Glossarium van samenvattingen

Help PDF exporteren Deze pagina afdrukken 

Permanente gestructureerde samenwerking

Het Verdrag van Lissabon bood bepaalde EU-landen de mogelijkheid op militair gebied nauwer samen te werken in het kader van een permanente gestructureerde samenwerking (artikel 42, lid 6 en artikel 46 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU)). De permanente gestructureerde samenwerking staat open voor landen die voldoen aan 2 basisvoorwaarden, die in het aan het Verdrag gehechte Protocol nr. 10 zijn vastgesteld. De lidstaten moeten zich er met name toe verbinden:

  • intensiever te werken aan de ontwikkeling van hun defensievermogens door nationale bijdragen te ontwikkelen en deel te nemen aan multinationale strijdkrachten, aan de voornaamste Europese programma's voor materieel en aan het werk van het Europees Defensieagentschap op het gebied van de ontwikkeling van defensievermogens, onderzoek, aankopen en bewapening;
  • uiterlijk in 2010 beschikken over de capaciteit om indien nodig binnen een termijn van 5 tot 30 dagen en voor een periode van 30 tot 120 dagen gevechtseenheden en logistieke ondersteuning te leveren voor de taken omschreven in artikel 43 van het VEU.

Het Europees Defensieagentschap evalueert geregeld de bijdragen van de deelnemende landen.

De EU-landen die een permanente gestructureerde samenwerking willen opzetten, moeten de Raad alsmede de hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van de EU daarvan in kennis stellen. Na ontvangst van de kennisgeving moet de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een besluit aannemen tot instelling van een permanente gestructureerde samenwerking en tot vaststelling van de lijst van deelnemende landen. Indien nieuwe landen willen toetreden of deelnemende landen niet langer willen meewerken, neemt de Raad een besluit aan met een gekwalificeerde meerderheid van de lidstaten die aan de permanente gestructureerde samenwerking deelnemen. De besluiten en aanbevelingen die in het kader van een dergelijke samenwerking worden aangenomen, worden met eenparigheid van stemmen door de deelnemende leden van de Raad goedgekeurd.