31991H0337

91/337/EEG: Aanbeveling van de Commissie van 6 mei 1991 betreffende harmonisatie in de Gemeenschap van databanken op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling

Publicatieblad Nr. L 189 van 13/07/1991 blz. 0001 - 0034


AANBEVELING VAN DE COMMISSIE

van 6 mei 1991

betreffende harmonisatie in de Gemeenschap van databanken op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling

(91/337/EEG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Overwegende dat de Commissie, in nauwe samenwerking met de Lid-Staten, elke noodzakelijk geachte actie kan ondernemen ten einde de cooerdinatie van het nationale beleid en van de nationale programma's voor onderzoek en technologische ontwikkeling te bevorderen;

Overwegende dat de Commissie van oordeel is dat versterking van de wetenschappelijke en technologische grondslagen van de Europese industrie en de verdere ontwikkeling van het internationale concurrentievermogen van de Gemeenschap een voortdurende en snelle gegevensuitwisseling tussen de Lid-Staten vergen;

Overwegende dat de Lid-Staten reeds over instrumenten beschikken waarmee aan deze behoefte kan worden voldaan, en met name over nationale databanken op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling;

Overwegende de communautaire maatregelen van de Gemeenschap op aanverwante gebieden, zoals uitbreiding van de activiteiten op het gebied van informatieverbreiding met betrekking tot communautair onderzoek en technische ontwikkeling (O & TO), bevordering van normalisatie op het gebied van informatie-uitwisseling per computer en telecommunicatienetten, en de opzet van een geïntegreerd Europees telecommunicatienet;

Overwegende dat de op nationale behoeften gebaseerde databanken onderling niet volledig compatibel zijn; dat om aan de behoeften van de Gemeenschap te kunnen voldoen een harmonisatie-inspanning nodig is;

Overwegende dat te dien einde in het perspectief van de verwezenlijking van de interne markt vóór 1 januari 1993 maatregelen moeten worden getroffen;

Overwegende dat het Comité voor wetenschappelijk en technisch onderzoek (Crest) is geraadpleegd,

BEVEELT DE LID-STATEN AAN:

Artikel 1

De Lid-Staten wordt aanbevolen ervoor te zorgen dat de organisaties die belast zijn met verbreiding van informatie op nationaal vlak over de activiteiten op O & TO-gebied vóór

1 januari 1993 progressief overgaan tot:

1. harmonisatie van de bestaande nationale databanken op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling, ten einde de doelstellingen van de Gemeenschap op dit gebied te verwezenlijken en tussen de Lid-Staten de cooerdinatie van het beleid en van de programma's voor onderzoek en technologische ontwikkeling te bevorderen;

2. opname van informatie over de projecten op het gebied van wetenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkeling die door het bedrijfsleven en door onderzoekinstellingen in de Lid-Staten worden uitgevoerd, de in punt 1 genoemde nationale databanken. De technische specifaties voor de beschrijving van de projecten staan vermeld in bijlage I;

3. instelling van een gemeenschappelijk meertalig en multidisciplinair classificatiesysteem voor het opzetten van de

in punt 1 genoemde nationale databanken. Dit systeem moet voldoende flexibel zijn om het regelmatig aan zich wijzigende wetenschappelijke en technologische behoeften te kunnen aanpassen. Het bedoelde classificatiesysteem is weergegeven in bijlage II;

4. de samenstelling in een later stadium van een gemeenschappelijke dynamische meertalige en multidisciplinaire thesaurus (gestructureerde taal).

Artikel 2

1. De Lid-Staten cooerdineren onderling de in artikel 1 genoemde maatregelen.

2. Zij stellen de Commissie van de maatregelen die ter uitvoering van deze aanbeveling zijn genomen, in kennis.

3. Het Comité voor wetenschappelijk en technisch onderzoek (Crest) houdt op de toepassing van deze aanbeveling toezicht en gaat daartoe regelmatig en minstens eenmaal in de twee jaar over tot een gedachtenwisseling.

Artikel 3

Deze aanbeveling is gericht tot de Lid-Staten.

Gedaan te Brussel, 6 mei 1991.

Voor de Commissie

Filippo M. PANDOLFI

Vice-Voorzitter

BIJLAGE I

HANDLEIDING

CERIF

Common European Research Information Format

Gegevensopmaak ontwikkeld ten behoeve van het geplande netwerk van Europese onderzoekgegevensbanken

Inhoud

Bladzijde

1. Toepassingsgebied en gebruik .

4

2. Definities .

4

3. Normen en verwijzingen .

5

4. Het definiëren van projecten .

6

5. Gegevensstructuur: lijst van gegevensbestanddelen .

6

II. Essentiële gegevensbestanddelen .

7

1. Bestuurlijke informatie .

7

2. Gegevens over het vastleggen van het onderzoekproject .

8

3. Gegevens betreffende de inhoud van het onderzoekproject .

9

4. Gegevens betreffende het opgeven van het contactadres .

12

5. Gegevens met betrekking tot het identificeren van onderzoek (het indexeren en terugzoeken (retrieving) van informatie) .

15

6. Gegevens betreffende de "kritische massa" van het onderzoekproject .

16

II. Facultatieve gegevensbestanddelen .

19

Overzicht van gegevensbestanddelen .

20

6. Referentiedocumenten .

22

CERIF

Common European Research Information Format

1.

Toepassingsgebied en gebruik

Het Common European Research Information Format (Cerif) (;) is een project dat is opgezet om te voorzien in een standaardopmaak van gegevens en heeft twee hoofddoelen:

1. het mogelijk maken dat de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap records met informatie over onderzoekprojecten onderling kunnen uitwisselen;

2. het dienen als basis voor de opmaak van gegevens in verband met het opzetten van het bedoelde netwerk van onderzoekgegevensbanken.

Bij het ontwerp van Cerif is er van uitgegaan dat de grootst mogelijke flexibiliteit moet blijven bestaan voor de verwerking van gegevens die betrekking hebben op een aantal verschillende soorten onderzoekprojecten en afkomstig zijn van verschillende bestaande gegevensbanken met informatie over onderzoekactiviteiten in de Lid-Staten.

Daarom staat het nationale instellingen die met het beheer van onderzoekgegevensbanken zijn belast, vrij om ten behoeve van lokaal gebruik te kiezen voor één of meerdere willekeurige opmaakvormen die met behulp van een computerprogramma omgezet kunnen worden in Cerif.

Eén van de doelstellingen bij het ontwikkelen van Cerif bestond in het ontwerpen van een geschikte gegevensopmaakvorm waarvan direct gebruik kon worden gemaakt door nationale (of andere) instellingen die begonnen met het opzetten van een gegevensbank met informatie over onderzoekactiviteiten. Het vergemakkelijken van de uitwisseling van onderzoekinformatie vormde een tweede doelstelling.

Deze gemeenschappelijke opmaakvorm (format) voorziet in:

- een lijst van essentiële gegevens (core data elements),

- een aantal facultatieve gegevens die nuttig kunnen zijn bij de verdere beschrijving van een stuk informatie, al naar gelang van de betekenis daarvan voor het project.

Met behulp van deze voorzieningen kan een instelling, in overeenstemming met de manier waarop men gewend was records aan te leggen, gegevens die geen deel uitmaken van de standaardopmaakvorm maar wel binnen haar systeem nuttig worden geacht, toch opnemen, zelfs al maken andere instellingen daar geen gebruik van.

2.

Definities

Gegeven(sbestanddeel) (data element):

kleinst mogelijke informatie-eenheid die expliciet wordt geïdentificeerd.

Veld:

een gedeelte van een record dat een bepaalde categorie gegevens bevat. Een veld kan zijn opgebouwd uit één of meerdere subvelden.

Een veld wordt gekarakteriseerd door:

- het soort: uniek sleutelveld / sleutelveld / geen sleutelveld.

Een sleutelveld is een veld waarop een zoekbewerking moet kunnen worden uitgevoerd.

Een uniek sleutelveld is een veld waarop enerzijds een zoekbewerking moet kunnen worden uitgevoerd en dat anderzijds uniek dient te zijn: twee records mogen in dit veld niet dezelfde waarde hebben;

- het type: tekstveld / numeriek veld / datumveld;

- beperkingen: een veld dient wel of niet met een veld in een ander bestand overeen te komen;

- verplichting: een veld dient wel of niet te worden ingevuld.

Bestand (file):

een aantal records met dezelfde recordstructuur.

Record:

een verzameling velden die specifiek zijn gedefinieerd.

Subveld:

een afzonderlijk geïdentificeerd deel van een veld dat een gedefinieerd informatiebestanddeel bevat.

(;) De structuur van deze handleiding is gebaseerd op "CCF: The Common Communication Format", General Information Programme and Unisist, Unesco, 1984.

3.

Normen en verwijzingen

Voor controle op het gebruik van genormaliseerde codes kan gebruik worden gemaakt van velden die met een veld in een ander bestand dienen overeen te komen ("must-match fields").

3.1.

Codes voor de gebruikte talen

Deens:

DA

Nederlands:

NL

Engels:

EN

Frans:

FR

Duits:

DE

Grieks:

EL

Italiaans:

IT

Portugees:

PT

Spaans:

ES.

Bron: ISO/DIS 639.

3.2.

Codes voor de landen

Bron: ISO 3166.

Lid-Staten van de Europese Gemeenschap:

België:

BE

Denemarken:

DK

Frankrijk:

FR

Duitsland:

DE

Griekenland:

GR

Ierland:

IE

Italië:

IT

Luxemburg:

LU

Nederland:

NL

Portugal:

PT

Spanje:

ES

Verenigd Koninkrijk:

GB.

Voor het geheel van de Europese Gemeenschap is een extra "landcode" toegevoegd:

Europese Gemeenschap:

EU.

Opmerking

Om de banden aan te geven met onderzoekactiviteiten die in de met de EG-Lid-Staten verbonden landen worden ontplooid, zou een lijst van overzeese gebiedsdelen met bijbehorende landcodes van nut kunnen zijn.

3.3.

Codes voor de nationale munteenheden

Europa:

ECU

België:

BEF

Denemarken:

DKK

Frankrijk:

FFR

Duitsland:

DEM

Griekenland:

GRD

Ierland:

IEP

Italië:

ITL

Luxemburg:

LUF

Nederland:

NLG

Portugal:

PTE

Spanje:

ESP

Verenigd Koninkrijk:

GBP.

Bron: ISO 4217-1978.

3.4.

Normen voor adressen

Voor de opmaak van adressen bleek geen internationale norm te kunnen worden opgesteld.

4.

Het definiëren van projecten (;)

Een onderzoekproject bestaat uit activiteiten op het gebied van onderzoek of ontwikkeling met een specifieke doelstelling, een aanvangsdatum en een vermoedelijke einddatum, die binnen een bepaald onderzoekteam worden uitgevoerd en al dan niet extern worden gefinancierd.

De voorgestelde gegevensverzameling is in twee hoofdgroepen verdeeld:

- een groep gegevens die in een gemeenschappelijke vorm moet worden opgemaakt;

- een groep gegevens waarin andere relevante informatie wordt ondergebracht.

GROEP I - ESSENTIËLE GEGEVENS: HOOFDVERZAMELING

- Titel.

- Samenvatting (opgave van titel en samenvatting in twee talen verdient aanbeveling).

- Adres (met inbegrip van de namen van de onderzoekinstelling, de afdeling en het team).

- Projectbeheerder (gedefinieerd als de "houder" van het contract).

