Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Industriële emissies en emissies uit de veehouderij

Industriële emissies en emissies uit de veehouderij

SAMENVATTING VAN:

Richtlijn 2010/75/EU inzake industriële emissies en emissies uit de veehouderij (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging)

WAT IS HET DOEL VAN DE RICHTLIJN?

De richtlijn introduceert regels (gewijzigd in 2024) die bedoeld zijn om verontreiniging van de lucht, het water en de bodem als gevolg van industriële emissies en emissies uit de veehouderij in de Europese Unie (EU) te voorkomen of, indien dat niet haalbaar is, permanent te verminderen, met inbegrip van stikstofoxide, ammoniak, kwik, methaan en kooldioxide.

Om een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu te bereiken, heeft de richtlijn ook ten doel:

  • het voorkomen van afvalproductie;
  • het verbeteren van hulpbron-, water- en energie-efficiëntie; en
  • het bevorderen van de circulaire economie en decarbonisatie.

KERNPUNTEN

Toepassingsgebied

De wetgeving heeft betrekking op activiteiten op industriële schaal in de volgende sectoren (minimale capaciteit is van toepassing):

  • energie;
  • metaalproductie en -verwerking, met inbegrip van de fabricage van batterijen;
  • mineralen, met inbegrip van glas, asbest en metaal;
  • de winning van delfstoffen, met name bepaalde ertsen;
  • chemische producten en gassen;
  • afvalbeheer;
  • voorbehandeling (zoals wassen en bleken) en afwerking van textiel;
  • het looien van huiden;
  • slachthuizen en dierlijke en plantaardige grondstoffen, met inbegrip van de verwijdering of recycling van kadavers en bijproducten van dieren;
  • intensieve varkenshouderij en pluimveehouderij;
  • elektrolyse van water voor de productie van waterstof;
  • oppervlaktebehandeling van stoffen, voorwerpen of producten met organische oplosmiddelen;
  • de fabricage van koolstof (gebrande steenkool) of elektrografiet;
  • afvang van CO2-stromen;
  • chemische conservering van hout en houtproducten;
  • zelfstandig geëxploiteerde behandeling van afvalwater in bepaalde omstandigheden.

Alle installaties die onder de richtlijn vallen, moeten verontreiniging voorkomen en beperken door toepassing van de beste beschikbare technieken (BBT), efficiënt energie-, water- en hulpbrongebruik, naast afvalpreventie en -beheer.

Algemene beginselen

EU-lidstaten moeten de nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat installaties werken in lijn met de volgende beginselen:

  • alle passende preventieve maatregelen tegen verontreiniging worden genomen;
  • er wordt geen significante verontreiniging veroorzaakt;
  • het ontstaan van afval wordt voorkomen overeenkomstig Richtlijn 2008/98/EG (zie de samenvatting);
  • waar toch afvalstoffen worden voortgebracht, worden zij voorbereid voor (in volgorde van de afvalhiërarchie van de EU) hergebruik, recycling of nuttige toepassing, of, wanneer dat technisch of economisch onmogelijk is, worden zij zodanig verwijderd dat milieu-effecten worden voorkomen of beperkt;
  • de energie wordt op doelmatige wijze gebruikt en het gebruik van hernieuwbare energie wordt, waar mogelijk, bevorderd;
  • materiële hulpbronnen en water worden op doelmatige wijze gebruikt, onder meer door hergebruik;
  • er wordt een milieubeheersysteem (EMS) opgezet;
  • er worden maatregelen getroffen om ongevallen te voorkomen en de gevolgen daarvan te beperken;
  • bij stopzetting van de activiteiten worden maatregelen getroffen om het risico van verontreiniging te voorkomen en het terrein weer in bevredigende toestand te brengen.

Vergunningen

  • Installaties mogen alleen functioneren als ze een officiële vergunning hebben en moeten voldoen aan alle voorwaarden die daarin worden beschreven.
  • De voorwaarden voor de vergunning zijn gebaseerd op de BBT-conclusies die door de Europese Commissie zijn aangenomen.
  • Emissiegrenswaarden moeten worden vastgesteld op een niveau dat ervoor zorgt dat emissies van verontreinigende stoffen niet hoger liggen dan de emissieniveaus die eigen zijn aan de beste beschikbare technieken. Afwijkingen zijn mogelijk onder strikte voorwaarden.
  • Vergunningen kunnen ook grenswaarden voor milieuprestaties bevatten voor hulpbron-, energie- of waterefficiëntie.
  • De nationale autoriteiten moeten regelmatige inspecties van de installaties uitvoeren.
  • De lidstaten moeten elektronische systemen ontwikkelen om uiterlijk op elektronische vergunningen uit te geven.
  • De Commissie organiseert met de lidstaten informatie-uitwisseling over elektronische vergunningen en geeft richtsnoeren voor beste praktijken.

