31983R0918

Verordening (EEG) nr. 918/83 van de Raad van 28 maart 1983 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen

Publicatieblad Nr. L 105 van 23/04/1983 blz. 0001 - 0037
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 2 Deel 3 blz. 0146
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 02 Deel 9 blz. 0276
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 2 Deel 3 blz. 0146
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 02 Deel 9 blz. 0276


++++

VERORDENING ( EEG ) Nr . 918/83 VAN DE RAAD

van 28 maart 1983

betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , inzonderheid op de artikelen 28 , 43 en 235 ,

Gezien het voorstel van de Commissie ,

Gezien het advies van het Europese Parlement ( 1 ) ,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ( 2 ) ,

Overwegende dat , behoudens bijzondere overeenkomstig het Verdrag vastgestelde afwijkingen , de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief van toepassing zijn op alle in de Gemeenschap ingevoerde goederen ; dat dit ook geldt voor landbouwheffingen en alle andere heffingen bij invoer welke zijn vastgesteld in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid of in het kader van de specifieke regelingen die van toepassing zijn op bepaalde door de verwerking van landbouwprodukten verkregen produkten ;

Overwegende evenwel dat een dergelijke belasting in bepaalde welomschreven omstandigheden niet gerechtvaardigd is , wanneer de bijzondere omstandigheden bij de invoer van de goederen de toepassing van de gebruikelijke maatregelen ter bescherming van de economie niet vereisen ;

Overwegende dat , zoals in de meeste douanewetgevingen gebruikelijk is , dient te worden vastgesteld dat in dergelijke gevallen de invoer kan plaatsvinden onder een vrijstellingsregeling op grond waarvan de goederen zijn ontheven van toepassing van de rechten bij invoer die normaliter zouden worden geheven ;

Overwegende dat dergelijke vrijstellingsregelingen tevens voortvloeien uit multilaterale internationale overeenkomsten waarbij alle of sommige Lid-Staten partij zijn ; dat , aangezien de Gemeenschap deze overeenkomsten dient toe te passen , deze toepassing de invoering veronderstelt van communautaire voorschriften inzake douanevrijstellingen die van dien aard zijn dat daardoor , in overeenstemming met de vereisten van de douane-unie , de verschillen worden opgeheven ten aanzien van onderwerp , draagwijdte en toepassingsvoorwaarden van de vrijstellingen die in deze overeenkomsten zijn vastgesteld en alle betrokken personen de mogelijkheid wordt geboden in de gehele Gemeenschap dezelfde voordelen te genieten ;

Overwegende dat bepaalde thans in de Lid-Staten toegepaste vrijstellingen voortvloeien uit specifieke overeenkomsten met derde landen of internationale organisaties ; dat deze overeenkomsten vanwege hun inhoud slechts de betrokken Lid-Staat aangaan ; dat het niet zinvol lijkt op communautair vlak de toekenningsvoorwaarden voor dergelijke vrijstellingen vast te stellen , maar dat het voldoende lijkt de betrokken Lid-Staten te machtigen deze te verlenen , zo nodig door middel van een daartoe ingestelde passende procedure ;

Overwegende dat de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk landbouwbeleid tot gevolg heeft dat op bepaalde goederen , in bepaalde omstandigheden , rechten bij uitvoer worden toegepast ; dat tevens op communautair vlak dient te worden vastgesteld in welke gevallen een vrijstelling van deze rechten bij uitvoer kan worden verleend ;

Overwegende dat de Raad reeds verschillende verordeningen heeft vastgesteld op het gebied van de douanevrijstellingen ; dat het , terwille van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen , wenselijk lijkt de bepalingen van deze bijzondere verordeningen in de onderhavige verordening op te nemen en die verordeningen formeel in te trekken ;

Overwegende dat het , met het oog op de juridische duidelijkheid , aanbeveling verdient te vermelden welke bepalingen van communautaire besluiten die bepaalde vrijstellingsmaatregelen bevatten , onverlet worden gelaten door de onderhavige verordening ;

Overwegende dat de bepalingen van deze verordening geen beletsel vormen voor de toepassing door de Lid-Staten van verboden of beperkingen van in - of uitvoer , welke gerechtvaardigd zijn uit hoofde van bescherming van de openbare zedelijkheid , de openbare orde , de openbare veiligheid , de bescherming van de gezondheid en het leven van personen en dieren of de instandhouding van planten , de bescherming van nationale rijkdommen met artistieke , historische of archeologische waarde of de bescherming van de industriële of commerciële eigendom ;

Overwegende dat voor vrijstellingen , die worden toegekend binnen de grenzen van in Ecu vastgestelde bedragen , voorschriften moeten worden vastgesteld voor de omrekening van deze bedragen in nationale valuta ;

Overwegende dat de uniforme toepassing van de bepalingen van deze verordening moet worden gewaarborgd en dat daartoe een communautaire procedure moet worden vastgesteld om de uitvoeringsvoorschriften daarvan binnen passende termijnen te kunnen vaststellen ; dat daartoe een comité moet worden ingesteld dat het mogelijk maakt een nauwe en doeltreffende samenwerking op dit gebied tussen de Lid-Staten en de Commissie tot stand te brengen , en dat in de plaats zal komen van het Comité Douanevrijstellingen ingesteld bij Verordening ( EEG ) nr . 1798/75 van de Raad van 10 juli 1975 betreffende de invoer met vrijstelling van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor voorwerpen van opvoedkundige , wetenschappelijke of culturele aard ( 3 ) ,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :

Artikel 1

1 . In deze verordening worden de gevallen bepaald waarin wegens bijzondere omstandigheden een vrijstelling van rechten bij invoer of rechten bij uitvoer wordt toegestaan wanneer goederen in het vrije verkeer worden gebracht dan wel uit de Gemeenschap worden uitgevoerd .

2 . In de zin van deze verordening wordt verstaan onder :

a ) " rechten bij invoer " , zowel douanerechten en heffingen van gelijke werking als landbouwheffingen en andere belastingen bij invoer , vastgesteld in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid of in het kader van specifieke regelingen die van toepassing zijn op bepaalde door verwerking van landbouwprodukten verkregen goederen ;

b ) " rechten bij uitvoer " , landbouwheffingen en overige belastingen bij uitvoer , vastgesteld in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid of in het kader van specifieke regelingen die van toepassing zijn op bepaalde door verwerking van landbouwprodukten verkregen goederen ;

c ) " persoonlijke goederen " , goederen die voor het persoonlijk gebruik van de belanghebbenden of voor de behoeften van hun huishouden dienen .

Persoonlijke goederen zijn met name :

- roerende goederen en voorwerpen ,

- fietsen en motorfietsen , automobielen voor particulier gebruik en aanhangwagens daarvan , kampeerwagens , pleziervaartuigen en sportvliegtuigen .

Huishoudelijke voorraden die overeenkomen met een normale gezinsbevoorrading , kleine huisdieren en rijdieren , alsmede draagbare instrumenten voor kunsten en ambachten die de belanghebbende nodig heeft voor de uitoefening van zijn beroep , zijn eveneens persoonlijke goederen . Persoonlijke goederen mogen door hun aard of hoeveelheid geen commerciële bijbedoeling laten blijken ;

d ) " roerende goederen en voorwerpen " : persoonlijke voorwerpen , linnengoed , goederen bestemd voor meubilering of uitrusting voor persoonlijk gebruik van de belanghebbenden of voor de behoeften van hun huishouden ;

e ) " alcoholische produkten " , produkten ( bier , wijn , aperitieven op basis van wijn of alcohol , gedistilleerde dranken , likeuren en andere alcoholhoudende dranken , enz . ) die onder de posten 22.03 tot en met 22.09 van het gemeenschappelijk douanetarief vallen .

3 . Behoudens andersluidende bepalingen in deze verordening wordt voor de toepassing van hoofdstuk I , het eiland Helgoland als een derde land beschouwd .

HOOFDSTUK I

VRIJSTELLING VAN RECHTEN BIJ INVOER

TITEL I

PERSOONLIJKE GOEDEREN VAN NATUURLIJKE PERSONEN DIE HUN NORMALE VERBLIJFPLAATS VAN EEN DERDE LAND NAAR DE GEMEENSCHAP OVERBRENGEN

Artikel 2

Behoudens het bepaalde in de artikelen 3 tot en met 10 zijn van rechten bij invoer vrijgesteld de persoonlijke goederen , ingevoerd door natuurlijke personen die hun normale verblijfplaats naar het douanegebied van de Gemeenschap overbrengen .

Artikel 3

De vrijstelling is beperkt tot persoonlijke goederen die :

a ) behoudens in door de omstandigheden gerechtvaardigde bijzondere gevallen , ten minste zes maanden voor de datum waarop de belanghebbende zijn normale verblijfplaats in het derde land van herkomst heeft opgegeven , in zijn bezit zijn geweest en , wanneer het niet-verbruikbare goederen betreft , door hem in zijn vroegere normale verblijfplaats zijn gebruikt ;

b ) bestemd zijn om voor hetzelfde doel te worden gebruikt in zijn nieuwe normale verblijfplaats .

De Lid-Staten mogen bovendien de vrijstelling afhankelijk stellen van de voorwaarde dat op de betrokken goederen , hetzij in het land van oorsprong , hetzij in het land van herkomst , de douanerechten en/of belastingen zijn geheven welke daar normaal op slaan .

Artikel 4

Voor de vrijstelling komen alleen personen in aanmerking die hun normale verblijfplaats sedert ten minste twaalf opeenvolgende maanden buiten de Gemeenschap hebben gehad .

De bevoegde autoriteiten kunnen van het bepaalde in de eerste alinea evenwel afwijkingen toestaan , mits het in het voornemen van de betrokkene lag gedurende ten minste twaalf maanden buiten de Gemeenschap te verblijven .

Artikel 5

Van de vrijstelling zijn uitgesloten :

a ) alcoholische produkten ;

b ) tabak en tabaksprodukten ;

c ) bedrijfsvoertuigen ;

d ) materieel voor beroepsdoeleinden , ander dan draagbare instrumenten voor kunsten en ambachten .

Artikel 6

Behoudens bijzondere omstandigheden , wordt vrijstelling slechts verleend voor persoonlijke goederen die voor het verstrijken van een termijn van twaalf maanden , te rekenen vanaf de datum waarop de belanghebbende zijn normale verblijfplaats in het douanegebied van de Gemeenschap heeft gevestigd , voor het vrije verkeer zijn aangegeven .

Het in het vrije verkeer brengen van de persoonlijke goederen mag binnen de in de vorige alinea bedoelde termijn in gedeelten plaatsvinden .

Artikel 7

1 . Tot het verstrijken van een termijn van twaalf maanden , te rekenen vanaf de datum waarop de aangifte daarvan voor het vrije verkeer is aanvaard , mogen de met vrijstelling ingevoerde persoonlijke goederen niet worden uitgeleend , verpand , verhuurd , noch onder bezwarende titel of om niet worden overgedragen , zonder dat de bevoegde autoriteiten daarvan vooraf in kennis zijn gesteld .

2 . Het uitlenen , verpanden , verhuren of overdragen voor het verstrijken van de in lid 1 bedoelde termijn leidt tot toepassing van de voor de betrokken goederen geldende rechten bij invoer , tegen het op de datum van het uitlenen , verpanden , verhuren of overdragen van kracht zijnde tarief , zulks naar de soort en op grondslag van de douanewaarde die op die datum door de bevoegde autoriteiten als juist zijn erkend of aanvaard .

Artikel 8

1 . In afwijking van het bepaalde in artikel 6 , eerste alinea , kan de vrijstelling worden verleend voor persoonlijke goederen die voor het vrije verkeer worden aangegeven voordat de belanghebbende zijn normale verblijfplaats in het douanegebied van de Gemeenschap vestigt , mits laatstgenoemde er zich toe verbindt zijn normale verblijfplaats daar binnen een termijn van zes maanden daadwerkelijk te vestigen . Deze verbintenis gaat gepaard met een zekerheidstelling waarvan de bevoegde autoriteiten de vorm en het bedrag vaststellen .

2 . Indien gebruik wordt gemaakt van het bepaalde in lid 1 , wordt de in artikel 3 , sub a ) , bedoelde termijn berekend vanaf de datum waarop de persoonlijke goederen in het douanegebied van de Gemeenschap zijn binnengebracht .

Artikel 9

1 . Indien de belanghebbende het derde land waar hij zijn normale verblijfplaats had , ingevolge beroepsverplichtingen verlaat zonder deze normale verblijfplaats tegelijkertijd in het douanegebied van de Gemeenschap te vestigen , maar met de bedoeling deze daar later te vestigen , kunnen de bevoegde autoriteiten vergunning verlenen tot invoer met vrijstelling van de persoonlijke goederen die hij daartoe naar genoemd douanegebied overbrengt .

2 . De invoer met vrijstelling van de in lid 1 bedoelde persoonlijke goederen is aan in de artikelen 2 tot en met 7 genoemde voorwaarden onderworpen , met dien verstande dat :

a ) de in artikel 3 , sub a ) , en in artikel 6 , eerste alinea , genoemde termijnen worden berekend vanaf de datum waarop de persoonlijke goederen in het douanegebied van de Gemeenschap zijn binnengebracht ;

b ) de in artikel 7 , lid 1 , bedoelde termijn wordt berekend vanaf de datum waarop de belanghebbende zijn normale verblijfplaats daadwerkelijk in het douanegebied van de Gemeenschap vestigt .

3 . Invoer met vrijstelling is bovendien onderworpen aan de verbintenis van de belanghebbende om zijn normale verblijfplaats in het douanegebied van de Gemeenschap te vestigen binnen een periode die naar gelang van de omstandigheden wordt vastgesteld door de bevoegde autoriteiten . Deze kunnen eisen dat aan deze verbintenis een zekerheidstelling wordt verbonden , waarvan zij de vorm en het bedrag vaststellen .

Artikel 10

De bevoegde autoriteiten kunnen afwijken van artikel 3 , sub a ) en b ) , van artikel 5 , sub c ) en d ) , en van artikel 7 , indien een persoon zijn normale verblijfplaats van een derde land naar het douanegebied van de Gemeenschap overbrengt ten gevolge van uitzonderlijke politieke omstandigheden .

TITEL II

GOEDEREN DIE WORDEN INGEVOERD TER GELEGENHEID VAN EEN HUWELIJK

Artikel 11

1 . Behoudens het bepaalde in de artikelen 12 tot en met 15 , zijn van rechten bij invoer vrijgesteld , de huwelijksuitzetten en inboedel , zelfs indien nieuw , die toebehoren aan een persoon die zijn normale verblijfplaats van een derde land naar het douanegebied van de Gemeenschap overbrengt ter gelegenheid van zijn huwelijk .

2 . Onder hetzelfde voorbehoud zijn eveneens van rechten bij invoer vrijgesteld de gewoonlijk ter gelegenheid van een huwelijk aangeboden geschenken die door personen die hun normale verblijfplaats in een derde land hebben , worden gezonden aan een persoon die voldoet aan de in lid 1 genoemde voorwaarden . De waarde van elk geschenk dat met vrijstelling van rechten mag worden ingevoerd , mag evenwel niet meer bedragen dan 1 000 Ecu .

Artikel 12

Voor de in artikel 11 bedoelde vrijstelling komen slechts in aanmerking personen die :

a ) sedert ten minste twaalf opeenvolgende maanden hun normale verblijfplaats buiten het douanegebied van de Gemeenschap hebben gehad . Er kunnen evenwel uitzonderingen worden toegestaan , mits het in het voornemen van de belanghebbenden lag gedurende ten minste twaalf maanden buiten het douanegebied van de Gemeenschap te verblijven ;

b ) het bewijs van hun huwelijkse staat leveren .

Artikel 13

Van de vrijstelling zijn uitgesloten alcoholische produkten , tabak en tabaksprodukten .

Artikel 14

1 . Behoudens buitengewone omstandigheden wordt de vrijstelling slechts verleend voor goederen die voor het vrije verkeer worden aangegeven :

- ten vroegste twee maanden voor de voor dit huwelijk vastgestelde datum . In dit geval is de vrijstelling onderworpen aan het stellen van een passende zekerheid , waarvan de vorm en het bedrag door de bevoegde autoriteiten worden vastgesteld , en

- uiterlijk vier maanden na de datum van het huwelijk .

2 . De in artikel 11 bedoelde goederen kunnen , binnen de in lid 1 van het onderhavige artikel bedoelde termijn , in gedeelten in het vrije verkeer worden gebracht .

Artikel 15

1 . Tot het verstrijken van een termijn van twaalf maanden , te rekenen vanaf de datum waarop de aangifte daarvan voor het vrije verkeer is aanvaard , mogen de goederen die met toepassing van de in artikel 11 bedoelde vrijstelling zijn ingevoerd , niet worden uitgeleend , verpand , verhuurd , noch onder bezwarende titel of om niet worden overgedragen , zonder dat de bevoegde autoriteiten vooraf daarvan in kennis zijn gesteld .

2 . Het uitlenen , verpanden , verhuren of overdragen voor het verstrijken van de in lid 1 bedoelde termijn , leidt tot toepassing van de voor de betrokken goederen geldende rechten bij invoer , tegen het op de datum van het uitlenen , verpanden , verhuren of overdragen van kracht zijnde tarief , zulks naar de soort en op grondslag van de douanewaarde die op die datum door de bevoegde autoriteiten als juist zijn erkend of aanvaard .

