32001L0111

Richtlijn 2001/111/EG van de Raad van 20 december 2001 inzake bepaalde voor menselijke voeding bestemde suikers

Publicatieblad Nr. L 010 van 12/01/2002 blz. 0053 - 0057


Richtlijn 2001/111/EG van de Raad

van 20 december 2001

inzake bepaalde voor menselijke voeding bestemde suikers

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 37,

Gezien het voorstel van de Commissie(1),

Gezien het advies van het Europees Parlement(2),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité(3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Bepaalde verticale richtlijnen op het gebied van levensmiddelen dienen te worden vereenvoudigd, teneinde uitsluitend rekening te houden met de essentiële eisen waaraan de onder deze richtlijnen vallende producten moeten voldoen om te kunnen deelnemen aan het vrije verkeer op de interne markt, overeenkomstig de conclusies van de Europese Raad van Edinburgh op 11 en 12 december 1992, bevestigd door die van de Europese Raad van Brussel op 10 en 11 december 1993.

(2) Ter motivering van Richtlijn 73/437/EEG van de Raad van 11 december 1973 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake bepaalde voor menselijke consumptie bestemde suikers(4), is gesteld dat de verschillen tussen de nationale wetgevingen met betrekking tot bepaalde suikercategorieën oneerlijke concurrentievoorwaarden konden scheppen waardoor de consument kon worden misleid, en dat zij derhalve rechtstreeks van invloed waren op de totstandkoming en de werking van de gemeenschappelijke markt.

(3) Met Richtlijn 73/437/EEG werd derhalve beoogd gemeenschappelijke omschrijvingen en regels vast te stellen met betrekking tot de samenstelling, de verpakking en de etikettering van deze producten, teneinde het vrije verkeer daarvan binnen de Gemeenschap te verzekeren.

(4) De Commissie is voornemens zo spoedig mogelijk en in ieder geval vóór 1 juli 2000 voor te stellen om in Richtlijn 80/232/EEG van de Raad van 15 januari 1980 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake de voor bepaalde voorverpakte producten toegestane reeksen van nominale hoeveelheden en nominale capaciteiten(5) voor de onder deze richtlijn vallende producten een nominaal gewicht op te nemen.

(5) Richtlijn 73/437/EEG moet volledig worden herzien teneinde de regels betreffende de samenstelling en het in de handel brengen van bepaalde voor menselijke voeding bestemde suikers toegankelijker te maken, alsmede met het oog op de aanpassing van die richtlijn aan de algemene Gemeenschapswetgeving inzake levensmiddelen, met name de wetgeving inzake etikettering, toegestane kleurstoffen en andere additieven, extractiemiddelen en analysemethoden.

(6) De algemene regels inzake de etikettering van levensmiddelen die bij Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad(6) zijn vastgesteld, moeten met inachtneming van bepaalde voorwaarden worden toegepast.

(7) In overeenstemming met de in artikel 5 van het Verdrag neergelegde beginselen van subsidiariteit en evenredigheid, kan de doelstelling om gemeenschappelijke definities en regels voor de betrokken producten vast te stellen en de bepalingen aan de algemene communautaire voorschriften voor levensmiddelen aan te passen niet voldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt en kan zij derhalve vanwege de aard van de richtlijn, beter door de Gemeenschap worden verwezenlijkt; deze richtlijn beperkt zich tot wat nodig is om de nagestreefde doelstellingen te verwezenlijken.

(8) De voor de uitvoering van deze richtlijn vereiste maatregelen dienen te worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden(7).

(9) Teneinde het ontstaan van nieuwe belemmeringen voor het vrije verkeer te voorkomen, moeten de lidstaten ervan afzien om voor de bedoelde producten nationale bepalingen vast te stellen waarin deze richtlijn niet voorziet,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Deze richtlijn is van toepassing op de in deel A van de bijlage omschreven producten.

Deze richtlijn is echter niet van toepassing op de in deel A van de bijlage omschreven producten in de vorm van poedersuiker, kandijsuiker of suikerbroden.

Artikel 2

Richtlijn 2000/13/EG is met inachtneming van de volgende voorwaarden en afwijkingen van toepassing op de in deel A van de bijlage omschreven producten:

1. De in deel A van de bijlage opgenomen benamingen mogen, onverminderd punt 5, uitsluitend worden gebruikt voor de daar genoemde producten en worden in de handel gebruikt ter aanduiding van die producten.

De in deel A, punt 2, van de bijlage genoemde benaming mag ook worden gebruikt voor de aanduiding van het in deel A, punt 3, van de bijlage bedoelde product.

Evenwel:

- mogen op de in deel A van de bijlage omschreven producten, naast de verplichte benaming, andere, in de lidstaten gebruikelijke nadere aanduidingen voorkomen;

- mogen de benamingen ook worden gebruikt in benamingen waarmee, overeenkomstig de bestaande gebruiken, andere producten worden aangeduid

mits de consument hierdoor niet in verwarring kan worden gebracht.

