Glossarium van samenvattingen

Help PDF exporteren Deze pagina afdrukken 

Burgerschap van de EU

Het Europese burgerschap is voor het eerst gedefinieerd in de artikelen 9 tot en met 12 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. De artikelen 18 tot en met 25 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) bepalen de rechten die voortkomen uit het EU-burgerschap.

Iedereen die de nationaliteit van een EU-land heeft, wordt automatisch als EU-burger beschouwd. EU-burgerschap vervangt niet het nationale burgerschap: het is hier een aanvulling op. Burgerschap geeft hen het recht:

  • om in de gehele EU vrij te reizen en te verblijven;
  • om te stemmen en zich verkiesbaar te stellen bij verkiezingen voor gemeenteraden en het Europees Parlement in het land waar men woont;
  • op diplomatieke en consulaire bescherming buiten de EU door de autoriteiten van eender welk EU-land indien het land waarvan de betrokken burger onderdaan is daar niet is vertegenwoordigd;
  • om bij het Europees Parlement verzoekschriften in te dienen en zich tot de Europese Ombudsman te wenden;
  • zich in een van de officiële EU-talen tot de Europese instellingen te richten en in die taal antwoord te krijgen;
  • om niet gediscrimineerd te worden op grond van nationaliteit, geslacht, ras, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid;
  • om de Commissie te verzoeken een wetgevingsvoorstel in te dienen (burgerinitiatief);
  • op toegang tot de documenten van de EU-instellingen en organen, onder bepaalde voorwaarden (artikel 15 van het VWEU).