TITEL III

PERSOONLIJKE GOEDEREN , VERKREGEN IN HET KADER VAN EEN ERFOPVOLGING

Artikel 16

1 . Behoudens het bepaalde in de artikelen 17 tot en met 19 zijn van rechten bij invoer vrijgesteld , de persoonlijke goederen die door een natuurlijke persoon die zijn normale verblijfplaats in het douanegebied van de Gemeenschap heeft , door erfopvolging bij versterf , of door erfopvolging bij testament zijn verkregen .

2 . In de zin van lid 1 worden onder " persoonlijke goederen " verstaan alle in artikel 1 , lid 2 , sub c ) , bedoelde goederen die de erfenis van de overledene vormen .

Artikel 17

Van de vrijstelling zijn uitgesloten :

a ) alcoholische produkten ;

b ) tabak en tabaksprodukten ;

c ) bedrijfsvoertuigen ;

d ) materieel voor beroepsdoeleinden , ander dan draagbare instrumenten voor kunsten en ambachten die nodig waren voor de uitoefening van het beroep van de overledene ;

e ) voorraden grondstoffen , eindprodukten of halffabrikaten ;

f ) levend vee en voorraden landbouwprodukten die de met de normale gesinsbevoorrading overeenkomende hoeveelheden overschrijden .

Artikel 18

1 . De vrijstelling wordt slechts verleend voor persoonlijke goederen welke ten laatste twee jaar na de datum waarop de goederen in bezit gesteld zijn ( definitieve regeling van de erfopvolging ) voor het vrije verkeer zijn aangegeven .

Door de bevoegde autoriteiten kan evenwel op grond van bijzondere omstandigheden een verlenging van deze termijn worden toegestaan .

2 . De invoer van de persoonlijke goederen mag binnen de in lid 1 bedoelde termijn in gedeelten plaatsvinden .

Artikel 19

De artikelen 16 tot en met 18 gelden mutatis mutandis voor de persoonlijke goederen die door erfopvolging bij testament worden verworven door een rechtspersoon die een activiteit zonder winstoogmerk uitoefent en in het douanegebied van de Gemeenschap is gevestigd .

TITEL IV

ROERENDE GOEDEREN EN VOORWERPEN BESTEMD VOOR DE MEUBILERING VAN EEN TWEEDE WONING

Artikel 20

Behoudens het bepaalde in de artikelen 21 tot en met 24 zijn van rechten bij invoer vrijgesteld de roerende goederen en voorwerpen die door een natuurlijk persoon die zijn normale verblijfplaats buiten de Gemeenschap heeft , worden ingevoerd voor het meubileren van een tweede woning die in het douanegebied van de Gemeenschap is gelegen .

Artikel 21

De vrijstelling is beperkt tot roerende goederen en voorwerpen die :

a ) behoudens door omstandigheden gerechtvaardigde bijzondere gevallen , gedurende ten minste zes maanden voor de datum van uitvoer van de betrokken roerende goederen en voorwerpen in het bezit van de belanghebbende zijn geweest en door hem zijn gebruikt ;

b ) wat aard en hoeveelheid betreft , in overeenstemming zijn met de normale meubilering van de betrokken tweede woning .

Artikel 22

De vrijstelling wordt slechts verleend aan personen die :

a ) hun normale verblijfplaats sedert ten minste twaalf opeenvolgende maanden buiten de Gemeenschap hebben ,

b ) eigenaar zijn van de betrokken tweede woning of deze voor ten minste twee jaar hebben gehuurd , en

c ) zich ertoe verbinden deze tweede woning gedurende hun afwezigheid of gedurende de afwezigheid van hun gezin niet aan derden te verhuren .

De vrijstelling kan tot eenmaal worden beperkt voor dezelfde tweede woning .

Artikel 23

Het verlenen van de vrijstelling kan afhankelijk worden gesteld van het stellen van een zekerheid voor de betaling van de douaneschuld die uit hoofde van artikel 24 kan ontstaan .

Artikel 24

1 . Het verhuren van de tweede woning aan een derde of het overdragen daarvan voor het verstrijken van een termijn van twee jaar , te rekenen vanaf de datum waarop de aangifte van de roerende goederen en voorwerpen voor het vrije verkeer is aanvaard , leidt tot toepassing van de rechten bij invoer die voor de betrokken roerende goederen en voorwerpen gelden , tegen het op de datum van het verhuren of overdragen van kracht zijnde tarief , zulks naar de soort en op grondslag van de douanewaarde die op die datum door de bevoegde autoriteiten als juist zijn erkend of aanvaard .

De vrijstelling blijft niettemin van kracht indien de betrokken roerende goederen en voorwerpen worden gebruikt voor het meubileren van een nieuwe tweede woning , mits aan het bepaalde in artikel 22 , sub b ) en c ) , is voldaan .

2 . Het uitlenen , verpanden , verhuren of overdragen onder bezwarende titel of om niet aan een derde van de roerende goederen en voorwerpen zelf voor het verstrijken van een termijn van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop de aangifte daarvan voor het vrije verkeer is aanvaard , leidt eveneens tot toepassing van de daarvoor geldende rechten onder dezelfde voorwaarden als bedoeld in lid 1 , eerste alinea .

Deze termijn kan tot tien jaar worden verlengd voor roerende goederen en voorwerpen van grote waarde .

TITEL V

UITZETTEN , STUDIEBENODIGHEDEN EN ANDERE ROERENDE GOEDEREN VAN SCHOLIEREN EN STUDENTEN

Artikel 25

1 . Van rechten bij invoer zijn vrijgesteld de uitzetten , gebruikte roerende goederen die de normale meubilering van een studentenkamer vormen , alsmede de studiebenodigdheden van scholieren en studenten die met het oog op hun studie in het douanegebied van de Gemeenschap komen wonen , welke bestemd zijn voor hun persoonlijk gebruik gedurende hun studietijd .

2 . In de zin van lid 1 wordt verstaan onder :

a ) " scholier of student " , elke persoon die op regelmatige wijze is ingeschreven bij een onderwijsinstelling om er het volledige leerplan te volgen ;

b ) " uitzet " , het linnengoed , alsmede de kleding , zelfs indien nieuw ;

c ) " studiebenodigdheden " , voorwerpen en instrumenten ( met inbegrip van reken - en schrijfmachines ) die normaliter door een scholier of student worden gebruikt bij de studie .

Artikel 26

De vrijstelling wordt ten minste eenmaal per studiejaar verleend .

TITEL VI

ZENDINGEN MET EEN TE VERWAARLOZEN WAARDE

Artikel 27

Behoudens het bepaalde in artikel 28 , zijn van rechten bij invoer vrijgesteld zendingen die per briefpost of als postpakket rechtstreeks aan de geadresseerde worden gezonden en die goederen bevatten waarvan de totale waarde niet meer dan 10 Ecu bedraagt .

Artikel 28

Van de vrijstelling zijn uitgesloten :

a ) alcoholische produkten ;

b ) parfum en toiletwater ;

c ) tabak en tabaksprodukten .

TITEL VII

KLEINE ZENDINGEN ZONDER HANDELSKARAKTER

Artikel 29

1 . Behoudens het bepaalde in de artikelen 30 en 31 zijn van rechten bij invoer vrijgesteld goederen vervat in kleine zendingen zonder handelskarakter die door een particulier uit een derde land worden verzonden naar een andere particulier die zich in het douanegebied van de Gemeenschap bevindt .

Het bepaalde in dit lid is niet van toepassing op kleine zendingen zonder handelskarakter uit het eiland Helgoland .

2 . In de zin van lid 1 worden onder " kleine zendingen zonder handelskarakter " verstaan zendingen die tegelijkertijd :

- een incidenteel karakter dragen ;

- uitsluitend goederen bevatten die bestemd zijn voor persoonlijk gebruik door de geadresseerde dan wel voor gebruik door de leden van zijn gezin , mits uit de aard of de hoeveelheid der goederen geen commerciële bijbedoelingen blijken ;

- zijn samengesteld uit goederen waarvan de totale waarde , met inbegrip van de waarde van de in artikel 30 bedoelde produkten , niet meer dan 35 Ecu bedraagt ;

- door de afzender aan de geadresseerde worden gezonden zonder dat hiervoor door laatstgenoemde enigerlei betaling plaatsvindt .

Artikel 30

Voor de hierna genoemde goederen wordt de in artikel 29 , lid 1 , bedoelde vrijstelling per zending beperkt tot de voor elk van deze goederen vastgestelde hoeveelheden :

a ) tabaksprodukten :

50 sigaretten , of

25 cigarillo's ( sigaren met een maximumgewicht van 3 gram per stuk ) , of

10 sigaren , of

50 gram rooktabak ;

b ) alcoholhoudende dranken :

- gedistilleerde dranken en alcoholhoudende dranken met een alcoholgehalte van meer dan 22 % vol : 1 liter . De Lid-Staten kunnen eisen dat deze hoeveelheid zich in één enkele fles bevindt , of

- gedistilleerde dranken en alcoholhoudende dranken , aperitieven op basis van wijn of alcohol , met een alcoholgehalte van 22 % vol of minder ; mousserende wijnen , likeurwijnen : 1 liter of

- niet-mousserende wijnen : 2 liter ;

c ) parfum : 50 gram , of

toiletwater : 0,25 liter .

Artikel 31

De in artikel 30 genoemde goederen die zijn vervat in een kleine zending zonder handelskarakter in een hoeveelheid die de in genoemd artikel vastgestelde hoeveelheid overschrijdt , zijn volleding van de vrijstelling uitgesloten .

TITEL VIII

KAPITAALGOEDEREN EN ANDERE UITRUSTING , INGEVOERD TER GELEGENHEID VAN HET VERLEGGEN VAN ACTIVITEITEN VAN EEN DERDE LAND NAAR DE GEMEENSCHAP

Artikel 32

1 . Onverminderd de in de Lid-Staten vigerende industriële en commerciële beleidsmaatregelen , zijn , behoudens het bepaalde in de artikelen 33 tot en met 37 , van rechten bij invoer vrijgesteld kapitaalgoederen en andere uitrusting toebehorende aan bedrijven die hun activiteiten in een derde land definitief staken om een soortgelijke activiteit te komen uitoefenen in het douanegebied van de Gemeenschap .

Wanneer het overgebrachte bedrijf een landbouwbedrijf is , is ook het levende vee van rechten bij invoer vrijgesteld .

2 . In de zin van lid 1 wordt onder " bedrijf " verstaan een volledige economische produktie-eenheid .

Artikel 33

De in artikel 32 bedoelde vrijstelling is beperkt tot kapitaalgoederen en andere uitrusting die :

a ) behoudens in door de omstandigheden gerechtvaardigde bijzondere gevallen , daadwerkelijk in het bedrijf zijn gebruikt gedurende ten minste twaalf maanden voor het staken van de activiteiten van het bedrijf in het derde land waarvandaan het is overgebracht ;

b ) bestemd zijn om na deze overbrenging voor dezelfde doeleinden te worden gebruikt ;

c ) in overeenstemming zijn met de aard en de omvang van het betrokken bedrijf .

Artikel 34

Van de vrijstelling zijn uitgesloten bedrijven waarvan de overbrenging naar het douanegebied van de Gemeenschap als oorzaak dan wel tot doel heeft een fusie met of een overname door een bedrijf dat in het douanegebied van de Gemeenschap is gevestigd , zonder dat een nieuwe activitcit wordt ondernomen .

Artikel 35

Van de vrijstelling zijn uitgesloten :

a ) vervoermiddelen die niet het karakter bezitten van produktiemiddelen of middelen in het kader van dienstverlening ;

b ) voorraden van ongeacht welke aard , bestemd voor menselijk verbruik of voor voeding van dieren ;

c ) brandstoffen en voorraden grondstoffen , eindprodukten of halffabrikaten ;

d ) vee dat in het bezit is van veekooplieden .

Artikel 36

Behoudens door de omstandigheden gerechtvaardigde bijzondere gevallen , wordt de in artikel 32 bedoelde vrijstelling slechts verleend voor kapitaalgoederen en andere uitrusting die voor het vrije verkeer zijn aangegeven voor het verstrijken van een termijn van twaalf maanden , te rekenen vanaf de datum van het staken van de activiteiten van het bedrijf in het derde land van herkomst .

Artikel 37

1 . Tot het verstrijken van een termijn van twaalf maanden , te rekenen vanaf de datum waarop de aangifte daarvan voor het vrije verkeer is aanvaard , mogen met vrijstelling ingevoerde kapitaalgoederen en andere uitrusting niet worden uitgeleend , verpand , verhuurd , noch onder bezwarende titel of om niet worden overgedragen , zonder dat de bevoegde autoriteiten daarvan vooraf in kennis zijn gesteld .

Deze termijn kan tot zesendertig maanden worden verlengd voor verhuur of overdracht in geval van risico van misbruik .

2 . Het uitlenen , verpanden , verhuren of overdragen voor het verstrijken van de in lid 1 bedoelde termijn leidt tot toepassing van de voor de betrokken goederen geldende rechten bij invoer , tegen het op de datum van het uitlenen , verpanden , verhuren of overdragen geldende tarief , zulks naar de soort en op grondslag van de douanewaarde die op die datum door de bevoegde autoriteiten als juist zijn erkend of aanvaard .

Artikel 38

Het bepaalde in de artikelen 32 tot en met 37 is mutatis mutandis van toepassing op kapitaalgoederen en andere uitrusting , toebehorend aan personen die een vrij beroep uitoefen of aan rechtspersonen die een activiteit zonder winstoogmerk uitoefenen en die deze activiteit van een derde land naar het douanegebied van de Gemeenschap verleggen .

TITEL IX

PRODUKTEN DIE DOOR LANDBOUWPRODUCENTEN UIT DE GEMEENSCHAP ZIJN VERKREGEN OP IN EEN DERDE LAND GELEGEN LANDERIJEN

Artikel 39

1 . Behoudens het bepaalde in de artikelen 40 en 41 , zijn van rechten bij invoer vrijgesteld de produkten van landbouw , veeteelt , bijenteelt , tuinbouw of bosbouw , afkomstig van landerijen die in een derde land in de onmiddellijke nabijheid van het douanegebied van de Gemeenschap zijn gelegen en die worden geëxploiteerd door landbouwproducenten die de zetel van hun bedrijf in genoemd douanegebied hebben , in de onmiddellijke nabijheid van het betrokken derde land .

2 . Om voor het bepaalde in lid 1 in aanmerking te komen , moeten veteelprodukten afkomstig zijn van dieren die van oorsprong zijn uit de Gemeenschap of aldaar in het vrije verkeer zijn gebracht .

Artikel 40

De vrijstelling is beperkt tot produkten die geen andere behandeling hebben ondergaan dan die welke gewoonlijk na de oogst of de produktie plaatsvindt .

Artikel 41

De vrijstelling wordt slechts verleend voor produkten die door de landbouwproducent of voor diens rekening in het douanegebied van de Gemeenschap worden binnengebracht .

Artikel 42

Het bepaalde in de artikelen 39 tot en met 41 is mutatis mutandis van toepassing op produkten van de visserij of van de visteelt die door vissers uit de Gemeenschap wordt beoefend op meren en waterlopen die de grens van een Lid-Staat en een derde land vormen en op produkten van de jacht door jagers uit de Gemeenschap op genoemde meren en waterlopen .

TITEL X

ZAAIGOED , MESTSTOFFEN EN PRODUKTEN VOOR DE BEHANDELING VAN BODEM EN GEWASSEN , WELKE DOOR LANDBOUWPRODUCENTEN UIT DERDE LANDEN WORDEN INGEVOERD OM TE WORDEN GEBRUIKT OP AAN DEZE LANDEN GRENZENDE LANDERIJEN

Artikel 43

Behoudens het bepaalde in artikel 44 , zijn van rechten bij invoer vrijgesteld zaaigoed , meststoffen en produkten voor de behandeling van bodem en gewassen , bestemd voor de exploitatie van landerijen welke in het douanegebied van de Gemeenschap gelegen zijn in de onmiddellijke nabijheid van een derde land , en worden geëxploiteerd door landbouwproducenten die de zetel van hun bedrijf in het genoemde derde land hebben , in de onmiddellijke nabijheid van het douanegebied van de Gemeenschap .

Artikel 44

1 . De vrijstelling is beperkt tot de hoeveelheden zaaigoed , meststoffen of andere produkten die nodig zijn voor de exploitatie van de landerijen .

2 . De vrijstelling wordt slechts verleend voor zaaigoed , meststoffen of andere produkten die rechtstreeks door de landbouwproducent of voor diens rekening in het douanegebied van de Gemeenschap worden binnengebracht .

3 . De Lid-Staten kunnen hieraan de voorwaarde van wederkerigheid verbinden .

TITEL XI

GOEDEREN DIE DEEL UITMAKEN VAN DE PERSOONLIJKE BAGAGE VAN REIZIGERS

Artikel 45

1 . Behoudens het bepaalde in de artikelen 46 tot en met 49 , zijn van rechten bij invoer vrijgesteld goederen die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers afkomstig uit een derde land , voor zover het invoer betreft waaraan elk handelskarakter vreemd is .

