijn 2008/1/EG afgegeven vergunningen voorwaarden, emissiegrenswaarden of gelijkwaardige parameters of technische maatregelen voor chroom(VI) vast te leggen, om ervoor te zorgen dat de exploitatie van de installaties in kwestie op basis van BBT geschiedt, rekening houdend met de technische karakteristieken van de betrokken installaties, de geografische ligging ervan en de plaatselijke milieuomstandigheden.

9.

De lidstaten dienen zorgvuldig toezicht uit te oefenen op de uitvoering van BBT voor chroom(VI) en belangrijke ontwikkelingen in het kader van de uitwisseling van informatie over BBT aan de Commissie te rapporteren.

10.

Teneinde de vergunningverlening en bewaking krachtens Richtlijn 2008/1/EG te vergemakkelijken, dient chroom(VI) te worden meegenomen bij de lopende werkzaamheden ter ontwikkeling van richtsnoeren voor BBT.

11.

Lokale emissies naar het milieu moeten waar nodig door nationale voorschriften worden gereguleerd om ervoor te zorgen dat er geen risico's voor het milieu te verwachten zijn.

12.

Voor wateren waar emissies van chroom(VI) een risico kunnen opleveren, dienen de betrokken lidstaten milieukwaliteitsnormen (MKN) op te stellen alsmede nationale maatregelen om de verontreiniging terug te dringen teneinde deze MKN tegen 2015 te realiseren overeenkomstig het bepaalde in Richtlijn 2000/60/EG.

DEEL 3

2,2′,6,6′-TETRABROOM-4,4′-ISOPROPYLIDEENDIFENOL (TETRABROOMBISFENOL A)

(CAS-nr. 79-94-7; Einecs-nr. 201-236-9)

Risicoreductiemaatregelen voor het milieu (13,14)

13.

De bevoegde autoriteiten in de betrokken lidstaten dienen in de overeenkomstig Richtlijn 2008/1/EG afgegeven vergunningen voorwaarden, emissiegrenswaarden of gelijkwaardige parameters of technische maatregelen voor TBBPA vast te leggen, om ervoor te zorgen dat de exploitatie van de installaties in kwestie op basis van BBT geschiedt, rekening houdend met de technische karakteristieken van de betrokken installaties, de geografische ligging ervan en de plaatselijke milieuomstandigheden.

14.

Lokale emissies van TBBPA naar het milieu moeten waar nodig door nationale voorschriften worden gereguleerd om ervoor te zorgen dat er geen risico's voor het milieu te verwachten zijn.

DEEL 4

ADRESSATEN

15.

Deze aanbeveling is gericht tot alle sectoren waarin de genoemde stoffen worden ingevoerd, geproduceerd, vervoerd, opgeslagen, in een preparaat geformuleerd of anderszins verwerkt, gebruikt, verwijderd of teruggewonnen, en tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 30 mei 2008.

Voor de Commissie

Stavros DIMAS

Lid van de Commissie


(1)  PB L 84 van 5.4.1993, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).

(2)  PB L 25 van 28.1.1997, blz. 13.

(3)  PB L 273 van 26.10.2000, blz. 5.

(4)  PB L 161 van 29.6.1994, blz. 3.

(5)  PB C 152 van 18.6.2008, blz. 11.

(6)  PB L 131 van 5.5.1998, blz. 11. Richtlijn gewijzigd bij Richtlijn 2007/30/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 165 van 27.6.2007, blz. 21).

(7)  PB L 24 van 29.1.2008, blz. 8.

(8)  PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2008/32/EG (PB L 81 van 20.3.2008, blz. 60).