32003H0561

Aanbeveling van de Commissie van 23 juli 2003 betreffende kennisgevingen, termijnen en raadplegingen als bedoeld in artikel 7 van Richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten (Voor de EER relevante tekst) (kennisgeving geschied onder nummer C(2003) 2647)

Publicatieblad Nr. L 190 van 30/07/2003 blz. 0013 - 0018


Aanbeveling van de Commissie

van 23 juli 2003

betreffende kennisgevingen, termijnen en raadplegingen als bedoeld in artikel 7 van Richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten

(kennisgeving geschied onder nummer C(2003) 2647)

(Voor de EER relevante tekst)

(2003/561/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten (Kaderrichtlijn)(1), en met name op artikel 19, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Volgens het nieuwe reguleringskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten dienen nationale reguleringsinstanties bij te dragen tot de ontwikkeling van de interne markt door onder meer op transparante wijze met elkaar en met de Commissie samen te werken om te zorgen voor de ontwikkeling van een consistente reguleringspraktijk en de consistente toepassing van de richtlijnen die het nieuwe reguleringskader vormen.

(2) Om te verzekeren dat besluiten op nationaal niveau niet ongunstig uitwerken op de interne markt of op de met het nieuwe reguleringskader nagestreefde doelstellingen, dienen de nationale reguleringsinstanties de in artikel 7, lid 3, van Richtlijn 2002/21/EG (Kaderrichtlijn) bedoelde ontwerp-besluiten ter kennis te brengen van de Commissie en van andere nationale reguleringsinstanties.

(3) Als aanvullend vereiste geldt dat nationale reguleringsinstanties van de Commissie toestemming moeten verkrijgen voor de verplichtingen als bedoeld in artikel 8, lid 3, tweede alinea, van Richtlijn 2002/19/EG (Toegangsrichtlijn)(2), hetgeen een afzonderlijke procedure is.

(4) De Commissie zal nationale reguleringsinstanties, indien zij zulks verzoeken, de gelegenheid bieden elke ontwerp-maatregel te bespreken vóór de formele kennisgeving ervan overeenkomstig artikel 7 van Richtlijn 2002/21/EG (Kaderrichtlijn) en artikel 8, lid 3, van Richtlijn 2002/19/EG (Toegangsrichtlijn). Wanneer overeenkomstig artikel 7, lid 4, van Richtlijn 2002/21/EG (Kaderrichtlijn) de Commissie de nationale reguleringsinstantie heeft meegedeeld dat zij van oordeel is dat de ontwerp-maatregel een belemmering voor de interne markt opwerpt of indien zij ernstige twijfel heeft omtrent de verenigbaarheid van de ontwerp-maatregel met het Gemeenschapsrecht, krijgt de betrokken nationale reguleringsinstantie tijdig de gelegenheid haar standpunt kenbaar te maken ten aanzien van de door de Commissie ter sprake gebrachte punten.

(5) Richtlijn 2002/21/EG (Kaderrichtlijn) stelt bepaalde tijdslimieten vast voor de behandeling van kennisgevingen onder artikel 7.

(6) Om de doeltreffendheid van het in artikel 7 van Richtlijn 2002/21/EG (Kaderrichtlijn) beschreven samenwerkings- en raadplegingsmechanisme te faciliëren en te garanderen, en in het belang van de rechtszekerheid, zijn heldere regels noodzakelijk zowel voor de kennisgevingsprocedure en het onderzoek door de Commissie van een kennisgeving als voor het vaststellen van voormelde juridische termijnen.

(7) Voorts zou het dienstig zijn de procedurele regelingen in het kader van artikel 8, lid 3, tweede alinea, van Richtlijn 2002/19/EG (Toegangsrichtlijn) te verduidelijken.

(8) Teneinde het onderzoek van een ter kennis gebrachte ontwerp-maatregel te vereenvoudigen en te bespoedigen, is het wenselijk dat nationale reguleringsinstanties gebruikmaken van kennisgevingen in gestandaardiseerde vorm ("beknopt kennisgevingsformulier").

(9) De bij Beschikking 2002/627/EG van de Commissie(3) opgerichte Europese Groep van reguleringsinstanties heeft de behoefte aan dergelijke regelingen erkend.