- Naam (namen) van de stafleden van het onderzoekteam.

- Aanvangsdatum en vermoedelijke einddatum.

- Identificatiebestanddelen:

- vrije sleutelwoorden;

- gecontroleerde termen (onderzoekthesaurus: facultatief) (;)

- codes uit een classificatiestelsel (aanbevolen onderzoekclassificatiestelsel: Research Classification Scheme ($)).

- Direct met het onderzoekproject samenhangende financiering:

- financiële middelen;

- jaarlijkse begroting; facultatief: begrotingsspecificatie voor personeel, organisatie en apparatuur.

- Personeel: equivalent aantal onderzoekers met een volledige dagtaak (FTE).

GROEP II - AANVULLENDE INFORMATIE: FACULTATIEVE GEGEVENS

Aanvullende opmerkingen die voor het onderzoekproject van essentieel belang zijn, dienen eveneens te worden opgenomen; bij voorbeeld inlichtingen betreffende

- omvattende onderzoekprogramma's, banden met andere projecten;

- samenwerking met andere instellingen;

- in het kader van het onderzoekproject reeds geboekte resultaten (bij voorbeeld het aantal publikaties);

- speciale apparatuur waarvan de vermelding van essentieel belang is voor een juist begrip van het werkterrein van het project.

5.

Gegevensstructuur: lijst van gegevens (=)

Dit hoofdstuk vormt een volledige referentielijst van essentiële (verplichte) en aanvullende (facultatieve) gegevensbestanddelen.

De twee gegevenscategorieën worden als volgt gedefinieerd:

1. "essentiële" gegevens (ofwel "kern"-gegevens, "core" data):

een gegevensbestanddeel dat "essentieel" wordt genoemd, moet in de projectbeschrijving worden opgenomen indien het afkomstig is van of opgemaakt kan worden uit de door de onderzoekinstelling geleverde informatie. (Het kan zich wel eens voordoen dat een essentieel gegevensbestanddeel ontbreekt.);

2. "aanvullende" of "facultatieve" gegevens:

- een gegevensbestanddeel wordt aldus aangeduid indien het relevant en belangrijk genoeg wordt bevonden om in het record met de beschrijving van het project te worden opgenomen;

- een dergelijk gegevensbestanddeel is echter geen absolute vereiste voor een volledige en eenduidige beschrijving van het project; het opnemen ervan is derhalve facultatief en is een beleidsaangelegenheid van het individuele informatiesysteem.

(;) Aanbevolen onderzoekthesaurus (Research Thesaurus) (lijst van gecontroleerde termen, "controlled terms"): bijlage II.

($) Aanbevolen onderzoekclassificatiestelsel (Research Classification Scheme): bijlage I.

(=) Grotendeels gebaseerd op de "Reference manual for machine-readable descriptions of research projects and institutions", General Information Programme and Unisist, Unesco, 1982.

Er zij opgemerkt dat in een "essentieel" gegevensveld naar keuze subvelden kunnen worden opgenomen. Gedetailleerde definities van gegevensbestanddelen maken duidelijk wat het essentiële gedeelte van elk veld vormt.

Er zullen gebruikers zijn die vinden dat onder de essentiële en aanvullende gegevens die in dit hoofdstuk worden besproken, informatie die zij zelf normaliter wel in eigen beschrijvingen opnemen, ontbreekt. Wat dat betreft moet duidelijk worden gesteld dat dit document geen beperkingen beoogt: men verwacht van gebruikers dat zij naast het harmoniseren van kerngegevens overeenkomstig de in dit document uiteengezette gemeenschappelijke basisverzameling, voor lokaal gebruik extra gegevensvelden zullen definiëren.

Voor gegevensbestanden bestaan in de praktische toepassing verschillende keuzemogelijkheden:

- vaste dan wel variabele veldlengtes,

- vast gedefinieerde velden (die per record slechts eenmaal mogen voorkomen) dan wel repeterende velden.

In deze handleiding is gekozen voor de meest flexibele mogelijkheid zonder enige voorafgaande beperking:

- variabele veldlengtes;

- repeterende velden zijn toegestaan.

Afhankelijk van de technische karakteristieken van de gebruikte systemen moeten eventuele wijzigingen worden aangebracht zodat de velden met gegevens onderling compatibel zijn.

I. ESSENTIËLE GEGEVENSBESTANDDELEN

1. BESTUURLIJKE INFORMATIE

Veld 00: Eigenaar van de gegevensbank

- Gegevensbeschrijving

Voor de identificatie van de herkomst van de informatie is een code en/of de naam van de eigenaar van de gegevensbank (of van de instantie die haar ter beschikking stelt) nodig.

- Veldbeschrijving

- Naam: "Database owner".

- Sleutelveld.

- Alle tekens zijn toegestaan.

- Verplicht.

- Niet-repeterend.

Er wordt waarschijnlijk in de mogelijkheid voorzien dat dit veld automatisch wordt toegevoegd.

Veld 01: Datum waarop het record het laatst is bijgewerkt

- Gegevensbeschrijving

In dit veld moet de datum van de meest recente bijwerking van het record worden aangebracht, overeenkomstig opmaakvorm ISO 2014 (YYYYMMDD, waarin YYYY = jaar, MM = maand en DD = dag).

- Veldbeschrijving

- Naam: "Updating date".

- Sleutelveld.

- Van het type datum (geheel numeriek - YYYYMMDD).

- Verplicht.

- Niet-repeterend.

Kan eventueel automatisch worden gegenereerd.

Veld 02: Code voor de mate van volledigheid

- Gegevensbeschrijving

Een code waarmee wordt vastgelegd in hoeverre een record volledig is. Daartoe worden de volgende codes gebruikt:

A = In het record zijn alle verplichte ("kern-") en facultatieve gegevens opgenomen.

B = Het record bevat alle kerngegevens.

C = Het record bevat nog niet alle kerngegevens.

- Veldbeschrijving

- Naam: "Completeness of record".

- Sleutelveld.

- Uitsluitend de in de voorafgaande gegevensbeschrijving gedefinieerde codes zijn toegestaan.

- Verplicht.

- Niet-repeterend.

2. GEGEVENS OVER HET VASTLEGGEN VAN HET ONDERZOEKPROJECT

Veld 10: Voor later gebruik - de in het record gebruikte tekens

Veld 10 is gereserveerd voor de code van de in de records gebruikte tekenverzameling. Aangezien deze in een gehele nationale onderzoekgegevensbank hetzelfde dient te zijn, kan zij indien nodig automatisch worden ingevuld.

Veld 11: Recordcontrolegetal

- Gegevensbeschrijving

Het recordcontrolegetal stelt het karakter van de toegang tot het record vast.

- Veldbeschrijving

- Naam: "Record control number".

- Uniek sleutelveld (verplicht en niet-repeterend).

- In het recordcontrolegetal zijn alle tekens toegestaan.

Veld 12: Projectidentificatiecode

- Gegevensbeschrijving

De projectidentificatiecode dient ter identificatie van het project en moet overeenkomstig de eisen van de organisatie van de gegevensbank of het informatienetwerk waarvan het (nationaal) deel uitmaakt, worden ingetoetst. Deze code moet worden voorafgegaan door de in het record opgenomen, uit twee letters bestaande landcode (om te voorkomen dat in verschillende landen dezelfde recordcontrolegetallen ontstaan).

- Veldbeschrijving

- Naam: "Project identifier".

- Uniek sleutelveld (niet-repeterend en verplicht).

- In de projectidentificatiecode zijn alle tekens toegestaan.

Overige referentiecodes kunnen worden ondergebracht in andere (lokale) velden.

Veld 13: Oorspronkelijke taal waarin het record is gesteld

- Gegevensbeschrijving

In veld 13 wordt de taal aangeduid waarin de informatie in het record oorspronkelijk is geschreven (original working language). Deze taal dient in de vorm van een uit twee letters bestaande taalcode (ISO/DIS 639 - zie punt 3.1 van deze handleiding) te worden ingetoetst.

- Veldbeschrijving

- Naam: "Original working language".

- Sleutelveld.

- Uit twee letters bestaande code.

- Verplicht.

- Niet-repeterend.

Veld 14: Overige in het record gebruikte talen

- Gegevensbeschrijving

In veld 14 wordt weergegeven in welke andere talen ("supplementary working languages") vertalingen van de titel en samenvatting van het onderzoekproject in het record zijn opgenomen. Het wordt ten sterkste aanbevolen de titel en samenvatting ten minste in één andere taal van de Gemeenschap - een taal die algemeen in het desbetreffende vakgebied wordt gebruikt - te vertalen.

Ter aanduiding van de talen waarin de informatie beschikbaar is, moeten uit twee letters bestaande codes (ISO/DIS 639 - zie punt 3.1 van deze Cerif-handleiding) worden ingevoerd.

- Veldbeschrijving

- Naam: "Additional working language".

- Sleutelveld.

- Uit twee letters bestaande code.

- Verplicht.

- Repeterend; in gegevensbanken waarin geen repeterende velden mogelijk zijn, moeten de codes voor de verschillende toegevoegde talen bij het intoetsen worden gescheiden door puntkomma's.

3. GEGEVENS BETREFFENDE DE INHOUD VAN HET

ONDERZOEKPROJECT

Deze groep essentiële gegevens is onderverdeeld in velden voor het invoeren van:

- de titel en samenvatting van het project in meerdere talen van de Gemeenschap;

- de namen van de projectbeheerder en de stafleden van het onderzoekteam;

- de aanvangs- en vermoedelijke einddatum van het project.

Ten aanzien van de gegevens over titel en samenvatting moet een tweetal algemene opmerkingen worden gemaakt:

1. Vermelding van de gebruikte talen

Aangezien gegevens met informatie over de activiteiten met betrekking tot het onderzoekproject in principe in elke van de in totaal negen officiële talen van de Europese Gemeenschap mogen worden weergegeven, gaan al deze gegevens gepaard met een subveld waarin de uit twee letters bestaande code van de gekozen taal dient te worden ingetoetst.

2. Zoeken op titel en samenvatting

Voor databasesystemen die de mogelijkheid van volle-tekstzoekmethoden (full text searching) bieden, raadt men aan ervoor te zorgen dat de titel- en samenvattingvelden "full-text-searchable" zijn.

Veld 21: Titel van het project in de oorspronkelijke taal

- Gegevensbeschrijving

In dit veld komt de officiële titel van het project te staan (in de oorspronkelijke taal zoals in veld 13 is aangegeven). Daarin zijn alle tekens toegestaan.

Bijzondere aanwijzing: de titel moet worden ingetoetst zonder dat woorden aan het einde van een regel worden afgebroken.

- Veldbeschrijving

Subveld 21.1

- Naam: "Original language".

- Subveld 21.1 = veld 13.

- Uit twee letters bestaande code.

- Verplicht.

Subveld 21.2

- Naam: "Original project title".

- Verplicht.

Veld 22: Titel van het project in (een) andere taal/talen

- Gegevensbeschrijving

In veld 22 dienen één of meerdere vertalingen van de titel van het project, samen met de bijbehorende uit twee letters bestaande taalcode, te worden ingevoerd. In de titel zijn alle tekens toegestaan.

Bijzondere aanwijzing: een titel moet worden ingetoetst zonder dat woorden aan het einde van een regel worden afgebroken.

Aanbevolen wordt van de titel ten minste één vertaling op te nemen. Veld 22 (het geheel bestaande uit de subvelden 22.1 en 22.2) is repeterend, dat wil zeggen er kunnen in meerdere talen van de Gemeenschap vertalingen worden opgenomen.

