Glossarium van samenvattingen

Help PDF exporteren Deze pagina afdrukken 

Bevoegdheidsverdeling

Het Verdrag van Lissabon verduidelijkt de bevoegdheidsverdeling tussen de EU en haar lidstaten. Naast het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel staat het beginsel van bevoegdheidstoedeling (artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie - VEU).

Dit beginsel betekent dat de EU alleen kan optreden binnen de grenzen van de bevoegdheden die haar zijn toegekend door de EU-Verdragen. Deze bevoegdheden staan omschreven in de artikelen 2 tot en met 6 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

Er zijn vier soorten bevoegdheden:

  • exclusieve bevoegdheden (artikel 3 VWEU): alleen de EU mag optreden op deze gebieden, bv. de douane-unie en het handelsbeleid;
  • gedeelde bevoegdheden van de EU en de EU-landen (artikel 4 VWEU): EU-landen mogen alleen optreden als de EU ervan afziet, bv. cohesiebeleid, energie en milieu. EU-landen mogen de Commissie verzoeken een goedgekeurd wetsvoorstel in te trekken op een van de gedeelde gebieden om het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel beter na te kunnen leven (Verklaring nr. 18 aangehecht aan het Verdrag van Lissabon);
  • de EU stelt regelingen op waarbinnen de EU-landen hun beleid moeten coördineren (artikel 5 VWEU), bv. economisch beleid;
  • de EU is bevoegd om het optreden van de EU-landen te ondersteunen, te coördineren of aan te vullen (artikel 6 VWEU), bv. cultuur en toerisme.