(10) Teneinde te voldoen aan de doelstellingen uit artikel 8 van Richtlijn 2002/21/EG (Kaderrichtlijn), en met name aan de noodzaak om de ontwikkeling van een consistente reguleringspraktijk en de consistente toepassing van die richtlijn te waarborgen, is het essentieel dat het in artikel 7 van genoemde richtlijn beschreven kennisgevingsmechanisme volledig wordt nageleefd, en zulks op een zo doeltreffende mogelijke wijze.

(11) Het Comité voor communicatie heeft zijn advies uitgebracht overeenkomstig artikel 22, lid 2, van Richtlijn 2002/21/EG (Kaderrichtlijn),

BEVEELT AAN:

1. Termen omschreven in Richtlijn 2002/21/EG (Kaderrichtlijn) en in de specifieke richtlijnen hebben in deze aanbeveling dezelfde betekenis. Voorts wordt verstaan onder:

- "aanbeveling betreffende relevante markten": de aanbeveling van de Commissie betreffende relevante producten- en dienstenmarkten in de elektronische-communicatiesector die overeenkomstig Richtlijn 2002/21/EG (Kaderrichtlijn) aan regelgeving ex ante kunnen worden onderworpen(4);

- "kennisgeving": het door een nationale reguleringsinstantie ter kennis van de Commissie brengen van een ontwerp-maatregel overeenkomstig artikel 7, lid 3, van Richtlijn 2002/21/EG (Kaderrichtlijn) of een verzoek overeenkomstig artikel 8, lid 3, tweede alinea van Richtlijn 2002/19/EG (Toegangsrichtlijn), vergezeld van het beknopte kennisgevingsformulier als vastgelegd in de onderhavige aanbeveling (bijlage I).

2. Kennisgevingen moeten plaatsvinden, waar mogelijk, via e-mail met een verzoek om ontvangstbevestiging.

Bij e-mail gezonden documenten worden verondersteld te zijn ontvangen door de geadresseerde op de dag dat zij zijn verzonden.

Overeenkomstig punt 6 zullen kennisgevingen en bijgevoegde documenten worden geregistreerd in volgorde van ontvangst.

3. Kennisgevingen gaan in op de datum dat zij door de Commissie worden geregistreerd ("datum van registratie"). De datum van registratie is de datum waarop een volledige kennisgeving door de Commissie is ontvangen.

Op de website van de Commissie en via elektronische middelen zullen de nationale reguleringsinstanties in kennis worden gesteld van de datum van registratie van de kennisgeving, het onderwerp van de kennisgeving en van alle eventuele bijgevoegde documenten.

4. Kennisgevingen moeten in een van de officiële talen van de Gemeenschap zijn gesteld. Het begeleidende beknopte kennisgevingsformulier (bijlage 1) mag in een andere taal gesteld zijn dan die van de ontwerp-maatregel, om de daadwerkelijke raadpleging van alle overige nationale reguleringsinstanties te vergemakkelijken.

Eventuele opmerkingen of een besluit van de Commissie overeenkomstig artikel 7 van Richtlijn 2002/21/EG (Kaderrichtlijn) zullen zijn gesteld in de taal van de ter kennis gebrachte ontwerp-maatregel en, waar mogelijk, worden vertaald in de taal die werd gebruikt voor het beknopte kennisgevingsformulier.

5. Ontwerp-maatregelen die nationale reguleringsinstanties ter kennis brengen, moeten vergezeld gaan van de documentatie die de Commissie nodig heeft om haar taken uit te voeren. Ontwerp-maatregelen moeten afdoende met redenen zijn omkleed.