- Veldbeschrijving

Subveld 22.1

- Naam: "Language of translated title".

- Uit twee letters bestaande code (ISO/DIS 639).

- Voor elke vertaalde titel verplicht.

Subveld 22.2

Hier dient de vertaling van de titel van het project te worden ingevoerd. Alle tekens zijn daarbij toegestaan.

- Naam: "Translated title".

- Verplicht (minimaal één vertaling).

Veld 23: Samenvatting van het project in de oorspronkelijke taal

- Gegevensbeschrijving

In veld 23 komt in de oorspronkelijke taal de samenvatting van het project te staan. Alle tekens zijn daarin toegestaan.

Bijzondere aanwijzing: de samenvatting moet worden ingetoetst zonder dat woorden aan het einde van een regel worden afgebroken.

- Veldbeschrijving

Subveld 23.1

- Naam: "Original language".

- Subveld 23.1 = veld 13.

- Uit twee letters bestaande code.

- Verplicht.

Subveld 23.2

- Naam: "Original abstract".

- Verplicht.

Veld 24: Samenvatting van het project in (een) andere taal/talen

- Gegevensbeschrijving

Hier dienen van de samenvatting één of meerdere vertalingen (in een andere taal/andere talen van de Gemeenschap dan de oorspronkelijke) te worden opgenomen.

Bijzondere aanwijzing: een samenvatting moet worden ingetoetst zonder dat woorden aan het einde van een regel worden afgebroken.

Veld 24 (het geheel bestaande uit de subvelden 24.1 en 24.2) is repeterend, dat wil zeggen er kunnen in meerdere talen van de Gemeenschap vertalingen worden opgenomen.

- Veldbeschrijving

Subveld 24.1

- Naam: "Language of translated abstract".

- Uit twee letters bestaande code (ISO/DIS 639).

- Verplicht.

Subveld 24.2

- Naam: "Translated abstract".

- Verplicht (minimaal één vertaling).

- Repeterend (subveld 24.1 te zamen met subveld 24.2).

Veld 31: Projectbeheerder

- Gegevensbeschrijving

Hier moet de naam van de projectbeheerder (de persoon die aan het hoofd staat van het onderzoekproject en het contract heeft aangevraagd) worden opgegeven.

Zijn naam moet voor zover mogelijk volledig worden uitgeschreven. De achternaam (familienaam) dient voorop te staan, gevolgd door een komma en de voornamen die elk door een spatie worden voorafgegaan. Bij voorbeeld: Bruin, Johannus Henricus de.

Indien van de persoon slechts de achternaam en de initialen bekend zijn, dient men in plaats van zijn/haar volledige voornamen de initialen, elk gevolgd door een punt, in te toetsen. De initialen worden niet onderling gescheiden door spaties, maar tussen een initiaal en een achternaam of een deel van een achternaam (bij voorbeeld een voorvoegsel) moet wel een spatie worden ingetoetst.

Titels die deel uitmaken van de naam (bij voorbeeld Sir, Lord) moeten volgen op de voornamen dan wel de initialen en tussen haakjes staan.

Titels of toevoegingen (bij voorbeeld Prof., Mw.) die veelal bij adressering gebruikt worden, kunnen op dezelfde manier worden opgenomen.

Titels op grond van diploma's, zoals (academische) graden (bij voorbeeld Drs., Ir., Dr., Ph.D.), of rangen, lidmaatschap van genootschappen of militaire onderscheidingen, mogen niet worden vermeld.

Opmerking

Sommige namen kunnen problemen opleveren omdat niet altijd duidelijk is welk gedeelte de achternaam vormt en welk gedeelte deel uitmaakt van de voornaam/-namen. Daartoe behoren ook dubbele familienamen en namen met voorvoegsels zoals de, van de, du, de la, von, enz. Omdat er echter geen internationale norm voor de opmaak van persoonsnamen in geautomatiseerde informatiesystemen bestaat, kunnen in dergelijke gevallen de nationale normen worden gehanteerd.

- Veldbeschrijving

- Naam: "Project director".

- Sleutelveld.

- Verplicht.

- Niet-repeterend.

Veld 32: Stafleden van het onderzoekteam

- Gegevensbeschrijving

Indien er meerdere personen bij het onderzoekproject zijn betrokken, moeten hier de namen van de overige leden van het onderzoekteam worden vermeld. Daarbij dient de naam van de projectleider - wat eventueel dezelfde naam als in veld 31 (projectbeheerder) kan zijn - voorop te staan.

Wenst men ook nadere persoonsgegevens, zoals behaalde diploma's enz., in het bestand op te nemen, dan moeten daarvoor extra velden worden gecreëerd naast de gemeenschappelijke datavelden.

De namen moeten voor zover mogelijk volledig worden uitgeschreven. Achternamen (familienamen) dienen voorop te staan, elk gevolgd door een komma en de voornamen die ieder door een spatie worden voorafgegaan. Bij voorbeeld: Bruin, Johannus Henricus de.

Indien van een persoon slechts de achternaam en de initialen bekend zijn, dient men in plaats van de volledige voornamen de initialen, elk gevolgd door een punt, in te toetsen. De initialen worden niet onderling gescheiden door spaties, maar tussen een initiaal en een achternaam of een deel van een achternaam (bij voorbeeld een voorvoegsel) moet wel een spatie worden ingetoetst.

Titels die deel uitmaken van een naam (Sir, Lord, enz.) moeten volgen op de voornamen dan wel de initialen en tussen haakjes staan.

Titels of toevoegingen (bij voorbeeld Prof., Mw.) die veelal bij adressering gebruikt worden, kunnen op dezelfde manier worden opgenomen.

Titels op grond van diploma's, zoals (academische) graden (bij voorbeeld Drs., Ir., Dr., Ph.D.), of rangen, lidmaatschap van genootschappen of militaire onderscheidingen, mogen niet worden vermeld.

Opmerking

Sommige namen kunnen problemen opleveren omdat niet altijd duidelijk is welk gedeelte de achternaam vormt en welk gedeelte deel uitmaakt van de voornaam/-namen. Daartoe behoren ook dubbele familienamen en namen met voorvoegsels zoals de, van de, du, de la, von, enz. Omdat er echter geen internationale norm voor de opmaak van persoonsnamen in geautomatiseerde informatiesystemen bestaat, kunnen in dergelijke gevallen de nationale normen worden gehanteerd.

- Veldbeschrijving

- Naam: "Principal researchers''.

- Sleutelveld.

- Aanbevolen.

- Repeterend; in gegevensbanken die niet over de mogelijkheid van repeterende velden beschikken, dienen de verschillende namen achtereenvolgens en onderling gescheiden door puntkomma's te worden ingevoerd.

Veld 40: Aanvangsdatum van het project

- Gegevensbeschrijving

In veld 40 wordt de datum vastgelegd waarop met het project is of wordt aangevangen. De intoetsing daarvan dient overeenkomstig ISO 2014 te gebeuren, waarbij jaar, maand en dag in de vorm YYYYMMDD worden ingevoerd. Is de maand niet exact bekend, dan mag in de plaats daarvan ook 00 worden ingetoetst. Voor dagen geldt dat altijd.

- Veldbeschrijving

- Naam: "Starting date''.

- Sleutelveld.

- Van het type datum (geheel numeriek - YYYYMMDD).

- Verplicht.

- Niet-repeterend.

Veld 41: Vermoedelijke einddatum van het project

- Gegevensbeschrijving

In veld 41 komt de datum te staan waarop het project naar verwachting zal worden beëindigd (voltooid). De intoetsing daarvan dient overeenkomstig ISO 2014 te gebeuren, waarbij jaar, maand en dag in de vorm YYYYMMDD worden ingevoerd. Is de maand niet exact bekend, dan mag in de plaats daarvan ook 00 worden ingetoetst. Voor dagen geldt dat altijd.

In het geval van "vrije onderzoekprojecten'' (die op eigen initiatief van het onderzoekteam worden uitgevoerd en uit eigen middelen worden gefinancierd) is het niet altijd mogelijk een vermoedelijke einddatum op te geven. In dat geval dient hier als datum 99990000 te worden ingetoetst.

- Veldbeschrijving

- Naam: "Expected ending date''.

- Sleutelveld.

- Van het type datum (geheel numeriek - YYYYMMDD).

- Verplicht.

- Niet-repeterend.

4. GEGEVENS BETREFFENDE HET OPGEVEN VAN HET CONTACTADRES

In de velden 50 en 51 worden de naam van de instelling waar het onderzoek wordt uitgevoerd en een eventueel acroniem of een andere afkorting daarvan, het adres en de landcode ingevoerd. Het is verplicht deze velden in te vullen.

Veld 50: De naam van de onderzoekinstelling

- Gegevensbeschrijving

In veld 50 komt de naam van de instelling (of uitvoerende organisatie), dat wil zeggen van het onderzoekteam dat het onderzoek uitvoert, te staan.

Bestaat de organisatie uit meerdere niveaus, dan moet in ieder geval de bij het onderzoek betrokken groep op het laagste niveau binnen de organisatie worden vermeld. De groepen moeten van groot naar klein worden weergegeven. In het geval van grote en complexe organisatiestructuren kunnen tussenniveaus waarvan de vermelding niet echt belangrijke informatie bevat, worden weggelaten, op voorwaarde dat in ieder geval de meest specifieke groep wordt aangegeven en aan de hand van de ingevoerde gegevens de organisatie eenduidig kan worden geïdentificeerd.

Men is verplicht in subveld 50.1 de volledige naam van de instelling te vermelden, ook al wordt daarvan in subveld 50.2 een afkorting gegeven.

De naam moet altijd in de (officiële) taal die in die instelling wordt gesproken, worden opgegeven.

Wellicht kan in een extra veld de naam van de instelling in een tweede taal worden vermeld.

Het veld dat voor de instellingsnaam is bedoeld, is onderverdeeld in verschillende subvelden waar de namen van de verschillende niveaus van de betrokken instelling kunnen worden ingevoerd:

Veld 50.1: naam van de instelling (moederorganisatie).

Veld 50.2: naam van de moederorganisatie: acroniem.

Veld 50.3: naam van de afdeling (tussenniveaus).

Veld 50.4: naam van het (meest specifieke) onderzoekteam.

Veld 50.5: naam van het (meest specifieke) onderzoekteam: acroniem.

- Veldbeschrijving

Subveld 50.1

- Naam: "Name of the parent organisation''.

- Alle tekens zijn toegestaan.

- Sleutelveld.

- Niet-repeterend.

- Verplicht indien van toepassing.

Subveld 50.2

- Naam: "Name of the parent organisation: acronym''.

- Alle tekens zijn toegestaan.

- Sleutelveld.

- Facultatief.

Subveld 50.3

- Naam: "Research unit: intermediate levels''.

- Alle tekens zijn toegestaan.

- Sleutelveld.

- Niet-repeterend (de namen van de verschillende tussenniveaus binnen het onderzoekinstituut dienen, van het hoogste tot aan het meest specifieke niveau dat in de structuur boven het onderzoekteam staat, bij het intoetsen zo mogelijk te worden gescheiden door puntkomma's).

Subveld 50.4

- Naam: "Research unit (most specific)''.

- Alle tekens zijn toegestaan.

- Sleutelveld.

- Niet-repeterend.

- Verplicht.

Subveld 50.5

- Naam: "Research unit (most specific): acronym''.

