31975R0337

Verordening (EEG) nr. 337/75 van de Raad van 10 februari 1975 houdende oprichting van een Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding

Publicatieblad Nr. L 039 van 13/02/1975 blz. 0001 - 0004
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 05 Deel 2 blz. 0038
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 05 Deel 2 blz. 0048
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 05 Deel 2 blz. 0048
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 16 Deel 1 blz. 0006
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 16 Deel 1 blz. 0006


++++

VERORDENING ( EEG ) Nr . 337/75 VAN DE RAAD

van 10 februari 1975

houdende oprichting van een Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , inzonderheid op artikel 235 ,

Gezien het voorstel van de Commissie ,

Gezien het advies van het Europese Parlement ( 1 ) ,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ( 2 ) ,

Overwegende dat de Raad , zich baserend op artikel 128 van het Verdrag , bij zijn besluit van 2 april 1963 ( 3 ) , de algemene beginselen heeft vastgesteld voor de toepassing van een gemeenschappelijk beleid met betrekking tot de beroepsopleiding ;

Overwegende dat , overeenkomstig artikel 118 van het Verdrag , de Commissie tot taak heeft tussen de Lid-Staten een nauwe samenwerking op sociaal gebied te bevorderen , met name op het terrein van de beroepsopleiding en de voortgezette vorming ;

Overwegende dat de Raad , in zijn resolutie van 21 januari 1974 betreffende een sociaal actieprogramma ( 4 ) als één van zijn doelstellingen de tenuitvoerlegging van een gemeenschappelijk beroepsopleidingsbeleid heeft vastgesteld , ten einde geleidelijk de essentiële doelstellingen ervan te bereiken , in het bijzonder de onderlinge aanpassing van de opleidingsniveaus , met name door de oprichting van een Europees Centrum voor beroepsopleiding ; dat voorts de Raad deze doelstelling als één van de prioriteiten heeft vastgesteld ;

Overwegende dat de tenuitvoerlegging van een gemeenschappelijk beleid inzake beroepsopleiding steeds ingewikkelder problemen doet rijzen en dat de oplossing hiervan een ruime betrokkenheid van de betrokken kringen en in het bijzonder van de sociale partners vergt ;

Overwegende dat de oprichting van een Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding - een orgaan dat los staat van de diensten van de Commissie doch wel aan deze laatste een zo ruim mogelijke medewerking moet verlenen - noodzakelijk is voor de doeltreffende tenuitvoerlegging van dit gemeenschappelijk beleid en dat in het Verdrag niet is voorzien in de specifieke bevoegdheden die vereist zijn voor de oprichting van een dergelijk centrum ;

Overwegende dat het Centrum wordt ingesteld in het kader van de Europese Gemeenschappen en optreedt met inachtneming van het gemeenschapsrecht ; dat het dienstig is te preciseren op welke voorwaarden sommige bepalingen van algemene strekking van toepassing zijn ,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :

Artikel 1

Opgericht wordt een Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding , hierna te noemen " het Centrum " .

Het Centrum krijgt in alle Lid-Staten de ruimste handelingsbevoegdheid die aan rechtspersonen wordt toegekend .

Het Centrum heeft geen winstoogmerk . Zijn zetel is gevestigd te Berlijn ( " West " ) .

Artikel 2

1 . Het Centrum heeft als opdracht de Commissie bij te staan ten einde de beroepsopleiding en de voortgezette opleiding op communautair niveau te bevorderen en te ontwikkelen .

Daartoe draagt het Centrum , in het kader van de door de Gemeenschap vastgestelde beleidslijnen , door zijn werkzaamheden op wetenschappelijk en technisch gebied bij tot de tenuitvoerlegging van een gemeenschappelijk beleid inzake de beroepsopleiding .

Het Centrum bevordert in het bijzonder de uitwisseling van informatie en ervaring .

2 . Het Centrum heeft met name tot taak :

- een gerichte documentatie samen te stellen die met name betrekking heeft op de huidige gegevens , de nieuwste ontwikkelingen en het onderzoek op de betrokken gebieden , alsmede op de vraagstukken betreffende de structuren op het gebied van de beroepsopleiding ;

- bij te dragen tot de ontwikkeling en coordinatie van het onderzoek op vorengenoemde gebieden ;

- zorg te dragen voor de verspreiding van alle nuttige documentatie en informatie ;

- de initiatieven te bevorderen en te steunen die een gecoordineerde aanpak van de problemen met betrekking tot de beroepsopleiding kunnen vergemakkelijken . In dit kader zal de actie van het Centrum in het bijzonder betrekking hebben op de onderlinge aanpassing van de niveaus van beroepsopleiding ten einde met name te komen tot onderlinge erkenning van certificaten en andere titels die ter afsluiting van de beroepsopleiding worden uitgereikt ;

- een ontmoetingsplaats voor de betrokken partijen te vormen .