6. Kennisgevingen moeten, voorzover van toepassing, elk van de volgende elementen bevatten:

a) de relevante product- of dienstenmarkt;

b) de relevante geografische markt;

c) de belangrijkste op de relevante markt actieve onderneming(en);

d) de uitkomsten van de analyse van de relevante markt, inzonderheid de bevindingen ten aanzien van het al dan niet aanwezig zijn van een daadwerkelijke mededinging op die markt, alsmede de redenen daarvoor;

e) voorzover toepasselijk, de onderneming(en) die moet(en) worden aangewezen als onderneming(en) die, hetzij individueel of gezamenlijk met anderen, aanzienlijke marktmacht bezit(ten) in de zin van artikel 14 van Richtlijn 2002/21/EG (Kaderrichtlijn) en de argumenten, bewijsstukken en/of andere relevante feitelijke informatie die dergelijke aanwijzing staven;

f) de resultaten van voorafgaande openbare raadpleging die door de nationale reguleringsinstantie is uitgevoerd;

g) het eventueel door de nationale mededingingsautoriteit uit te brengen advies;

h) elementen waaruit blijkt dat op het tijdstip van de kennisgeving aan de Commissie de nodige maatregelen genomen zijn om nationale reguleringsinstanties in alle overige lidstaten in kennis te stellen van de ontwerp-maatregel;

i) in het geval van een kennisgeving van ontwerp-maatregelen die onder het toepassingsbereik van de artikelen 5 of 8 van Richtlijn 2002/19/EG (Toegangsrichtlijn) of artikel 16 van Richtlijn 2002/22/EG van het Europees Parlement en de Raad (Universele-dienstrichtlijn)(5) vallen, de specifieke reguleringsverplichting(en) die wordt (worden) voorgesteld om het gebrek aan daadwerkelijke mededinging op de betrokken relevante markt aan te pakken of, ingeval gebleken is dat er op een relevante markt sprake is van een daadwerkelijke mededinging en dergelijke verplichtingen in verband daarmee al zijn opgelegd, de maatregelen die worden voorgesteld om die verplichtingen in te trekken.

7. Wanneer een ontwerp-maatregel, met het oog op de marktanalyse, een relevante markt afbakent welke verschilt van die in de aanbeveling betreffende relevante markten, dienen nationale reguleringsinstanties voldoende argumenten te geven wat betreft de criteria die werden gehanteerd voor een dergelijke marktomschrijving.

8. Kennisgevingen die overeenkomstig artikel 8, lid 3, tweede alinea, van Richtlijn 2002/19/EG (Toegangsrichtlijn) plaatsvinden, moeten ook afdoende argumenten bevatten ten aanzien van de vraag waarom andere verplichtingen dan bedoeld in de artikelen 9 tot en met 13 van voormelde richtlijn moeten worden opgelegd aan exploitanten met aanmerkelijke marktmacht.

9. Kennisgevingen die onder de toepassing van artikel 8, lid 5, van Richtlijn 2002/19/EG (Toegangsrichtlijn) vallen, moeten ook afdoende argumenten bevatten ten aanzien van de vraag waarom de voorgenomen maatregelen zijn vereist om internationale verbintenissen na te komen.

10. Kennisgevingen die de toepasselijke informatie in de zin van punt 6 bevatten, worden geacht volledig te zijn. Wanneer de informatie, met inbegrip van documenten, uit de kennisgeving op een wezenlijk punt onvolledig is, deelt de Commissie dit binnen vijf werkdagen na ontvangst aan de betrokken nationale reguleringsinstantie mee en geeft zij aan in hoeverre zij de kennisgeving als onvolledig beschouwt. De kennisgeving wordt niet geregistreerd zolang de betrokken nationale reguleringsinstantie niet de nodige informatie heeft verschaft. In dergelijke gevallen zal, voor de toepassing van artikel 7 van Richtlijn 2002/21/EG (Kaderrichtlijn), de kennisgeving pas van kracht worden op de datum waarop de Commissie de volledige informatie ontvangt.

11. Onverlet het bepaalde in punt 6 kan de Commissie na de registratie van een kennisgeving overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Richtlijn 2002/21/EG (Kaderrichtlijn) verdere informatie of toelichting van de betrokken nationale reguleringsinstantie verlangen. Nationale reguleringsinstanties moeten trachten de gevraagde informatie binnen drie werkdagen mee te delen, voorzover deze gemakkelijk beschikbaar is.

12. Wanneer de Commissie opmerkingen maakt overeenkomstig artikel 7, lid 3, van Richtlijn 2002/21/EG (Kaderrichtlijn), stelt zij de betrokken nationale reguleringsinstantie daarvan langs elektronische weg in kennis en maakt zij deze opmerkingen bekend op haar website.

13. Wanneer een nationale reguleringsinstantie opmerkingen maakt overeenkomstig artikel 7, lid 3, van Richtlijn 2002/21/EG (Kaderrichtlijn), stelt zij de Commissie en de overige nationale reguleringsinstanties daarvan langs elektronische weg in kennis.

14. Wanneer de Commissie bij de toepassing van artikel 7, lid 4, van Richtlijn 2002/21/EG (Kaderrichtlijn) oordeelt dat een ontwerp-maatregel een belemmering voor de interne markt opwerpt of indien zij ernstige twijfel heeft omtrent de verenigbaarheid van de ontwerp-maatregel met het Gemeenschapsrecht en met name met de in artikel 8 van Richtlijn 2002/21/EG (Kaderrichtlijn) genoemde doelstellingen; of vervolgens

a) trekt zij de hierboven vermelde bezwaren in, of

b) neemt zij een besluit waarin zij van een nationale reguleringsinstantie verlangt dat deze de ontwerp-maatregel intrekt,

zal zij de betrokken nationale reguleringsinstantie daarvan via elektronische weg in kennis stellen en een bericht plaatsen op haar website.

15. Ten aanzien van kennisgevingen overeenkomstig artikel 8, lid 3, tweede alinea, van Richtlijn 2002/19/EG (Toegangsrichtlijn) neemt de Commissie overeenkomstig artikel 14, lid 2, van genoemde richtlijn in de regel binnen een periode van maximaal drie maanden een besluit dat de nationale reguleringsinstantie toestaat of verhindert de voorgenomen ontwerp-maatregel te nemen. De Commissie kan besluiten deze periode met nog eens twee maanden te verlengen in het licht van de gebleken moeilijkheden.

16. Een nationale reguleringsinstantie kan op elk tijdstip besluiten de ter kennis gebrachte ontwerp-maatregel in te trekken, in welk geval de ter kennis gebrachte maatregel geschrapt wordt uit het register. De Commissie zal een passend bericht in die zin publiceren op haar website.

17. Wanneer een nationale reguleringsinstantie die van de Commissie of andere nationale reguleringsinstanties overeenkomstig artikel 7, lid 3, van Richtlijn 2002/21/EG (Kaderrichtlijn) gemaakte opmerkingen heeft ontvangen, de ontwerp-maatregel goedkeurt, informeert zij, op verzoek van de Commissie, de Commissie en de overige nationale reguleringsinstanties over de wijze waarop zij zoveel mogelijk rekening heeft gehouden met de gemaakte opmerkingen.

18. Op verzoek van een nationale reguleringsinstantie bespreekt de Commissie een ontwerp-maatregel informeel vóór de kennisgeving ervan.

19. Overeenkomstig Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van de Raad(6) zullen alle termijnen waarvan sprake in Richtlijn 2002/21/EG (Kaderrichtlijn) of in onderhavige aanbeveling als volgt worden berekend:

a) wanneer een in dagen, weken of maanden omschreven termijn ingaat op het ogenblik waarop een gebeurtenis of handeling plaatsvindt, wordt de dag waarop deze gebeurtenis of handeling plaatsvindt, niet bij de termijn inbegrepen;

b) een in weken of maanden omschreven termijn loopt af bij het einde van de laatste dag die - in de laatste week of maand - dezelfde naam of cijferaanduiding heeft als de dag van de gebeurtenis vanaf welke de termijn ingaat. Indien in de laatste maand van een termijn die is omschreven in maanden, de dag die bepalend is voor het einde van de termijn, ontbreekt, dan loopt deze termijn af bij het einde van de laatste dag van deze maand;

c) feestdagen, zondagen en zaterdagen zijn bij de termijnen inbegrepen;

d) werkdagen zijn alle dagen die geen feestdagen, zondagen of zaterdagen zijn.

Indien de laatste dag van een termijn een feestdag, een zondag of een zaterdag is, dan loopt deze termijn af bij het einde van de daaropvolgende werkdag. De door de Commissie vastgestelde lijst van als feestdagen erkende dagen wordt telkens vóór het begin van het jaar in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt.

20. De Commissie zal, samen met de nationale reguleringsinstanties, de noodzaak onderzoeken van een herziening van deze regels, in beginsel echter niet eerder dan 25 juli 2004.

21. Deze aanbeveling is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 23 juli 2003.

Voor de Commissie

Erkki Liikanen

Lid van de Commissie

(1) PB L 108 van 24.4.2002, blz. 33.

(2) PB L 108 van 24.4.2002, blz. 7.

(3) PB L 200 van 30.7.2002, blz. 38.

(4) Aanbeveling 2003/311/EG van de Commissie van 11 februari 2003 betreffende relevante producten- en dienstenmarkten in de elektronische-communicatiesector die overeenkomstig Richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten aan regelgeving ex ante kunnen worden onderworpen (PB L 114 van 8.5.2003, blz. 45).

(5) PB L 108 van 24.4.2002, blz. 51.

(6) PB L 124 van 8.6.1971, blz. 1.

BIJLAGE

FORMULIER VOOR KENNISGEVING VAN ONTWERP-MAATREGELEN OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 7 VAN RICHTLIJN 2002/21/EG (KADERRICHTLIJN)

("Beknopt kennisgevingsformulier")

Inleiding

Dit formulier bevat de beknopte informatie die nationale reguleringsinstanties aan de Commissie moeten verstrekken bij kennisgeving van ontwerp-maatregelen overeenkomstig artikel 7 van Richtlijn 2002/21/EG (Kaderrichtlijn).

De Commissie is voornemens met nationale reguleringsinstanties vraagstukken in verband met de toepassing van artikel 7 te bespreken, inzonderheid tijdens bijeenkomsten voorafgaand aan de kennisgeving. De nationale reguleringsinstanties worden dan ook aangemoedigd de Commissie te raadplegen over enigerlei aspect van dit formulier en met name over welk soort inlichtingen zij verzocht worden te verstrekken of, integendeel, over de mogelijkheid af te zien van de verplichting bepaalde informatie te verstrekken in verband met de marktanalyse die door nationale reguleringsinstanties wordt uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 15 en 16 van Richtlijn 2002/21/EG (Kaderrichtlijn).

Correcte en volledige informatie

Alle door nationale reguleringsinstanties meegedeelde informatie moet correct en volledig zijn en beknopt worden weergegeven op het hierna voorgeschreven formulier. Dit formulier is niet bedoeld ter vervanging van de ter kennis gebrachte ontwerp-maatregel, maar moet de Commissie en de nationale reguleringsinstanties in andere lidstaten in staat stellen na te gaan of de ter kennis gebrachte ontwerp-maatregel, volgens de in het formulier gegeven informatie, inderdaad alle informatie bevat die nodig is opdat de Commissie haar opdracht krachtens artikel 7 van Richtlijn 2002/21/EG (Kaderrichtlijn) uit kan voeren binnen de in dat artikel voorgeschreven termijn.

De in dit formulier gevraagde informatie moet de onderverdeling in delen en punten van het formulier worden aangehouden, met kruisverwijzingen naar de tekst van de ontwerp-maatregel waar bedoelde informatie is te vinden.

Taal

Het formulier moet worden ingevuld in een van de officiële talen van de Europese Gemeenschap; de taal kan verschillen van de taal die wordt gebruikt in de ter kennis gebrachte ontwerp-maatregel. Elk advies of besluit van de Commissie uit hoofde van artikel 7 van Richtlijn 2002/21/EG (Kaderrichtlijn) zal zijn gesteld in de taal van de ter kennis gebrachte ontwerp-maatregel, en waar mogelijk worden vertaald in de taal die werd gebruikt voor het beknopte kennisgevingsformulier.

BEKNOPT KENNISGEVINGSFORMULIER

DEEL 1 Marktdefinitie

Gelieve te vermelden (voorzover van toepassing):

1.1. de getroffen relevante product-/dienstenmarkt. Wordt deze markt vermeld in de aanbeveling betreffende relevante markten?

1.2. de getroffen relevante geografische markt;

Geef a.u.b. (voorzover van toepassing):

1.3. een beknopte samenvatting van het eventueel door de nationale mededingingsautoriteit uit te brengen advies;

1.4. een beknopt overzicht van de uitkomsten tot dusver van de openbare raadpleging over de voorgestelde marktomschrijving (bv. hoeveel opmerkingen er zijn ontvangen, welke respondenten instemden met de voorgestelde marktomschrijving, welke respondenten het daarmee juist oneens waren);

1.5. wanneer de afgebakende relevante markt verschilt van die vermeld in de aanbeveling betreffende relevante markten, een samenvatting van de belangrijkste redenen die de voorgestelde marktomschrijving rechtvaardigden onder verwijzing naar deel 2 van de richtsnoeren van de Commissie inzake de afbakening van de relevante markt en de beoordeling van aanzienlijke marktmacht(1) en de drie belangrijke criteria vermeld in overwegingen 9 tot en met 16 van de aanbeveling betreffende relevante markten en deel 3.2 van de begeleidende toelichting.

DEEL 2 Aanwijzing van ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht

Gelieve te vermelden (voorzover van toepassing):

2.1. de naam (namen) van de onderneming(en) die is (zijn) aangewezen als, hetzij individueel of gezamenlijk met anderen, aanzienlijke marktmacht bezittend.

Vermeld in voorkomend geval de naam (namen) van de onderneming(en) die wordt (worden) beschouwd als niet langer aanzienlijke marktmacht bezittend;

2.2. de criteria die werden gehanteerd voor het besluit om een onderneming al dan niet aan te wijzen als, hetzij individueel of gezamenlijk met anderen, aanzienlijke marktmacht bezittend;

2.3. de namen van de belangrijkste ondernemingen (concurrenten) die op de relevante markt aanwezig/actief zijn;

2.4. de marktaandelen van bovenvermelde ondernemingen en de basis die werd gebruikt voor de berekening ervan (bv. omzet, aantal abonnees).

Gelieve een beknopte samenvatting te geven van:

2.5. het eventueel door de nationale mededingingsautoriteit uit te brengen advies;

2.6. de uitkomsten tot dusver van de openbare raadpleging over de voorgestelde aanwijzing(en) als onderneming(en) met aanzienlijke marktmacht (bv. het totale aantal ontvangen opmerkingen, hoeveel eens/hoeveel oneens).

DEEL 3 Wettelijke verplichtingen

Gelieve te vermelden (voorzover van toepassing):

3.1. de rechtsgrond voor de verplichtingen die zullen worden opgelegd, behouden, gewijzigd of ingetrokken (artikelen 9 tot en met 13 van Richtlijn 2002/19/EG (Toegangsrichtlijn));

3.2. de redenen waarom het opleggen, behouden of wijzigen van verplichtingen voor ondernemingen wordt beschouwd als evenredig en gerechtvaardigd in het licht van de doelstellingen uit artikel 8 van Richtlijn 2002/21/EG (Kaderrichtlijn). Gelieve anders aan te geven in welke punten of delen of op welke pagina's van de ontwerp-maatregel die informatie is te vinden;

3.3. indien de voorgestelde oplossingen andere zijn dan die welke zijn vermeld in de artikelen 9 tot en met 13 van Richtlijn 2002/19/EG (Toegangsrichtlijn), gelieve aan te geven welke de "uitzonderlijke omstandigheden" in de zin van artikel 8, lid 3, van genoemde richtlijn zijn die het opleggen van dergelijke oplossingen rechtvaardigen. Gelieve anders aan te geven in welke punten of delen of op welke pagina's van de ontwerp-maatregel die informatie is te vinden.

DEEL 4 Naleving internationale verbintenissen

Met betrekking tot artikel 8, lid 3, eerste alinea, derde streepje, van Richtlijn 2002/19/EG (Toegangsrichtlijn) gelieve, voorzover van toepassing, te vermelden:

4.1. of de voorgenomen ontwerp-maatregel bedoeld is om voor marktpartijen geldende verbintenissen op te leggen, te wijzigen of op te heffen als bepaald in artikel 8, lid 5, van Richtlijn 2002/19/EG (Toegangsrichtlijn);

4.2. de naam (namen) van de betrokken onderneming(en);

4.3. welke de door de Gemeenschap en de lidstaten aangegane internationale verbintenissen zijn die moeten worden nageleefd.

(1) Richtsnoeren van de Commissie voor de marktanalyse en de beoordeling van aanmerkelijke marktmacht in het bestek van het gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische communicatienetwerken en -diensten (PB C 165 van 11.7.2002, blz. 2).