Glossarium van samenvattingen

Help PDF exporteren Deze pagina afdrukken 

Europese bevoegdheden

De Europese bevoegdheden zijn de bevoegdheden die de EU-landen voor bepaalde beleidsgebieden aan de Europese Unie (EU) hebben overgedragen.

Deze bevoegdheden zijn ingedeeld in 3 categorieën naar hoe deze zijn toegekend:

  • expliciete bevoegdheden: deze zijn duidelijk in de desbetreffende artikelen van de Verdragen aangegeven;
  • impliciete bevoegdheden: volgens de leer van de impliciete bevoegdheden vloeit de externe bevoegdheid voort uit een expliciete bevoegdheid op het interne vlak. Wanneer de Verdragen op een bepaald gebied (bv. vervoer) expliciete bevoegdheden aan de EU toekennen, moet deze ook bevoegd zijn om op dat gebied overeenkomsten met niet-EU-landen te sluiten (beginsel van parallelle interne en externe bevoegdheden);
  • subsidiaire bevoegdheden: wanneer de EU geen expliciete of impliciete bevoegdheid heeft om een van de doelstellingen van een Verdrag in het kader van de interne markt te bereiken, biedt artikel 352 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie de Raad de mogelijkheid om met eenparigheid van stemmen de maatregelen te nemen die hij nodig acht.