Glossarium van samenvattingen

Help PDF exporteren Deze pagina afdrukken 

Subsidiariteit

Het subsidiariteitsbeginsel is gedefinieerd in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Het beoogt de besluitvorming zo dicht mogelijk bij de burger te brengen en ervoor te zorgen dat bij de ontwikkeling van EU-maatregelen telkens wordt nagegaan of het beoogde effect niet ook op nationaal, regionaal of lokaal niveau kan worden bereikt.

Concreet betekent dit dat de EU (behalve voor gebieden die onder haar exclusieve bevoegdheid vallen) slechts maatregelen neemt wanneer deze doeltreffender zijn dan wanneer ze op nationaal, regionaal of lokaal niveau worden genomen. Het subsidiariteitsbeginsel is nauw verbonden met het evenredigheidsbeginsel, dat inhoudt dat het optreden van de EU niet verder mag gaan dan wat nodig is om de doelstellingen van het Verdrag te verwezenlijken.

Er zijn twee protocollen bij het Verdrag van Lissabon die van essentieel belang zijn:

  • Protocol nr. 1 betreffende de rol van de nationale parlementen stimuleert de betrokkenheid van de nationale parlementen bij EU-activiteiten en vereist dat EU-documenten en -voorstellen onmiddellijk aan hen worden toegezonden, zodat ze deze kunnen bestuderen voordat de Raad een besluit neemt.
  • Krachtens protocol nr. 2 moet de Commissie rekening houden met de regionale en lokale dimensie van alle ontwerpen van wetgevingshandelingen en moet zij een gedetailleerde verklaring opstellen over hoe het subsidiariteitsbeginsel wordt gerespecteerd. Het protocol stelt nationale parlementen in staat bezwaar te maken tegen een voorstel onder verwijzing naar de schending van het subsidiariteitsbeginsel, waardoor het voorstel herzien moet worden en door de Commissie kan worden gehandhaafd, gewijzigd of ingetrokken of door het Europees Parlement of de Raad kan worden geblokkeerd.

In geval van schending van het subsidiariteitsbeginsel kunnen het Comité van de Regio's of de EU-landen een aangenomen voorstel rechtstreeks naar het Hof van Justitie van de EU verwijzen.