This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Industriële emissies en emissies uit de veehouderij
De richtlijn introduceert regels (gewijzigd in 2024) die bedoeld zijn om verontreiniging van de lucht, het water en de bodem als gevolg van industriële emissies en emissies uit de veehouderij in de Europese Unie (EU) te voorkomen of, indien dat niet haalbaar is, permanent te verminderen, met inbegrip van stikstofoxide, ammoniak, kwik, methaan en kooldioxide.
Om een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu te bereiken, heeft de richtlijn ook ten doel:
De wetgeving heeft betrekking op activiteiten op industriële schaal in de volgende sectoren (minimale capaciteit is van toepassing):
Alle installaties die onder de richtlijn vallen, moeten verontreiniging voorkomen en beperken door toepassing van de beste beschikbare technieken (BBT), efficiënt energie-, water- en hulpbrongebruik, naast afvalpreventie en -beheer.
EU-lidstaten moeten de nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat installaties werken in lijn met de volgende beginselen:
De wetgeving bevat een reeks regels voor het versnellen en vergemakkelijken van de toepassing van innovatieve technieken in industriële installaties, om voor 2050 bij te dragen aan het terugbrengen van de verontreiniging naar nul, de decarbonisatie en de circulaire economie. Het omvat de oprichting van een centrum voor het verzamelen en analyseren van informatie over innovatieve technieken (Europees innovatiecentrum voor industriële omzetting en emissies).
De richtlijn legt minimumvereisten vast voor specifieke sectoren in afzonderlijke hoofdstukken. Het omvat onder andere specifieke regels met betrekking tot:
Overeenkomstig het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak van het publiek bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden, zijn voorlichting en inspraak van het publiek verplicht om alle nieuwe vergunningen te verlenen en deze in belangrijke mate te herzien.
De wetgeving is sterk gericht op de bescherming van de menselijke gezondheid, wat een expliciet doel is van de richtlijn inzake industriële emissies. De richtlijn stelt ook het recht vast voor mensen om schadevergoeding te vorderen voor schade aan hun gezondheid als gevolg van illegale verontreiniging.
De betrokken leden krijgen toegang tot de rechter overeenkomstig de hoogste normen van het Hof van Justitie van de Europese Unie om hun recht om te leven in een omgeving die geschikt is voor hun persoonlijke gezondheid en welzijn, te beschermen.
In de richtlijn worden de lidstaten opgeroepen om doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties op inbreuken in te voeren, waarbij rekening wordt gehouden met de ernst en de duur van de inbreuk, of deze herhaaldelijk plaatsvond en met de door de inbreuk getroffen mensen en het milieu.
Deze sancties moeten boetes omvatten, die voor de ernstigste inbreuken ten minste 3 % van de jaaromzet van de exploitant in de EU moeten bedragen.
Richtlijn 2010/75/EU moest per in nationaal recht zijn omgezet. De regels in de richtlijn moeten vanaf dezelfde datum van toepassing zijn.
Wijzigingsrichtlijn 2024/1785 moet per in nationaal recht zijn omgezet. De regels in de richtlijn moeten vanaf dezelfde datum van toepassing zijn.
Met Wijzigingsrichtlijn (EU) 2024/1785 wordt de titel van Richtlijn 2010/75/EU zodanig gewijzigd dat ook emissies uit de veehouderij worden opgenomen en wordt Richtlijn 1999/31/EG betreffende het storten van afvalstoffen gewijzigd.
Richtlijn 2011/92/EU stelt de regels vast voor milieueffectbeoordelingen van een groot aantal openbare en particuliere projecten.
Zie voor meer informatie:
Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (herschikking) (PB L 334 van , blz. 17-119).
Achtereenvolgende wijzigingen aan Richtlijn 2010/75/EU werden in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie is enkel van documentaire waarde.
laatste bijwerking