Verordening (EEG) nr. 2083/92 van de Raad van 14 juli 1992 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2092/91 inzake de biologische produktiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwprodukten en levensmiddelen
PB L 208 van 24.7.1992, blz. 15–16 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT)
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 15 Deel 11 blz. 159 - 160
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 15 Deel 11 blz. 159 - 160
bijzondere uitgave in het Tsjechisch: Hoofdstuk 15 Deel 02 blz. 146 - 147
bijzondere uitgave in het Ests: Hoofdstuk 15 Deel 02 blz. 146 - 147
bijzondere uitgave in het Hongaars Hoofdstuk 15 Deel 02 blz. 146 - 147
bijzondere uitgave in het Litouws: Hoofdstuk 15 Deel 02 blz. 146 - 147
bijzondere uitgave in het Lets: Hoofdstuk 15 Deel 02 blz. 146 - 147
bijzondere uitgave in het Maltees: Hoofdstuk 15 Deel 02 blz. 146 - 147
bijzondere uitgave in het Pools: Hoofdstuk 15 Deel 02 blz. 146 - 147
bijzondere uitgave in het Slowaaks: Hoofdstuk 15 Deel 02 blz. 146 - 147
bijzondere uitgave in het Sloveens: Hoofdstuk 15 Deel 02 blz. 146 - 147
bijzondere uitgave in het Bulgaars: Hoofdstuk 03 Deel 11 blz. 66 - 67
bijzondere uitgave in het Roemeens: Hoofdstuk 03 Deel 11 blz. 66 - 67
| BG | ES | CS | DA | DE | ET | EL | EN | FR | GA | IT | LV | LT | HU | MT | NL | PL | PT | RO | SK | SL | FI | SV |
| html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | ||
VERORDENING (EEG) Nr. 2083/92 VAN DE RAAD van 14 juli 1992 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2092/91 inzake de biologische produktiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwprodukten en levensmiddelen
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 43,
Gezien het voorstel van de Commissie (1),
Gezien het advies van het Europese Parlement (2),
Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (3),
Overwegende dat uit artikel 11, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2092/91 (4) volgt dat met ingang van 23 juli 1992 produkten die uit een derde land worden ingevoerd, slechts in de handel mogen worden gebracht indien zij van oorsprong zijn uit een derde land dat is opgenomen in een volgens de procedure van artikel 14 van die verordening vast te stellen lijst; dat in artikel 11, lid 2, de voorwaarden zijn vastgesteld waaraan een derde land moet voldoen om in die lijst te kunnen worden opgenomen;
Overwegende dat is gebleken dat, aangezien de derde landen tot nu toe geen inlichtingen hebben verstrekt, het niet mogelijk zal zijn om binnen de bovengenoemde termijn een besluit te nemen over het opnemen van derde landen in de betrokken lijst;
Overwegende dat in artikel 16, lid 3, tweede alinea, van voornoemde verordening is voorzien in de mogelijkheid om de termijn voor toepassing van artikel 11 te verlengen, maar alleen wanneer een derde land binnen de bovengenoemde termijn een verzoek om opneming in de lijst heeft ingediend;
Overwegende dat deze bepalingen ertoe kunnen leiden dat de invoer van produkten uit een derde land wordt onderbroken, wanneer dat land niet tijdig een verzoek om opneming in de in artikel 11, lid 1, onder a), bedoelde lijst heeft ingediend;
Overwegende dat onderbrekingen van de invoer uit derde landen van produkten die aan de in artikel 11, lid 2, gestelde voorwaarden voldoen, moeten worden vermeden, vooral omdat die produkten nodig kunnen zijn voor de vervaardiging van samengestelde produkten;
Overwegende derhalve dat, in afwachting dat een derde land in de in artikel 11, lid 1, onder a), genoemde lijst wordt opgenomen, de importeurs de mogelijkheid moet worden geboden om produkten uit derde landen in te voeren wanneer is gebleken dat bij de vervaardiging ervan produktievoorschriften en controlemaatregelen zijn toegepast die gelijkwaardig zijn aan de bij Verordening (EEG) nr. 2092/91 vastgestelde regels,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EEG) nr. 2092/91 wordt als volgt gewijzigd:
1. aan artikel 11 wordt het volgende lid toegevoegd:
"6. a) In afwijking van lid 1 worden de importeurs van een Lid-Staat door de bevoegde instantie van die Lid-Staat gemachtigd om tot en met 31 juli 1995 produkten in de handel te brengen die zijn ingevoerd uit een derde land dat niet in de in lid 1, onder a), genoemde lijst is opgenomen, op voorwaarde evenwel dat die importeurs ten genoegen van de bevoegde instantie van de Lid-Staat van invoer op afdoende wijze hebben aangetoond dat de betrokken produkten zijn vervaardigd volgens produktievoorschriften die gelijkwaardig zijn met de in de artikelen 6 en 7 vastgestelde regels en met toepassing van controlemaatregelen die even doeltreffend zijn als het in de artikelen 8 en 9 bedoelde controlesysteem, en dat de doeltreffende en permanente toepassing van die controlemaatregelen is gewaarborgd.
De machtiging geldt slechts zolang vaststaat dat aan de bovenstaande voorwaarden is voldaan. Zij vervalt zodra het derde land in de in lid 1 onder a), genoemde lijst wordt opgenomen.
b) Wanneer een importeur ten genoegen van een Lid-Staat de nodige bewijzen heeft geleverd, deelt die Lid-Staat de Commissie en de overige Lid-Staten onmiddellijk de naam mee van het derde land waaruit de produkten worden ingevoerd, samen met gedetailleerde gegevens over de produktievoorschriften en de controlemaatregelen, en van de garanties voor de doeltreffende en permanente toepassing daarvan.
c) Op verzoek van een Lid-Staat of op initiatief van de Commissie wordt de zaak voor onderzoek voorgelegd aan het in artikel 14 bedoelde Comité. Wanneer uit dat onderzoek blijkt dat de ingevoerde produkten niet volgens gelijkwaardige produktievoorschriften en/of met toepassing van even doeltreffende controlemaatregelen zijn vervaardigd, verzoekt de Commissie de Lid-Staat die de machtiging heeft verleend, deze in te trekken. Volgens de procedure van artikel 14 kan worden besloten dat de betrokken invoer wordt verboden of slechts mag worden voortgezet wanneer bepaalde voorschriften en maatregelen binnen een gestelde termijn worden gewijzigd.
d) De onder b) genoemde mededeling is niet vereist wanneer de produktievoorschriften en controlemaatregelen krachtens het bepaalde onder b) reeds door een andere Lid-Staat zijn meegedeeld, tenzij er sprake is van belangrijke nieuwe gegevens op grond waarvan het onderzoek en het besluit, als bedoeld onder c), kunnen worden herzien.
Vóór 31 juli 1994 beziet de Commissie de bepalingen van lid 1 opnieuw en dient zij de nodige voorstellen in om deze in voorkomend geval te herzien.";
2. in artikel 16, lid 3, wordt de eerste alinea vervangen door:
"3. Artikel 5, artikel 8, lid 1, en artikel 11, lid 1, zijn van toepassing met ingang van 1 januari 1993.";
3. de in artikel 5, lid 9, en artikel 10, lid 7, bedoelde data worden vervangen door de datum van 31 juli 1994.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 14 juli 1992. Voor de Raad
De Voorzitter
J. GUMMER
(1) PB nr. C 74 van 25. 3. 1992, blz. 9. (2) Advies uitgebracht op 10 juli 1992 (nog niet verschenen in het Publikatieblad). (3) Advies uitgebracht op 26 mei 1992 (nog niet verschenen in het Publikatieblad). (4) PB nr. L 198 van 22. 7. 1991, blz. 1.
| Haut |