2 . In de zin van lid 1 wordt verstaan onder :

a ) " persoonlijke bagage " , alle bagage die de reiziger bij zijn aankomst in de Gemeenschap bij de douane kan aangeven , alsmede de bagage die hij later bij die douane aangeeft , mits hij kan bewijzen dat deze , bij zijn vertrek , als begeleide bagage was ingeschreven bij de maatschappij die zijn vervoer van het derde land van herkomst naar de Gemeenschap heeft verzorgd .

Onverminderd het bepaalde in artikel 112 , lid 1 , sub b ) , behoren motorbrandstoffen in draagbare reservoirs niet tot de persoonlijke bagage ;

b ) " invoer waaraan elk handelskarakter vreemd is " , invoer die :

- een incidenteel karakter draagt , en

- uitsluitend betrekking heeft op goederen bestemd voor persoonlijk gebruik van de reizigers dan wel voor gebruik door leden van hun gezin of bestemd om ten geschenke te worden aangeboden , mits uit de aard of de hoeveelheid der goederen geen commerciële bijdedoelingen blijken .

Artikel 46

1 . Wat de hierna vermelde goederen betreft , is de in artikel 45 , lid 1 , bedoelde vrijstelling per reiziger beperkt tot de telkens voor deze goederen vastgestelde hoeveelheden :

a ) tabaksprodukten :

200 sigaretten , of

100 cigarillo's ( sigaren met een maximumgewicht van 3 gram per stuk ) , of

50 sigaren , of

250 gram rooktabak ;

Voor reizigers die hun verblijfplaats buiten Europa hebben , bedragen deze maximumhoeveelheden :

400 sigaretten , of

200 cigarillo's ( sigaren met een maximumgewicht van 3 gram per stuk ) , of

100 sigaren , of

500 gram rooktabak ;

b ) alcoholhoudende dranken :

- gedistilleerde en alcoholhoudende dranken met een alcoholgehalte van meer dan 22 % vol : 1 liter . De Lid-Staten kunnen eisen dat deze hoeveelheid zich in één enkele fles bevindt , of

- gedistilleerde en alcoholhoudende dranken , aperitieven op basis van wijn of van alcohol , met een alcoholgehalte van ten hoogste 22 % vol ; mousserende wijnen , likeurwijnen : 2 liter , en niet-mousserende wijnen : 2 liter ;

c ) parfums : 50 gram , en toiletwater : 0,25 liter .

2 . Aan reizigers jonger dan 17 jaar wordt voor de in lid 1 , sub a ) en b ) , genoemde goederen geen vrijstelling verleend .

Artikel 47

Wat andere dan de in artikel 46 vermelde goederen betreft , wordt de in artikel 45 bedoelde vrijstelling per reiziger verleend tot een totale waarde van ten hoogste 45 Ecu .

De Lid-Staten kunnen dit bedrag voor reizigers beneden de 15 jaar tot 23 Ecu beperken .

Artikel 48

Indien de totale waarde van diverse goederen per reiziger de in artikel 47 bedoelde bedragen overschrijdt , wordt de vrijstelling tot deze bedragen verleend voor de goederen die , wanneer ze afzonderlijk waren ingevoerd , voor genoemde vrijstelling in aanmerking zouden zijn gekomen , met dien verstande dat de waarde van een afzonderlijk goed niet mag worden gesplitst .

Artikel 49

1 . De Lid-Staten kunnen de waarde en/of de hoeveelheden van de vrij te stellen goederen beperken wanneer deze worden ingevoerd door :

- personen die in het grensgebied wonen ;

- grensarbeiders ;

- personeel van vervoermiddelen die in het verkeer tussen derde landen en de Gemeenschap worden gebruikt .

Deze beperkingen zijn niet van toepassing wanneer de personen die in het grensgebied wonen , het bewijs leveren dat zij niet terugkeren uit het grensgebied van het aangrenzende derde land . Zij blijven evenwel van toepassing op grensarbeiders en personeel van vervoermiddelen die in het verkeer tussen derde landen en de Gemeenschap worden gebruikt , wanneer zij goederen invoeren ter gelegenheid van een verplaatsing in het kader van hun beroepsactiviteit .

2 . Voor de toepassing van het bepaalde in lid 1 wordt verstaan onder :

- " grensgebied " : onverminderd de ter zake bestaande overeenkomsten , een gebied waarvan de breedte maximaal vijftien kilometer in rechten lijn , gemeten vanaf de grens , mag bedragen . Gemeenten welke gedeeltelijk binnen het grensgebied vallen , moeten tot dat gebied worden gerekend ;

- " grensarbeider " : ieder die zich voor zijn gewone werkzaamheden op zijn werkdagen naar de andere zijde van de grens dient te begeven .

TITEL XII

VOORWERPEN VAN OPVOEDKUNDIGE , WETENSCHAPPELIJKE OF CULTURELE AARD ; WETENSCHAPPELIJKE INSTRUMENTEN EN APPARATEN

Artikel 50

Van rechten bij invoer zijn vrijgesteld de in bijlage I opgenomen voorwerpen van opvoedkundige , wetenschappelijke of culturele aard , ongeacht voor wie en voor welk gebruik zij bestemd zijn .

Artikel 51

Van rechten bij invoer zijn vrijgesteld de in bijlage II opgenomen voorwerpen van opvoedkundige , wetenschappelijke of culturele aard die bestemd zijn :

- hetzij voor openbare instellingen en organisaties of instellingen en organisaties van openbaar nut van opvoedkundige , wetenschappelijke of culturele aard ,

- hetzij voor instellingen en organisaties die behoren tot de categorieën die achter ieder voorwerp in kolom 3 van bedoelde bijlage zijn vermeld , voor zover deze toestemming hebben van de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten om deze goederen vrij van rechten in te voeren .

Artikel 52

1 . Behoudens het bepaalde in de artikelen 53 tot en met 58 , zijn van rechten bij invoer vrijgesteld wetenschappelijke instrumenten en apparaten die niet onder artikel 51 vallen en uitsluitend worden ingevoerd voor niet-commerciële doeleinden .

2 . De in lid 1 bedoelde vrijstelling is beperkt tot wetenschappelijke instrumenten en apparaten :

a ) die bestemd zijn :

- hetzij voor openbare instellingen of instellingen van openbaar nut , wier voornaamste bezigheid het onderwijs of het wetenschappelijk onderzoek is , en voor diensten die onder een openbare instelling of een instelling van openbaar nut ressorteren en wier voornaamste bezigheid het onderwijs of het wetenschappelijk onderzoek is ;

- hetzij voor particuliere instellingen wier voornaamste bezigheid het onderwijs of het wetenschappelijk onderzoek is en die van de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten toestemming hebben om deze goederen vrij van rechten in te voeren ,

b ) en voor zover op dat tijdstip geen instrumenten of apparaten van overeenkomstige wetenschappelijke waarde in de Gemeenschap worden vervaardigd .

Artikel 53

De vrijstelling is ook van toepassing op :

a ) reserveonderdelen , onderdelen of specifieke hulpstukken bestemd voor wetenschappelijke instrumenten of apparaten voor zover deze reserveonderdelen , onderdelen of hulpstukken tegelijk met deze instrumenten of apparaten worden ingevoerd of , indien ze later worden ingevoerd , herkenbaar zijn als bestemd voor instrumenten of apparaten :

- die eerder met vrijstelling zijn ingevoerd , mits deze instrumenten of apparaten nog een wetenschappelijk karakter hebben op het tijdstip waarop de vrijstelling voor de reserveonderdelen , onderdelen of specifieke hulpstukken wordt aangevraagd , of

- die voor vrijstelling in aanmerking zouden komen op het tijdstip waarop deze voor de reserveonderdelen , onderdelen of specifieke hulpstukken wordt aangevraagd ;

b ) gereedschap voor het onderhoud , de controle , het ijken of het herstellen van wetenschappelijke instrumenten of apparaten , voor zover

- dit gereedschap tegelijkertijd met deze instrumenten of apparaten wordt ingevoerd of , indien het op een later tijdstip wordt ingevoerd , herkenbaar is als bestemd voor instrumenten of apparaten :

- die eerder met vrijstelling zijn ingevoerd , mits deze instrumenten of apparaten nog een wetenschappelijk karakter hebben op het tijdstip waarop de vrijstelling voor het gereedschap wordt aangevraagd , of

- die voor de vrijstelling in aanmerking zouden komen op het tijdstip waarop deze voor het gereedschap wordt aangevraagd ,

- en voor zover op dat tijdstip geen gelijkwaardig gereedschap in de Gemeenschap wordt vervaardigd .

Artikel 54

Voor de toepassing van het bepaalde in de artikelen 52 en 53 :

- wordt onder " wetenschappelijk instrument of apparaat " verstaan een instrument of apparaat dat , vanwege zijn objectieve technische kenmerken en de resultaten welke ermee bereikt kunnen worden , uitsluitend of hoofdzakelijk geschikt is voor de verwezenlijking van wetenschappelijke activiteiten ;

- worden beschouwd als " ingevoerd voor niet-commerciële doeleinden " , wetenschappelijke apparaten of instrumenten die bestemd zijn om gebruikt te worden voor wetenschappelijk onderzoek of onderwijs zonder winstoogmerk ;

- wordt " de gelijkheid van de wetenschappelijke waarde " beoordeeld door de essentiële technische kenmerken van het instrument of het apparaat waarvoor de aanvraag om vrijstelling werd gedaan , te vergelijken met die van het overeenkomstige instrument of apparaat dat in de Gemeenschap wordt vervaardigd , ten einde vast te stellen of dit laatstgenoemde voor dezelfde wetenschappelijke doeleinden kan worden gebruikt als die waartoe het instrument of het apparaat waarvoor de aanvraag om vrijstelling werd gedaan , is bestemd en of het vergelijkbare diensten kan bewijzen ;

- wordt een wetenschappelijk instrument of apparaat - in voorkomend geval het gereedschap bedoeld in artikel 53 , sub b ) - beschouwd als op dat tijdstip in de Gemeenschap te worden vervaardigd wanneer de leveringstermijn ervan op het ogenblik van bestelling , de handelsgebruiken in de desbetreffende produktiesector in aanmerking genomen , niet aanzienlijk langer is dan de leveringstermijn van het instrument of het apparaat - of in voorkomend geval het gereedschap - waarvoor de aanvraag om vrijstelling wordt ingediend , of wanneer deze termijn de laatstgenoemde leveringstermijn niet in die mate overschrijdt dat de bestemming of het gebruik waarvoor dit instrument , apparaat of gereedschap aanvankelijk was bedoeld , hierdoor sterk in het gedrang zou komen .

Artikel 55

Het verlenen van de vrijstelling wordt afhankelijk gesteld van de voorwaarde dat aan de hand van uitvoeringsbepalingen die zijn vastgesteld overeenkomstig de in artikel 143 , leden 2 en 3 , bedoelde procedure , is geconstateerd dat instrumenten of apparaten met dezelfde wetenschappelijke waarde als de instrumenten of apparaten waarvoor vrijstelling van invoerrechten wordt gevraagd - of , indien het om gereedschap gaat , dat soortgelijk gereedschap als dat waarvoor vrijstelling van rechten bij invoer wordt gevraagd - op dat tijdstip niet in de Gemeenschap worden of wordt vervaardigd .

Artikel 56

Het verlenen van de vrijstelling voor wetenschappelijke instrumenten , of apparaten en gereedschap , die door een buiten de Gemeenschap gevestigde persoon als gift worden gezonden aan de in artikel 52 , lid 2 , sub a ) , bedoelde instellingen , wordt niet afhankelijk gesteld van de in artikel 52 , lid 2 , sub b ) , en artikel 53 , lid 2 , sub b ) , en artikel 55 gestelde voorwaarden .

Onder de voorwaarden die zijn neergelegd in de uitvoeringspalingen , vastgesteld volgens de in artikel 143 , leden 2 en 3 , bedoelde procedure , moet echter worden geconstateerd dat de gever met de gift van deze wetenschappelijke instrumenten of apparaten geen commerciële bijbedoelingen heeft .

Artikel 57

1 . De in artikel 51 bedoelde voorwerpen en de wetenschappelijke instrumenten of apparaten die onder de in de artikelen 52 tot en met 56 vastgestelde voorwaarden met vrijstelling werden ingevoerd , mogen niet worden uitgeleend , verhuurd , noch onder bezwarende titel of om niet worden overgedragen zonder dat de bevoegde autoriteiten daarvan vooraf in kennis zijn gesteld .

2 . Indien het voorwerp , instrument of apparaat wordt uitgeleend , verhuurd of overgedragen aan een instelling of organisatie die krachtens artikel 51 of artikel 52 , lid 2 , sub a ) , voor de vrijstelling in aanmerking komt , blijft de vrijstelling van kracht voor zover bedoelde instelling of organisatie het voorwerp , instrument of apparaat gebruikt voor doeleinden welke recht geven op het verlenen van deze vrijstelling .

In de overige gevallen mag het uitlenen , verhuren of overdragen pas plaatsvinden na de voorafgaande betaling van de rechten bij invoer , tegen het op de datum van het uitlenen , verhuren of overdragen van kracht zijnde tarief , zulks naar de soort en op de grondslag van de douanewaarde die op die datum door de bevoegde autoriteiten als juist zijn erkend of aanvaard .

Artikel 58

1 . De in de artikelen 51 en 52 bedoelde instellingen en organisaties die niet langer voldoen aan de voorwaarden voor vrijstelling of die een met vrijstelling ingevoerd voorwerp voor andere doeleinden willen gebruiken dan die bedoeld in de genoemde artikelen , dienen de bevoegde autoriteiten daarvan in kennis te stellen .

Voorwerpen die door de instelling of organisatie die vrijstelling geniet worden gebruikt voor andere doeleinden dan die bedoeld in de artikelen 51 en 52 , zijn onderworpen aan de toepassing van de daarvoor geldende rechten bij invoer , tegen het tarief dat van kracht is op de datum waarop zij voor een ander gebruik worden bestemd , zulks naar de soort en op de grondslag van de douanewaarde die op die datum door de bevoegde autoriteiten als juist zijn erkend of nanvaard .

Artikel 59

De artikelen 56 , 57 en 58 gelden mutatis mutandis voor de in artikel 53 bedoelde produkten .

TITEL XIII

PROEFDIEREN EN VOOR ONDERZOEK BESTEMDE BIOLOGISCHE OF CHEMISCHE STOFFEN

Artikel 60

1 . Van rechten bij invoer zijn vrijgesteld :

a ) speciaal voor laboratoriumgebruik gefokte dieren ;

b ) biologische of chemische stoffen waarvoor in het douanegebied van de Gemeenschap geen gelijkwaardige produktie bestaat , en die uitsluitend voor niet-commerciële doeleinden worden ingevoerd , mits zij zijn opgenomen in een lijst , opgesteld overeenkomstig de in artikel 143 , leden 2 en 3 , bedoelde procedure .

2 . De in lid 1 bedoelde vrijstelling is beperkt tot dierea en biologische of chemische stoffen die bestemd zijn :

- hetzij voor openbare instellingen of instellingen van openbaar nut wier voornaamste bezigheid het onderwijs of het wetenschappelijk onderzoek is , en voor diensten die onder een openbare instelling of een instelling van openbaar nut ressorteren en wier voornaamste bezigheid het onderwijs of het wetenschappelijk onderzoek is ;

- hetzij voor particuliere instellingen wier voornaamste bezigheid het onderwijs of het wetenschappelijk onderzoek is en die van de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten toestemming hebben om deze goederen vrij van rechten in te voeren .

TITEL XIV

THERAPEUTISCHE STOF EN VAN MENSELIJKE OORSPRONG EN TESTSERA VOOR DE VASTSTELLING VAN BLOED - EN WEEFSELGROEPEN

Artikel 61

1 . Behoudens het bepaalde in artikel 62 zijn van rechten bij invoer vrijgesteld :

a ) therapeutische stoffen van menselijke oorsprong ;

b ) testsera voor de vaststelling van bloedgroepen ;

c ) testsera voor de vaststelling van weefselgroepen .

2 . In de zin van lid 1 wordt verstaan onder :

- " therapeutische stoffen van menselijke oorsprong " : menselijk bloed en derivaten daarvan ( volledig menselijk bloed , gedroogd menselijk plasma , menselijke albumine en stabiele oplossingen van menselijke plasmaproteïnen , menselijke immoglobuline , menselijk fibrinogeen ) ,

- " testsera voor de vaststelling van bloedgroepen " : alle testsera van menselijke , dierlijke , plantaardige of andere oorsprong voor de vaststelling van menselijke bloedgroepen en de opsporing van bloedincompatibiliteit ;

- " testsera voor de vaststelling van weefselgroepen " : alle testsera van menselijke , dierlijke , plantaardige of andere oorsprong voor de vaststelling van menselijke weefselgroepen .

Artikel 62

De vrijstelling wordt beperkt tot produkten die :

a ) bestemd zijn voor door de bevoegde autoriteiten erkende instellingen of laboratoria voor exclusief gebruik voor medische of wetenschappelijke doeleinden , met uitsluiting van commerciële transacties ;

b ) vergezeld gaan van een certificaat van overeenstemming dat in het derde land van herkomst door een daartoe bevoegde instantie is afgegeven ;

c ) vervat zijn in verpakkingsmiddelen die voorzien zijn van een speciaal identificeringsetiket .

Artikel 63

De vrijstelling strekt zich uit tot de voor het vervoer van therapeutische stoffen van menselijke oorsprong of van testsera voor de vaststelling van bloed - of weefselgroepen absoluut noodzakelijke speciale verpakkingen , alsmede tot de oplosmiddelen en het toebehoren die nodig zijn voor hun gebruik , welke eventueel aan de zendingen zijn toegevoegd .

TITEL XV

FARMACEUTISCHE PRODUKTEN , GEBRUIKT TER GELEGENHEID VAN INTERNATIONALE SPORTEVENEMENTEN

Artikel 64

Van rechten bij invoer zijn vrijgesteld farmaceutische produkten voor menselijke of diergeneeskunde welke zijn bestemd voor gebruik door personen of dieren die uit derde landen komen om deel te nemen aan internationale sportavenementen die worden georganiseerd in het douanegebied van de Gemeenschap , zulks binnen de grenzen van hun behoeften gedurende het verblijf in genoemd gebied .

TITEL XVI

GOEDEREN VOOR INSTELLINGEN MET EEN LIEFDADIG OF FILANTROPISCH KARAKTER ; VOORWERPEN VOOR BLINDEN EN ANDERE GEHANDICAPTEN

A . Voor algemene doeleinden

Artikel 65

1 . Behoudens het bepaalde in de artikelen 67 en 68 en voor zover dit geen aanleiding geeft tot misbruiken of belangrijke concurrentieverstoringen , zijn van rechten bij invoer vrijgesteld :

a ) goederen die in primaire levensbehoeften voorzien en worden ingevoerd door overheids - of andere instellingen met een liefdadig of filantropisch karakter welke door de bevoegde autoriteiten zijn erkend , ten einde gratis aan behoeftigen te worden uitgereikt ;

b ) goederen van ongeacht welke aard die door een buiten de Gemeenschap gevestigde persoon of organisatie gratis en zonder enige commerciële bijbedoeling van de zijde van de gever , worden toegezonden aan overheids - of andere instellingen met een liefdadig of filantropisch karakter welke door de bevoegde autoriteiten zijn erkend , om financiële middelen in te zamelen tijdens incidentele liefdadigheidsevenementen ten bate van behoeftigen ;

c ) uitrustings - en kantoormaterieel die door een buiten de Gemeenschap gevestigde persoon of organisatie gratis , en zonder enige commerciële bijbedoeling van de zijde van de gever , worden toegezonden aan door de bevoegde autoriteiten erkende instellingen met een liefdadig of filantropisch karakter , ten einde uitsluitend te worden gebruikt voor hun eigen werking en voor de verwezenlijking van het door hen nagestreefde liefdadige of filantropische doel .

2 . In de zin van lid 1 , sub a ) , wordt onder " goederen die in primaire levensbehoeften voorzien " verstaan goederen die absoluut noodzakelijk zijn om te voorzien in de onmiddellijke behoeften van personen , zoals levensmiddelen , geneesmiddelen , kleding en dekens .

Artikel 66

Van de vrijstelling zijn uitgesloten :

a ) alcoholische produkten ;

b ) tabak en tabaksprodukten ;

c ) koffie en thee ;

d ) motorvoertuigen , behalve ziekenwagens .

Artikel 67

De vrijstelling wordt slechts verleend aan organisaties waarvan de boekhouding het de bevoegde autoriteiten mogelijk maakt de verrichtingen te controleren die alle noodzakelijk geachte waarborgen bieden .

Artikel 68

1 . De goederen en het materieel , bedoeld in artikel 65 , mogen door de organisatie die de vrijstelling geniet niet voor andere doeleinden dan die van lid 1 , sub a ) en b ) , van genoemd artikel worden uitgeleend , verhuurd noch onder bezwarende titel of om niet worden overgedragen , zonder dat de bevoegde autoriteiten daarvan vooraf in kennis zijn gesteld .

2 . Indien de goederen en het materieel worden uitgeleend , verhuurd of overgedragen aan een instelling die krachtens de artikelen 65 en 67 voor vrijstelling in aanmerking komt , blijft de vrijstelling van kracht voor zover bedoelde instelling de betrokken goederen en het betrokken materieel gebruikt voor doeleinden welke recht geven op deze vrijstelling .

In de overige gevallen mag het uitlenen , verhuren of overdragen pas plaatsvinden na de voorafgaande betaling van de rechten bij invoer , tegen het op de datum van het uitlenen , verhuren of overdragen van kracht zijnde tarief , zulks naar de soort en op grondslag van de douanewaarde die op die datum door de bevoegde autoriteiten als juist zijn erkend of aanvaard .

Artikel 69

1 . De in artikel 65 bedoelde organisaties die niet langer voldoen aan de voorwaarden om voor vrijstelling in aanmerking te komen of die met vrijstelling ingevoerde goederen of materieel voor andere doeleinden willen gebruiken dan die bedoeld in genoemd artikel , dienen de bevoegde autoriteiten daarvan in kennis te stellen .

2 . De goederen en het materieel die in het bezit blijven van organisaties die niet langer voldoen aan de voorwaarden voor vrijstelling , zijn onderworpen aan de toepassing van de daarvoor geldende rechten bij invoer , tegen het tarief dat van kracht is op de datum waarop aan de voorwaarden niet langer wordt voldaan , zulks naar de soort en op de grondslag van de waarde die op die datum door de bevoegde autoriteiten als juist zijn erkend of aanvaard .

3 . De goederen en het materieel , die door de organisatie die vrijstelling geniet , worden gebruikt voor andere doeleinden dan die bedoeld in artikel 65 , zijn onderworpen aan de toepassing van de daarvoor geldende rechten bij invoer , tegen het tarief dat van kracht is op de datum waarop zij voor een ander gebruik worden bestemd , zulks naar de soort en op de grondslag van de douanewaarde die op die datum door de bevoegde autoriteiten als juist zijn erkend of aanvaard .

B . Ten bate van gehandicapten

1 . Voorwerpen voor blinden

Artikel 70

De in bijlage III vermelde voorwerpen die speciaal zijn ontworpen voor de opvoedkundige , wetenschappelijke of culturele ontwikkeling van blinden , zijn van rechten bij invoer vrijgesteld .

Artikel 71

De in bijlage IV vermelde voorwerpen die speciaal zijn ontworpen voor de opvoedkundige , wetenschappelijke en culturele ontwikkeling van blinden zijn van rechten bij invoer vrijgesteld , wanneer zij worden ingevoerd :

- hetzij door de blinden zelf voor hun eigen gebruik ;

- hetzij door instellingen of organisaties voor onderwijs aan of begeleiding van blinden , welke van de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten toestemming hebben gekregen om bedoelde voorwerpen met vrijstelling in te voeren .

De in de eerste alinea bedoelde vrijstelling is van toepassing op reserveonderdelen , onderdelen of specifieke hulpstukken , bestemd voor de betrokken voorwerpen , alsmede op gereedschap voor het onderhoud , de controle , het ijken of het herstellen van die voorwerpen , voor zover deze reserveonderdelen , onderdelen , hulpstukken of gereedschap tegelijkertijd met deze voorwerpen worden ingevoerd , of , indien zij op een later tijdstip worden ingevoerd , herkenbaar zijn als bestemd voor de voorwerpen die eerder met vrijstelling van rechten zijn toegelaten of die voor de vrijstelling in aanmerking kunnen komen wanneer deze voor de bedoelde reserveonderdelen , onderdelen of specifieke hulpstukken en het bedoelde gereedschap wordt aangevraagd .

2 . Voorwerpen voor andere gehandicapten

Artikel 72

1 . Voorwerpen die speciaal zijn ontworpen voor onderwijs aan en tewerkstelling en verbetering van de maatschappelijke positie van andere lichamelijk of geestelijk gehandicapten dan blinden , zijn van rechten bij invoer vrijgesteld wanneer :

a ) zij worden ingevoerd :

- hetzij door de gehandicapten zelf voor hun eigen gebruik ;

- hetzij door instellingen of organisaties wier voornaamste bezigheid het onderwijs aan of de begeleiding van gehandicapten is en die van de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten toestemming hebben om deze voorwerpen vrij van rechten in te voeren ,

en

b ) er op dat tijdstip in de Gemeenschap geen gelijkwaardige voorwerpen worden vervaardigd .

Onder de voorwaarden neergelegd in uitvoeringsbepalingen die volgens de in artikel 143 , leden 2 en 3 , bedoelde procedure worden vastgesteld , kan echter van de sub b ) vermelde voorwaarde worden afgeweken , voor zover het verlenen van de vrijstelling geen schade kan veroorzaken voor de communautaire produktie van gelijkwaardige voorwerpen .

2 . De in lid 1 bedoelde vrijstelling is van toepassing op reserveonderdelen , onderdelen of specifieke hulpstukken , bestemd voor de betrokken voorwerpen , alsmede op gereedschap voor het onderhoud , de controle , het ijken of het herstellen van die voorwerpen , voor zover deze reserveonderdelen , onderdelen of hulpstukken of gereedschap tegelijkertijd met deze voorwerpen worden ingevoerd , of , indien zij op een later tijdstip worden ingevoerd , herkenbaar zijn als bestemd voor voorwerpen die eerder met vrijstelling van rechten zijn ingevoerd of die voor de vrijstelling in aanmerking kunnen komen wanneer deze voor de bedoelde reserveonderdelen , onderdelen of specifieke hulpstukken en het bedoelde gereedschap wordt aangevraagd .

3 . Voor de toepassing van het bepaalde in dit artikel :

- wordt de gelijkwaardigheid van de voorwerpen beoordeeld door de essentiële technische kenmerken die eigen zijn aan het voorwerp waarvoor de aanvraag om vrijstelling werd gedaan , te vergelijken met die van het overeenkomstige voorwerp dat in de Gemeenschap wordt vervaardigd , ten einde vast te stellen of dit laatste voor dezelfde doeleinden kan worden gebruikt als die waartoe het voorwerp waarvoor de aanvraag om vrijstelling werd gedaan , is bestemd en of het vergelijkbare diensten kan bewijzen ;

- wordt een voorwerp beschouwd als op dat tijdstip in de Gemeenschap te worden vervaardigd wanneer de leveringstermijn ervan op het ogenblik van bestelling , de handelsgebruiken in de desbetreffende produktiesector in aanmerking genomen , niet aanzienlijk langer is dan de leveringstermijn van het voorwerp waarvoor de aanvraag om vrijstelling wordt ingdiend , of wanneer deze termijn laatstgenoemde leveringstermijn niet in die mate overschrijdt dat de bestemming of het gebruik waarvoor het voorwerp aanvankelijk was bedoeld , hierdoor sterk in het gedrang zou komen .

Artikel 73

Behoudens de toepassing van artikel 72 , lid 1 , tweede alinea , wordt het verlenen van de vrijstelling afhankelijk gesteld van de voorwaarde dat aan de hand van uitvoeringsbepalingen , vastgesteld overeenkomstig de procedure bedoeld in artikel 143 , leden 2 en 3 , is geconstateerd dat op dat tijdstip in de Gemeenschap geen voerwerpen worden vervaardigd die gelijkwaardig zijn aan die waarvoor vrijstelling van rechten wordt gevraagd .

Artikel 74

Het verlenen van de vrijstelling voor voorwerpen die als gift worden gezonden aan gehandicapten voor hun eigen gebruik of aan de in artikel 72 , lid 1 , sub a ) , bedoelde instellingen of organisaties , wordt niet afhankelijk gesteld van de in artikel 72 , lid 1 , sub b ) , en artikel 73 gestelde voorwaarden .

Niettemin moet onder de voorwaarden die zijn neergelegd in uitvoeringsbepalingen , vastgesteld volgens de in artikel 143 , leden 2 en 3 , bedoelde procedure , worden geconstateerd dat de gever met de gift van deze voorwerpen generlei commercieel oogmerk nastreeft .

3 . Gemeenschappelijke bepalingen

Artikel 75

De rechtstreekse verlening van de vrijstelling voor eigen gebruik , aan blinden of andere gehandicapten , als bedoeld in artikel 71 , eerste streepje , in artikel 72 , lid 1 , sub a ) , eerste streepje , en in artikel 74 , wordt afhankelijk gesteld van de voorwaarde dat de in de Lid-Staten geldende bepalingen het voor de belanghebbenden mogelijk maken hun blindheid of handicap die tot vrijstelling aanleiding geeft , aan te tonen .

Artikel 76

1 . Voorwerpen die met vrijstelling worden ingevoerd door de in de artikelen 71 , 72 en 74 bedoelde personen , mogen niet worden uitgeleend , verhuurd , noch onder bezwarende titel of om niet worden overgedragen , zonder dat de bevoegde autoriteiten daarvan vooraf in kennis zijn gesteld .

2 . Indien de voorwerpen worden uitgeleend , verhuurd of overgedragen aan een persoon , een instelling of een organisatie , die krachtens de artikelen 71 tot en met 74 voor vrijstelling in aanmerking komt , blijft de vrijstelling van kracht voor zover bedoelde persoon , instelling of organisatie het voorwerp gebruikt voor doeleinden welke recht geven op deze vrijstelling .

In de overige gevallen mag het uitlenen , verhuren of overdragen pas plaatsvinden na de voorafgaande betaling van de rechten bij invoer , tegen het op de datum van het uitlenen , verhuren of overdragen van kracht zijnde tarief , zulks naar de soort en op de grondslag van de douanewaarde die op die datum door de bevoegde autoriteiten als juist zijn erkend of aanvaard .

Artikel 77

1 . Voorwerpen die onder de in de artikelen 71 tot en met 74 gestelde voorwaarden zijn ingevoerd door instellingen of organisaties die de vrijstelling genieten , mogen door deze instellingen of organisaties aan blinden en andere gehandicapten wier belangen zij behartigen , zonder winstoogmerk worden uitgeleend , verhuurd of overgedragen zonder betaling van de rechten bij invoer voor deze voorwerpen .

2 . Uitlening , verhuring of overdracht mag niet plaatsvinden onder andere voorwaarden dan die van lid 1 zonder voorafgaande kennisgeving aan de bevoegde autoriteiten .

Indien de voorwerpen worden uitgeleend , verhuurd of overgedragen aan een instelling of organisatie die krachtens artikel 71 , eerste alinea , of artikel 72 , lid 1 , sub a ) , zelf voor vrijstelling van rechten in aanmerking komt , blijft de vriistelling van kracht , voor zover deze instelling of organisatie het betrokken voorwerp gebruikt voor doeleinden welke recht geven op deze vrijstelling .

In de overige gevallen mag het uitlenen , verhuren of overdragen pas plaatsvinden na de voorafgaande betaling van de rechten bij invoer volgens het op de datum van de uitlening , verhuring of overdracht van kracht zijnde tarief , zulks naar de soort en op grondslag van de douanewaarde die op die datum door de bevoegde autoriteiten als juist zijn erkend of aanvaard .

Artikel 78

1 . De in de artikelen 71 en 72 bedoelde instellingen of organisaties die niet langer voldoen aan de voorwaarden om voor vrijstelling in aanmerking te komen of die een met vrijstelling ingevoerd voorwerp voor andere doeleinden willen gebruiken dan die bedoeld in de voornoemde artikelen , dienen de bevoegde autoriteiten daarvan in kennis te stellen .

2 . Voorwerpen die in het bezit blijven van de instellingen of organisaties die niet langer voldoen aan de voorwaarden om voor vrijstelling in aanmerking te komen , zijn onderworpen aan e toepassing van de daarvoor geldende rechten bij invoer , tegen het tarief dat van kracht is op de datum waarop aan genoemde voorwaarden niet langer wordt voldaan , zulks naar de soort en op de grondslag van de douanewaarde die op die datum door de bevoegde autoriteiten als juist zijn erkend of aanvaard .

3 . Voorwerpen die door de instelling of organisatie die vrijstelling geniet , worden gebruikt voor andere doeleinden dan bedoeld in de artikelen 71 en 72 , zijn onderworpen aan de toepassing van de daarvoor geldende rechten bij invoer , tegen het tarief dat van kracht is op de datum waarop zij voor een ander gebruik worden bestemd , zulks naar de soort en op de grondslag van de douanewaarde die op die datum door de bevoegde autoriteiten als juist zijn erkend of aanvaard .

C . Ten bate van slachtoffers van rampen

Artikel 79

1 . Behoudens het bepaalde in de artikelen 80 tot en met 85 zijn van rechten bij invoer vrijgesteld goederen die worden ingevoerd door overheids - of andere instellingen met een liefdadig of filantropisch karakter , welke door de bevoegde autoriteiten zijn erkend , ten einde :

a ) hetzij gratis te worden verstrekt aan slachtoffers van rampen waardoor het grondgebied van een of meer Lid-Staten werd getroffen ;

b ) hetzij gratis ter beschikking te worden gesteld van de slachtoffers van dergelijke rampen , doch eigendom van de betrokken instellingen blijven .

2 . De in lid 1 bedoelde vrijstelling geldt onder dezelfde voorwaarden ook voor goederen die door hulpeenheden voor het vrije verkeer worden ingevoerd om voor de duur van hun bijstand in hun behoeften te voorzien .

Artikel 80

De vrijstelling wordt niet verleend voor materiaal en materieel bestemd voor de wederopbouw in rampgebieden .