- Alle tekens zijn toegestaan.

- Sleutelveld.

- Niet-repeterend.

Veld 51: Adres van de instelling

- Gegevensbeschrijving

Het adres van de instelling dient in veld 51 volledig te worden opgegeven en wel in dusdanige vorm dat het voor een gebruiker mogelijk is met een onderzoekteam contact op te nemen. Mocht echter de informatie over het adres onvolledig zijn, dan kan daarmee worden volstaan. Andere nuttige gegevens, zoals telefoon-, fax- of telexnummers, kunnen in veld 60 worden opgegeven. In verband met verschillende voorschriften op nationaal niveau, moeten in de diverse landen bij het invoeren van adresgegevens in de databank de nationale PTT-regels worden gevolgd.

Aangezien het de bedoeling is dat een gebruiker van een gegevensbank kan beschikken over contactadressen, moet daarin dus alle benodigde informatie zijn vervat. De vorm waarin het adres wordt ingevoerd, kan het beste op de lokale eisen worden afgestemd (bij voorbeeld verdeeld over verschillende velden, zoals voor straat, huisnummer, postcode, plaats, enz.). Het is het resultaat waar het om gaat: het adres moet in zodanige vorm worden weergegeven dat een gebruiker die contact

wil opnemen met een onderzoekgroep, toegang heeft tot juiste en ondubbelzinnige informatie. (Het

is niet de bedoeling het gebruik van een adresopmaakvorm aan te bevelen die geschikt is voor verzendlijsten.)

- Veldbeschrijving

Subveld 51.1:Adres

Het adres kan overeenkomstig de regels van het betrokken land worden ingetoetst. Daarbij moet de hand worden gehouden aan de nationale PTT-voorschriften en dient het adres alle benodigde bestanddelen te bevatten (straat en huisnummer, postcode en plaatsnaam).

- Naam: "Adress''.

- Alle tekens zijn toegestaan.

- Geen sleutelveld.

- Niet-repeterend.

- Verplicht.

Subveld 51.2:Plaatsnaam

Gebruikers hebben vaak de behoefte om op plaatsnaam te zoeken. Daarom dient de plaatsnaam in een sleutelveld - zonodig een extra veld - in de taal van het land te worden aangeduid.

- Naam: "Place''.

- Sleutelveld.

- Verplicht.

- Niet-repeterend.

Subveld 51.3:Landcode

- Naam: "Country code''.

- Sleutelveld.

- Uit twee letters bestaande code (ISO 3166 - zie punt 3.2 van deze handleiding).

- Verplicht.

- Niet-repeterend.

Al naar gelang van de nationale wensen kunnen extra velden worden toegevoegd (om bij voorbeeld het district of de provincie aan te duiden).

Veld 60: Telefoon-, fax- en telexnummers

- Gegevensbeschrijving

Hier heeft men de mogelijkheid telefoon-, fax- en telexnummers in te voeren zoals die nationaal

worden gebruikt.

- Veldbeschrijving

Subveld 60.1:Telefoonnummer

Een telefoonnummer dient als volgt te worden ingetoetst: allereerst het landnummer dat wordt voorafgegaan door een plusteken, dan het lokale netnummer en tenslotte het abonneenummer (bij voorbeeld +32 2 512.91.10 is een internationaal telefoonnummer dat overeenkomt met (02) 512 91 10 in het desbetreffende land).

Indien een toestelnummer (extension) vereist is, moet dat, voorafgegaan door de aanduiding dat het een toestelnummer betreft, volgen op het abonneenummer (bij voorbeeld +32 2 512.91.10 ext. 324).

- Naam: "Telephone number''.

- Geen sleutelveld.

- Alle tekens zijn toegestaan.

- Aanbevolen.

Subveld 60.2:Faxnummer

Identiek aan subveld 60.1.

- Naam: "Telefax number''.

- Geen sleutelveld.

- Alle tekens zijn toegestaan.

- Facultatief.

Subveld 60.3:Telexnummer

- Naam: "Telex number''.

- Geen sleutelveld.

- Alle tekens zijn toegestaan.

- Facultatief.

Subveld 60.4:Gereserveerd voor een elektronisch postadres (voor toekomstig gebruik)

Dit subveld is voor een elektronisch postadres gereserveerd, in afwachting van de internationale harmonisatie van dergelijke adressen.

Niet-genormaliseerde elektronische postadressen dienen te worden ondergebracht in extra (lokale) velden die aan de reeks gemeenschappelijke datavelden zijn toegevoegd.

- Naam: "Electronic mail address''.

- Geen sleutelveld.

- Alle tekens zijn toegestaan.

- Facultatief.

5. GEGEVENS MET BETREKKING TOT HET IDENTIFICEREN VAN

ONDERZOEK (HET INDEXEREN EN TERUGZOEKEN (RETRIEVING)

VAN INFORMATIE

Velden 70 tot en met 72 voorzien in drie zoekniveaus.

- Veld 70: vrije sleutelwoorden.

- Veld 71: gecontroleerde termen (gemeenschappelijke onderzoekthesaurus).

- Veld 72: vakgebieden (codes uit het gemeenschappelijk onderzoekclassificatiestelsel).

Veld 70: Vrije sleutelwoorden

- Gegevensbeschrijving

Om het onderzoekgebied van de betreffende projecten aan te duiden, kunnen vrije sleutelwoorden worden opgegeven. Deze kunnen door de onderzoekers of de informatieverstrekkende organisatie worden opgegeven dan wel automatisch aan de hand van de titel en de samenvatting worden gegenereerd.

Ten einde vrije sleutelwoorden als instrumenten bij zoekwerk te kunnen gebruiken, moet men weten in welke taal zij opgeslagen zijn. Daartoe dient in een ander subveld de taalcode (een uit twee letters bestaande code - zie ISO/DIS 639) te worden ingetoetst.

- Veldbeschrijving (subvelden)

Subveld 70.1:Vrij sleutelwoord

- Naam: "Key word''.

- Sleutelveld.

- Facultatief.

Subveld 70.2:Taal waarin het sleutelwoord is opgenomen

- Naam: "Language of key word''.

- Sleutelveld.

- Uit twee letters bestaande code.

- Verplicht indien subveld 70.1 is ingevuld.

Veld 70 (het geheel van subvelden 70.1 en 70.2) is:

- facultatief en

- repeterend.

Veld 71: Gecontroleerde termen (uitsluitend termen uit de onderzoekthesaurus zijn toegestaan)

- Gegevensbeschrijving

Om problemen die voortvloeien uit de talrijke talen van de Gemeenschap het hoofd te bieden, wordt het gebruik van de thesaurus aanbevolen, met name voor gebruikers van informatiesystemen. In dit veld mogen uitsluitend termen worden opgenomen die voorkomen in de onderzoekthesaurus. Daarvan is een lijst opgenomen in een bijlage bij deze handleiding. Indien een andere thesaurus wordt gebruikt, moeten de gecontroleerde termen uit de lokaal gebruikte thesaurus in een ander veld worden ondergebracht (zie noot).

De onderzoekthesaurus (Research Thesaurus) kan zowel in tekstvorm als in codevorm worden gebruikt, aangezien de termen automatisch in de bijbehorende codes kunnen worden omgezet. Om de gebruiker moeilijkheden als gevolg van accenttekens te besparen, dienen gecontroleerde termen in hoofdletters te worden ingetoetst. Bij gebruik van de thesaurus in de tekstvorm zonder vermelding van de bijbehorende codes, moet wel aan een voorwaarde worden voldaan, namelijk dat alle termen in dezelfde taal worden vermeld. De gebruikte taal dient dan te worden vermeld. Het verdient echter aanbeveling de bij de termen behorende codes te gebruiken (subveld 71.1).

Als controlemiddel bij het invoeren van gegevens kan ervoor worden gezorgd dat de term die hoort bij de in subveld 71.1 opgegeven code automatisch in subveld 71.2 wordt ingevuld en getoond.

- Veldbeschrijving

Veld 71 is opgebouwd uit verschillende subvelden: men dient subveld 71.1 (termen in codevorm) en/of 71.2 in combinatie met subveld 71.3 te gebruiken.

Veld 71 (het geheel van subvelden 71.1, 71.2 en 71.3) is repeterend.

Subveld 71.1Gecontroleerde term in gecodeerde vorm

- Naam: "Encoded controlled term''.

- Sleutelveld.

- Repeterend.

- Facultatief (maar wel aanbevolen).

Subveld 71.2:Gecontroleerde term

- Naam: "Controlled term''.

- Sleutelveld.

- Facultatief.

Subveld 71.3:Taal waarin de gecontroleerde term is opgenomen

- Naam: "Language of the controlled term''.

- Sleutelveld.

- Nodig indien subveld 71.2 (term) wel en 71.1 niet wordt gebruikt.

- De (uit twee letters bestaande) taalcodes moeten volgens ISO/DIS 639 worden ingetoetst.

NOTA BENE

Voor het gebruik van termen uit een andere thesaurus dient een ander (lokaal) veld te worden ingericht: termen uit verschillende thesauri mogen nooit door elkaar worden gehaald! Veld 71 is gereserveerd voor gecontroleerde termen uit de gemeenschappelijke Europese onderzoekthesaurus (Common European Research Thesaurus, bijlage II).

Voor het invoeren van termen uit een andere nationaal gebruikte thesaurus, wordt aanbevolen een nieuw VELD 73 te creëren.

Veld 72: Gemeenschappelijke onderwerpclassificatiecodes - gemeenschappelijk Europees onderzoekclassificatiestelsel

- Gegevensbeschrijving

Veld 72 is bedoeld voor een op het onderzoekproject van toepassing zijnde classificatiecode in overeenstemming met het gemeenschappelijk classificatiestelsel (common classification scheme - zie bijlage I).

Indien afzonderlijke diensten gebruik willen maken van andere classificatiestelsels, met inbegrip van "eigen'' niet-gepubliceerde stelsels en gepubliceerde stelsels die lokaal zijn aangepast, moeten zij daarvoor extra (lokale) velden toevoegen aan de reeks gemeenschappelijke datavelden (zie noot).

- Veldbeschrijving

- Naam: "Classification code''.

- Sleutelveld.

- Repeterend.

- Verplicht.

Als controlemiddel bij het invullen van veld 72, kan voor lokaal gebruik een extra veld worden toegevoegd waarin de classificatiecode in woorden wordt beschreven.

NOTA BENE

Voor andere classificatiestelsels dienen andere velden te worden gebruikt: codes uit verschillende stelsels mogen nooit worden vermengd! Veld 72 is gereserveerd voor codes uit het gemeenschappelijke Europese onderzoekclassificatiestelsel (Common European Research Classification Scheme - bijlage I). Voor het invoeren van codes uit een ander nationaal gebruikt stelsel, wordt aanbevolen een nieuw veld 74 te creëren.

6. GEGEVENS BETREFFENDE DE "KRITISCHE MASSA'' VAN HET ONDERZOEKPROJECT

De "kritische massa'' van een onderzoekproject wordt bepaald door de financiële en personele achtergrond.

a) Gegevens inzake de financiering

Velden 80 en 81 worden voor nadere gegevens met betrekking tot de financiële ondersteuning van het onderzoekproject gebruikt.

- Veld 80: naam en code van de financieringsinstantie.

- Veld 81: bedrag van de financiële ondersteuning en begrotingsspecificatie.

Indien een project vanuit diverse middelen wordt gefinancierd, kunnen velden 80 en 81 worden herhaald.

