31980R1573

Verordening (EEG) nr. 1573/80 van de Commissie van 20 juni 1980 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van artikel 5, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1697/79 van de Raad inzake navordering van de rechten bij invoer of bij uitvoer die niet van de belastingschuldige zijn opgeëist voor goederen welke zijn aangegeven voor een douaneregeling waaruit de verplichting tot betaling van dergelijke rechten voortvloeide

Publicatieblad Nr. L 161 van 26/06/1980 blz. 0001 - 0002
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 11 Deel 20 blz. 0243
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 02 Deel 6 blz. 0273
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 02 Deel 6 blz. 0273


++++

VERORDENING ( EEG ) NR . 1573/80 VAN DE COMMISSIE

VAN 20 JUNI 1980

TOT VASTSTELLING VAN DE UITVOERINGSBEPALINGEN VAN ARTIKEL 5 , LID 2 , VAN VERORDENING ( EEG ) NR . 1697/79 VAN DE RAAD INZAKE NAVORDERING VAN DE RECHTEN BIJ INVOER OF BIJ UITVOER DIE NIET VAN DE BELASTINGSCHULDIGE ZIJN OPGEEIST VOOR GOEDEREN WELKE ZIJN AANGEGEVEN VOOR EEN DOUANEREGELING WAARUIT DE VERPLICHTING TOT BETALING VAN DERGELIJKE RECHTEN VOORTVLOEIDE

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

GELET OP HET VERDRAG TOT OPRICHTING VAN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP ,

GELET OP VERORDENING ( EEG ) NR . 1697/79 VAN DE RAAD VAN 24 JULI 1979 INZAKE NAVORDERING VAN DE RECHTEN BIJ INVOER OF BIJ UITVOER DIE NIET VAN DE BELASTINGSCHULDIGE ZIJN OPGEEIST VOOR GOEDEREN WELKE ZIJN AANGEGEVEN VOOR EEN DOUANEREGELING WAARUIT DE VERPLICHTING TOT BETALING VAN DERGELIJKE RECHTEN VOORTVLOEIDE ( 1 ) , INZONDERHEID OP ARTIKEL 10 , LID 2 ,

OVERWEGENDE DAT IN ARTIKEL 5 , LID 2 , VAN VERORDENING ( EEG ) NR . 1697/79 IS BEPAALD DAT DE BEVOEGDE AUTORITEITEN NIET BEHOEVEN OVER TE GAAN TOT NAVORDERING VAN HET BEDRAG VAN DE RECHTEN BIJ INVOER OF BIJ UITVOER DAT NIET IS GEHEVEN TEN GEVOLGE VAN EEN VERGISSING VAN DE BEVOEGDE AUTORITEITEN ZELF DIE DE BELASTINGSCHULDIGE REDELIJKERWIJZE NIET KON ONTDEKKEN , WAARBIJ DEZE LAATSTE ZIJNERZIJDS TE GOEDER TROUW HEEFT GEHANDELD EN VOLDAAN HEEFT AAN ALLE VOORSCHRIFTEN VAN DE GELDENDE REGELING INZAKE DE DOUANEAANGIFTE ; DAT DE GEVALLEN WAARIN DEZE BEPALING KAN WORDEN TOEGEPAST , MOETEN WORDEN VASTGESTELD OVEREENKOMSTIG DE UITVOERINGSBEPALINGEN DIE ZIJN VASTGESTELD VOLGENS DE PROCEDURE VAN ARTIKEL 10 VAN GENOEMDE VERORDENING ;

OVERWEGENDE DAT , GELET OP HET FEIT DAT DE VOORWAARDEN VAN DE INACHTNEMING WAARVAN VOOR DE BEVOEGDE AUTORITEITEN DE MOGELIJKHEID AFHANKELIJK IS OM NIET OVER TE GAAN TOT DE NAVORDERING VAN DE RECHTEN KRACHTENS GENOEMD ARTIKEL 5 , LID 2 , VRIJ NAUWKEURIG ZIJN VASTGELEGD , HET MOGELIJK LIJKT GENOEMDE BEVOEGDE AUTORITEITEN DE TAAK TOE TE VERTROUWEN ZELF TE BESLISSEN NIET OVER TE GAAN TOT NAVORDERING VAN EEN BEDRAG AAN RECHTEN LAGER DAN 2 000 ECU , WANNEER ZIJ MET EIGEN MIDDELEN IN STAAT ZIJN ZICH ERVAN TE VERZEKEREN OF HET BETROKKEN GEVAL AAN AL DEZE VOORWAARDEN VOLDOET ; DAT EVENWEL , OM EEN UNIFORME INTERPRETATIE VAN HET BEPAALDE IN GENOEMD ARTIKEL 5 , LID 2 , TE WAARBORGEN , MOET WORDEN VOORZIEN IN DE PERIODIEKE TOEZENDING AAN DE COMMISSIE DOOR ELKE LID-STAAT VAN DE LIJST VAN GEVALLEN WAARIN DEZE BEPALINGEN ZIJN TOEGEPAST ;