Artikel 81

De vrijstelling wordt pas verleend nadat de Commissie , op verzoek van de betrokken Lid-Staat of Lid-Staten , volgens een urgentieprocedure die mede voorziet in overleg met de andere Lid-Staten , een beschikking heeft vastgesteld . In deze beschikking worden zo nodig de omvang en de voorwaarden voor de toepassing van de vrijstelling vastgesteld .

In afwachting van de kennisgeving van de beschikking van de Commissie , kunnen de door een ramp getroffen Lid-Staten toestemming geven de goederen voor de in artikel 79 genoemde doeleinden in te voeren met schorsing van de betrokken rechten bij invoer , mits de invoerende instelling zich ertoe verbindt deze te betalen indien geen vrijstelling wordt toegekend .

Artikel 82

De vrijstelling wordt slechts verleend aan instellingen waarvan de boekhouding het de bevoegde autoriteiten mogelijk maakt de verrichtingen te controleren en die alle nodig geachte garanties bieden .

Artikel 83

1 . De in artikel 79 , lid 1 , bedoelde goederen mogen door de organisaties die voor vrijstelling in aanmerking komen , niet onder andere voorwaarden dan die van genoemd artikel worden uitgeleend , verhuurd , noch onder bezwarende titel of om niet worden overgedragen , zonder dat de bevoegde autoriteiten daarvan vooraf in kennis zijn gesteld .

2 . Indien de goederen worden uitgeleend , verhuurd of overgedragen aan een organisatie die krachtens artikel 79 voor vrijstelling in aanmerking komt , blijft de vrijstelling van kracht voor zover bedoelde instelling de betrokken goederen gebruikt voor doeleinden welke recht geven op het verlenen van deze vrijstelling .

In de overige gevallen mag het uitlenen , verhuren of overdragen pas plaatsvinden na de voorafgaande betaling van de rechten bij invoer , tegen het op de datum van het uitlenen , verhuren of overdragen van kracht zijnde tarief , zulks naar de soort en op de grondslag van de douanewaarde die op die datum door de bevoegde autoriteiten als juist zijn erkend of aanvaard .

Artikel 84

1 . De in artikel 79 , lid 1 , sub b ) , bedoelde goederen mogen , wanneer zij niet meer worden gebruikt door de slachtoffers van rampen , niet worden uitgeleend , verhuurd , noch onder bezwarende titel of om niet worden overgedragen , zonder dat de bevoegde autoriteiten daarvan vooraf in kennis zijn gesteld .

2 . Indien de goederen worden uitgeleend , verhuurd of overgedragen aan een organisatie die krachtens artikel 79 voor vrijstelling in aanmerking komt , of , eventueel , aan een organisatie die krachtens artikel 65 , lid 1 , sub a ) , voor vrijstelling in aanmerking komt , blijft de vrijstelling van kracht voor zover bedoelde organisaties de betrokken goederen gebruiken voor doeleinden welke recht geven op dergelijke vrijstellingen .

In de overige gevallen mag het uitlenen , verhuren of overdragen pas plaatsvinden na de voorafgaande betaling van de rechten bij invoer , tegen het op het tijdstip van het uitlenen , verhuren of overdragen van kracht zijnde tarief , zulks naar de soort en op de grondslag van de douanewaarde die op die datum door de bevoegde autoriteiten als juist zijn erkend of aanvaard .

Artikel 85

1 . De in artikel 79 bedoelde organisaties die niet langer voldoen aan de voorwaarden om voor vrijstelling in aanmerking te komen of die de met vrijstelling ingevoerde goederen voor andere doeleinden willen gebruiken dan bedoeld in genoemd artikel , dienen de bevoegde autoreiten daarvan in kennis te stellen .

2 . Wanneer goederen die in het bezit blijven van organisaties die niet langer voldoen aan de voorwaarden om voor vrijstelling in aanmerking te komen , worden overgedragen aan een organisatie die krachtens artikel 79 voor vrijstelling in aanmerking komt of , eventueel , aan een organisatie die krachtens artikel 65 , lid 1 , sub a ) , voor vrijstelling in aanmerking komt , blijft de vrijstelling van kracht voor zover bedoelde organisatie de betrokken goederen gebruikt voor doeleinden welke recht geven op dergelijke vrijstellingen . In de overige gevallen zijn de genoemde goederen onderworpen aan de toepassing van de daarvoor geldende rechten bij invoer , tegen het tarief dat van kracht is op de datum waarop aan genoemde voorwaarden niet langer wordt voldaan , zulks naar de soort en op de grondslag van de douanewaarde die op die datum door de bevoegde autoriteiten als juist zijn erkend of aanvaard .

3 . Goederen die door de organisatie die vrijstelling geniet , worden gebruikt voor andere doeleinden dan bedoeld in artikel 79 , zijn onderworpen aan de toepassing van de daarvoor geldende rechten bij invoer , tegen het tarief dat van kracht is op de datum waarop zij voor een ander gebruik worden aangewend , zulks naar de soort en op de grondslag van de douanewaarde die op die datum door de bevoegde autoriteiten als juist zijn erkend of aanvaard .

TITEL XVII

ALS EERBEWIJS VERLEENDE ONDERSCHEIDINGEN EN BELONINGEN

Artikel 86

Mits de belanghebbenden een en ander ten genoegen van de bevoegde autoriteiten kunnen aantonen en voor zover het handelingen betreft waaraan elk handelskarakter vreemd is , zijn van rechten bij invoer vrijgesteld :

a ) onderscheidingen die zijn verleend door regeringen van derde landen aan personen die hun normale verblijfplaats in het douanegebied van de Gemeenschap hebben ;

b ) bekers , medailles en soortgelijke voorwerpen die voornamelijk een symbolisch karakter bezitten en die , verleend in een derde land aan personen die hun normale verblijfplaats in het douanegebied van de Gemeenschap hebben , als eerbewijs voor de activiteiten die zij hebben ontplooid op gebieden zoals kunsten , wetenschappen , sport , openbare dienstverleningen , of als bewijs van erkentelijkheid voor hun verdiensten ter gelegenheid van een bijzondere gebeurtenis , door genoemde personen zelf in de Gemeenschap worden ingevoerd ;

c ) bekers , medailles en soortgelijke voorwerpen die voornamelijk een symbolisch karakter bezitten en gratis door in een derde land gevestigde autoriteiten of personen worden aangeboden om in het douanegebied van de Gemeenschap voor dezelfde doeleinden als bedoeld sub b ) te worden toegekend .

TITEL XVIII

GESCHENKEN , ONTVANGEN IN HET KADER VAN INTERNATIONALE BETREKKINGEN

Artikel 87

Onverminderd in voorkomend geval het bepaalde in de artikelen 45 tot en met 49 , en behoudens het bepaalde in de artikelen 88 en 89 , zijn van rechten bij invoer vrijgesteld voorwerpen :

a ) die worden ingevoerd in het douanegebied van de Gemeenschap door personen die een officieel bezoek hebben afgelegd in een derde land , en die deze voorwerpen bij die gelegenheid ten geschenke hebben gekregen van de autoriteiten die hen hebben ontvangen ;

b ) die worden ingevoerd door personen die een officieel bezoek komen afleggen in de Gemeenschap , en die van plan zijn deze voorwerpen bij die gelegenheid ten geschenke te geven aan de autoriteiten die hen ontvangen ;

c ) die bij wijze van geschenk , als blijk van vriendschap of van hulde , door een in een derde land gevestigde officiële autoriteit , openbare instantie of activiteiten van openbaar belang verrichtende organisatie worden gericht aan een officiële autoriteit , aan een openbare instantie of aan een activiteiten van openbaar belang verrichtende organisatie , gevestigd in de Gemeenschap , welke van de bevoegde autoriteiten toestemming hebben gekregen om dergelijke voorwerpen met vrijstelling in ontvangst te nemen .

Artikel 88

Van de vrijstelling zijn uitgesloten : alcoholische produkten , alsmede tabak en tabaksprodukten .

Artikel 89

De vrijstelling wordt slechts verleend :

- voor zover de voorwerpen bedoeld zijn als incidenteel geschenk ;

- voor zover uit de aard , de waarde of de hoeveelheid geen enkele commerciële bijbedoeling blijkt ,

- en voor zover zij niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt .

TITEL XIX

GOEDEREN , BESTEMD OM DOOR VORSTEN EN STAATSHOOFDEN TE WORDEN GEBRUIKT

Artikel 90

Van rechten bij invoer zijn vrijgesteld , met de beperkingen en onder de voorwaarden die door de bevoegde autoriteiten zijn vastgesteld :

a ) giften aangeboden aan regerende vorsten en staatshoofden ;

b ) goederen bestemd om te worden gebruikt of verbruikt door regerende vorsten en staatshoofden van derde landen , alsmede door de persoonlijkheden die hen officieel vertegenwoordigen , gedurende hun officieel verblijf in het douanegebied van de Gemeenschap . De vrijstelling kan echter door de invoerende Lid-Staten afhankelijk worden gesteld van de voorwaarde van wederkerigheid .

Het bepaalde in de eerste alinea is ook van toepassing op personen die op internationaal vlak voorrechten genieten die overeenkomen met die van een regerend vorst of van een staatshoofd .

TITEL XX

VOOR KLANTENWERVING INGEVOERDE GOEDEREN

A . Monsters van goederen met onbeduidende waarde

Artikel 91

1 . Onverminderd het bepaalde in artikel 95 , lid 1 , sub a ) , zijn van rechten bij invoer vrijgesteld monsters van goederen waarvan de waarde onbeduidend is en die slechts kunnen dienen om bestellingen te werven voor goederen van het soort dat zij vertegenwoordigen , met het oog op de invoer daarvan in het douanegebied van de Gemeenschap .

2 . De bevoegde autoriteiten kunnen eisen dat bepaalde artikelen , om voor de vrijstelling in aanmerking te komen , definitief onbruikbaar worden gemaakt door versnijding , doorboring , het aanbrengen van een duidelijk zichtbaar en onuitwisbaar kenteken of enig ander procédé , zonder dat deze behandeling evenwel tot gevolg mag hebben dat hun hoedanigheid van monster daardoor verloren gaat .

3 . In de zin van lid 1 wordt verstaan onder " monsters van goederen " , artikelen die representatief zijn voor een categorie van handelswaar en waarvan de wijze van opmaak en de hoeveelheid voor de gegeven soort of kwaliteit van goederen die artikelen ongeschikt maken om voor andere doeleinden dan voor klantenwerving te worden gebruikt .

B . Drukwerk en voorwerpen voor reclamedoeleinden

Artikel 92

Behoudens het bepaalde in artikel 93 is van rechten bij invoer vrijgesteld drukwerk voor reclamedoeleinden , zoals catalogi , prijscouranten , gebruiksaanwijzingen of commerciële aankondigingen die betrekking hebben op :

a ) te koop of te huur aangeboden goederen ;

b ) het aanbieden van diensten op het gebied van vervoer , de verzekering van handelsactiviteiten of bankzaken ,

door een buiten het douanegebied van de Gemeenschap gevestigde persoon .

Artikel 93

De in artikel 92 bedoelde vrijstelling is beperkt tot drukwerk voor reclamedoeleinden dat aan de volgende voorwaarden voldoet :

a ) op het drukwerk moet duidelijk zichtbaar de naam van het bedrijf zijn aangebracht dat de goederen vervaardigt , verkoopt of verhuurt , of dat de diensten verleent waarop het drukwerk betrekking heeft ;

b ) elke zending mag slechts één bescheid bevatten of , indien zij uit meerdere bescheiden bestaat , slechts één exemplaar van elk bescheid . Zendingen die verscheidene exemplaren van een zelfde bescheid bevatten , komen niettemin voor vrijstelling in aanmerking , indien het totale brutogewicht niet meer dan 1 kg bedraagt ;

c ) het drukwerk mag niet bij wijze van groepagezending door een zelfde afzender naar een zelfde geadresseerde worden gezonden .

Artikel 94

Van rechten bij invoer zijn eveneens vrijgesteld voorwerpen voor reclamedoeleinden die zelf geen handelswaarde bezitten en die gratis door leveranciers naar hun klanten worden gezonden en voor geen enkel ander doel dan voor reclame kunnen worden gebruikt .

C . Produkten die worden gebruikt of verbruikt tijdens tentoonstellingen en dergelijke

Artikel 95

1 . Behoudens het bepaalde in de artikelen 96 tot en met 99 zijn van rechten bij invoer vrijgesteld :

a ) kleine monsters die representatief zijn voor buiten het douanegebied van de Gemeenschap vervaardigde goederen en bestemd zijn voor tentoonstellingen en dergelijke ;

b ) goederen die uitsluitend worden ingevoerd om te worden gedemonstreerd of om buiten het douanegebied van de Gemeenschap vervaardigde machines en apparaten te demonstreren tijdens tentoonstellingen en dergelijke ;

c ) diverse materialen van geringe waarde , zoals verf , lak , behangselpapier , enz . die worden gebruikt voor de bouw , de inrichting en de decoratie van tijdelijke stands die door vertegenwoordigers van derde landen worden bezet op tentoonstellingen en dergelijke en die door hun gebruik als zodanig verloren gaan ;

d ) drukwerk , catalogi , prospectussen , prijscouranten , aanplakbiljetten , al dan niet geïllustreerde kalenders , niet-ingelijste foto's en andere voorwerpen die gratis worden verstrekt ten einde te worden gebruikt voor reclamedoeleinden voor buiten het douanegebied van de Gemeenschap vervaardigde goederen , die op tentoonstellingen en dergelijke worden tentoongesteld .

2 . In de zin van lid 1 worden onder " tentoonstelling en dergelijke " verstaan :

a ) tentoonstellingen , jaarbeurzen , beurzen en dergelijke manifestaties op het gebied van handel , industrie , landbouw en ambachtelijke nijverheid ;

b ) tentoonstellingen of manifestaties die voornamelijk voor liefdadige doeleinden worden georganiseerd ;

c ) tentoonstellingen of manifestaties die voornamelijk worden georganiseerd met een wetenschappelijk , technisch , ambachtelijk , artistiek , opvoedkundig of cultureel , sportief of religieus doel , of voor een cultus , op vakverenigingsgebied , met een toeristisch doel of met het doel de volkeren te helpen elkaar beter te begrijpen ;

d ) vergaderingen van vertegenwoordigers van internationale organisaties of groeperingen ;

e ) plechtigheden en manifestaties met een officieel of herdenkingskarakter ,

met uitzondering van particuliere tentoonstellingen die in winkels of handelsruimten worden georganiseerd met het oog op de verkoop van goederen uit derde landen .

Artikel 96

De in artikel 95 , lid 1 , sub a ) , bedoelde vrijstelling is beperkt tot monsters :

a ) die in die vorm gratis uit derde landen worden ingevoerd of tijdens de tentoonstelling uit onverpakt uit deze landen ingevoerde waren worden verkregen ;

b ) die uitsluitend dienen om tijdens de tentoonstelling gratis aan bezoekers voor hun persoonlijk gebruik of verbruik te worden uitgereikt ;

c ) die kunnen worden onderkend als reclamemateriaal waarvan de waarde per eenheid gering is ;

d ) die niet geschikt zijn om te kunnen worden verhandeld en in voorkomend geval in verpakkingen worden aangeboden welke een geringere hoeveelheid bevatten dan de kleinste in de handel verkrijgbare hoeveelheid van dezelfde goederen ;

e ) die tijdens de tentoontelling ter plaatse worden verbruikt indien het levensmiddelen en dranken betreft waarvan de verpakking niet beantwoordt aan het bepaalde sub d ) ;

f ) waarvan de totale waarde en hoeveelheid in verhouding staan tot de aard van de tentoonstelling , het bezoekersaantal en het belang van de deelneming van de exposant .

Artikel 97

De in artikel 95 , lid 1 , sub b ) , bedoelde vrijstelling is beperkt tot goederen :

a ) die tijdens de tentoonstelling worden verbruikt of tenietgaan ,

en

b ) waarvan de totale waarde en hoeveelheid in verhouding staan tot de aard van de tentoonstelling , het bezoekersaantal en het belang van de deelneming van de exposant .

Artikel 98

De in artikel 95 , lid 1 , sub d ) , bedoelde vrijstelling geldt slechts voor drukwerk en voorwerpen voor reclamedoeleinden :

a ) die uitsluitend bestemd zijn om op de plaats van de tentoonstelling gratis aan het publiek te worden uitgereikt ;

b ) waarvan de totale waarde en hoeveelheid in verhouding staan tot de aard van de tentoonstelling , het bezoekersaantal en het belang van de deelneming van de exposant .

Artikel 99

Van de in artikel 95 , lid 1 , sub a ) en b ) , bedoelde vrijstelling zijn uitgesloten :

a ) alcoholische produkten ;

b ) tabak en tabaksprodukten ;

c ) brandstoffen .

TITEL XXI

GOEDEREN DIE WORDEN INGEVOERD MET HET OOG OP ONDERZOEK , ANALYSES OF PROEFNEMINGEN

Artikel 100

Behoudens het bepaalde in de artikelen 101 tot en met 106 wordt vrijstelling van rechten bij invoer verleend voor goederen die bestemd zijn voor onderzoek , analyses of proefnemingen met het oog op de vaststelling van hun samenstelling , kwaliteit of andere technische kenmerken voor het verkrijgen van informatie of voor industrieel of commercieel onderzoek .