Innovatie

De wetgeving bevat een reeks regels voor het versnellen en vergemakkelijken van de toepassing van innovatieve technieken in industriële installaties, om voor 2050 bij te dragen aan het terugbrengen van de verontreiniging naar nul, de decarbonisatie en de circulaire economie. Het omvat de oprichting van een centrum voor het verzamelen en analyseren van informatie over innovatieve technieken (Europees innovatiecentrum voor industriële omzetting en emissies).

Specifieke voorschriften

De richtlijn legt minimumvereisten vast voor specifieke sectoren in afzonderlijke hoofdstukken. Het omvat onder andere specifieke regels met betrekking tot:

  • stookinstallaties — operationele aspecten, emissielimieten en voorschriften voor toezicht en naleving (met de mogelijkheid tot vrijstelling tot voor installaties die deel uitmaken van een klein geïsoleerd systeem);
  • verbrandingsinstallaties en meeverbrandingsinstallaties voor afvalstoffen — operationele vereisten, emissiegrenswaarden, voorschriften voor toezicht en naleving;
  • installaties en activiteiten waarbij organische oplosmiddelen worden gebruikt — inclusief emissiegrenswaarden, reductieprogramma’s en vereisten om gevaarlijke stoffen te vervangen;
  • installaties die titaandioxide produceren — vaststelling van emissiegrenswaarden, voorschriften voor toezicht en een verbod op het lozen van bepaalde afvalstoffen in waterlichamen.
  • pluimvee- en varkenshouderij — de lidstaten kunnen een vergunningsregeling of een registratiesysteem voor fokbedrijven toepassen. In beide gevallen moeten de fokbedrijven onder uniforme voorwaarden voor de bedrijfsvoorschriften werken, die door de Commissie moeten worden ontwikkeld.

Voorlichting en inspraak van het publiek en handhaving

Overeenkomstig het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak van het publiek bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden, zijn voorlichting en inspraak van het publiek verplicht om alle nieuwe vergunningen te verlenen en deze in belangrijke mate te herzien.

De wetgeving is sterk gericht op de bescherming van de menselijke gezondheid, wat een expliciet doel is van de richtlijn inzake industriële emissies. De richtlijn stelt ook het recht vast voor mensen om schadevergoeding te vorderen voor schade aan hun gezondheid als gevolg van illegale verontreiniging.

De betrokken leden krijgen toegang tot de rechter overeenkomstig de hoogste normen van het Hof van Justitie van de Europese Unie om hun recht om te leven in een omgeving die geschikt is voor hun persoonlijke gezondheid en welzijn, te beschermen.

In de richtlijn worden de lidstaten opgeroepen om doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties op inbreuken in te voeren, waarbij rekening wordt gehouden met de ernst en de duur van de inbreuk, of deze herhaaldelijk plaatsvond en met de door de inbreuk getroffen mensen en het milieu.

Deze sancties moeten boetes omvatten, die voor de ernstigste inbreuken ten minste 3 % van de jaaromzet van de exploitant in de EU moeten bedragen.

VANAF WANNEER TREDEN DE REGELS IN WERKING?

Richtlijn 2010/75/EU moest per in nationaal recht zijn omgezet. De regels in de richtlijn moeten vanaf dezelfde datum van toepassing zijn.

Wijzigingsrichtlijn 2024/1785 moet per in nationaal recht zijn omgezet. De regels in de richtlijn moeten vanaf dezelfde datum van toepassing zijn.

ACHTERGROND

Met Wijzigingsrichtlijn (EU) 2024/1785 wordt de titel van Richtlijn 2010/75/EU zodanig gewijzigd dat ook emissies uit de veehouderij worden opgenomen en wordt Richtlijn 1999/31/EG betreffende het storten van afvalstoffen gewijzigd.

Richtlijn 2011/92/EU stelt de regels vast voor milieueffectbeoordelingen van een groot aantal openbare en particuliere projecten.

Zie voor meer informatie:

BELANGRIJKSTE DOCUMENT

Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (herschikking) (PB L 334 van , blz. 17-119).

Achtereenvolgende wijzigingen aan Richtlijn 2010/75/EU werden in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie is enkel van documentaire waarde.

laatste bijwerking

Naar boven