OVERWEGENDE DAT WANNEER DE BEVOEGDE AUTORITEITEN VAN DE LID-STATEN NIET IN STAAT ZIJN ZICH MET EIGEN MIDDELEN ERVAN TE VERZEKEREN OF HET BETROKKEN GEVAL AAN ALLE IN ARTIKEL 5 , LID 2 , VAN VERORDENING ( EEG ) NR . 1697/79 GENOEMDE VOORWAARDEN VOLDOET EN , IN ELK GEVAL , WANNEER HET BEDRAG VAN DE RECHTEN DAT NIET IS GEHEVEN GELIJK IS AAN OF MEER IS DAN 2 000 ECU , MOET ELKE BESLISSING VAN GENOEMDE BEVOEGDE AUTORITEITEN AFHANKELIJK WORDEN GESTELD VAN EEN BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE , WELKE WORDT GEGEVEN NA OVERLEG MET EEN GROEP VAN DESKUNDIGEN BESTAANDE UIT VERTEGENWOORDIGERS VAN ALLE LID-STATEN ;

OVERWEGENDE DAT DE REGELS MOETEN WORDEN VASTGESTELD VAN DE PROCEDURE WELKE VOOR HET GEVEN DOOR DE COMMISSIE VAN DEZE BESCHIKKINGEN MOET WORDEN GEVOLGD ;

OVERWEGENDE DAT DE IN DEZE VERORDENING VERVATTE MAATREGELEN IN OVEREENSTEMMING ZIJN MET HET ADVIES VAN HET COMITE DOUANEVRIJSTELLINGEN ,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :

ARTIKEL 1

IN DEZE VERORDENING ZIJN DE UITVOERINGSBEPALINGEN VASTGESTELD VAN ARTIKEL 5 , LID 2 , VAN VERORDENING ( EEG ) NR . 1697/79 , HIERNA TE NOEMEN " BASISVERORDENING " .

TITEL I

DOOR DE BEVOEGDE AUTORITEITEN VAN DE LID-STATEN GENOMEN BESLUITEN

ARTIKEL 2

WANNEER DE BEVOEGDE AUTORITEIT VAN DE LID-STAAT WAAR DE VERGISSING DIE TOT EEN ONVOLLEDIGE HEFFING HEEFT GELEID , IS BEGAAN , ZICH ER MET EIGEN MIDDELEN VAN KAN VERZEKEREN DAT AAN ALLE VOORWAARDEN VAN ARTIKEL 5 , LID 2 , VAN DE BASISVERORDENING WORDT VOLDAAN , NEEMT DE AUTORITEIT ZELF HET BESLUIT NIET TOT NAVORDERING VAN DE NIET-GEHEVEN RECHTEN OVER TE GAAN , VOOR ZOVER HET BEDRAG VAN DE BETROKKEN RECHTEN KLEINER IS DAN 2 000 ECU .

ARTIKEL 3

1 . IEDERE LID-STAAT DOET DE COMMISSIE DE LIJST TOEKOMEN VAN DE GEVALLEN WAARIN HET BEPAALDE IN ARTIKEL 2 WORDT TOEGEPAST , MET EEN BEKNOPTE UITEENZETTING VAN IEDER GEVAL .

2 . HET TOEZENDEN VAN DE IN LID 1 GENOEMDE LIJST GESCHIEDT TIJDENS HET EERSTE EN HET DERDE KWARTAAL VAN IEDER JAAR VOOR ALLE GEVALLEN TEN AANZIEN WAARVAN IN DE LOOP VAN HET VOORGAANDE HALFJAAR EEN BESLUIT TOT NIET-INVORDERING WERD GENOMEN .

3 . DE COMMISSIE DOET DE LIJSTEN AAN DE LID-STATEN TOEKOMEN .

4 . DE IN LID 3 BEDOELDE LIJSTEN WORDEN OP GEZETTE TIJDEN DOOR HET COMITE DOUANEVRIJSTELLINGEN ONDERZOCHT .