3 . Bij zijn activiteiten houdt het Centrum rekening met de bestaande banden tussen de beroepsopleiding en de overige opleidingsgebieden .

Artikel 3

1 . Het Centrum treft de nodige maatregelen ter vervulling van zijn opdracht . Het kan in het bijzonder :

- cursussen en seminaria organiseren ;

- studiecontracten sluiten en modelprojecten of specifieke projecten laten uitvoeren of , indien nodig , zelf uitvoeren , die bijdragen tot de tenuitvoerlegging van het werkprogramma van het Centrum ;

- alle nuttige documentatie , met name een communautair bulletin over de beroepsopleiding , uitgeven en verspreiden .

2 . Bij de uitvoering van zijn opdracht legt het Centrum de ter zake dienstige contacten , inzonderheid met gespecialiseerde organen , zowel openbare als particuliere , nationale of internationale , met overheidsinstanties en opleidingsinstituten , alsmede met werkgevers - en werknemersorganisaties .

Artikel 4

1 . Het Centrum wordt beheerd door een Raad van Bestuur bestaande uit 30 leden waarvan

a ) negen leden de Regeringen der Lid-Staten vertegenwoordigen

b ) negen leden de werkgeversorganisaties vertegenwoordigen

c ) negen leden de vakbondsorganisaties der werknemers vertegenwoordigen

d ) drie leden de Commissie vertegenwoordigen .

De sub a ) , b ) en c ) bedoelde leden worden benoemd door de Raad , te weten één per Lid-Staat voor elk van de genoemde categorieën .

De leden die de Commissie vertegenwoordigen , worden door haarzelf benoemd .

2 . De ambtstermijn van de leden van de Raad van Bestuur bedraagt drie jaar . Deze termijn kan worden verlengd . Na afloop van hun ambtstermijn of bij aftreden blijven de leden in functie totdat is voorzien in verlenging van hun ambtstermijn of in hun vervanging .

3 . De Raad van Bestuur wijst uit zijn midden voor de duur van een jaar zijn Voorzitter en drie Vice-Voorzitters aan .

4 . De Voorzitter roept de Raad van Bestuur ten minste tweemaal per jaar bijeen of op verzoek van ten minste een derde van zijn leden .

5 . De beslissingen van de Raad van Bestuur worden met absolute meerderheid van stemmen van de leden genomen .

Artikel 5

De Raad van Bestuur stelt zijn huishoudelijk reglement vast , dat van kracht wordt nadat het door de Raad op advies van de Commissie is goedgkeuerd .

Hij besluit tot de oprichting van ad hoc-Werkgroepen voor zover zulks ter uitvoering van het jaarlijks werkprogramma nodig is . Hij stelt de Commissie regelmatig van de activiteiten van het Centrum in kennis .

Artikel 6

1 . De Directeur van het Centrum wordt door de Commissie benoemd aan de hand van een kandidatenlijst die door de Raad van Bestuur wordt ingediend .

2 . De ambtstermijn van de Directeur bedraagt vijf jaar en kan worden verlengd .

Artikel 7

1 . De Directeur geeft uitvoering aan de besluiten van de Raad van Bestuur en is belast met de dagelijkse leiding van het Centrum . Hij vertegenwoordigt het Centrum in rechte .

2 . Hij is belast met de voorbereiding en organisatie van de werkzaamheden van de Raad van Bestuur en voert het secretariaat van diens vergaderingen .

3 . Hij draagt zorg voor de coordinatie van de werkzaamheden van de Werkgroepen .

4 . Hij is verantwoordelijk voor alle personeelsaangelegenheden ; het personeel wordt door hem aangesteld en ontslagen .

5 . Van zijn beheer legt hij verantwoording af aan de Raad van Bestuur .

Artikel 8

1 . Aan de hand van een door de Directeur voorgelegd ontwerp stelt de Raad van Bestuur in overeenstemming met de Commissie het jaarlijks werkprogramma op . In het programma wordt rekening gehouden met de behoeften welke door de Instellingen van de Gemeenschap als prioritair zijn aangeduid .

2 . Bij de planning van zijn activiteiten wordt door het Centrum rekening gehouden met de activiteiten die door andere organisaties op het gebied van de beroepsopleiding worden ontplooid .

Artikel 9

Uiterlijk op 31 maart hecht de Raad van Bestuur zijn goedkeuring aan het jaarlijks algemeen verslag inzake de werkzaamheden en de financiële situatie van het Centrum en doet dit aan de Commissie toekomen .

Artikel 10

De Raad van Bestuur stelt voor ieder begrotingsjaar , hetwelk samenvalt met het kalenderjaar , een staat van de ontvangsten en uitgaven op , die in evenwicht moet zijn .

