Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Overgang op de euro: bankkosten voor de omrekening en dubbele prijsaanduiding

Juridische status van het document Deze samenvatting is gearchiveerd en wordt niet meer bijgewerkt omdat het betrokken document achterhaald of niet meer van kracht is.

Overgang op de euro: bankkosten voor de omrekening en dubbele prijsaanduiding

Om de invoering van de eenheidsmunt te vergemakkelijken, heeft de Europese Commissie in 1998 de onderhavige aanbevelingen aangenomen voordat de eurobankbiljetten en -muntstukken in twaalf lidstaten van de Europese Unie in omloop werden gebracht. De aanbevelingen zijn gericht tot respectievelijk de banken en andere economische actoren, beroeps- en bedrijfsorganisaties en consumentenverenigingen, alsook tot de lidstaten.

BESLUITEN

Aanbevelingen van de Commissie van 23 april 1998 betreffende:

1. de bankkosten voor de omrekening in euro [Aanbeveling 98/286/EG - Publicatieblad L 130 van 1.5.1998];

2. de dubbele aanduiding van prijzen en andere geldbedragen [Aanbeveling 98/287/EG - Publicatieblad L 130 van 1.5.1998];

3. de dialoog, het volgen en de voorlichting om de overschakeling op de euro te vergemakkelijken [Aanbeveling 98/288/EG - Publicatieblad L 130 van 1.5.1998].

SAMENVATTING

Op 23 april 1998 heeft de Europese Commissie de onderhavige, juridisch niet-bindende aanbevelingen goedgekeurd om ervoor te zorgen dat de invoering van de euro onder optimale omstandigheden kon plaatsvinden. Een van de aanbevelingen, namelijk die betreffende de bankkosten voor de omrekening in euro, is tot de banken gericht en een andere, namelijk die betreffende de dubbele aanduiding van prijzen en andere geldbedragen, is voor de economische actoren bestemd. De derde bevat aanbevelingen betreffende de dialoog, de follow-up en de voorlichting, met name tussen de betrokken professionele partijen en de consumentenverenigingen, om de overschakeling op de euro te vergemakkelijken voor de burger.

BANKKOSTEN VOOR DE OMREKENING IN EURO

Volgens haar Aanbeveling 98/286/EG is de Commissie van oordeel dat de banken wettelijk:

  • tijdens de overgangsperiode * voor de omrekening van in euro of in de nationale munteenheid uitgedrukte inkomende betalingen geen kosten mogen aanrekenen;
  • aan het einde van de overgangsperiode voor de omrekening van bankrekeningen van de nationale munteenheid in euro geen kosten mogen aanrekenen;
  • voor in euro luidende diensten geen andere kosten mogen aanrekenen dan voor overigens identieke, maar in de nationale munteenheid luidende diensten.

De Commissie beveelt de banken aan ook de volgende praktijken toe te passen:

  • kosteloze omrekening van uitgaande betalingen van de nationale munteenheid in euro en omgekeerd tijdens de overgangsperiode;
  • kosteloze omrekening van bankrekeningen van de nationale munteenheid in euro tijdens de overgangsperiode;
  • omwisseling zonder kosten voor hun cliënten van "huishoudbedragen" (te kwantificeren door de banken) in nationale bankbiljetten en in muntstukken tegen eurobankbiljetten en -muntstukken tijdens de eindperiode *.

In de aanbeveling worden deze twee categorieën praktijken samen gepresenteerd onder de titel "Norm voor een goede praktijk". Daaronder vallen zowel de praktijken die de Commissie uit wettelijk oogpunt noodzakelijk acht, als de aanbevolen praktijken.

Duidelijk de omrekeningskoersen en de overige kosten vermelden

Bij elke omrekening (en omwisseling) dienen de banken duidelijk te vermelden op welke wijze de omrekeningskoersen (esdeenfr) zijn toegepast, en tevens afzonderlijk aan te geven welke kosten van allerlei aard zij eventueel in rekening hebben gebracht.

Wanneer banken voor omrekeningen en omwisselingen niet onder de "Norm voor een goede praktijk" genoemde kosten in rekening brengen, of wanneer zij een of meer van bovenstaande bepalingen niet toepassen, dienen zij hun cliënten:

  • vooraf schriftelijke informatie te verstrekken over alle omrekenings- of omwisselingskosten die zij voornemens zijn aan te rekenen, en
  • achteraf op elk middel dat voor communicatie met de cliënt wordt gebruikt, over alle aangerekende kosten specifieke informatie te verstrekken.

De banken dienen hun cliënten zo spoedig mogelijk vóór 1 januari 1999 in te lichten of en in hoeverre zij de "Norm voor een goede praktijk" zullen toepassen.

Het toezicht door de Commissie op de toepassing van de "Norm voor een goede praktijk" komt aan de orde in de aanbeveling betreffende de dialoog, het volgen en de voorlichting om de overschakeling op de euro te vergemakkelijken.

De Commissie verzoekt de bevoegde autoriteiten van de lidstaten na te gaan hoe voor consumenten die geen bankrekening hebben de omwisseling van bankbiljetten en muntstukken het best kan geschieden.