Artikel 101

Onverminderd het bepaalde in artikel 104 wordt het verlenen van de in artikel 100 bedoelde vrijstelling afhankelijk gesteld van de voorwaarde dat de aan onderzoek , analyses of proeven onderworpen goederen bij dit onderzoek , deze analyses of proefnemingen volledig worden verbruikt dan wel tenietgaan .

Artikel 102

Van de vrijstelling zijn uitgesloten goederen die dienen voor onderzoek , analyses of proefnemingen die als zodanig handelingen met het oog op klantenwerving vormen .

Artikel 103

De vrijstelling wordt slechts verleend voor de hoeveelheid goederen die strikt noodzakelijk is voor de verwezenlijking van het doel waarvoor zij zijn ingevoerd . Deze hoeveelheid wordt per geval door de bevoegde autoriteiten vastgesteld , rekening houdend met genoemd doel .

Artikel 104

1 . De in artikel 100 bedoelde vrijstelling strekt zich uit tot goederen die bij het onderzoek , de analyses of de proeven niet volledig worden verbruikt of tenietgaan , mits de overblijvende produkten met toestemming en onder toezicht van de bevoegde autoriteiten :

- hetzij na afloop van het onderzoek , de analyses of de proefnemingen geheel worden vernietigd of zodanig worden behandeld dat zij geen handelswaarde meer hebben ;

- hetzij zonder kosten aan de schatkist worden afgestaan , wanneer de nationale voorschriften in deze mogelijkheid voorzien ;

- hetzij , in met redenen omklede gevallen , uit het douanegebied van de Gemeenschap worden uitgevoerd .

2 . In de zin van lid 1 wordt onder " overblijvende produkten " verstaan , produkten die voortkomen uit de onderzoeken , analyses of proeven , dan wel goederen die niet daadwerkelijk zijn gebruikt .

Artikel 105

Behoudens toepassing van het bepaalde in artikel 104 , lid 1 , worden de na afloop van de in artikel 100 bedoelde onderzoeken , analyses of proeven overblijvende produkten onderworpen aan de daarvoor geldende rechten bij invoer , tegen het op het tijdstip van de beëindiging van deze onderzoeken , analyses of proeven van kracht zijnde tarief , zulks naar de soort en op de grondslag van de douanewaarde die op die datum door de bevoegde autoriteiten als juist zijn erkend of aanvaard .

De belanghebbende kan evenwel , met toestemming en onder toezicht van de bevoegde autoriteiten , de overblijvende produkten tot resten of afvallen verwerken . In dat geval zijn de rechten bij invoer de rechten die gelden voor de resten of afvallen op de datum waarop deze worden verkregen .

Artikel 106

De termijn waarbinnen de onderzoeken , analyses of proeven moeten plaatsvinden , en de administratieve formaliteiten die moeten worden vervuld om te waarborgen dat de goederen voor de beoogde doeleinden worden aangewend , worden door de bevoegde autoriteiten vastgesteld .

TITEL XXII

ZENDINGEN VOOR INSTELLINGEN DIE BEVOEGD ZIJN TER ZAKE VAN DE BESCHERMING VAN AUTEURSRECHTEN OF DE BESCHERMING VAN INDUSTRIELE OF COMMERCIELE EIGENDOM

Artikel 107

Van rechten bij invoer zijn vrijgesteld merken , modellen of tekeningen en de desbetreffende indieningsdossiers , alsmede dossiers betreffende aanvragen voor een octrooi en dergelijke , die bestemd zijn voor instellingen die bevoegd zijn ter zake van de bescherming van auteursrechten of de bescherming van industriële en commerciële eigendom .

TITEL XXIII

DOCUMENTATIEMATERIAAL VAN TOERISTISCHE AARD

Artikel 108

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 50 tot en met 59 zijn van rechten bij invoer vrijgesteld :

a ) bescheiden ( folders , brochures , boeken , tijdschriften , gidsen , al dan niet ingelijste aanplakbiljetten , niet ingelijste foto's en fotografische vergrotingen , al dan niet geïllustreerde landkaarten , vitrofanies , geïllustreerde kalenders ) bestemd om gratis te worden uitgereikt en die voornamelijk tot doel hebben het publiek ertoe te brengen vreemde landen te bezoeken , met name om daar bijeenkomsten of manifestaties bij te wonen die een cultureel , toeristisch , sportief of godsdienstig karakter bezitten dan wel verband houden met een beroep , mits deze bescheiden niet meer dan 25 % particuliere handelsreclame bevatten - met uitsluiting van particuliere handelsreclame ten gunste van bedrijven uit de Gemeenschap - en mits het oogmerk van propaganda van algemene aard er duidelijk uit blijkt ;

b ) lijsten en jaarboeken van buitenlandse hotels , gepubliceerd door officiële organisaties voor toerisme of onder auspiciën daarvan , alsmede dienstregelingen van in het buitenland geëxploiteerde vervoerdiensten , wanneer deze bescheiden bestemd zijn om gratis te worden uitgereikt en niet meer dan 25 % particuliere handelsreclame bevatten , met uitsluiting van particuliere handelsreclame ten gunste van bedrijven uit de Gemeenschap ;

c ) technisch materiaal dat wordt toegezonden aan erkende vertegenwoordigers of aan correspondenten die zijn aangesteld door officiële nationale toeristenorganisaties , en dat niet bestemd is om te worden uitgereikt , dat wil zeggen jaarboeken , lijsten van telefoon - of telexabonnees , hotellijsten , catalogi van beurzen , monsters van ambachtelijke produkten met een onbeduidende waarde , documentatiemateriaal over musea , universiteiten , thermale badplaatsen of andere soortgelijke instellingen .

TITEL XXIV

DIVERSE BESCHEIDEN EN VOORWERPEN

Artikel 109

Van rechten bij invoer zijn vrijgesteld :

a ) bescheiden die gratis aan openbare diensten van de Lid-Staten worden gezonden ;

b ) publikaties van buitenlandse regeringen en publikaties van internationale officiële instellingen die bestemd zijn om gratis te worden verspreid ;

c ) stembiljetten die bestemd zijn voor verkiezingen georganiseerd door in derde landen gevestigde instellingen ;

d ) voorwerpen bestemd om te dienen als bewijs of voor soortgelijke doeleinden voor rechtbanken of andere officiële instanties van de Lid-Staten ;

e ) specimens van handtekeningen en gedrukte circulaires betreffende handtekeningen die worden verzonden in het kader van de gebruikelijke uitwisseling van inlichtingen tussen openbare diensten of bankinstellingen ;

f ) drukwerk van officiële aard dat aan de Centrale Banken van de Lid-Staten wordt gezonden ;

g ) rapporten , verslagen , inlichtingenbladen , prospectussen , inschrijvingsformulieren en andere documenten die zijn opgesteld door maatschappijen die in een derde land zijn gevestigd en bestemd zijn voor houders van of inschrijvers op door deze maatschappijen uitgegeven effecten ;

h ) informatiedragers met opname ( ponskaarten , geluidsopnamen , microfilms , enz . ) die worden gebruikt voor de kosteloze toezending van informatie aan de geadresseerde , voor zover de vrijstelling geen aanleiding geeft tot misbruiken of belangrijke concurrentieverstoringen ;

i ) dossiers , archieven , formulieren en andere bescheiden , bestemd om te worden gebruikt tijdens internationale vergaderingen , conferenties of congressen , alsmede de notulen van dergelijke bijeenkomsten ;

j ) ontwerpen , technische tekeningen , afbeeldingen , beschrijvingen en andere soortgelijke bescheiden die worden ingevoerd met het oog op het verkrijgen of de uitvoering van bestellingen in derde landen of met het oog op het deelnemen aan een in het douanegebied van de Gemeenschap georganiseerde prijsvraag ;

k ) bescheiden bestemd om te worden gebruikt bij examens die in het douanegebied van de Gemeenschap worden georganiseerd door in een derde land gevestigde instellingen ;

l ) formulieren bestemd om te worden gebruikt als officiële bescheiden voor het internationaal weg - of goederenverkeer in het kader van internationale overeenkomsten ;

m ) formulieren , etiketten , vervoerbewijzen en soortgelijke bescheiden die door in een derde land gevestigde vervoerondernemingen of ondernemingen in het hotelwezen worden verzonden naar in het douanegebied van de Gemeenschap gevestigde reisbureaus ;

n ) formulieren en vervoerbewijzen , cognossementen , vrachtbrieven en andere handelsbescheiden en administratieve bescheiden , die gebruikt zijn ;

o ) officieel drukwerk , uitgegeven door internationale autoriteiten of autoriteiten van een derde land en drukwerk conform internationale modellen dat door organisaties van derde landen aan overeenkomstige organisaties die in het douanegebied van de Gemeenschap zijn gevestigd , wordt verzonden om te worden verspreid ;

p ) foto's , diapositieven , kartonnen matrijzen voor foto's , met of zonder onderschrift , gericht aan persagentschappen of aan uitgevers van dagbladen of tijdschriften .

TITEL XXV

HULPMATERIAAL VOOR DE STUWING EN BESCHERMING VAN GOEDEREN TIJDENS VERVOER

Artikel 110

Van rechten bij invoer zijn vrijgesteld materialen van uiteenlopende aard , zoals kabels , stro , doek , papier , karton , hout en plastic , die worden gebruikt voor het stuwen en de bescherming - met inbegrip van thermische bescherming - van goederen tijdens het vervoer van een derde land naar het douanegebied van de Gemeenschap en die normaliter niet in aanmerking komen om opnieuw te worden gebruikt .

TITEL XXVI

STROOISEL , FOERAGE EN VOEDERMIDDELEN VOOR DIEREN TIJDENS HUN TRANSPORT

Artikel 111

Van rechten bij invoer zijn vrijgesteld strooisel , foerage en al het voer aan boord van vervoermiddelen die worden gebruikt voor het vervoer van dieren uit een derde land naar het douanegebied van de Gemeenschap , bestemd om onderweg aan de dieren te worden verstrekt .

TITEL XXVII

BRANDSTOFFEN EN SMEERMIDDELEN IN MOTORVOERTUIGEN TE LAND

Artikel 112

1 . Behoudens het bepaalde in de artikelen 113 tot en met 115 is van rechten bij invoer vrijgesteld :

a ) de brandstof in de normale reservoirs van personenwagens , bedrijfsvoertuigen en motorrijwielen die het douanegebied van de Gemeenschap binnenkomen ;

b ) de brandstof die zich in draagbare reservoirs in personenauto's en motorrijwielen bevindt , tot een maximum van 10 liter per voertuig en onverminderd de nationale voorschriften inzake bezit en vervoer van brandstoffen .

2 . In de zin van lid 1 wordt verstaan onder

a ) " bedrijfsvoertuig " : elk motorvoertuig dat op grond van zijn constructietype en zijn uitrusting geschikt en bestemd is voor vervoer , al dan niet tegen betaling ,

- van meer dan 9 personen , met inbegrip van de bestuurder ,

- van goederen ,

alsmede ieder wegvoertuig bestemd voor een ander gebruik dan vervoer in eigenlijke zin ;

b ) " personenwagen " : ieder motorvoertuig dat niet aan de sub a ) omschreven maatstaven beantwoordt ;

c ) " normale reservoirs " : de door de fabrikant blijvend in of aan alle motorvoertuigen van hetzelfde type als het betrokken voertuig aangebrachte reservoirs , waarvan de blijvende inrichting het rechtstreeks verbruik van brandstof mogelijk maakt , zowel voor de voortbeweging van de voertuigen als , in voorkomend geval , voor de werking van koelsystemen .

Als normale reservoirs gelden ook gasreservoirs die zijn aangebracht aan motorvoertuigen en die het rechtstreeks verbruik van gas als brandstof mogelijk maken .

Artikel 113

Voor brandstof in de normale reservoirs van bedrijfsvoertuigen kunnen de Lid-Staten de vrijstelling beperken tot 200 liter per voertuig en per reis .

Artikel 114

De Lid-Staten kunnen de hoeveelheid brandstof die voor de vrijstelling in aanmerking komt , beperken :

- voor bedrijfsvoertuigen die internationaal vervoer verrichten naar hun grensgebied waarvan de breedte , in rechte lijn vanaf de grens gemeten , maximaal 25 km bedraagt , wanneer dit vervoer wordt verricht door personen die in dit gebied wonen ;

- voor personenwagens die toebehoren aan personen die in het in artikel 49 , lid 2 , bedoelde grensgebied wonen .

Artikel 115

De krachtens de artikelen 112 tot en met 114 met vrijstelling ingevoerde brandstoffen mogen niet worden gebruikt in een ander voertuig dan het voertuig waarin zij werden ingevoerd , noch uit dit voertuig worden verwijderd , noch worden opgeslagen , behalve gedurende de noodzakelijke herstellingen aan dit voertuig , noch onder bezwarende titel of om niet worden overgedragen door degene die de vrijstelling geniet .

Het niet-naleven van het bepaalde in de eerste alinea leidt tot toepassing van de voor de betrokken produkten geldende rechten bij invoer tegen het tarief dat van kracht is op de datum van de feiten , volgens de soort en op basis van de douanewaarde die op die datum door de bevoegde autoriteiten als juist zijn erkend of aanvaard .

Artikel 116

De in artikel 112 bedoelde vrijstelling geldt ook voor smeermiddelen die zich in motorvoertuigen bevinden en die overeenkomen met de normale behoeften voor het functioneren ervan gedurende het betreffende vervoer .

TITEL XXVIII

MATERIAAL VOOR DE AANLEG , HET ONDERHOUD OF DE VERFRAAIING VAN GEDENKTEKENS OF BEGRAAFPLAATSEN VAN OORLOGSSLACHTOFFERS

Artikel 117

Van rechten bij invoer zijn vrijgesteld goederen van ongeacht welke aard die worden ingevoerd door daartoe door de bevoegde autoriteiten erkende organisaties om te worden gebruikt voor de aanleg , het onderhoud of de verfraiing van begraafplaatsen , graven en gedenktekens voor oorlogsslachtoffers van derde landen die in de Gemeenschap zijn begraven .

TITEL XXIX

LIJKKISTEN , LIJKURNEN EN GRAFORNAMENTEN

Artikel 118

1 . Van rechten bij invoer zijn vrijgesteld :

a ) lijkkisten die het stoffelijk overschot en urnen die de as van overledenen bevatten , alsmede bloemen , kransen en andere ornamenten die deze gewoonlijk vergezellen ;

b ) bloemen , kransen en andere ornamenten die worden meegebracht door personen die in een derde land woonachtig zijn en zich naar een begrafenis begeven of graven in het douanegebied van de Gemeenschap komen verfraaien , voor zover uit de aard of de hoeveelheid van deze invoer geen commerciële overwegingen blijken .

HOOFDSTUK II

VRIJSTELLING VAN RECHTEN BIJ UITVOER

TITEL I

ZENDINGEN MET EEN TE VERWAARLOZEN WAARDE

Artikel 119

Van rechten bij uitvoer zijn vrijgesteld zendingen die aan de geadresseerde worden toegezonden per briefpost of als postpakket en die goederen bevatten waarvan de totale waarde niet meer dan 10 Ecu bedraagt .

TITEL II

HUISDIEREN UITGEVOERD TER GELEGENHEID VAN DE OVERBRENGING VAN EEN LANDBOUWBEDRIJF UIT DE GEMEENSCHAP NAAR EEN DERDE LAND

Artikel 120

1 . Van rechten bij uitvoer zijn vrijgesteld huisdieren die de veestapel vormen van een landbouwbedrijf dat , na zijn activiteiten in de Gemeenschap te hebben gestaakt , naar een derde land wordt overgebracht .

2 . De in lid 1 bedoelde vrijstelling is beperkt tot het aantal huisdieren dat overeenstemt met de aard en de omvang van het landbouwbedrijf .

TITEL III

PRODUKTEN DIE DOOR LANDBOUWPRODUCENTEN ZIJN VERKREGEN OP IN DE GEMEENSCHAP GELEGEN LANDERIJEN

Artikel 121

1 . Van rechten bij uitvoer zijn vrijgesteld produkten van landbouw of veeteelt die zijn verkregen in het douanegebied van de Gemeenschap op aangrenzende landerijen die worden geëxploiteerd , in de hoedanigheid van eigenaar of pachter , door landbouwproducenten wier hoofdbedrijf is gevestigd in een derde land in de onmiddellijke nabijheid van het douanegebied van de Gemeenschap .

2 . Om voor het bepaalde in lid 1 in aanmerking te komen , moeten de produkten van de huisdieren afkomstig zijn van dieren die van oorsprong zijn uit het betrokken derde land of aan de voorwaarden voldoen die gelden om daar vrij te kunnen worden vervoerd .

Artikel 122

De in artikel 121 , lid 1 , bedoelde vrijstelling is beperkt tot produkten die geen andere behandeling hebben ondergaan dan die welke gewoonlijk na de oogst of de produktie plaatsvindt .

Artikel 123

De vrijstelling wordt slechts verleend voor produkten die door de landbouwproducent of voor diens rekening in het betrokken derde land worden binnengebracht .

