Glossarium van samenvattingen

Help PDF exporteren Deze pagina afdrukken 

Voedselveiligheid

Het EU beleid voor voedselveiligheid werd in het begin van de jaren 2000 hervormd na een aantal crises voor humane levensmiddelen en diervoeders, zoals boviene spongiforme encefalopathie (BSE).

De EU streeft ernaar om ervoor te zorgen dat:

  • levensmiddelen en diervoeders veilig en voedzaam zijn;
  • er hoge normen gelden voor de gezondheid en het welzijn van dieren, alsook voor gewasbeschermingsmiddelen (bijv. veilig gebruik van pesticiden);
  • informatie over de inhoud (bijvoorbeeld additieven of conserveringsmiddelen), oorsprong (traceerbaarheid) en het gebruik van voedsel (bijvoorbeeld speciale diëten) duidelijk is.

Het EU beleid voor voedselveiligheid wordt voornamelijk beheerst door artikel 168 (volksgezondheid) en 169 (consumentenbescherming) van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

EU-wetgeving heeft betrekking op de gehele voedselketen - „van boer tot bord” - en maakt gebruik van een geïntegreerde aanpak. Dit heeft betrekking op aspecten variërend van etikettering via verpakking tot hygiëne.

Besluiten op dit gebied zijn gebaseerd op het onafhankelijke, deugdelijk wetenschappelijke advies van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA). Het Voedsel- en Veterinair Bureau voert controles ter plaatse uit, zowel in als buiten de EU.

De EU heeft een systeem voor snelle waarschuwingen, het RASFF, om mensen te beschermen tegen levensmiddelen die niet aan de verordening voldoen.