Dit document is overgenomen van EUR-Lex
Het hoofddoel van het justitiebeleid van de EU is de totstandbrenging van een EU-brede justitiële ruimte, die is gebaseerd op wederzijdse samenwerking op civielrechtelijk en strafrechtelijk gebied. Dit betekent dat er tussen de rechtbanken en de nationale overheden van de EU-lidstaten wederzijds vertrouwen moet worden opgebouwd en dat rechterlijke beslissingen wederzijds moeten worden erkend.
Op het gebied van het burgerlijk recht heeft de EU een hele reeks maatregelen genomen om de burgers meer rechtszekerheid en een gemakkelijke en doeltreffende toegang tot de rechter te bieden wanneer zij betrokken zijn bij zaken van grensoverschrijdende aard, zoals geschillen, echtscheidingen, enz.
In de EU, waar mensen en goederen zich vrij kunnen bewegen, is de totstandbrenging van een EU-brede justitiële ruimte een hoge prioriteit. Om de problemen in verband met criminaliteit aan te pakken, heeft de EU wetten ingevoerd die de rechten van slachtoffers, verdachten en gedetineerden in grensoverschrijdende zaken moeten waarborgen (zoals wetten inzake wederzijdse rechtsbijstand, de wederzijdse erkenning van beslissingen in strafzaken en het Europees aanhoudingsbevel).
Zowel in het strafrecht als in het burgerlijk recht zijn maatregelen genomen om:
De Europese Commissie zal in de periode 2021-2027 twee financieringsprogramma’s beheren: