Verordening (EG) nr. 529/95 van de Commissie van 9 maart 1995 houdende verlenging van de termijn na afloop waarvan artikel 11, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad inzake de biologische produktiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwprodukten en levensmiddelen, moet worden toegepast op de invoer uit bepaalde derde landen
PB L 54 van 10.3.1995, blz. 10–11 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
| BG | ES | CS | DA | DE | ET | EL | EN | FR | GA | IT | LV | LT | HU | MT | NL | PL | PT | RO | SK | SL | FI | SV |
| html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | ||||||||||||
VERORDENING (EG) Nr. 529/95 VAN DE COMMISSIE van 9 maart 1995 houdende verlenging van de termijn na afloop waarvan artikel 11, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad inzake de biologische produktiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwprodukten en levensmiddelen, moet worden toegepast op de invoer uit bepaalde derde landen
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad van 24 juni 1991 inzake de biologische produktiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwprodukten en levensmiddelen (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2381/94 van de Commissie (2), en met name op artikel 16, lid 3, tweede alinea,
Overwegende dat bij Verordening (EEG) nr. 3713/92 van de Commissie (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2580/94 (4), de termijn na afloop waarvan artikel 11, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2092/91 moet worden toegepast op uit bepaalde derde landen ingevoerde produkten, met 26 maanden is verlengd;
Overwegende dat ingevolge de toetreding van Oostenrijk en Zweden tot de Europese Unie de huidige regeling niet meer van toepassing kan zijn op deze beide landen;
Overwegende dat een aantal derde landen bij de Commissie een verzoek om te worden opgenomen in de lijst van derde landen als vastgesteld in artikel 11, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2092/91, hebben ingediend en gegevens als bedoeld in artikel 2, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 93/92 van de Commissie (5) hebben overgelegd vóór de in artikel 16, lid 3, tweede alinea, van Verordening (EEG) nr. 2092/91 genoemde datum;
Overwegende dat blijkens een eerste onderzoek van deze gegevens in sommige van deze landen produktie- en controlevoorschriften worden toegepast die ruim voldoen aan de in artikel 11, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2092/91 gestelde gelijkwaardigheidseis; dat dit onderzoek, doordat bepaalde punten nog aanvulling behoeven en nader bekeken moeten worden, momenteel niet ver genoeg is gevorderd om vóór 1 maart 1995, de datum waarop deze bepaling ten uitvoer moet worden gelegd, te kunnen beslissen of deze derde landen al dan niet moeten worden opgenomen in de in artikel 11, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2092/91 bedoelde lijst;
Overwegende dat de termijn voor het beëindigen van dit onderzoek derhalve dient te worden verlengd;
Overwegende dat, om de invoerprocedures op elkaar af te stemmen en om de gegevens betreffende de ingevoerde produkten doorzichtiger te maken, een modelformulier moet worden gebruikt voor het opstellen van het certificaat dat die produkten moet vergezellen;
Overwegende dat bepaalde aspecten van de regeling inzake de invoer uit derde landen thans door de Raad worden onderzocht op basis van een voorstel van de Commissie van 12 november 1993;
Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité dat is ingesteld bij artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 2092/91,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De toepassing van het bepaalde in artikel 11, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2092/91 wordt voor produkten die met het in artikel 2 bedoelde certificaat worden ingevoerd uit de onderstaande derde landen, uitgesteld met twaalf maanden, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening:
- Argentinië, voor produkten waarvoor door het "Instituto Argentino para la Certificación y Promoción de Productos Agropecuarios Orgánicos SRL (Argencert)" is bevestigd dat ze in dat land door biologische produktie zijn verkregen;
- Australië, voor produkten waarvoor door de "Australian Quarantine and Inspection Service (Aquis)" is bevestigd dat ze in dat land door biologische produktie zijn verkregen;
- Hongarije, voor produkten waarvoor door de vereniging "Biokultura" is bevestigd dat ze in dat land door biologische produktie zijn verkregen;
- Israël, voor produkten waarvoor door het "Ministry of Agriculture, Department of Plant Protection and Inspection", of door het "Ministry of Industry and Trade, Food and Vegetable Products for Export Inspection Service", is bevestigd dat ze in dat land door biologische produktie zijn verkregen;
- Zwitserland, voor produkten waarvoor door de "Vereinigung Schweizerischer Biologischer Landbauorganisationen (VSBLO)" is vastgesteld, gecontroleerd en bevestigd dat ze in dat land door biologische produktie zijn verkregen of die overeenkomstig de in Verordening (EEG) nr. 2092/91 vastgestelde produktienormen en controleregelingen zijn gecontroleerd en gecertificeerd door het "Institut für Marktökologie (IMO)".
Artikel 2
Voor de in artikel 1 bedoelde verklaringen moet het in de bijlage bij Verordening (EEG) nr. 3457/92 van de Commissie (6) bedoelde model van het controlecertificaat voor de invoer van biologische produkten in de Europese Gemeenschap worden gebruikt voor op en na 1 mei 1995 naar de Europese Gemeenschap verzonden produkten. In vak 2 wordt ook verwezen naar artikel 16, lid 3.
Artikel 3
Verordening (EEG) nr. 3713/92 wordt ingetrokken.
Artikel 4
Deze verordening treedt in werking op 1 maart 1995.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 9 maart 1995.
Voor de Commissie
Franz FISCHLER
Lid van de Commissie
(1) PB nr. L 198 van 22. 7. 1991, blz. 1.
(2) PB nr. L 255 van 1. 10. 1994, blz. 84.
(3) PB nr. L 378 van 23. 12. 1992, blz. 21.
(4) PB nr. L 273 van 25. 10. 1994, blz. 7.
(5) PB nr. L 11 van 17. 1. 1992, blz. 14.
(6) PB nr. L 350 van 1. 12. 1992, blz. 56.
| Haut |