De aanbeveling is gericht tot de lidstaten, de banken en de bankverenigingen.

DUBBELE AANDUIDING VAN PRIJZEN EN ANDERE GELDBEDRAGEN

Onder "dubbele aanduiding" van een prijs of een ander geldbedrag wordt de gelijktijdige aanduiding van een bedrag in de nationale munteenheid en in euro verstaan. De dubbele prijsaanduiding past in een algemene communicatiestrategie die erop gericht is de omschakeling op de euro voor consumenten en werknemers te vergemakkelijken.

Bij een dubbele aanduiding van prijzen of andere geldbedragen moeten de volgende bepalingen overeenkomstig de bestaande wetgeving worden nageleefd:

  • strikte toepassing van de omrekeningskoersen (esdeenfr) en afrondingsregels zoals vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1103/97 (esdeenfr) van de Raad over enkele bepalingen betreffende de invoering van de euro;
  • afronding op de naastbijzijnde cent.

De Commissie wijst erop dat voorts de volgende basisbepalingen in acht moeten worden genomen:

  • duidelijkheid en leesbaarheid: er moet duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen het te betalen bedrag en de louter ter informatie aangeduide tegenwaarde; dubbele aanduidingen van prijzen en geldbedragen mogen niet met te veel cijfers worden overladen (de dubbele aanduiding mag tot de door de consument te betalen eindprijs beperkt blijven);
  • de detailhandelaren dienen duidelijk aan te geven of zij bereid zijn tijdens de overgangsperiode betalingen in euro te aanvaarden.

De Commissie beveelt aan dat reeds vroeg in de overgangsperiode op "referentiedocumenten", zoals bankrekeningafschriften en facturen van nutsbedrijven, met dubbele aanduidingen van geldbedragen wordt begonnen.

De invoering van dubbele prijsaanduidingen in de detailhandel dient geleidelijk te gebeuren en dient afhankelijk te zijn van het tempo waarin de klanten de overschakeling willen zien verlopen, de aard van het detailhandelverkoopspunt en de verkochte producten.

De Commissie moedigt de beroeps- en bedrijfsorganisaties ertoe aan gemeenschappelijke formats of vormgevingen voor dubbele prijsaanduidingen uit te werken. Zij nodigt hen er tevens toe uit de kleine detailhandelaren bij te staan bij het ontwikkelen van mogelijkheden tot dubbele prijsaanduidingen en andere communicatieactiviteiten.

De aanbeveling is gericht tot de lidstaten en tot alle economische actoren die eventueel tot dubbele aanduiding van prijzen of andere geldbedragen kunnen overgaan.

DIALOOG, FOLLOW-UP EN VOORLICHTING OM DE OVERSCHAKELING TE VEREENVOUDIGEN

De nationale autoriteiten worden verzocht de voortzetting van de reeds aan de gang zijnde dialoog tussen alle bij de praktische voorbereiding van de overschakeling op de euro betrokken actoren aan te moedigen. De Commissie zal harerzijds deze dialoog op Gemeenschapsniveau blijven bevorderen en zal de lidstaten uitnodigen om met de resultaten daarvan rekening te houden.

De Commissie beveelt onder meer aan dat:

  • de consumentenverenigingen en de beroeps- en bedrijfsorganisaties onderhandelen en, in voorkomend geval, afspraken maken over beginselen voor goede praktijken op het gebied van dubbele prijsaanduiding en van betaling, en komen tot vaststelling van minimumnormen voor informatieverstrekking;
  • de beginselen worden vastgesteld die moeten gaan gelden voor kleine ondernemingen die zich als gevolg van de overschakeling op de euro voor specifieke problemen gesteld zien (bijvoorbeeld geen facturen uitsluitend in euro zonder voorafgaand bericht aan hun commerciële partners).

Voor de follow-up van de praktische voorbereidingen wordt de lidstaten verzocht gedecentraliseerde waarnemingsposten in te stellen, die bovendien zouden kunnen dienen als informatiebron voor de consument en kunnen bijdragen tot het vereenvoudigen van de uitwisseling van informatie en van goede praktijken met betrekking tot hun behoeften en de tenuitvoerlegging van akkoorden op nationaal en Europees niveau.

Wat voorlichting betreft:

  • moedigt de Commissie de beroeps- en bedrijfsorganisaties en de instellingen die met de kleine ondernemingen in contact staan, ertoe aan hun inspanningen op het gebied van voorlichting en bewustmaking voort te zetten;
  • verzoekt zij de lidstaten verder na te denken over de rol die het onderwijs zou kunnen spelen.

De aanbeveling is gericht tot de lidstaten, de beroeps- en bedrijfsorganisaties, de consumentenorganisaties, de kamers van koophandel, de bankverenigingen, de ondernemingen en aan alle andere organisaties of instellingen die met de ondernemingen in contact staan.

Belangrijkste begrippen

  • overgangsperiode: de periode die ingaat op 1 januari 1999 en eindigt op 31 december 2001;
  • eindperiode: de periode die ingaat op 1 januari 2002 en eindigt op 30 december 2002.

Laatste wijziging: 12.07.2006

Naar boven