2. Voor voorverpakte producten met een gewicht van minder dan 20 g hoeft het nettogewicht niet op de etikettering te worden vermeld.

3. De etikettering van vloeibare suiker, vloeibare invertsuiker en invertsuikerstroop omvat de vermelding van het gehalte aan droge stof en aan invertsuiker.

4. De etikettering van invertsuikerstroop met kristallen in de oplossing omvat de vermelding "gekristalliseerd".

5. Wanneer de in punten 7 en 8 van deel A van de bijlage genoemde producten meer dan 5 gewichtsprocenten van de droge stof aan fructose bevatten, moet wat betreft hun productnaam en als ingrediënt op het etiket respectievelijk "glucose-fructosestroop" of "fructose-glucosestroop" en "gedroogdeglucose-fructosestroop" of "gedroogdefructose-glucosestroop" worden vermeld om aan te geven of het glucose- dan wel het fructoseaandeel het grootst is.

Artikel 3

De lidstaten stellen met betrekking tot de in de bijlage omschreven producten geen nationale bepalingen vast waarin deze richtlijn niet voorziet.

Artikel 4

De voor de uitvoering van deze richtlijn vereiste maatregelen die betrekking hebben op de volgende aangelegenheden, worden volgens de regelgevingsprocedure als bedoeld in artikel 5, lid 2, vastgesteld:

- aanpassing van deze richtlijn aan de algemene gemeenschapswetgeving inzake levensmiddelen;

- aanpassing aan de vooruitgang van de techniek.

Artikel 5

1. De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 1 van Besluit 69/414/EEG(8) opgerichte permanent comité voor levensmiddelen (hierna "comité").

2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

3. Het comité stelt zijn reglement van orde vast.

Artikel 6

Richtlijn 73/437/EEG wordt met ingang van 12 juli 2003 ingetrokken.

Verwijzingen naar Richtlijn 73/437/EEG gelden als verwijzing naar de onderhavige richtlijn.

Artikel 7

De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 12 juli 2003 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Deze bepalingen worden zodanig toegepast dat:

- het in de handel brengen van de in deel A van de bijlage omschreven producten, voorzover zij aan de in deze richtlijn vervatte omschrijvingen en regels voldoen, met ingang van 12 juli 2003 wordt toegestaan;

- het in de handel brengen van producten die niet aan de bepalingen van deze richtlijn voldoen, met ingang van 12 juli 2004 wordt verboden.

Producten die niet aan de bepalingen van deze richtlijn voldoen, maar die vóór 12 juli 2004 overeenkomstig Richtlijn 73/437/EEG zijn geëtiketteerd, mogen evenwel in de handel worden gebracht totdat de voorraden zijn opgebruikt.

Wanneer de lidstaten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

Artikel 8

Deze richtlijn treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 9

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 20 december 2001.

Voor de Raad

De voorzitter

C. Picqué

(1) PB C 231 van 9.8.1996, blz. 6.

(2) PB C 279 van 1.10.1999, blz. 90.

(3) PB C 56 van 24.2.1997, blz. 20.

(4) PB L 356 van 27.12.1973, blz. 71. Richtlijn gewijzigd bij de Akte van Toetreding van 1985.

(5) PB L 51 van 25.2.1980, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 87/356/EEG (PB L 192 van 11.7.1987, blz. 48).

(6) PB L 109 van 6.5.2000, blz. 29.

(7) PB L 184 van 7.7.1999, blz. 23.

(8) PB L 291 van 19.11.1969, blz. 9.

BIJLAGE

A. BENAMING EN OMSCHRIJVING VAN DE PRODUCTEN

1. Halfwitte suiker

Gezuiverde en gekristalliseerde sacharose van deugdelijke handelskwaliteit, met de volgende kenmerken:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2. Suiker of witte suiker

Gezuiverde en gekristalliseerde sacharose van deugdelijke handelskwaliteit, met de volgende kenmerken:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

3. Geraffineerde suiker of geraffineerde witte suiker

Het product met de in punt 2, onder a), b) en c), genoemde kenmerken, waarvan het aantal punten, bepaald volgens de in deel B genoemde methode, in totaal niet meer bedraagt dan 8, noch meer dan:

- 4 voor het kleurtype,

- 6 voor het asgehalte,

- 3 voor de kleur van de oplossing.