Veld 80: Financieringsbron

- Gegevensbeschrijving

In het eerste subveld van veld 80 dient de naam van de instantie die het onderzoekproject financiert, te worden opgegeven.

Er kan wellicht een gestructureerde codelijst van instanties die onderzoek ondersteunen worden opgemaakt ten behoeve van naamcodering en het zoeken op naam van dergelijke instanties.

In subveld 80.2 moet de code voor de financieringsbron worden ingetoetst.

- Veldbeschrijving

Subveld 80.1:Naam van de financieringsinstantie

- Naam: "Name of the funding organization''.

- Alle tekens zijn toegestaan.

- Sleutelveld.

- Verplicht.

- Repeterend (te zamen met velden 80.2 en 81).

Subveld 80.2:Code van de financieringsinstantie (;)

Hier moet de code voor de in subveld 80.1 opgegeven instantie worden ingetoetst, wat nodig is met het oog op:

- het groeperen van onderzoek dat onder dezelfde noemer wordt gefinancierd, bij voorbeeld voor statistische doeleinden. Op die manier wordt gerealiseerd dat automatisch op onderzoekprojecten kan worden gezocht die van overheidswege dan wel particulier worden gefinancierd;

- het achterhalen van adressen van instanties die in extra bestanden in de gegevensbank kunnen worden ondergebracht.

- Naam: "Code for the funding organization''.

- Alle tekens zijn toegestaan.

- Sleutelveld.

- Aanbevolen.

- Repeterend (te zamen met velden 80.1 en 81).

Veld 81: Bedrag

- Gegevensbeschrijving

In subveld 1 dient in de nationale munteenheid het totaalbedrag van de financiële steun voor het gehele project te worden vermeld. Het totaalbedrag van de jaarlijkse financiële steun dient in de nationale munteenheid in subveld 2 te worden vermeld.

Voor het specificeren van de begroting (budgetsamenstelling) dienen de subvelden 81.3 tot en met 81.5. Daar moeten de jaarlijkse bedragen voor personeels- en organisatiekosten worden opgegeven. De begroting voor apparatuur geldt voor het gehele project (aangezien het budget daarvoor meestal bij de aanvang van het project wordt besteed).

De nationale munteenheid dient in subveld 81.2 te worden vermeld (ISO 4217). De code daarvoor kan automatisch worden verbonden aan de landcode (subveld 51.5).

Ook is het mogelijk de begroting in ecu op te geven (in welk geval in subveld 81.2 "ECU'' moet worden ingetoetst).

- Veldbeschrijving

Subveld 81.1:Totaalbedrag voor het gehele project

- Naam: "Total amount''.

- Essentieel gegevensbestanddeel.

- Sleutelveld.

- Numeriek.

- Repeterend (te zamen met veld 80 en overige subvelden 81.x).

Subveld 81.2:Munteenheid

- Naam: "Currency''.

- Essentieel gegevensbestanddeel.

(;) Elke Lid-Staat mag zijn eigen codes en acroniemen voor financieringsinstanties gebruiken, als het maar consequent gebeurt.

- Sleutelveld.

- De gehanteerde munteenheid - de nationale munteenheid dan wel de ecu - dient overeenkomstig ISO-norm 4217-1978, welke in punt 3.3 van deze handleiding is beschreven, te worden ingetoetst. (Herhaling in meerdere munteenheden is niet toegestaan.)

Indien de volgende informatie beschikbaar is, dient zij te worden toegevoegd (;):

Subveld 81.3:"Average amount per year''.

Subveld 81.4:"Personnel cost'' (per jaar).

Subveld 81.5:"Working cost'' (per jaar).

Subveld 81.6:"Equipment cost'' (totale voor het gehele project opgestelde begroting voor

apparatuur).

Subvelden 81.3 tot en met 81.6 zijn:

- facultatief (maar worden - indien beschikbaar - wel aanbevolen),

- sleutelvelden,

- numeriek,

- repeterend (te zamen met veld 80 en overige subvelden 81.x).

b) Gegevens met betrekking tot het personeel

Veld 82: Het aantal onderzoekers

- Gegevensbeschrijving

Veld 82 wordt gebruikt voor de vermelding van het equivalent aantal onderzoekers dat met een volledige dagtaak (full-time equivalent, FTE) aan het onderzoekproject werkt.

Regel:

Het aantal FTE's wordt als volgt ingetoetst: "aantal FTE's''/"voor de duur van zoveel maanden''.

Om verwarring te voorkomen volgen hier enkele voorbeelden:

- een persoon voor drie maanden wordt weergegeven met:

- "1'' in subveld 82.1,

- "3'' in subveld 82.2;

- drie personen voor de duur van een maand geeft men weer met:

- "3'' in subveld 82.1,

- "1'' in subveld 82.2;

- twaalf personen voor de duur van twee jaar wordt weergegeven met:

- "12'' in subveld 82.1,

- "24'' in subveld 82.2.

Het gemiddelde aantal FTE's per jaar kan met de volgende formule eenvoudig worden berekend:

gemiddeld aantal FTE's/jaar = subveld 82.1 × subveld 82.2 / 12.

- Veldbeschrijving

-

Naam: "Full time equivalents''.

-

Numeriek veld.

-

Twee subvelden:

- Subveld 82.1:Aantal onderzoekers met volledige dagtaak.

- Subveld 82.2:Tijdsduur uitgedrukt in het aantal maanden.

-

Verplicht.

-

Niet-repeterend.

Er kan eventueel automatisch een derde subveld worden gegenereerd:

Subveld 82.3:"Average of FTE per year''.

Subveld 82.3 = subveld 82.1 × subveld 82.2 / 12.

(;) Voor definities wordt verwezen naar de Frascati Manual 1980: "The measurement of scientific and technical activities, a proposed standard practice for surveys of research and experimental development'' (In 1981 uitgegeven door de OESO, 2, rue Pascal, 75775 Paris Cedex 16, Frankrijk).

II. FACULTATIEVE GEGEVENSBESTANDDELEN

Facultatieve gegevens worden opgenomen met de bedoeling informatie vast te leggen die niet in de eerste groep gegevens is ondergebracht, maar toch met betrekking tot het beschouwde project een essentiële waarde kan hebben.

Voor mogelijk aanvullende essentiële informatie worden velden 91 tot en met 95 gebruikt. Veld 99 laat de gebruiker zien of er in een van die velden eventueel informatie met betrekking tot het project is toegevoegd en wat het karakter daarvan dan is.

Velden 91 tot en met 95: Aanvullende informatie

Dit gedeelte is opgebouwd uit vijf velden waarin alle tekens zijn toegestaan. De informatie die daarin wordt ondergebracht moet worden beschouwd als willekeurige informatie die werkelijk essentieel is voor het onderzoekproject.

Opmerking

De velden voor gegevens uit groep II mogen uitsluitend worden gebruikt voor bijzondere informatie die voor de gebruiker van essentieel belang voor een goed begrip van het onderzoekproject wordt geacht.

Daaronder valt informatie betreffende:

- het feit of het project deel uitmaakt van een omvattend onderzoekprogramma,

- samenwerking,

- tussentijdse resultaten,

- speciale apparatuur,

- andere zaken.

Veld 91: Het verband met onderzoekprogramma's

Indien het project deel uitmaakt van een omvattend onderzoekprogramma of indien er hechte banden met andere projecten bestaan, dan wordt dat in dit veld vermeld.

Maakt het project inderdaad deel uit van een omvattend onderzoekprogramma (bij voorbeeld een van de EG-programma's), dan dient daarvan de naam in veld 91 te worden opgegeven.

Subveld 91.1:"Research programme: name''.

Subveld 91.2:"Research programme: acronym''.

Veld 92: Samenwerking

Bestaat er een zeer nauwe samenwerking met andere instellingen of onderzoekers, dan wordt daarvan melding gemaakt in veld 92 (men kan de aard van de samenwerking en het adres van de instelling/onderzoekers met wie wordt samengewerkt, vermelden). Veld 92 wordt gebruikt voor de vermelding van essentiële samenwerking op het gebied van onderzoekactiviteiten binnen het project.

Er zij opgemerkt dat het niet de bedoeling is alle samenwerkingsverbanden van de betrokken onderzoekers of het betrokken onderzoekteam op te sommen: alleen samenwerking in het kader van het in dit record beschouwde project dient te worden aangeduid.

Veld 93: Tussentijdse resultaten

In veld 93 dient - zeer in het kort - melding te worden gemaakt van belangrijke resultaten die tot dusverre zijn bereikt.

Bij voorbeeld:

- het aantal tot nu toe uit het project voortgevloeide publikaties,

- verkregen octrooirechten,

- reeds vervaardigde prototypen.

Laat het duidelijk zijn dat het geenszins de bedoeling is andere resultaten dan die welke in het kader van het in dit record beschouwde project zijn geboekt, op te sommen. Deze informatie wordt toegevoegd ten behoeve van de gebruiker met de bedoeling hem op de hoogte te stellen van wat het project inhoudt. Naar aanleiding van een korte vermelding van publikaties of andere resultaten kan een geïnteresseerde gebruiker voor nadere bijzonderheden direct in contact treden met de projectleider.

Veld 94: Speciale apparatuur

Speciale apparatuur, waarvan de vermelding voor de gebruiker van essentieel belang is in verband met een goed begrip van het werkterrein van het project, dient hier zeer in het kort te worden vermeld.

Bij voorbeeld: "an NMR-spectrometer equipped with gradient coils is used''.

Het is niet de bedoeling in dit veld alle in de onderzoekcentra beschikbare speciale apparatuur op te sommen, maar slechts aanvullende informatie te verstrekken die nodig kan zijn voor een goed begrip van de in de titel en samenvatting beschreven projectactiviteiten.

Misschien dat later een extra gegevensbank kan worden opgezet waarin alle in Europa beschikbare onderzoekapparatuur wordt geïnventariseerd.

Veld 95: Overige relevante informatie

In dit veld dient alle overige informatie te worden vermeld waarvan men vindt dat de gebruiker daarover moet kunnen beschikken.

- Velden 91 tot en met 95 zijn facultatief.

- Alle tekens zijn daarin toegestaan.

Veld 99: Aanduiding van de aard van de aanvullende informatie

Ten einde de consultatie van deze aanvullende informatie mogelijk te maken, werd een veld toegevoegd dar informatie bevat betreffende de inhoud van de velden 91 tot en met 95.

Indien aanvullende informatie wordt ingevuld, dient de aard ervan te worden vermeld.

- Gegevensbeschrijving

De aard van de aanvullende informatie kan worden aangeduid door middel van een code zoals hieronder aangegeven. Enkel cijfers zijn toegelaten.

Codelijst voor identificatie van de aard van de in het record opgenomen aanvullende informatie:

- Programma

1

- Samenwerking

2

- Resultaten

3

- Apparatuur

4

- Andere

5.

- Veldbeschrijving

- Naam: "aard van de aanvullende informatie''

- Enkel cijfers zijn toegelaten (zie codelijst hierboven)

- Sleutelveld

- Verplicht als ten minste een van de velden 91 tot en met 95 bestaat

- Repeterend (in geval meerdere types van informatie voorkomen). In de databanken waarvoor herhaling van velden niet mogelijk is, worden de gegevens zodanig ingevuld dat de verschillende waarden door een puntkomma worden gescheiden.

Bijv.: indien de velden 91 (programma) en 95 (andere aanvullende essentiële informatie) aanvullende informatie bevatten, dient het veld 99 als volgt te worden ingevuld: 1;5.