TITEL IV

ZAAIGOED DAT WORDT UITGEVOERD DOOR LANDBOUWPRODUCENTEN OM TE WORDEN GEBRUIKT OP IN DERDE LANDEN GELEGEN LANDERIJEN

Artikel 124

Van rechten bij uitvoer is vrijgesteld zaaigoed dat bestemd is om te worden gebruikt op landerijen die in een derde land zijn gelegen in de onmiddellijke nabijheid van de Gemeenschap , en die worden geëxploiteerd , in de hoedanigheid van eigenaar of pachter , door landbouwproducenten wier hoofdbedrijf in het genoemde gebied in de onmiddellijke nabijheid van het betrokken derde land is gevestigd .

Artikel 125

De in artikel 124 bedoelde vrijstelling is beperkt tot de hoeveelheden zaaigoed die nodig zijn voor de exploitatie van de landerijen .

De vrijstelling wordt slechts verleend voor zaaigoed dat rechtstreeks door de landbouwproducent of voor diens rekening uit het douanegebied van de Gemeenschap wordt uitgevoerd .

TITEL V

FOERAGE EN VOEDERMIDDELEN VOOR DIEREN TIJDENS DE UITVOER

Artikel 126

Van rechten bij uitvoer worden vrijgesteld foerage en voedermiddelen van ongeacht welke aard aan boord van vervoermiddelen die worden gebruikt voor het vervoer van dieren uit het douanegebied van de Gemeenschap naar een derde land , bestemd om onderweg aan de dieren te worden verstrekt .

HOOFDSTUK III

ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 127

1 . Behoudens lid 2 zijn de bepalingen van hoofdstuk I van toepassing zowel op rechtstreeks uit derde landen afkomstige goederen die voor het vrije verkeer worden aangegeven als op goederen die voor het vrije verkeer worden aangegeven nadat zij onder een andere douaneregeling zijn opgeslagen .

2 . De gevallen waarin de vrijstelling niet kan worden verleend voor goederen die voor het vrije verkeer worden aangegeven nadat zij onder een andere douaneregeling zijn opgeslagen , worden bepaald volgens de procedure van artikel 143 , leden 2 en 3 .

Artikel 128

Wanneer vrijstelling van rechten bij invoer kan worden verleend op grond van het gebruik dat de geadresseerde van de goederen moet maken , kan deze vrijstelling slechts worden verleend door de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan de betrokken goederen voor dat gebruik moeten worden aangewend .

Artikel 129

De bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten nemen alle passende maatregelen om te waarborgen dat goederen die in het vrije verkeer zijn gebracht , met een vrijstelling van rechten bij invoer op grond van het gebruik dat de geadresseerde ervan moet maken , niet voor andere doeleinden kunnen worden aangewend zonder dat de daarvoor geldende rechten bij invoer zijn voldaan , behoudens indien deze wijziging van bestemming plaatsvindt met inachtneming van de in deze verordening vastgestelde voorwaarden .

Artikel 130

Indien een zelfde persoon tegelijkertijd voldoet aan de voorwaarden die vereist zijn voor het verlenen van een vrijstelling van rechten bij in - of uitvoer uit hoofde van verschillende bepalingen van deze verordening , zijn de betrokken bepalingen gelijktijdig van toepassing .

Artikel 131

In geval deze verordening bepaalt dat de vrijstelling wordt verleend mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan , dient het bewijs dat aan deze voorwaarden is voldaan door de betrokkene ten behoeve van de bevoegde autoriteiten te worden geleverd .

Artikel 132

Indien een vrijstelling van rechten bij in - of uitvoer wordt verleend binnen de grenzen van een in Ecu vastgesteld bedrag , mogen de Lid-Staten het bedrag dat voortvloeit uit de omrekening van genoemd bedrag in nationale valuta , naar boven of beneden afronden .

De Lid-Staten kunnen de tegenwaarde in nationale valuta van het in Ecu vastgestelde bedrag ook ongewijzigd handhaven , indien bij de jaarlijkse aanpassing , bedoeld in artikel 2 , lid 2 , van Verordening ( EEG ) nr . 2779/78 van de Raad van 23 november 1978 houdende toepassing van de Europese Rekeneenheid ( ERE ) op de op douanegebied genomen besluiten ( 4 ) , de omrekening van dit bedrag voor de in de vorige alinea bedoelde afronding leidt tot een wijziging van minder dan 5 % in de tegenwaarde , uitgedrukt in nationale valuta .

Artikel 133

1 . Het bepaalde in deze verordening vormt geen beletsel voor het verlenen door de Lid-Staten van :

a ) vrijstellingen , hetzij krachtens het Verdrag van Wenen van 18 april 1961 inzake diplomatiek verkeer , hetzij krachtens het Verdrag van Wenen van 24 april 1963 inzake consulaire betrekkingen of andere consulaire overeenkomsten , hetzij krachtens het Verdrag van New York van 16 december 1969 inzake speciale missies ;

b ) vrijstellingen die ressorteren onder gebruikelijke voorrechten , verleend krachtens internationale overeenkomsten of vestigingsovereenkomsten waarbij een derde land dan wel een internationale organisatie partij is , inclusief vrijstellingen die ter gelegenheid van internationale vergaderingen worden verleend ;

c ) vrijstellingen die ressorteren onder gebruikelijke voorrechten , verleend krachtens internationale overeenkomsten gesloten door alle Lid-Staten te zamen tot oprichting van een culturele of wetenschappelijke instelling of organisatie naar internationaal recht ;

d ) vrijstellingen die ressorteren onder de gebruikelijke voorrechten en immuniteiten , verleend in het kader van overeenkomsten voor culturele , wetenschappelijke of technische samenwerking met derde landen ;

e ) bijzondere vrijstellingen , ingesteld in het kader van overeenkomsten met derde landen betreffende gemeenschappelijke acties voor personen - of milieubescherming ;

f ) bijzondere vrijstellingen , ingesteld in het kader van overeenkomsten met aangrenzende derde landen , die gerechtvaardigd zijn door de aard van het grensverkeer met die landen .

2 . Wanneer een internationale overeenkomst die niet onder een van de in lid 1 genoemde categorieën ressorteert en waartoe een Lid-Staat overweegt toe te treden , voorziet in het verlenen van vrijstellingen , dient deze Lid-Staat bij de Commissie een verzoek in om toepassing van deze vrijstellingsmaatregelen , waarbij hij haar alle noodzakelijke inlichtingen verstrekt .

Over dit verzoek wordt een besluit genomen overeenkomstig de procedure van artikel 143 , leden 2 en 3 .

3 . De in lid 2 bedoelde inlichtingen zijn niet vereist wanneer de betrokken internationale overeenkomst voorziet in het verlenen van vrijstellingen die de door het communautaire recht vastgestelde grenzen niet overschrijden .

Artikel 134

1 . De Lid-Staten stellen de Commissie in kennis van de douanebepalingen , vervat in verdragen en internationale overeenkomsten als bedoeld in artikel 133 , lid 1 , sub b ) , c ) , d ) , e ) en f ) , en lid 3 , die gesloten zijn na de inwerkingtreding van deze verordening .

2 . De Commissie doet aan de andere Lid-Staten de tekst toekomen van de verdragen en overeenkomsten waarvan zij overeenkomstig het bepaalde in lid 1 in kennis is gesteld .

Artikel 135

De bepalingen van deze verordening vormen geen beletsel voor de handhaving :

a ) door Griekenland , van de aan de berg Athos verleende speciale status zoals die gewaarborgd is bij artikel 105 van de Griekse grondwet ;

b ) door Frankrijk , van de vrijstellingen ingevolge de overeenkomst van 22 en 23 november 1867 tussen dat land en de Valleien van Andorra .

Artikel 136

1 . Tot de opstelling van communautaire bepalingen op de betrokken gebieden kunnen de Lid-Staten bijzondere vrijstellingen verlenen aan :

a ) strijdkrachten die gestationeerd zijn op het grondgebied van een Lid-Staat en die niet onder zijn gezag staan , ter uitvoering van internationale overeenkomsten ;

b ) luchtvaartmaatschappijen van derde landen , ter uitvoering van bilaterale overeenkomsten op grond van wederkerigheid .

2 . Tot de opstelling van communautaire bepalingen op het betrokken gebied vormt deze verordening geen beletsel voor de handhaving door de Lid-Staten van vrijstellingen :

a ) aan zeelieden van de koopvaardij ;

b ) aan werknemer * die naar hun land terugkeren na een verblijf buiten het douanegebied van de Gemeenschap wegens beroepswerkzaamheden van ten minste zes maanden .

Artikel 137

1 . Totdat er op het betrokken gebied communautaire bepalingen zijn ingevoerd , mogen de Lid-Staten bijzondere vrijstellingen verlenen bij de invoer van instrumenten , en apparaten voor medisch onderzoek , medische diagnose of behandeling .

2 . De in lid 1 bedoelde vrijstelling is beperkt tot instrumenten en apparaten die geschonken worden aan gezondheidsinstanties , diensten van ziekenhuizen en onderzoekinstellingen die van de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten toestemming hebben om deze voorwerpen met vrijstelling van rechten te ontvangen , of die door deze gezondheidsinstanties , ziekenhuizen of onderzoekinstellingen geheel worden aangekocht met kapitaal dat verstrekt is door een liefdadige of filantropische instelling , of met vrijwillige bijdragen , en voor zover wordt geconstateerd dat :

a ) op dat tijdstip geen gelijkwaardige instrumenten en apparaten in de Gemeenschap worden vervaardigd ;

b ) de gever bij het schenken van de betrokken instrumenten of apparaten geen commerciële bijbedoelingen heeft .

3 . De vrijstelling geldt ook voor :

a ) reserveonderdelen , onderdelen en specifieke hulpstukken bestemd voor de instrumenten en apparaten , voor zover deze reserveonderdelen , onderdelen en hulpstukken tegelijkertijd met deze instrumenten of apparaten worden ingevoerd of , indien zij op een later tijdstip worden ingevoerd , herkenbaar zijn als bestemd voor instrumenten of apparaten die reeds eerder met vrijstelling zijn ingevoerd ;

b ) gereedschap voor het onderhoud , de controle , het ijken of het herstellen van de instrumenten of apparaten , voor zover dit gereedschap tegelijkertijd met die instrumenten of apparaten wordt ingevoerd of , indien het op een later tijdstip wordt ingevoerd , herkenbaar is als bestemd voor instrumenten of apparaten die reeds eerder met vrijstelling zijn ingevoerd .

Artikel 138

Voor de toepassing van de in artikel 137 bedoelde vrijstelling volgen de Lid-Staten de volgende procedure :

a ) Wanneer de bevoegde instantie van een Lid-Staat overweegt instrumenten of apparaten als omschreven in artikel 137 , lid 1 , met vrijstelling toe te laten , raadpleegt zij de overige Lid-Staten .

b ) Heeft de raadplegende instantie binnen twee maanden geen antwoord ontvangen , dan gaat zij ervan uit dat er in de geraadpleegde Lid-Staten geen instrumenten of apparaten voorhanden zijn die gelijkwaardig zijn aan die waarvoor vrijstelling is aangevraagd , en dat deze geen opmerkingen willen maken over het eventuele commerciële karakter van de transactie .

c ) Indien de termijn van twee maanden te kort blijkt voor de geraadpleegde instantie , stelt deze de raadplegende instantie hiervan op de hoogte en deelt zij de termijn mee waarbinnen een definitief antwoord harerzijds te verwachten valt ; laatstgenoemde termijn mag niet langer zijn dan twee maanden .

d ) Indien de raadplegende instantie aan het einde van de sub a ) tot en met c ) bedoelde raadpleging constateert dat aan de in artikel 137 , lid 2 , sub a ) en b ) , bedoelde voorwaarden is voldaan en dat geen enkele andere Lid-Staat heeft laten weten dat de aangelegenheid bijzonder belangrijk is voor haar industriële belangen of dat er sprake is van commerciële bijbedoelingen , verleent zij de vrijstelling . Zo niet , weigert zij de vrijstelling .

e ) Iedere Lid-Staat deelt de Commissie de lijst van instrumenten , apparaten , reserveonderdelen , onderdelen , hulpstukken en gereedschap mee met een douanewaarde boven 3 000 Ecu , waarvan hij de invoer met vrijstelling van rechten heeft toegestaan . Deze mededeling vindt in de eerste helft van elk jaar plaats voor de produkten waarvoor tijdens het voorafgaande jaar toestemming tot invoer met vrijstelling van rechten is verleend .

De Commissie deelt deze lijsten aan de Lid-Staten mee .

f ) Voor 1 juli 1986 brengt de Commissie bij de Raad verslag uit en doet zij de wijzigingsvoorstellen die zij noodzakelijk acht .

Artikel 139

Het bepaalde in deze verordening is van toepassing onverminderd :

a ) Verordening ( EEG ) nr . 754/76 van de Raad van 25 maart 1976 betreffende de tariefbehandeling die van toepassing is op naar het douanegebied van de Gemeenschap terugkerende goederen ( 5 ) ;

b ) de vigerende bepalingen inzake de bevoorrading van schepen , luchtvaartuigen en internationale treinen ;

c ) de bij andere communautaire besluiten ingestelde vrijstellingsbepalingen .

Artikel 140

1 . Vanaf de datum waarop deze verordening wordt togepast , worden de volgende verordeningen ingetrokken :

a ) Verordening ( EEG ) nr . 1544/69 van de Raad van 23 juli 1969 betreffende de invoerrechten die van toepassing zijn op goederen die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers ( 6 ) , laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 3313/81 ( 7 ) ;

b ) Verordening ( EEG ) nr . 1410/74 van de Raad van 4 juni 1974 inzake de douanebehandeling van goederen die voor het vrije verkeer worden ingevoerd bij rampen op het grondgebied van een of meer Lid-Staten ( 8 ) ;

c ) Verordening ( EEG ) nr . 1818/75 van de Raad van 10 juli 1975 betreffende de landbouwheffingen , compenserende bedragen en andere invoerheffingen die van toepassing zijn op landbouwprodukten en op bepaalde goederen , verkregen door verwerking van deze produkten , die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers ( 9 ) ;

d ) Verordening ( EEG ) nr . 1798/75 , laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 608/82 ( 10 ) ;

e ) Verordening ( EEG ) nr . 1990/76 van de Raad van 22 juli 1976 betreffende de tariefbehandeling die van toepassing is op goederen ingevoerd om te worden beproefd ( 11 ) ;

f ) Verordening ( EEG ) nr . 3060/78 van de Raad van 19 december 1978 houdende invoering van vrijstelling van invoerrechten voor goederen vervat in kleine zendingen zonder handelskarakter , afkomstig uit derde landen ( 12 ) , gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 3313/81 ( 13 ) ;

g ) Verordening ( EEG ) nr . 1028/79 van de Raad van 8 mei 1979 betreffende de invoer met vrijstelling van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor voorwerpen bestemd voor gehandicapten ( 14 ) .

2 . Verwijzingen naar de in lid 1 bedoelde verordeningen moeten worden beschouwd als verwijzingen naar de onderhavige verordening .

Artikel 141

1 . Er wordt een Comité douanevrijstellingen ingesteld , hierna " Comité " te noemen , dat is samengesteld uit vertegenwoordigers van de Lid-Staten en onder voorzitterschap staat van een vertegenwoordiger van de Commissie .

2 . Het Comité stelt zijn reglement van orde vast .

Artikel 142

Het Comité onderzoekt elk vraagstuk betreffende de toepassing van deze verordening dat door zijn voorzitter , hetzij op eigen initiatief , hetzij op verzoek van de vertegenwoordiger van een Lid-Staat aan de orde wordt gesteld .

Artikel 143

1 . De bepalingen die noodzakelijk zijn voor de toepassing van deze verordening , met uitzondering van de volgende titels en artikelen :

- hoofdstuk I , titels V , XIV , XIX , XXII , XXIII , XXV , XXVI , XXVIII en XXIX ;

- hoofdstuk II , titels II , IV en V ;

- hoofdstuk III , artikel 133 , lid 1 , en artikel 135 ,

worden vastgesteld volgens de in de leden 2 en 3 omschreven procedure .

2 . De vertegenwoordiger van de Commissie legt aan het Comité een ontwerp voor van de vast te stellen bepalingen . Het Comité brengt over dit ontwerp advies uit binnen een termijn die de voorzitter kan bepalen naar gelang van de urgentie van het betrokken vraagstuk . Het Comité spreekt zich uit met een meerderheid van vijfenveertig stemmen , waarbij de stemmen van de Lid-Staten worden gewogen overeenkomstig het bepaalde in artikel 148 , lid 2 , van het Verdrag . De voorzitter neemt niet aan de stemming deel .

3 . a ) De Commissie stelt de beoogde bepalingen vast wanneer zij in overeenstemming zijn met het advies van het Comité .

b ) Wanneer de beoogde bepalingen niet in overeenstemming zijn met het advies van het Comité of bij gebreke van een advies , doet de Commissie onverwijld aan de Raad een voorstel betreffende de vast te stellen bepalingen .

De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen .

c ) Indien na verloop van een termijn van drie maanden , te rekenen vanaf de indiening van het voorstel bij de Raad , deze geen besluit heeft genomen , worden de voorgestelde bepalingen door de Commissie vastgesteld .

