Verordening (EG) nr. 1900/98 van de Commissie van 4 september 1998 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen
PB L 247 van 5.9.1998, blz. 6–8 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
bijzondere uitgave in het Tsjechisch: Hoofdstuk 15 Deel 04 blz. 59 - 61
bijzondere uitgave in het Ests: Hoofdstuk 15 Deel 04 blz. 59 - 61
bijzondere uitgave in het Hongaars Hoofdstuk 15 Deel 04 blz. 59 - 61
bijzondere uitgave in het Litouws: Hoofdstuk 15 Deel 04 blz. 59 - 61
bijzondere uitgave in het Lets: Hoofdstuk 15 Deel 04 blz. 59 - 61
bijzondere uitgave in het Maltees: Hoofdstuk 15 Deel 04 blz. 59 - 61
bijzondere uitgave in het Pools: Hoofdstuk 15 Deel 04 blz. 59 - 61
bijzondere uitgave in het Slowaaks: Hoofdstuk 15 Deel 04 blz. 59 - 61
bijzondere uitgave in het Sloveens: Hoofdstuk 15 Deel 04 blz. 59 - 61
bijzondere uitgave in het Bulgaars: Hoofdstuk 15 Deel 04 blz. 224 - 226
bijzondere uitgave in het Roemeens: Hoofdstuk 15 Deel 04 blz. 224 - 226
| BG | ES | CS | DA | DE | ET | EL | EN | FR | GA | IT | LV | LT | HU | MT | NL | PL | PT | RO | SK | SL | FI | SV |
| html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | |||
VERORDENING (EG) Nr. 1900/98 VAN DE COMMISSIE van 4 september 1998 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad van 24 juni 1991 inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1488/97 van de Commissie (2), en met name op artikel 13, eerste en tweede streepje,
Overwegende dat met het oog op gelijke productieomstandigheden bij de biologische teelt van champignons in de lidstaten, in bijlage I bepalingen inzake de kenmerken van substraten voor de teelt van champignons dienen te worden opgenomen;
Overwegende dat de agrarische bestanddelen van die substraten in beginsel afkomstig moeten zijn van bedrijven die volgens de biologische productiemethode produceren;
Overwegende dat momenteel echter onvoldoende hoeveelheden van sommige op biologische wijze verkregen bestanddelen, en inzonderheid van stro en mest, beschikbaar zijn; dat het daarom dienstig is een adequate overgangsperiode vast te stellen om de telers in staat te stellen zich aan de nieuwe voorschriften aan te passen;
Overwegende dat bij artikel 7, lid 2, derde streepje, wordt voorzien in de mogelijkheid om bijzondere etiketteringsvoorschriften vast te stellen voor producten die worden verkregen met behulp van bepaalde in bijlage II bij Verordening (EEG) nr. 2092/91 bedoelde producten; dat het dienstig is met betrekking tot deze productie te bepalen dat de etikettering informatie moet verstrekken over de niet-biologische oorsprong van de bestanddelen van het substraat gedurende de overgangsperiode;
Overwegende dat een verdere verfijning van de in deze verordening vervatte voorschriften moet worden overwogen, inzonderheid met betrekking tot de voorwaarden voor het gebruik, met inbegrip van het maximumpercentage, van mest afkomstig van bedrijven die niet volgens de biologische productiemethode produceren, de kenmerken en de oorsprong van het mycelium; dat de voorbereidende werkzaamheden hiervoor tijdig van start moeten gaan om definitief te kunnen worden afgerond vóór het einde van de overgangsperiode;
Overwegende dat de duur van de overgangsperiode kan worden herzien in het licht van eventuele ontwikkelingen wat betreft de beschikbaarheid van stro en mest van biologische oorsprong;
Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het in artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 2092/91 bedoelde advies van het Comité,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2092/91 wordt gewijzigd zoals aangegeven in de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
1. Deze verordening treedt in werking op 1 december 1998.
2. In afwijking van het bepaalde in de punten 5.1 en 5.2 van bijlage I, mogen worden gebruikt gedurende een overgangsperiode die afloopt op 1 december 2001:
- producten als bedoeld in punt 5.1, onder a), van de bijlage, die niet afkomstig zijn van bedrijven die volgens de biologische productiewijze produceren doch voldoen aan de in bijlage II, deel A, eerste tot en met vierde streepje, van Verordening (EEG) nr. 2092/91 bepaalde eisen,
- en/of producten als bedoeld in punt 5.2 van de bijlage, die niet afkomstig zijn van bedrijven die volgens de biologische productiewijze produceren doch in voorkomend geval voldoen aan de in bijlage II, deel A, van Verordening (EEG) nr. 2092/91 bepaalde eisen,
indien de in de punten 5.1, onder a), en 5.2 bedoelde producten niet kunnen worden verkregen van bedrijven die volgens de biologische productiewijze produceren en de behoefte eraan wordt erkend door de voor inspectie bevoegde autoriteit of instantie.
In dat geval moet op de etiketten en in de reclameboodschappen voor de betrokken champignons de volgende vermelding worden opgenomen: "Champignons geteeld op van de extensieve landbouw afkomstig substraat dat gedurende een overgangsperiode in de biologische landbouw mag worden gebruikt". Het woord "biologisch" mag in deze vermelding en/of in de reclameboodschappen of elders op het etiket niet meer in het oog springen dan de rest van de tekst.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 4 september 1998.
Voor de Commissie
Franz FISCHLER
Lid van de Commissie
(1) PB L 198 van 22. 7. 1991, blz. 1.
(2) PB L 202 van 30. 7. 1997, blz. 12.
BIJLAGE
In bijlage I van Verordening (EEG) nr. 2092/91 wordt het volgende punt 5 toegevoegd:
"5. Champignons mogen worden geteeld op substraten die uitsluitend zijn samengesteld uit de volgende componenten:
5.1. Stalmest en gecomposteerde uitwerpselen van dieren (met inbegrip van de in bijlage II, deel A, eerste tot en met vierde streepje, van Verordening (EEG) nr. 2092/92 bedoelde producten), die
a) ofwel afkomstig zijn van bedrijven die volgens de biologische productiemethode produceren,
b) ofwel voldoen aan de eisen bepaald in bijlage II, deel A, eerste tot en met vierde streepje, van Verordening (EEG) nr. 2092/91, tot een hoeveelheid van maximaal 25 % (*) en alleen als geen onder 5.1 a) bedoeld product beschikbaar is;
5.2. Producten van agrarische oorsprong, andere dan bedoeld onder punt 5.1 (bijv. stro), afkomstig van bedrijven die volgens de biologische productiemethode produceren;
5.3. Turf dat niet chemisch is behandeld;
5.4. Hout dat na de kap niet chemisch is behandeld;
5.5. Minerale producten als bedoeld in bijlage II, deel A, van Verordening (EEG) nr. 2092/91, water en grond.
(*) Dit percentage is berekend op het totaal gewicht van het substraat (exclusief het afdekmateriaal en toegevoegd water), vóór compostering.".
| Haut |