OVERZICHT VAN GEGEVENSBESTANDDELEN

Gebruikte codes

R:

Repeterend veld.

K:

Sleutelveld (key field).

U:

Uniek sleutelveld (daarin mogen geen twee gelijke waarden voorkomen).

S:

Full-text-searchability (indien mogelijk) wordt aangeraden.

(S):

Full-text-searchability wordt aanbevolen, maar is niet noodzakelijk.

P:

Gereserveerd voor een aanvullend en duidelijk gedefinieerd lokaal veld dan wel voor later gebruik.

I. Essentiële gegevensbestanddelen

1. Bestuurlijke informatie

Veld 00: Eigenaar van de gegevensbank

K

Veld 01: Datum waarop het record het laatst is bijgewerkt

K

Veld 02: Code voor de mate van volledigheid

K

2. Gegevens over het vastleggen van het onderzoekproject

Veld 10: Voor later gebruik - de in het record gebruikte tekens

K

Veld 11: Recordcontrolegetal

U

Veld 12: Projectidentificatiecode

U

Veld 13: Oorspronkelijke taal waarin het record is gesteld

K

Veld 14: Overige in het record gebruikte talen

K

R

3. Gegevens betreffende de inhoud van het onderzoekproject

Veld 21: Titel van het project in de oorspronkelijke taal

- Subveld 21.1: "Original language'' (= veld 13)

K

- Subveld 21.2: "Original project title''

S

Veld 22: Titel van het project in (een) andere taal/talen

R

- Subveld 22.1: "Language of translated title''

K

- Subveld 22.2: "Translated title''

S

Veld 23: Samenvatting van het project in de oorspronkelijke taal

- Subveld 23.1: "Original language'' (= veld 13)

K

- Subveld 23.2: "Original abstract''

S

Veld 24: Samenvatting van het project in (een) andere taal/talen

R

- Subveld 24.1: "Language of translated abstract''

K

- Subveld 24.2: "Translated abstract''

S

Veld 31: Projectbeheerder

K

Veld 32: Stafleden van het onderzoekteam

K

R

Veld 40: Aanvangsdatum van het project

K

Veld 41: Vermoedelijke einddatum van het project

K

4. Gegevens betreffende het opgeven van het contactadres

Veld 50: Naam van de onderzoekinstelling

- Subveld 50.1: "Name of the parent organization''

S

- Subveld 50.2: "Name of the parent organization: acronym''

S

- Subveld 50.3: "Research unit: intermediate levels''

S

- Subveld 50.4: "Research unit (most specific)''

S

- Subveld 50.5: "Research unit (most specific): acronym''

S

Veld 51: Adres van de instelling

- Subveld 51.1: "Address''

- Subveld 51.2: "Place''

K

- Subveld 51.3: "Country code''

K

Veld 60: Telefoon-, fax- en telexnummers

- Subveld 60.1: "Telephone number''

- Subveld 60.2: "Telefax number''

- Subveld 60.3: "Telex number''

- Subveld 60.4: Gereserveerd voor een elektronisch postadres

(voor toekomstig gebruik)

P

5. Gegevens met betrekking tot het identificeren van onderzoek (het indexeren en terugzoeken (retrieving) van informatie)

Veld 70: Vrije sleutelwoorden

R

- Subveld 70.1: "Free key word''

K

- Subveld 70.2: "Language of key word''

K

Veld 71: Gecontroleerde termen (uit de onderzoekthesaurus)

R

- Subveld 71.1: "Encoded controlled term''

K

- Subveld 71.2: "Controlled term''

K

- Subveld 71.3: "Language of the controlled term''

K

Veld 72: Classificatiecodes (uit het onderzoekclassificatiestelsel)

K

R

Veld 73: Gereserveerd voor termen uit andere thesauri

P

Veld 74: Gereserveerd voor codes uit andere (lokaal gebruikte) classificatiestelsels

P

6. Gegevens betreffende de "kritische massa" van het onderzoekproject

a) Gegevens inzake de financieringR

Veld 80: Financieringsbron

- Subveld 80.1: "Name of the funding organization''

K

- Subveld 80.2: "Code for the funding organization''

K

Veld 81: Bedrag

- Subveld 81.1: "Total amount''

K

- Subveld 81.2: "Currency''

K

- Subveld 81.3: "Average amount per year''

K

- Subveld 81.4: "Personnel cost''

K

- Subveld 81.5: "Working cost''

K

- Subveld 81.6: "Equipment cost''

K

b) Gegevens met betrekking tot het personeel

Veld 82: Het equivalent aantal onderzoekers met een volledige dagtaak (FTE)

- Subveld 82.1: "Number of full time scientists''

K

- Subveld 82.2: "Period in number of months''

K

- Subveld 82.3: "Average of FTE per year

K

II. Facultatieve gegevensbestanddelen

Velden 91 tot en met 95: Aanvullende informatie

- Veld 91: Het verband met onderzoekprogramma's

(S)

- Veld 92: Samenwerking

(S)

- Veld 93: Tussentijdse resultaten

(S)

- Veld 94: Speciale apparatuur

(S)

- Veld 95: Overige relevante informatie

(S)

Veld 99: Aanduiding van het karakter van de aanvullende informatie

K

R

6.

Referentiedocumenten

- "CCF: The Common Communication Format'', Peter Simmons en Alan Hopkinson, General Information Programme and UNISIST, UNESCO, Parijs 1984.

- "Reference manual for machine-readable descriptions of research projects and institutions'', Harold Dierickx en Alan Hopkinson, General Information Programme and UNISIST, UNESCO, 1982.

BIJLAGE II

CLASSIFICATIESCHEMA WETENSCHAPSGEBIEDEN (¹)

Inhoudsopgave

Bladzijde

MENSWETENSCHAPPEN (Humanities)

Wijsbegeerte .

24

Theologie .

24

Geschiedenis .

24

Kunstgeschiedenis .

25

Taal- en letterkunde .

25

SOCIALE WETENSCHAPPEN

Rechtswetenschappen .

26

Politieke wetenschappen .

26

Economie .

27

Sociologie .

27

Psychologie .

27

Pedagogiek en didactiek .

27

EXACTE WETENSCHAPPEN (Physical sciences)

Wiskunde .

28

Fysica .

29

Chemie .

29

Fysicochemie .

29

Biochemie, metabolisme .

29

Geologie, fysische aardrijkskunde .

30

Paleontologie .

30

Astronomie .

30

BIOMEDISCHE WETENSCHAPPEN

Algemene biomedische wetenschappen .

30

Biofysica .

30

Genetica .

30

Microbiologie .

30

Ecologie .

31

Plantkunde .

31

Dierkunde .

31

Landbouwkunde .

31

Geneeskunde, mens en vertebraten .

31

Diagnostiek .

32

TOEGEPASTE WETENSCHAPPEN

Materiaaltechnologie .

33

Elektronica en elektrotechniek .

33

Burgerlijke bouwkunde .

34

Transporttechnologie .

34

Chemische technologie .

34

(¹) Deze classificatie wordt in België gemeenschappelijk gebruikt door de Diensten voor Programmatie van het Wetenschapsbeleid, de IWETO-databank, de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR), het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (NFWO) en zijn geassocieerde fondsen (het Interuniversitair Instituut voor Kernwetenschappen (IIKW), het Fonds voor Geneeskundig Wetenschappelijk Onderzoek (FGWO) en het Fonds voor Kollektief Fundamenteel Onderzoek (FKFO)).

MENSWETENSCHAPPEN H 000 (Humanities)

H 100 Informatie, documentatie, bibliotheekwetenschappen, archiefwetenschappen

H

105

Bibliografie

H

110

Paleografie, bibliologie, epigrafie, papyrologie

Wijsbegeerte H 001

H 120 Systematische wijsbegeerte, ethiek, wijsgerige esthetica, metafysica, epistemologie, ideologie

H

125

Wijsgerige antropologie

H

130

Geschiedenis van de wijsbegeerte

H

135

Fenomenologie

H

140

Wijsgerige logica

xxx

Wiskundige logica: zie P 110

xxx

Artificiële intelligentie: zie P 176

H

150

Wijsbegeerte van specifieke wetenschappen

xxx

Epistemologie: zie H 120

xxx

Wijsbegeerte van de sociale wetenschappen: zie S 100

xxx

Wijsbegeerte van de technologie: zie T 100

xxx

Wijsbegeerte van de biomedische wetenschappen: zie B 100

H

155

Moraalwetenschappen

Theologie H 002

H 160 Algemene, systematische en praktische christelijke theologie

xxx

Wijsbegeerte van de theologie: zie H 150

xxx

Geschiedenis van de christelijke kerken: zie H 180

H

165

Canoniek recht

H

170

Bijbelwetenschappen

H

180

Geschiedenis van de christelijke kerken

H

190

Niet-christelijke godsdiensten

Geschiedenis en kunst H 003

Geschiedenis H 005

H 200 Geschiedenistheorie

xxx

Wijsbegeerte van de geschiedenis: zie H 150

H

210

Geschiedenis van de oudheid

H

220

Middeleeuwse geschiedenis

H

230

Moderne geschiedenis (tot ongeveer 1800)

H

240

Hedendaagse geschiedenis (ongeveer 1800-1914)

H

250

Hedendaagse geschiedenis (vanaf 1914)

H

260

Geschiedenis van de wetenschappen

xxx

Geschiedenis van ideeën: zie H 130

xxx

Geschiedenis van de technologie: zie T 100

xxx

Geschiedenis van de sociale wetenschappen: zie S 100

xxx

Geschiedenis van de biomedische wetenschappen: zie B 100

xxx

Taalgeschiedenis: zie H 355

xxx

Geschiedenis van de landbouw: zie B 435

H

270

Sociale en economische geschiedenis

xxx

Ook indelen naar tijdvakken: zie H 210 tot H 250

H

271

Politieke geschiedenis

H

280

Lokale en regionale geschiedenis, geschiedkundige aardrijkskunde sinds de middeleeuwen

