Glossarium van samenvattingen

Help PDF exporteren Deze pagina afdrukken 

Weging van de stemmen in de Raad

Voor de meeste EU-wetgeving beslist de Raad van de Europese Unie met gekwalificeerde meerderheid van stemmen; dat is de gewone wetgevingsprocedure. Op sommige gebieden van de EU-wetgeving beslist de Raad met eenparigheid van stemmen. Procedurebesluiten worden daarentegen genomen met een gewone meerderheid van stemmen (15 van de 28 EU-landen die voor stemmen).

Tot 1 november 2014 hadden de EU-landen met de grootste bevolking 27-29 stemmen, middelgrote landen 7-14 stemmen en kleine landen 3 of 4 stemmen. Voor de goedkeuring van een besluit waren ten minste 260 van de 352 stemmen nodig.

Op 1 november 2014 veranderden de regels voor een gekwalificeerde meerderheid (artikel 16 van het Verdrag betreffende de Europese Unie). Een gekwalificeerde meerderheid voor het aannemen van een voorstel van de Commissie of de hoge vertegenwoordiger van de EU wordt bereikt op twee voorwaarden:

  1. 55 % van de leden van de Raad stemmen vóór (dat is 16 van de 28) en
  2. de leden van de Raad die voor stemmen vertegenwoordigen landen van de EU die ten minste 65 % van de totale bevolking van de EU vertegenwoordigen.

Dit staat bekend als de „dubbele-meerderheidsregel”. Voor een blokkerende minderheid zijn ten minste vier EU-landen nodig.

Als de Raad stemt over een voorstel dat niet van de Commissie of de hoge vertegenwoordiger komt, wordt een besluit aangenomen wanneer:

  • ten minste 72 % van de leden van de Raad vóór stemmen en
  • die ten minste 65 % van de bevolking van de EU vertegenwoordigen.

Tot 31 maart 2017 kunnen EU-landen nog om een stemming vragen volgens de vorige regel voor stemmen met gekwalificeerde meerderheid. Bovendien kunnen ze de toepassing vragen van het Ioannina II-compromis (zie Verklaring nr. 7 gevoegd bij het Verdrag van Lissabon). Daardoor kunnen groepen van landen hun verzet uitdrukken tegen een tekst, ook als de groep niet groot genoeg is in aantal om een blokkerende minderheid te vormen.