Artikel 11

1 . De Raad van Bestuur doet uiterlijk op 31 maart van elk jaar aan de Commissie een raming van zijn ontvangsten en uitgaven toekomen . Deze raming , die een lijst van het aantal ambten bevat , wordt door de Commissie te zamen met het voorontwerp van begroting van de Europese Gemeenschappen aan de Raad doorgezonden .

2 . Elk jaar wordt een subsidie ten gunste van het Centrum in de begroting van de Europese Gemeenschappen opgenomen onder een specifieke begrotingspost .

De procedure die geldt voor de overschrijving van kredieten van het ene hoofdstuk naar het andere , is van toepassing op het krediet met betrekking tot deze subsidie .

De Begrotingsautoriteit stelt de lijst van het aantal ambten van het Centrum vast .

3 . De Raad van Bestuur stelt de staat van ontvangsten en uitgaven vast voor het begin van het begrotingsjaar en past deze aan de door de Begrotingsautoriteit toegekende subsidie aan . De aldus vastgestelde staat wordt door de Commissie aan de Begrotingsautoriteit toegezonden .

Artikel 12

1 . De financiële bepalingen die op het Centrum van toepassing zijn , worden vastgesteld krachtens artikel 209 van het Verdrag .

2 . De Raad van Bestuur legt ieder jaar op uiterlijk 31 maart aan de Commissie en aan de Controlecommissie de rekeningen van alle ontvangsten en uitgaven van het Centrum over het afgelopen begrotingsjaar over . De Controlecommissie onderzoekt deze overeenkomstig de bepalingen welke zijn neergelegd in de tweede alinea van artikel 206 van het Verdrag .

3 . De rekeningen en het verslag van de Controlecommissie , alsmede de opmerkingen van de Commissie worden uiterlijk op 31 oktober door de Commissie aan de Raad en aan het Europese Parlement voorgelegd . De Raad en het Europese Parlement verlenen de Raad van Bestuur van het Centrum kwijting volgens de procedures bedoeld in artikel 206 , vierde alinea , van het Verdrag .

4 . De controle op het aangaan van alle betalingsverplichtingen en het betalen van de uitgaven , alsmede de controle op het constateren en innen van alle ontvangsten van het Centrum worden uitgeoefend door de Financiële Controleur van de Commissie .

Artikel 13

De bepalingen betreffende het personeel van het Centrum worden door de Raad op voorstel van de Commissie aangenomen .

Artikel 14

De leden van de Raad van Bestuur , de Directeur en de personeelsleden , alsmede iedereen die aan de werkzaamheden van het Centrum deelneemt , zijn gehouden zelfs na afloop van hun functie , de inlichtingen die naar hun aard vallen onder de geheimhoudingsplicht , niet openbaar te maken .

Artikel 15

De regeling van het taalgebruik van de Europese Gemeenschappen is van toepassing op het Centrum .

Artikel 16

Het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen is op het Centrum van toepassing .

Artikel 17

1 . De contractuele aansprakelijkheid van het Centrum wordt beheerst door de wet die op het betrokken contract van toepassing is .

Het Hof van Justitite van de Europese Gemeenschappen is bevoegd , uitspraak te doen krachtens een arbitragebeding vervat in een door het Centrum gesloten overeenkomst .

2 . Inzake de niet-contractuele aansprakelijkheid moet het Centrum , overeenkomstig de algemene beginselen welke de rechtsstelsels der Lid-Staten gemeen hebben de schade vergoeden die door het Centrum of door zijn personeelsleden in de uitoefening van hun functies is veroorzaakt .

Het Hof van Justitie is bevoegd , kennis te nemen van geschillen over de vergoeding van deze schade .

3 . De persoonlijke aansprakelijkheid der personeelsleden jegens het Centrum wordt geregeld bij de bepalingen betreffende het personeel van het Centrum .

Artikel 18

Iedere impliciete of expliciete handeling van het Centrum kan door elk der Lid-Staten , elk der leden van de Raad van Bestuur of iedere andere persoon die rechtstreeks en individueel geraakt is aan de Commissie voorgelegd worden , ten einde de wettigheid ervan na te gaan .

De zaak moet binnen vijftien dagen te rekenen vanaf de dag dat de betrokkene kennis heeft gekregen van de betwiste handeling aan de Commissie worden voorgelegd .

De Commissie neemt een besluit binnen een maand . Het achterwege blijven van een besluit binnen deze termijn heeft de waarde van een impliciet besluit tot verwerping .

Artikel 19

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat .

Gedaan te Brussel , 10 februari 1975 .

Voor de Raad

De Voorzitter

G . FITZGERALD

( 1 ) PB nr . C 127 van 18 . 10 . 1974 , blz . 20 .

( 2 ) PB nr . C 125 van 16 . 10 . 1974 , blz . 41 .

( 3 ) PB nr . 63 van 20 . 4 . 1963 , blz . 1338/63 .

( 4 ) PB nr . C 13 van 12 . 2 . 1974 , blz . 1 .