H

290

Koloniale geschiedenis

xxx

Ook indelen naar tijdvakken: zie H 230 tot H 250

H

300

Rechtsgeschiedenis

xxx

Godsdienstgeschiedenis: zie H 180 en H 190

H

310

Kunstgeschiedenis

H

311

Schilderkunst

H

312

Beeldhouw- en bouwkunst

H

313

Kunstkritiek

xxx

Literatuurkritiek: zie H 390

H

314

Conservatie en restauratie van kunstwerken

H

315

Esthetica

xxx

Wijsgerige esthetica: zie H 120

H

320

Musicologie

H

330

Dramaturgie

H

340

Archeologie

H

341

Prehistorie

xxx

Chronologie, dateringstechnieken: zie T 510

H

345

Egyptologie

H

346

Numismatiek en sigillografie

H

347

Genealogie en heraldiek

Filologie H 004

H

350

Linguïstiek

xxx

Wijsbegeerte van de taal: zie H 150

H

351

Fonetiek, fonologie

H

352

Grammatica, semantiek, semiotiek, syntaxis

H

353

Lexicologie

H

355

Taalgeschiedenis

H

360

Toegepaste linguïstiek, vreemde-talenonderwijs, sociolinguïstiek

H

361

Neurolinguïstiek

H

365

Vertaalwetenschappen

H

370

Onomastiek

H

380

Vergelijkende linguïstiek

H

390

Algemene en vergelijkende literatuurstudie, literatuurkritiek, literatuurtheorie

xxx

Dramaturgie: zie H 330

H

400

Folklore

H

401

Dialectologie

H

410

Indo-europese talen en literatuur van Klein-Azië, Indo-iraans

H

420

Griekse taalkunde

H

430

Griekse literatuur

H

440

Latijnse taalkunde

H

450

Latijnse literatuur

H

460

Franse taalkunde

H

470

Franse literatuur

H

480

Italiaanse taal- en letterkunde

H

490

Spaanse en Portugese taal- en letterkunde

H

500

Andere Romaanse talen en literatuur

H

510

Keltische taal- en letterkunde

H

520

Germaanse filologie

H 530 Duitse taal- en letterkunde

H

540

Nederlandse taalkunde

xxx

Vlaamse taalkunde: zie H 401 en H 540

H

550

Nederlandse literatuur

xxx

Vlaamse literatuur: zie H 550

H 560 Friese taal- en letterkunde

H

570

Engelse taal- en letterkunde

H

580

Scandinavische taal- en letterkunde

H

590

Baltische en Slavische taal- en letterkunde

H

595

Russische taal- en letterkunde

H

600

Taal- en letterkunde van Klein-Azië, Kaukasische taal- en letterkunde, Baskisch, Sumerisch

xxx

Indo-europese talen: zie H 410

H

610

Hamito-semitische taal- en letterkunde

H

620

Oeral en Altaïsche taal- en letterkunde

H

630

Paleosiberische taal- en letterkunde, Koreaans, Japans

H

640

Taal- en letterkunde van Zuid- en Zuidoost-Azië, Chinees

H

650

Austronesische en Papoea taal- en letterkunde

H

660

Afrikaanse taal- en letterkunde

H

670

Amerikaanse taal- en letterkunde: Creoolse talen

xxx

Amerikaans Engels: zie H 570

SOCIALE WETENSCHAPPEN S 000

S 100 Geschiedenis en wijsbegeerte van de sociale wetenschappen

S

110

Rechtswetenschappen

S

111

Administratief recht

S

112

Mensenrechten

S

114

Rechtsvergelijking

S

115

Rechtsfilosofie en -theorie

xxx

Rechtsgeschiedenis: zie H 300

S

120

Milieurecht

S

121

Jeugdrecht

S

122

Mediarecht

S

123

Informaticarecht

S

124

Intellectuele rechten, auteursrecht

S

130

Burgerlijk recht: personen, familie, huwelijksstelsels, erfenissen, schenkingen, goederen, verbintenissen, zekerheden

S

136

Transportrecht

S

137

Verzekeringsrecht

S

140

Publiek recht

S

141

Fiscaal recht

S

142

Gerechtelijk privaatrecht

S

143

Sociaal recht

S

144

Industrieel en handelsrecht

S

145

Notarieel recht

S

146

Arbeidsrecht

S

148

Grondwettelijk recht

S

149

Strafrecht en strafvordering

S

150

Internationaal privaat- en publiek recht

S

151

Lucht-, zeevaart- en ruimterecht

S

155

Europees recht

xxx

Canoniek recht: zie H 165

S

160

Criminologie

S

170

Politieke en administratieve wetenschappen

xxx

Politieke geschiedenis: zie H 271

S

175

Polemologie

xxx

Pers- en communicatiewetenschappen: zie S 265

S

180

Economie, econometrie, economische theorie, economische systemen, economische politiek

S

181

Financiële wetenschappen

xxx

Boekhouding: zie S 192

S 182 Actuariële wetenschappen

xxx

Actuariële wiskunde: zie P 160

S

183

Conjunctuureconomie

S

184

Economische planning

S

185

Handels- en industriële economie

S

186

Internationale handel

S

187

Landbouweconomie

S

188

Ontwikkelingseconomie

S

189

Organisatiewetenschappen

S

190

Bedrijfsbeleid

S

191

Marktstudie

S

192

Boekhouding

S

195

Ontwikkelingssamenwerking

S

196

Sociale economie

xxx

Economische geschiedenis: zie H 270

S

210

Sociologie

S

211

Sociologie van de wetenschap

S

212

Arbeidssociologie, bedrijfssociologie

S

213

Sociale structuren

S

214

Sociale veranderingen, agologie

S

215

Sociale problemen en welzijn, sociale voorzorg

xxx

Sociale geneeskunde: zie S 290

xxx

Sociale pedagogiek: zie S 285

xxx

Sociaal recht: zie S 143

S

216

Gehandicaptenzorg - voorzieningen en hulpmiddelen

xxx

Orthopedagogiek: zie S 286

S 220 Culturele antropologie, etnologie

xxx

Sociolinguïstiek: zie H 360

S

230

Sociale aardrijkskunde

xxx

Sociale psychologie: zie S 263

xxx

Pers- en communicatiewetenschappen: zie S 265

xxx

Criminologie: zie S 160

xxx

Sociale economie: zie S 196

xxx

Sociale geschiedenis: zie H 270

S

240

Stedebouw en ruimtelijke ordening

xxx

Planologie: zie T 260

xxx

Landschapsarchitectuur: zie T 250

S

250

Demografie

S

260

Psychologie

xxx

Menselijke ethologie: zie B 381

xxx

Psychonomie: zie B 760

xxx

Artificiële intelligentie: zie P 176

xxx

Psycholinguïstiek: zie H 361

S

261

Differentiële en persoonlijkheidspsychologie

S

262

Ontwikkelingspsychologie

S

263

Sociale psychologie

S

264

Experimentele psychologie

S

265

Pers- en communicatiewetenschappen

S

266

Bedrijfspsychologie

xxx

Psychopathologie: zie B 650

S

270

Pedagogiek en didactiek

S

271

Vakdidactiek

S

272

Lerarenvorming

S

273

Lichamelijke opvoeding, motorische ontwikkeling, sport

xxx

Musculoskelettair systeem: zie B 580

xxx

Biometrie, biomechanica: zie B 110 en B 115

S

274

Methodologie van het wetenschappelijk onderzoek

S

280

Volwassenenvorming, permanente vorming

S

281

Computergesteund onderwijs

xxx

Vreemde-talenonderwijs: zie H 360

S

282

Vergelijkende en historische pedagogiek

S

283

Psychopedagogiek

S

284

Experimentele pedagogiek

S

285

Sociale pedagogiek

S

286

Orthopedagogiek

xxx

Gehandicaptenzorg: zie S 216

xxx

Fysische geneeskunde, motorische revalidatie, rehabilitatie: zie B 710

S

290

Sociale geneeskunde

xxx

Sociolinguïstiek: zie H 360

xxx

Sociale geschiedenis: zie H 270

xxx

Sociale psychologie: zie S 263

EXACTE WETENSCHAPPEN P 000 (Physical Sciences)

xxx

Geschiedenis en wijsbegeerte van de wetenschappen en de geneeskunde: zie H 260 en H 150

Wiskunde P 001

P 110 Wiskundige logica, verzamelingenleer, combinatoriek

P

120

Getaltheorie, veldentheorie, algebraïsche meetkunde, algebra, groepentheorie

P

130

Functies, differentiaalvergelijkingen

P

140

Reeksen, Fourier-analyse, functieanalyse

P

150

Meetkunde, algebraïsche topologie

xxx

Topologische groepen: zie P 120

P

160

Statistiek, operationeel onderzoek, programmatie, actuariële wiskunde

xxx

Actuariële wetenschappen: zie S 182

P

170

Computerwetenschappen, numerieke analyse, systemen, controle

xxx

Biomathematica, cybernetica: zie B 110 en B 115

P

175

Informatica, systeemtheorie

P

176

Artificiële intelligentie

xxx

Computertechnologie: zie T 120

xxx

Bio-informatica: zie B 110

xxx

Wiskundige logica: zie P 110

xxx

Wiskundige fysica: zie P 190

Fysica P 002

P

180

Metrologie, fysische instrumentatie

xxx

Medische instrumentatie: zie B 140

P

190

Wiskundige en algemene theoretische fysica, klassieke mechanica, quantummechanica, relativiteit, gravitatie, statistische fysica, thermodynamica

P

200

Elektromagnetisme, optica, akoestiek

P

210

Elementaire deeltjesfysica, quantumveldentheorie

P

211

Hoge energie interacties, kosmische stralen

P

220

Kernfysica

xxx

Nucleaire technologie: zie T 160

P

230

Atomaire en moleculaire fysica

xxx

Lasertechnologie: zie T 165

P

240

Gas- en vloeistofmechanica, plasma's

xxx

Vloeibaar en vast helium: zie P 250

P

250

Gecondenseerde toestand: structuur, thermische en mechanische eigenschappen, kristallografie, fase-evenwichten

P

260

Gecondenseerde toestand: elektronische structuur, elektrische, magnetische en optische eigenschappen, supergeleiding, magnetische resonantie, relaxatie, spectroscopie

P

265

Halfgeleiderfysica

xxx

Astrofysica: zie P 520

xxx

Geofysica: zie P 500

xxx

Fysicochemie: zie P 400

xxx

Biofysica: zie B 002

xxx

Moleculaire biofysica: zie B 120

xxx

Fysiologische biofysica: zie B 130

xxx

Klinische fysica, tomografie, radiologie, medische instrumentatie: zie B 140

xxx

Radiobiologie en nucleaire geneeskunde: zie B 145

Chemie P 003

P

300

Analytische chemie

P

305

Milieuchemie

P

351

Structuurchemie

P

352

Oppervlakte- en grenslaagchemie

P

360

Anorganische chemie

P

370

Macromoleculaire chemie

P

380

Nucleaire chemie

P

390

Organische chemie

P

395

Organometaalchemie

P

400

Fysicochemie

xxx

Kristallografie: zie P 250

P

401

Elektrochemie

P

402

Fotochemie

xxx

Lasertechnologie: zie T 165

P

410

Theoretische chemie, quantumchemie

xxx

Kosmochemie: zie P 520

xxx

Agrochemie: zie B 434

xxx

Klinische chemie: zie B 190

Biochemie, metabolisme P 004

P

310

Proteïnen, enzymologie

P

320

Nucleïnezuren, proteïnesynthese

P

330

Bio-energetica

P

340

Lipiden, steroïden, membranen

xxx

Biopolymeren: zie T 390

Geologie, fysische aardrijkskunde P 005

P

420

Petrologie, mineralogie, geochemie

xxx

Kristallografie: zie P 250

P

430

Minerale afzettingen, economische geologie

P

440

Tektoniek

P

450

Stratigrafie

P

460

Sedimentologie

P

470

Hydrogeologie, geografische en geologische techniek

P

500

Geofysica, fysische oceanografie, meteorologie

P

510

Fysische aardrijkskunde, geomorfologie, pedologie, cartografie, klimatologie

xxx

Geschiedkundige aardrijkskunde: zie H 280

P

515

Geodesie

Paleontologie P 006

P 520

xxx

Plantenpaleontologie, palynologie: zie B 300

xxx

Dierenpaleontologie: zie B 330

xxx

Chronologie, dateringstechnieken: zie T 510

Astronomie P 007

P 520 Astronomie, ruimteonderzoek, kosmochemie

xxx

Kosmische stralen: zie P 211

xxx

Remote sensing: zie T 181

BIOMEDISCHE WETENSCHAPPEN B 000

Algemene biomedische wetenschappen B 001

B 100 Geschiedenis en wijsbegeerte van de biomedische wetenschappen, theoretische biologie, algemene evolutieleer

