Dit document is overgenomen van EUR-Lex
Volgens artikel 14 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (EU) heeft iedereen “recht op onderwijs en op toegang tot beroepsopleiding en bijscholing”.
De EU-lidstaten zijn verantwoordelijk voor de organisatie van hun eigen onderwijs- en opleidingssystemen en de inhoud van de leerprogramma’s. Krachtens artikel 165 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie draagt de EU bij tot de ontwikkeling van kwalitatief onderwijs door samenwerking tussen de lidstaten aan te moedigen en te vergemakkelijken, en door hun inspanningen te ondersteunen en aan te vullen.
Met een begroting van meer dan 28 miljard euro financiert het nieuwe Erasmus+-programma (2021-2027) projecten op het gebied van onderwijs en opleiding, alsook maatregelen ten gunste van jongeren en sport.
Daarnaast werken de 27 lidstaten en de Europese Commissie aan een grootscheepse verbetering van de onderwijs- en opleidingssector van de EU. Deze gedeelde visie wordt de Europese onderwijsruimte genoemd en is erop gericht uiterlijk in 2025 een echte gemeenschappelijke Europese ruimte voor onderwijs tot stand te brengen die ten goede komt aan alle lerenden, leerkrachten en instellingen, door: