Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen buiten de arbeidsmarkt

Beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen buiten de arbeidsmarkt

SAMENVATTING VAN:

Richtlijn 2004/113/EG houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten.

WAT IS HET DOEL VAN DE RICHTLIJN?

Met deze Richtlijn 2004/113/EC wordt er een kader opgesteld om alle discriminatie op grond van geslacht bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten te bestrijden, zowel in de openbare als in de particuliere sector in de Europese Unie (EU).

Wijzigingsrichtlijn (EU) 2024/1499 bevat de minimumeisen voor instanties voor gelijke behandeling, inclusief die werkzaam zijn op het gebied van gelijke behandeling van mannen en vrouwen met betrekking tot de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten.

HOOFDBESTANDDELEN

Toepassingsgebied

De richtlijn is van toepassing op goederen en diensten die aan het publiek worden aangeboden, ongeacht de persoonlijke omstandigheden van de afnemer, en die buiten het privé- en gezinsleven worden aangeboden. Met de term „diensten” worden hier diensten bedoeld die tegen beloning worden geleverd.

De richtlijn is niet van toepassing op media, reclame-inhoud of onderwijs.

Verbod op discriminatie op het gebied van goederen en diensten

Door de richtlijn wordt het volgende verboden:

  • elke ongunstigere behandeling van mannen of vrouwen op grond van hun geslacht;
  • elke ongunstigere behandeling van vrouwen wegens zwangerschap of moederschap;
  • intimidatie1 en seksuele intimidatie2 of elke aansporing tot discriminatie met betrekking tot het aanbod of de levering van goederen of diensten.

Gedifferentieerde behandeling is alleen aanvaardbaar indien dit wordt gerechtvaardigd door legitieme doelstellingen, zoals het beschermen van slachtoffers van seksueel misbruik (bijv. de oprichting van blijf-van-mijn-lijfhuizen), het waarborgen van de vrijheid van vereniging (bijv. het lidmaatschap van privéclubs voor mensen van hetzelfde geslacht) of het organiseren van sportieve activiteiten voor mensen van hetzelfde geslacht. Iedere beperking dient passend en noodzakelijk te zijn

Het beginsel van gelijke behandeling vormt geen beletsel voor het nemen van positieve actie om ongelijkheid van mannen en vrouwen op het gebied van goederen en diensten te voorkomen of te compenseren.

In de richtlijn staan slechts minimale eisen, zodat EU-lidstaten desgewenst een hogere of uitgebreidere mate van bescherming kunnen handhaven.

Toepassing op het gebied van verzekeringen

De richtlijn verbiedt het om het geslacht in aanmerking te nemen bij de berekening van premies en uitkeringen in verzekeringsovereenkomsten die na zijn ondertekend. Toch bood de richtlijn EU-lidstaten de mogelijkheid dit verbod niet toe te passen in gevallen waarin het geslacht een bepalende factor vormde bij de risicobeoordeling en op grond van relevante actuariële en statistische gegevens.

Het Europees Hof van Justitie heeft echter bij zijn arrest over de zaak Test-Achats (C-236/09) de afwijking op het beginsel van gelijke behandeling, waardoor EU-lidstaten met betrekking tot verzekeringspremies en -uitkeringen konden differentiëren tussen mannen en vrouwen, met ingang van ongeldig verklaard. Voor de verzekeringssector geldt het beginsel van uniforme tarieven voor beide seksen voor alle nieuwe overeenkomsten die vanaf deze datum zijn getekend. Om het arrest van het Hof makkelijker uit te kunnen voeren heeft de Europese Commissie richtsnoeren voor de toepassing van de richtlijn op de verzekeringssector aangenomen. In ieder geval mogen kosten in verband met zwangerschap en moederschap niet leiden tot verschillen op het gebied van premies en uitkeringen.

Instanties om gelijke behandeling te bevorderen

Wijzigingsrichtlijn (EU) 2024/1499 verduidelijkt de rol van organen die op nationaal niveau zijn aangewezen om gelijke behandeling te bevorderen en discriminatie te bestrijden (organen voor gelijke behandeling). De richtlijn bevat de minimumeisen die de lidstaten moeten toepassen met betrekking tot de rol en werking van deze organen, met inbegrip van de manier waarop zij slachtoffers na ontvangst van hun klacht moeten bijstaan. Deze organen moeten:

  • onafhankelijk zijn wat betreft hun rechtsstructuur, verantwoordingsplicht, begroting, personeel en organisatie;
  • voldoende middelen krijgen om al hun taken uit te voeren en hun verantwoordelijkheden doeltreffend uit te voeren;
  • eventuele gevallen van discriminatie kunnen onderzoeken en niet-bindend advies kunnen uitbrengen of een bindende beslissing kunnen nemen;
  • regelmatig worden geraadpleegd door de overheid en andere overheidsinstellingen over wetgeving en beleid op het gebied van gelijke behandeling en non-discriminatie;
  • een verplichting hebben om gegevens te verzamelen over hun eigen activiteiten;
  • plannen en publiekelijk rapporteren op regelmatige basis over hun werk en over de stand van zaken inzake gelijke behandeling en non-discriminatie.

Op grond van Wijzigingsrichtlijn (EU) 2024/1499 moeten lidstaten ook:

  • regels invoeren die de mogelijkheid van de buitengerechtelijke schikking van geschillen mogelijk maken;
  • erop toezien dat de organen voor gelijke behandeling het recht hebben op te treden in het burgerlijk en administratief recht met betrekking tot de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling;
  • ervoor zorgen dat instanties voor gelijke behandeling hun diensten kosteloos verlenen aan klagers op hun hele grondgebied, ook in plattelands- en afgelegen gebieden;
  • van instanties voor gelijke behandeling eisen dat zij toegankelijkheid garanderen en voor personen met een handicap redelijke huisvesting bieden voor al hun diensten en activiteiten.

Het verdedigen van de rechten van slachtoffers

Door de richtlijn worden lidstaten ertoe verplicht ervoor te zorgen dat slachtoffers toegang hebben tot gerechtelijke en/of administratieve procedures voor de bescherming van hun rechten, en dat slachtoffers de passende reparatie of compensatie kunnen krijgen.

Verenigingen, organisaties of andere rechtspersonen die een rechtmatig belang hebben kunnen ook gerechtelijke en/of administratieve procedures aanspannen om slachtoffers in staat te stellen hun rechten te beschermen en om reparatie of compensatie te krijgen.

Wanneer voor een tribunaal gepresenteerde feiten het vermoeden van het bestaan van discriminatie ondersteunen, moet de verweerder kunnen bewijzen dat er geen inbreuk op het beginsel van gelijke behandeling heeft plaatsgevonden (weerlegging van de aanklacht).

In geval van schending van het beginsel van gelijke behandeling moeten de lidstaten sancties vaststellen.

VANAF WANNEER TREDEN DE REGELS IN WERKING?

Richtlijn 2004/113/EG moest per in nationaal recht zijn omgezet.

De regels die zijn ingevoerd door Wijzigingsrichtlijn (EU) 2024/1499 zijn van toepassing sinds .

ACHTERGROND

Gelijkheid tussen mannen en vrouwen is een fundamenteel beginsel van de EU, vervat in artikelen 2 en 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Artikel 19 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vormt voor de EU de juridische basis voor het bestrijden van alle vormen van discriminatie.

Zie voor meer informatie:

KERNBEGRIPPEN

  1. Intimidatie. Omstandigheden waarin zich ongewenst gedrag voordoet dat verband houdt met het geslacht van een persoon en tot doel of gevolg heeft dat de waardigheid van een persoon wordt aangetast, en dat er een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende omgeving wordt gecreëerd.
  2. Seksuele intimidatie. Omstandigheden waarin zich in verbale, non-verbale of fysieke vorm ongewenst seksueel gedrag voordoet met als doel of gevolg dat de waardigheid van een persoon wordt aangetast en er een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende situatie wordt gecreëerd.

BELANGRIJKSTE DOCUMENT

Richtlijn 2004/113/EG van de Raad van houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten (PB L 373 van , blz. 37-43).

laatste bijwerking

Naar boven