TITEL II

DOOR DE COMMISSIE GEGEVEN BESCHIKKINGEN

ARTIKEL 4

WANNEER DE BEVOEGDE AUTORITEIT VAN DE LID-STAAT WAAR DE VERGISSING WERD BEGAAN ZICH ER NIET MET EIGEN MIDDELEN VAN KAN VERZEKEREN DAT AAN ALLE IN LID 2 VAN ARTIKEL 5 VAN DE BASISVERORDENING GESTELDE VOORWAARDEN IS VOLDAAN , OF WANNEER HET BEDRAG VAN DE BETROKKEN RECHTEN GELIJK IS AAN OF GROTER IS DAN 2 000 ECU , VERZOEKT ZIJ DE COMMISSIE ZICH HIEROVER UIT TE SPREKEN EN VERSTREKT HAAR ALLE GEGEVENS DIE NODIG ZIJN OM DE SITUATIE TE BEOORDELEN .

DE COMMISSIE STELT DE BETROKKEN LID-STAAT ONVERWIJLD IN KENNIS VAN DE ONTVANGST VAN DIT VERZOEK .

ARTIKEL 5

BINNEN VIJFTIEN DAGEN VOLGENDE OP DE DATUM VAN ONTVANGST VAN HET IN ARTIKEL 4 BEDOELDE VERZOEK , ZENDT DE COMMISSIE EEN AFSCHRIFT HIERVAN AAN DE OVERIGE LID-STATEN .

DE BESPREKING VAN DIT VERZOEK WORDT OP DE AGENDA GEPLAATST VAN DE EERSTVOLGENDE VERGADERING VAN HET COMITE DOUANEVRIJSTELLINGEN NA HET VERZENDEN VAN HET AFSCHRIFT ERVAN AAN DE LID-STATEN .

ARTIKEL 6

NA OVERLEG MET EEN GROEP VAN DESKUNDIGEN BESTAANDE UIT VERTEGENWOORDIGERS VAN ALLE LID-STATEN IN HET KADER VAN HET COMITE DOUANEVRIJSTELLINGEN , TER BESTUDERING VAN HET BETROKKEN GEVAL , GEEFT DE COMMISSIE EEN BESCHIKKING WAARBIJ WORDT VASTGESTELD HETZIJ DAT DE ONDERZOCHTE SITUATIE TOELAAT NIET OVER TE GAAN TOT NAVORDERING VAN DE BETROKKEN RECHTEN , HETZIJ DAT DEZE DAT NIET TOELAAT .

BEDOELDE BESCHIKKING DIENT TE WORDEN GEGEVEN BINNEN EEN TERMIJN VAN DRIE MAANDEN TE REKENEN VANAF DE DATUM VAN ONTVANGST VAN HET IN ARTIKEL 4 BEDOELDE VERZOEK DOOR DE COMMISSIE .

ARTIKEL 7

1 . VAN DE IN ARTIKEL 6 BEDOELDE BESCHIKKING MOET ONVERWIJLD EN IN ELK GEVAL BINNEN EEN TERMIJN VAN DERTIG DAGEN VOLGENDE OP DE DATUM VAN VERSTRIJKEN VAN DE IN ARTIKEL 6 BEDOELDE TERMIJN , KENNIS WORDEN GEGEVEN AAN DE BETROKKEN LID-STAAT .

EEN AFSCHRIFT VAN DE BESCHIKKING WORDT AAN DE OVERIGE LID-STATEN TOEGEZONDEN .

2 . DE BEVOEGDE AUTORITEITEN VAN DE BETROKKEN LID-STAAT NEMEN ALLE NODIGE MAATREGELEN VOOR DE UITVOERING VAN DE BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE .

ARTIKEL 8

INDIEN DE COMMISSIE BINNEN DE IN ARTIKEL 6 BEDOELDE TERMIJN HAAR BESCHIKKING NOG NIET HEEFT GEGEVEN OF BINNEN DE IN ARTIKEL 7 BEDOELDE TERMIJN VAN GEEN ENKELE BESCHIKKING KENNIS HEEFT GEGEVEN AAN DE BETROKKEN LID-STAAT , GAAN DE BEVOEGDE AUTORITEITEN VAN DE LID-STAAT NIET OVER TOT NAVORDERING VAN DE BETROKKEN RECHTEN .

ARTIKEL 9

DEZE VERORDENING TREEDT IN WERKING OP 1 JULI 1980 .

DEZE VERORDENING IS VERBINDEND IN AL HAAR ONDERDELEN EN IS RECHTSTREEKS TOEPASSELIJK IN ELKE LID-STAAT .

GEDAAN TE BRUSSEL , 20 JUNI 1980 .

VOOR DE COMMISSIE

ETIENNE DAVIGNON

LID VAN DE COMMISSIE

( 1 ) PB NR . L 197 VAN 3 . 8 . 1979 , BLZ . 1 .