Artikel 144

De verwijzing naar het Comité van artikel 7 van Verordening ( EEG ) nr . 1798/75 , die voorkomt in de hierna volgende verordeningen , wordt vervangen door een verwijzing naar het Comité van artikel 141 van de onderhavige verordening :

a ) artikel 15 van Verordening ( EEG ) nr . 754/76 ;

b ) artikel 25 van Verordening ( EEG ) nr . 1430/79 van de Raad van 2 juli 1979 betreffende de terugbetaling of kwijtschelding van in - of uitvoerrechten ( 15 ) ;

c ) artikel 10 van Verordening ( EEG ) nr . 1697/79 van de Raad van 24 juli 1979 inzake navordering van de rechten bij invoer of bij uitvoer die niet van de belastingschuldige zijn opgeëist voor goederen welke zijn aangegeven voor een douaneregeling waaruit de verplichting tot betaling van dergelijke rechten voortvloeide ( 16 ) .

Artikel 145

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen .

Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 1984 .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat .

Gedaan te Brussel , 28 maart 1983 .

Voor de Raad

De Voorzitter

J . ERTL

( 1 ) PB nr . C 4 van 7 . 1 . 1980 , blz . 59 .

( 2 ) PB nr . C 72 van 24 . 3 . 1980 , blz . 20 .

( 3 ) PB nr . L 184 van 15 . 7 . 1975 , blz . 1 .

( 4 ) PB nr . L 333 van 30 . 11 . 1978 , blz . 5 .

( 5 ) PB nr . L 89 van 2 . 4 . 1976 , blz . 1 .

( 6 ) PB nr . L 191 van 5 . 8 . 1969 , blz . 1 .

( 7 ) PB nr . L 334 van 21 . 11 . 1981 , blz . 1 .

( 8 ) PB nr . L 150 van 7 . 6 . 1974 , blz . 4 .

( 9 ) PB nr . L 185 van 16 . 7 . 1975 , blz . 3 .

( 10 ) PB nr . L 74 van 18 . 3 . 1982 , blz . 4 .

( 11 ) PB nr . L 219 van 12 . 8 . 1976 , blz . 14 .

( 12 ) PB nr . L 366 van 28 . 12 . 1978 , blz . 1 .

( 13 ) PB nr . L 334 van 21 . 11 . 1981 , blz . 1 .

( 14 ) PB nr . L 134 van 31 . 5 . 1979 , blz . 8 .

( 15 ) PB nr . L 175 van 12 . 7 . 1979 , blz . 1 .

( 16 ) PB nr . L 197 van 3 . 8 . 1979 , blz . 1 .

BIJLAGE I

A . Boeken , publikaties en documenten

Nr . van het gemeenschappelijk douanetarief * Omschrijving *

37.05 * Platen , niet geperforeerde films en geperforeerde films ( andere dan cinematografische films ) , belicht en ontwikkeld ( negatieve en positieve ) : *

* ex A . Microfilms van boeken , prentenalbums , prentenboeken , teken - en kleurboeken voor kinderen , oefenschriften , verzamelingen kruiswoordraadsels , dagbladen en tijdschriften en documenten of rapporten die niet voor handelsdoeleinden zijn bestemd , en van afzonderlijke ilustraties , gedrukte bladzijden en drukproeven , bestemd voor de vervaardiging van boeken *

* ex B . Reproduktiefilms , bestemd voor de vervaardiging van boeken *

49.03 * Prentenalbums , prentenboeken , tekenboeken en kleurboeken , gebrocheerd , gekartonneerd , ingenaaid of ingebonden , voor kinderen *

49.11 * Prenten , gravures , foto's en ander drukwerk , ongeacht de wijze waarop zij zijn vervaardigd : *

* ex B . andere : *

* - afzonderlijke illustraties , gedrukte bladzijden en drukproeven op papier , bestemd voor de vervaardiging van boeken , met inbegrip van de microreprodukties daarvan ( 1 ) *

* - Microreprodukties van boeken , prentenalbums , prentenboeken , teken - of kleurboeken voor kinderen , oefenschriften , verzamelingen kruiswoordraadsels , dagbladen en tijdschriften en documenten of rapporten die niet voor handelsdoeleinden zijn bestemd ( 1 ) *

* - Catalogi van boeken en publikaties , in de handel gebracht door uitgevers of door boekhandelaars , gevestigd buiten het grondgebied van de Europese Gemeenschappen *

* - Catalogi van films , van opnamen en van alle andere soorten visueel en auditief materiaal van opvoedkundige , wetenschappelijke of culturele aard *

* - Kaarten op wetenschappelijke gebieden zoals geologie , zoologie , botanica , delfstofkunde , paleontologie , archeologie , etnologie , meteorologie , klimatologie en geofysica , alsmede meteorologische en geofysische diagrammen *

* - Aanplakbiljetten en andere drukwerken op het gebied van het vreemdelingenverkeer , zoals brochures , reisgidsen , dienstregelingen , vouwbladen en dergelijke , al of niet geïllustreerd , waaronder begrepen uitgaven van particuliere ondernemingen die beogen het reizen buiten het grondgebied van de Europese Gemeenschappen te stimuleren , met inbegrip van de microreprodukties daarvan ( 1 ) *

* - Publikaties welke tot doel hebben het studeren buiten het grondgebied van de Europese Gemeenschappen te stimuleren , met inbegrip van de microreprodukties daarvan ( 1 ) *

* - Plannen en tekeningen inzake architectuur of van industriële of technische aard en reprodukties daarvan *

* - Reclamemateriaal met bibliografische gegevens om gratis te worden verstrekt ( 1 ) *

Nr . van het gemeenschappelijk douanetarief * Omschrijving *

ex 90.21 * Instrumenten , apparaten , toestellen en modellen , bestemd voor het geven van demonstraties , voor onderwijs , voor tentoonstellingen , enz . , niet bruikbaar voor andere doeleinden : *

* - Reliëfkaarten op wetenschappelijke gebieden zoals geologie , zoologie , botanica , delfstofkunde , paleontologie , archeologie , etnologie , meteorologie , klimatologie en geofysica , alsmede meteorologische en geofysische diagrammen *

B . Visueel en auditief materiaal van opvoedkundige , wetenschappelijke of culturele aard

Artikelen als bedoeld in bijlage II A , geproduceerd door de Organisatie van de Verenigde Naties of een van haar gespecialiseerde organisaties .

( 1 ) Van de verspreiding zijn evenwel uitgezonderd de artikelen waarin de ruimte voor meer dan 25 % door advertenties in beslag wordt genomen . In geval van publikaties en aanplakbiljetten op toeristisch gebied heeft dit percentage slechts betrekking op publicitaire commerciële advertenties .

BIJLAGE II

A . Visueel en auditief materiaal van opvoedkundige , wetenschappelijke of culturele aard

Nr . van het gemeenschappelijk douanetarief * Omschrijving * Begunstigde instellingen of organisaties *

37.04 * Platen en films , belicht , niet ontwikkeld ( negatieve en positieve ) : * *

* A . cinematografische films : * *

* ex II . andere positieve , van opvoedkundige , wetenschappelijke of culturele aard * Alle organisaties ( met inbegrip van radio - en televisieomroeporganen ) , instellingen of verenigingen die van de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten toestemming hebben om deze goederen vrij van rechten in te voeren *

ex 37.05 * Platen , niet geperforeerde films en geperforeerde films ( andere dan cinematografische films ) , belicht en ontwikkeld ( negatieve en positieve ) , van opvoedkundige , wetenschappelijke of culturele aard * Alle organisaties ( met inbegrip van radio - en televisieomroeporganen ) , instellingen of verenigingen die van de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten toestemming hebben om deze goederen vrij van rechten in te voeren *

37.07 * Cinematografische films , belicht en ontwikkeld , waarop al dan niet geluid is vastgelegd of waarop uitsluitend geluid is vastgelegd ( negatieve en positieve ) : * *

* B . II . andere positieve : * *

* ex a ) Filmjournaals ( al dan niet met geluid ) die gebeurtenissen vertonen welke op het moment van invoer actueel zijn en waarvan ten hoogste twee kopieën per onderwerp voor reproduktiedoeleinden worden ingevoerd * Alle organisaties ( met inbegrip van radio - en televisieomroeporganen ) , instellingen of verenigingen die van de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten toestemming hebben om deze goederen vrij van rechten in te voeren *

* ex b ) overige : * *

* - Archieffilms ( al dan niet met geluid ) , bestemd om aan nieuwsfilms te worden toegevoegd * Alle organisaties ( met inbegrip van radio - en televisieomroeporganen ) , instellingen of verenigingen die van de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten toestemming hebben om deze goederen vrij van rechten in te voeren *

* - Ontspanningsfilms die vooral voor kinderen en jongeren geschikt zijn * Alle organisaties ( met inbegrip van radio - en televisieomroeporganen ) , instellingen of verenigingen die van de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten toestemming hebben om deze goederen vrij van rechten in te voeren *

* - elders genoemd noch elders onder begrepen , van opvoedkundige , wetenschappelijke of culturele aard * Alle organisaties ( met inbegrip van radio - en televisieomroeporganen ) , instellingen of verenigingen die van de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten toestemming hebben om deze goederen vrij van rechten in te voeren *

49.11 * Prenten , gravures , foto's en ander drukwerk , ongedacht de wijze waarop zij zijn vervaardigd : * *

* ex B . andere : * *

* - Microkaarten of andere dragers die gebruikt worden door voorlichtings - en documentatiediensten die gebruik maken van een computer , van opvoedkundige , wetenschappelijke of culturele aard * Alle organisaties ( met inbegrip van radio - en televisieomroeporganen ) , instellingen of verenigingen die van de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten toestemming hebben om deze goederen vrij van rechten in te voeren *

* - Wandplaten uitsluitend bestemd voor demonstratie - en onderwijsdoeleinden * Alle organisaties ( met inbegrip van radio - en televisieomroeporganen ) , instellingen of verenigingen die van de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten toestemming hebben om deze goederen vrij van rechten in te voeren *

ex 90.21 * Instrumenten , apparaten , toestellen en modellen , bestemd voor het geven van demonstraties ( voor onderwijs , tentoonstellingen , enz . ) , niet bruikbaar voor andere doeleinden : * *

* - Modellen , maquettes en wandkaarten van opvoedkundige , wetenschappelijke of culturele aard , uitsluitend bestemd voor demonstratie - en onderwijsdoeleinden * Alle organisaties ( met inbegrip van radio - en televisieomroeporganen ) , instellingen of verenigingen die van de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten toestemming hebben om deze goederen vrij van rechten in te voeren *

* - Verkleinde visuele maquettes of modellen van abstracte vormen zoals molecuulstructuren of wiskundige formules * Alle organisaties ( met inbegrip van radio - en televisieomroeporganen ) , instellingen of verenigingen die van de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten toestemming hebben om deze goederen vrij van rechten in te voeren *

Nr . van het gemeenschappelijk douanetarief * Omschrijving * Begunstigde instellingen of organisaties *

92.12 * Grammofoonplaten ; platen , cilinders , rollen , banden , films , draad , enz . , geprepareerd voor het opnemen van geluid of waarop geluid is opgenomen , voor de toestellen bedoeld bij post 92.11 of voor dergelijke doeleinden ; galvanische vormen en matrijzen , voor het maken van platen : * *

* ex B . andere : * *

* - van opvoedkundige , wetenschappelijke of culturele aard * Alle organisaties ( met inbegrip van radio - en televisieomroeporganen ) , instellingen of verenigingen die van de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten toestemming hebben om deze goederen vrij van rechten in te voeren *

Diversen * - Hologrammen voor projectie met laserstraal * Alle organisaties ( met inbegrip van radio - en televisieomroeporganen ) , instellingen of verenigingen die van de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten toestemming hebben om deze goederen vrij van rechten in te voeren *

* - Multimediaseries * Alle organisaties ( met inbegrip van radio - en televisieomroeporganen ) , instellingen of verenigingen die van de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten toestemming hebben om deze goederen vrij van rechten in te voeren *

* - Geprogrammeerd onderwijsmateriaal , ook in sets , vergezeld van het overeenkomstige gedrukte materiaal * Alle organisaties ( met inbegrip van radio - en televisieomroeporganen ) , instellingen of verenigingen die van de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten toestemming hebben om deze goederen vrij van rechten in te voeren *

B . Voorwerpen welke deel uitmaken van verzamelingen en kunstvoorwerpen van opvoedkundige , wetenschappelijke of culturele aard

Nr . van het gemeenschappelijk douanetarief * Omschrijving * Begunstigde instellingen of organisaties *

Diversen * Voorwerpen welke deel uitmaken van verzamelingen en kunstvoorwerpen die niet voor de verkoop zijn bestemd * Musea , kunstgalerijen en andere instellingen die van de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten toestemming hebben om deze voorwerpen vrij van rechten in te voeren *

BIJLAGE III

Nr . van het gemeenschappelijk douanetarief * Omschrijving *

49.11 * Prenten , gravures , foto's en ander drukwerk , ongeacht de wijze waarop zij zijn vervaardigd : *

* ex B . andere , in reliëfdruk voor blinden en slechtzienden *

BIJLAGE IV

Nr . van het gemeenschappelijk douanetarief * Omschrijving *

48.01 * Papier en karton , cellulosewatten daaronder begrepen , op rollen of in bladen : *

* ex F . ander : *

* - Braillepapier *

48.15 * Ander papier en karton , voor bepaalde doeleinden gesneden : *

* ex B . ander : *

* - Braillepapier *

ex 66.02 * Wandelstokken ( alpenstokken en zitstokken daaronder begrepen ) , zwepen , rijzwepen en dergelijke : *

* - witte wandelstokken voor blinden en slechtzienden *

84.51 * Schrijfmachines zonder telwerk ; machines voor het invullen en waarmerken van cheques : *

* ex A . Schrijfmachines : *

* - aangepast voor gebruik door blinden en slechtzienden *

ex 84.53 * Automatische gegevensverwerkende machines en eenheden daarvoor ; magnetische en optische schriftlezers , machines voor het in gecodeerde vorm op dragers overzetten van gegevens en machines voor het verwerken van die gegevens , elders genoemd noch elders onder begrepen : *

* - Uitrusting voor gemechaniseerde vervaardiging van braillemateriaal en van opnamen voor blinden *

ex 90.13 * Optische toestellen , apparaten en instrumenten ( zoeklichten en schrijnwerpers daaronder begrepen ) , niet genoemd of niet begrepen onder andere posten van hoofdstuk 90 ; lasers , andere dan laserdioden : *

* - Televergroters voor blinden en slechtzienden *

90.19 * Orthopedische toestellen ( medisch-chirurgische gordels daaronder begrepen ) ; breukspalken en andere artikelen en apparaten voor de behandeling van breuken in het beendergestel ; kunstgebitten , kunsttanden , kunstogen , kunstledematen en dergelijke artikelen , hoorapparaten voor hardhorigen en andere voor het verhelpen of verlichten van gebreken of van kwalen dienende apparatuur , die door de patiënt in de hand wordt gehouden of op andere wijze wordt gedragen , dan wel wordt geïmplanteerd : *

* ex B . II . andere : *

* - elektronische oriënteringsapparaten en obstakeldetectors voor blinden en slechtzienden *

ex 90.21 * Instrumenten , apparaten , toestellen en modellen , bestemd voor het geven van demonstraties ( voor onderwijs , voor tentoonstellingen , enz . ) , niet bruikbaar voor andere doeleinden : *

* - pedagogische hulpmiddelen en apparaten , speciaal ontworpen voor gebruik door blinden en slechtzienden *

ex 91.01 * Zakhorloges , polshorloges en dergelijke , stophorloges daaronder begrepen : *

* - Braillehorloges , met kasten gemaakt uit ander materiaal dan edele metalen *

Nr . van het gemeenschappelijk douanetarief * Omschrijving *

92.11 * Grammofonen , dicteermachines en andere toestellen voor het opnemen of het weergeven van geluid , alsmede platenspelers en dergelijke apparaten voor geluidsbanden en -draden , ook indien met weergavekop ; toestellen voor het opnemen of het weergeven van geluid en beelden voor televisie : *

* ex A . II . Toestellen voor het weergeven van geluid : *

* - Elektrofoons en cassettelezers , speciaal ontworpen voor of aangepast aan de behoeften van blinden en slechtzienden *

92.12 * Grammofoonplaten ; platen , cilinders , rollen , banden , films , draad , enz . , geprepareerd voor het opnemen van geluid of waarop geluid is opgenomen , voor de toestellen bedoeld bij post 92.11 of voor dergelijke doeleinden ; galvanische vormen en matrijzen , voor het maken van platen : *

* ex B . II . a ) 2 . overige : *

* - gesproken boeken *

* b ) 2 . overige : *

* - gesproken boeken *

* - Magneetbanden en cassettes bestemd voor de vervaardiging van boeken in brailleschrift en gesproken boeken *

97.04 * Artikelen voor gezelschapsspellen ( spellen met motor of met drijfwerk voor openbare gelegenheden , tafeltennisspellen , biljarten en speciale tafels voor casinospellen daaronder begrepen ) : *

* ex C . andere : *

* - Tafels voor spellen met toebehoren aangepast voor gebruik door blinden en slechtzienden *

* - elektronische leesmachines voor blinden en slechtzienden *

* - alle andere voorwerpen speciaal ontworpen voor de ontwikkeling van blinden en slechtzienden op het gebied van onderwijs , wetenschap en cultuur