Kies de experimentele functies die u wilt uitproberen

Dit document is overgenomen van EUR-Lex

De ruimte van vrijheid, veiligheid en recht

Volgens artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, waarin de doelen van de Europese Unie (EU) zijn vastgelegd, biedt de EU haar burgers een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht zonder binnengrenzen. Dit is een ruimte waarin het vrije verkeer van personen gewaarborgd is in combinatie met passende maatregelen met betrekking tot controles aan de buitengrenzen, asiel, immigratie en voorkoming en bestrijding van criminaliteit.

Een gehele afdeling van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), titel V (artikelen 67 tot en met 89), is gewijd aan de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid van de EU. Deze titel bevat algemene regels (artikelen 67 tot en met 76), en specifieke hoofdstukken over:

  • beleid inzake grenscontroles, asiel en immigratie;
  • justitiële samenwerking in burgerlijke zaken;
  • justitiële samenwerking in strafzaken;
  • politiële samenwerking.

In artikel 67 VWEU wordt uitgesproken dat de EU een hoog niveau van veiligheid nastreeft via maatregelen ter voorkoming en bestrijding van criminaliteit, racisme en vreemdelingenhaat, maatregelen voor coördinatie- en samenwerking tussen de politie, justitiële autoriteiten in strafzaken en andere bevoegde autoriteiten, alsmede door de wederzijdse erkenning van beslissingen in strafzaken en, indien nodig, via de onderlinge aanpassing van de strafwetgeving van EU-lidstaten.

Omdat veel veiligheidsproblemen van buiten de EU komen of van grensoverschrijdende aard zijn, zijn individuele lidstaten niet altijd het beste toegerust om deze aan te pakken. Bij artikel 68 VWEU heeft de Europese Raad de verantwoordelijkheid om de strategische richtsnoeren uit te zetten voor juridische en operationele planning in de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht. De lidstaten blijven echter verantwoordelijk voor het handhaven van de openbare orde en het waarborgen van hun interne veiligheid.

Bij artikel 83 VWEU hebben het Europees Parlement en de Raad het recht om minimumvoorschriften vast te stellen voor de bepaling van strafbare feiten voor bijzonder zware criminaliteit met een grensoverschrijdende dimensie, die voortvloeit uit de aard of gevolgen van zulke strafbare feiten of uit een bijzondere noodzaak om deze op gemeenschappelijke basis te bestrijden. Het gaat om de volgende vormen van criminaliteit:

  • terrorisme;
  • mensenhandel en seksuele uitbuiting van vrouwen en kinderen;
  • illegale drugshandel en wapenhandel;
  • witwassen van geld;
  • corruptie;
  • vervalsing van betaalmiddelen;
  • computercriminaliteit;
  • georganiseerde criminaliteit.

De EU-strategie voor de veiligheidsunie, die loopt van 2020-2025, is op deze vormen van criminaliteit gericht.

ZIE OOK

Naar boven