4. Vloeibare suiker(1)

Waterige oplossing van sacharose, met de volgende kenmerken:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

5. Vloeibare invertsuiker(2)

Waterige oplossing van door hydrolyse gedeeltelijk geïnverteerde sacharose, waarin de invertsuiker niet overweegt en met de volgende kenmerken:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

6. Invertsuikerstroop(3)

Waterige, eventueel gekristalliseerde oplossing van door hydrolyse gedeeltelijk geïnverteerde sacharose, waarin het gehalte aan invertsuiker (fructose/dextrose-verhouding: 1,0 ± 0,1) ten opzichte van de droge stof meer dan 50 gewichtsprocenten bedraagt en die bovendien voldoet aan de in punt 5, onder a) en c), gestelde eisen.

7. Glucosestroop

Gezuiverde en geconcentreerde waterige oplossing van voedingssuikers, verkregen uit zetmeel en/of inuline en met de volgende kenmerken:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

8. Gedroogde glucosestroop

Gedeeltelijk gedroogde glucosestroop, waarvan het gehalte aan droge stof ten minste 93 gewichtsprocenten bedraagt en die bovendien voldoet aan de in punt 7, onder b) en c), gestelde eisen.

9. Dextrose of dextrosemonohydraat

Gezuiverde en gekristalliseerde D-glucose met één molecule kristalwater, met de volgende kenmerken:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

10. Dextrose of watervrije dextrose

Gezuiverde en gekristalliseerde D-glucose zonder kristalwater, waarvan het gehalte aan droge stof ten minste 98 gewichtsprocenten bedraagt en die bovendien aan de in punt 9, onder a) en c), gestelde eisen voldoet.

11. Fructose

Gezuiverde en gekristalliseerde D-fructose met de volgende kenmerken:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

B. METHODE TER BEPALING VAN HET KLEURTYPE, HET CONDUCTOMETRISCH BEPAALDE ASGEHALTE EN DE KLEUR VAN DE OPLOSSING VOOR DE IN DEEL A, PUNTEN 2 EN 3, OMSCHREVEN (WITTE) SUIKER EN GERAFFINEERDE (WITTE) SUIKER

Eén "punt" komt overeen:

a) wat het kleurtype betreft, met 0,5 eenheid volgens de methode van het Instituut voor landbouwtechnologie en suikerindustrie te Brunswijk, als omschreven in deel A, punt 2, van de bijlage bij Verordening (EEG) nr. 1265/69 van de Commissie van 1 juli 1969 betreffende de methoden welke van toepassing zijn bij de bepaling van de kwaliteit voor suiker gekocht door de interventiebureaus(4);

b) wat het asgehalte betreft, met 0,0018 % volgens de methode van de International Commission for Uniform Methods of Sugar Analysis (ICUMSA) als omschreven in deel A, punt 1, van de bijlage bij Verordening (EEG) nr. 1265/69;

c) wat de kleur van de oplossing betreft, met 7,5 eenheden volgens de in deel A, punt 3, van de bijlage bij Verordening (EEG) nr. 1265/69 omschreven ICUMSA-methode.

(1) De aanduiding "wit" mag alleen worden gebruikt:

a) voor vloeibare suiker en vloeibare invertsuiker waarvan de kleurintensiteit 25 ICUMSA-eenheden niet overschrijdt, hetgeen wordt bepaald overeenkomstig de in deel B, onder c), gespecificeerde methode;

b) voor vloeibare invertsuiker en voor invertsuikerstroop waarvan

- het conductometrisch bepaald asgehalte niet hoger is dan 0,1 %;

- de kleurintensiteit van de oplossing 25 ICUMSA-eenheden niet overschrijdt, hetgeen wordt bepaald overeenkomstig de in deel B, onder c), gespecificeerde methode.

(2) De aanduiding "wit" mag alleen worden gebruikt:

a) voor vloeibare suiker en vloeibare invertsuiker waarvan de kleurintensiteit 25 ICUMSA-eenheden niet overschrijdt, hetgeen wordt bepaald overeenkomstig de in deel B, onder c), gespecificeerde methode;

b) voor vloeibare invertsuiker en voor invertsuikerstroop waarvan

- het conductometrisch bepaald asgehalte niet hoger is dan 0,1 %;

- de kleurintensiteit van de oplossing 25 ICUMSA-eenheden niet overschrijdt, hetgeen wordt bepaald overeenkomstig de in deel B, onder c), gespecificeerde methode.

(3) De aanduiding "wit" mag alleen worden gebruikt:

a) voor vloeibare suiker en vloeibare invertsuiker waarvan de kleurintensiteit 25 ICUMSA-eenheden niet overschrijdt, hetgeen wordt bepaald overeenkomstig de in deel B, onder c), gespecificeerde methode;

b) voor vloeibare invertsuiker en voor invertsuikerstroop waarvan

- het conductometrisch bepaald asgehalte niet hoger is dan 0,1 %;

- de kleurintensiteit van de oplossing 25 ICUMSA-eenheden niet overschrijdt, hetgeen wordt bepaald overeenkomstig de in deel B, onder c), gespecificeerde methode.

(4) PB L 163 van 1.7.1969, blz. 1.