B

110

Bio-informatica, medische informatica, biomathematica, biometrie

B

115

Biomechanica, cybernetica

Biofysica B 002

B 120 Moleculaire biofysica

B

130

Fysiologische biofysica

B

140

Klinische fysica, radiologie, tomografie, medische instrumentatie

B

145

Nucleaire geneeskunde, radiobiologie

xxx

Radiofarmaca: zie T 411

xxx

Genetische effecten: zie B 220

xxx

Biochemie, metabolisme: zie P 004

xxx

Proteïnen, enzymologie: zie P 310

xxx

Nucleïnezuren, proteïnesynthese: zie P 320

xxx

Bio-energetica: zie P 330

xxx

Lipiden, steroïden, membranen: zie P 340

xxx

Biopolymeren: zie T 390

B

190

Klinische chemie

xxx

Hormonen: zie B 370 en B 480

xxx

Endocrinologie: zie B 480

xxx

Serologie: zie B 500

B

191

Plantenbiochemie

xxx

Biotechnologie: zie T 490

xxx

Stikstoffixatie: zie B 433

B

200

Cytologie, oncologie, carcinologie

xxx

Anatomopathologie: zie B 520

B

210

Histologie, cytochemie, histochemie, weefselcultuur

B

220

Genetica, cytogenetica

xxx

Klinische genetica: zie B 790

xxx

Veredeling van dieren: zie B 400

xxx

Veredeling van planten: zie B 390

B

225

Plantengenetica

B

230

Microbiologie, bacteriologie, virologie, mycologie

xxx

Stikstoffixatie: zie B 433

xxx

Plantenparasitologie: zie B 250

xxx

Parasitologie van mens en dier: zie B 240

B

235

Protozooelogie

B

240

Parasitologie van mens en dier

B

250

Entomologie, plantenparasitologie

xxx

Fytopathologie: zie B 390

B

260

Hydrobiologie, mariene biologie, hydro-ecologie, limnologie

Ecologie B 003

B 270 Plantenecologie

xxx

Hydro-ecologie: zie B 260

xxx

Paleo-ecologie: zie B 300 en B 330

B

280

Dierenecologie

Plantkunde B 004

B 290 Systematische plantkunde, taxonomie, morfologie, fytogeografie, chemotaxonomie. Fysiologie van niet-vasculaire planten

xxx

Fysiologie van vasculaire planten: zie B 310

B

300

Plantenpaleontologie, fylogenie, palynologie

B

310

Fysiologie van vasculaire planten

Dierkunde B 005

B 320 Systematische zooelogie, taxonomie, zooegeografie

B

330

Dierenpaleontologie, fylogenie

B

340

Dierenanatomie, dierenmorfologie

xxx

Groei van dieren: zie B 350

B

350

Ontwikkelingsbiologie, groei van dieren, ontogenie, embryologie

B

360

Dierenfysiologie

xxx

Biochemie: zie P 004

xxx

Ontwikkelingsfysiologie: zie B 350

B

361

Fysiologie van invertebraten

xxx

Biochemie: zie P 004

B

370

Endocrinologie van invertebraten

xxx

Endocrinologie van vertebraten: zie B 480

B

380

Dierlijke ethologie, dierenpsychologie

B

381

Menselijke ethologie

Landbouwkunde B 006

B 390 Plantenteelt, tuinbouw, veredeling, gewasbescherming, fytopathologie

xxx

Plantengenetica: zie B 225

B

400

Zooetechniek, veeteelt

xxx

Diergeneeskunde: zie B 750

B

401

Pluimveeteelt

B

402

Aquicultuur, visteelt

B

410

Bodembeheer, landbouwhydrologie

xxx

Pedologie: zie P 510

B

420

Voeding

xxx

Levensmiddelentechnologie: zie T 430

B

430

Bosbouw

B

431

Tropische landbouw

B

432

Sierplantenteelt

B

433

Stikstoffixatie

B

434

Agrochemie

B

435

Geschiedenis van de landbouw

xxx

Landbouwmachines, boerderijbouw: zie T 420

xxx

Landbouweconomie: zie S 187

Geneeskunde, mens en vertebraten B 007

xxx

Algemene biomedische wetenschappen: zie B 100 tot B 240

B 440 Anatomie, morfologie (mens)

xxx

Anatomie, morfologie (dier): zie B 340

B

450

Ontwikkelingsbiologie, teratologie, ontogenie, embryologie (mens)

xxx

Ontwikkelingsbiologie, teratologie, ontogenie, embryologie (dier): zie B 350

xxx

Tandontwikkeling: zie B 730

B

460

Fysische antropologie

xxx

Menselijke genetica: zie B 220

B

470

Fysiologie

xxx

Biochemie: zie P 004

xxx

Neurofysiologie: zie B 640

xxx

Voeding: zie B 420

B

480

Endocrinologie, secretiesystemen, diabetologie

B

490

Hematologie, extracellulaire vloeistoffen

B

500

Immunologie, serologie, transplantatie

B

510

Infecties

xxx

Microbiologie: zie B 230

B

520

Algemene pathologie, anatomopathologie

xxx

Carcinologie, oncologie: zie B 200

xxx

Nucleaire geneeskunde: zie B 145

B

530

Cardiovasculair systeem

B

540

Ademhaling

B

550

Gastro-enterologie

B

560

Urologie, nefrologie

B

570

Obstetriek, gynaecologie, andrologie, voortplanting, sexualiteit

B

580

Musculoskelettair systeem, reumatologie, motoriek

xxx

Orthopedie: zie B 600

B

590

Anesthesiologie, intensieve zorgen

B

600

Heelkunde, orthopedie, traumatologie

xxx

Neurologische heelkunde: zie B 640

B

610

Otorinolaryngologie, audiologie, auditief systeem en spraak

B

620

Oftalmologie

B

630

Dermatologie, venerologie

B

640

Neurologie, neuropsychologie, neurofysiologie

xxx

Neurolinguïstiek: zie H 361

B

650

Psychiatrie, klinische psychologie, psychosomatiek

B

660

Pediatrie

xxx

Ontwikkelingsbiologie, teratologie: zie B 450

xxx

Kinderpsychiatrie: zie B 650

B

670

Gerontologie

B

680

Volksgezondheid, epidemiologie

xxx

Sociale geneeskunde: zie S 290

B

685

Ziekenhuiswetenschappen en -beheer

B

690

Arbeidsgeneeskunde, industriële geneeskunde

B

700

Milieugeneeskunde

B

710

Fysische geneeskunde, kinesitherapie, motorische revalidatie, rehabilitatie

xxx

Lichamelijke opvoeding, motorische ontwikkeling, sport: zie S 273

xxx

Orthopedagogiek: zie S 286

B

720

Huisartsengeneeskunde, medische opleiding

B 725 Diagnostiek

xxx

Radiologie, NMR, tomografie: zie B 140

xxx

Klinische genetica: zie B 790

xxx

Nucleaire geneeskunde: zie B 145

xxx

Radiofarmaca: zie T 411

B 726 Klinische biologie

xxx

Klinische chemie: zie B 190

xxx

Serologie: zie B 500

xxx

Anatomopathologie: zie B 520

B 730 Odontologie, stomatologie

B

740

Farmacologie, farmacognosie, farmacie, toxicologie

xxx

Klinische biologie: zie B 726

xxx

Radiofarmaca: zie T 411

B

750

Diergeneeskunde: heelkunde, fysiologie, pathologie, klinische studies

B

760

Psychonomie

B

770

Gerechtelijke geneeskunde

B

780

Tropische geneeskunde

B

790

Klinische genetica

TOEGEPASTE WETENSCHAPPEN T 000

T 100 Geschiedenis en wijsbegeerte van de technologie

T

110

Instrumentatie

xxx

Fysische intrumentatie: zie P 180

T

111

Beeldvorming en -verwerking

xxx

Radiologie, NMR, tomografie: zie B 140

T

115

Medische technologie

xxx

Biomechanica: zie B 115

xxx

Medische instrumentatie: zie B 140

T

120

Systeemtechnologie, computertechnologie

T

121

Signaalverwerking

xxx

Beeldverwerking: zie T 111

xxx

Systeemtheorie: zie P 175

xxx

Cybernetica: zie B 115

xxx

Computerwetenschappen: zie P 170

T

125

Automatisatie, robotica, regeltechniek

T

130

Produktietechnologie

T

140

Energieonderzoek

T

150

Materiaaltechnologie

T

151

Optische materialen

xxx

Lasertechnologie: zie T 165

T

152

Composietmaterialen

T

153

Keramische materialen en poeders

xxx

Amorfe materialen: zie P 265 en T 171

xxx

Polymeren: zie T 390

xxx

Metallische materialen: zie T 450

T

155

Deklagen en oppervlaktebehandeling

T

160

Nucleaire technologie en ingenieurstechniek

T

165

Lasertechnologie

Elektronica en elektrotechniek T 001

T

170

Elektronica

T

171

Micro-elektronica

xxx

Computerwetenschappen: zie P 170

xxx

Computertechnologie: zie T 120

xxx

Informatica: zie P 175

T

180

Telecommunicatie

T

181

Remote sensing, teledetectie

T

190

Elektrotechniek

xxx

Regeltechniek: zie T 125

T

191

Hoogfrequentietechniek, microgolffrequenties

T

200

Thermische ingenieurstechnieken, toegepaste thermodynamica

T

210

Toegepaste mechanica, hydraulica, vacuuemtechnologie, trillingen, toegepaste akoestiek

xxx

Motoren en aandrijfsystemen: zie T 455

Burgerlijke bouwkunde T 002

T

220

Burgerlijke bouwkunde, waterbouwkunde, offshore techniek, bodemmechanica

T

230

Constructie van gebouwen

T

240

Architectuur, binnenhuisarchitectuur

T

250

Landschapsarchitectuur

T

260

Planologie

xxx

Stedebouw en ruimtelijke ordening: zie S 240

T

270

Milieutechnologie, controle van de verontreiniging

xxx

Milieuchemie: zie P 305

xxx

Milieugeneeskunde: zie B 700

Transporttechnologie T 003

T

280

Technologie van het wegvervoer

T

290

Technologie van het spoorvervoer

T

300

Technologie van de scheepvaart

T

310

Technologie van de luchtvaart

xxx

Burgerlijke bouwkunde: zie T 002

xxx

Motoren en aandrijfsystemen: zie T 455

T

320

Ruimtetechnologie

xxx

Ruimtewetenschappen: zie P 520

T

330

Militaire wetenschappen en technologie

T

340

Mijnbouw

T

350

Chemische technologie en ingenieurstechniek

T

360

Biochemische technologie

T

370

Koolwaterstofchemie, petrochemie, brandstof- en explosieventechnologie

xxx

Motoren en aandrijfsystemen: zie T 455

T

380

Technologie van natuuroliën, vetten en was

T

390

Polymeertechnologie, biopolymeren

T

400

Fijne chemikaliëntechnologie, kleurstoffen

xxx

Agrochemie: zie B 434

T

410

Farmaca en aanverwante technologie

T

411

Radiofarmaca

T

420

Landbouwtechnologie, landbouwmachines, boerderijbouw

T

430

Levensmiddelentechnologie

T

440

Technologie van niet-metallische mineralen

T

450

Metaaltechnologie, metallurgie, metaalprodukten

T

455

Motoren en aandrijfsystemen

T

460

Hout- en papiertechnologie

T

470

Textieltechnologie

T

490

Biotechnologie

T

500

Veiligheidstechniek

T

510

Chronologie, dateringstechnieken

T

480

Technologie van andere produkten