Voorwoord
Om te bereiken dat de Gemeenschapswetgeving beter wordt begrepen en juist wordt toegepast, is de kwaliteit van de wetteksten van het allergrootste belang. Als men immers wil dat burgers en bedrijven hun rechten en plichten kennen en dat de rechter erop toeziet dat deze worden nagekomen, en als men wil dat, waar dit nodig is, de lidstaten de besluiten van de Gemeenschapsinstellingen juist en binnen de gestelde termijnen in nationaal recht omzetten, moeten deze op een begrijpelijke en samenhangende wijze zijn geformuleerd, met inachtneming van eenvormige beginselen inzake presentatie en wetgevingstechniek.
Sinds de Europese Raad van Edinburgh (1992) is de noodzaak van betere wetteksten, dit wil zeggen van teksten die duidelijker en eenvoudiger zijn en die wetgevingstechnisch verantwoord zijn, op het allerhoogste politieke niveau erkend. De Raad en de Commissie hebben een aantal maatregelen genomen om hieraan tegemoet te komen
. De genoemde noodzaak is nogmaals beklemtoond in Verklaring nr. 39 inzake de redactionele kwaliteit van de communautaire wetgeving, die aan de slotakte van het Verdrag van Amsterdam is gehecht. Op grond van deze verklaring hebben de drie instellingen die bij de procedure voor het aannemen van communautaire wetgeving betrokken zijn, namelijk het Europees Parlement, de Raad en de Commissie, bij interinstitutioneel akkoord van 22 december 1998
, gemeenschappelijke richtsnoeren vastgelegd ter verbetering van de redactionele kwaliteit van de communautaire wetgeving.
De onderhavige handleiding, die op grond van het genoemde akkoord door de drie juridische diensten is opgesteld, heeft ten doel de inhoud van deze richtsnoeren verder uit te werken en de gevolgen ervan te verduidelijken door deze één voor één toe te lichten en met voorbeelden te illustreren. Zij is opgevat als een instrument ten behoeve van eenieder die bij de opstelling van de meest gangbare Gemeenschapsbesluiten betrokken is. De handleiding moet voorts dienen als richtsnoer bij de opstelling van alle besluiten van de instellingen, zowel in het kader van de Gemeenschapsverdragen als op grond van de titels van het Verdrag betreffende de Europese Unie inzake het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en inzake politiële en justitiële samenwerking in strafzaken.
Het zal wellicht dienstig zijn de Gemeenschappelijke praktische handleiding te gebruiken in combinatie met andere, meer specifieke instrumenten, zoals de Modellen voor de besluiten van de Raad van de Europese Unie
, de Regels van wetgevingstechniek van de Commissie
, de Interinstitutionele schrijfwijzer van het Bureau voor officiële publicaties der Europese Gemeenschappen
of de modellen van LegisWrite
. Het zal overigens steeds nuttig en vaak zelfs noodzakelijk zijn, terug te grijpen op de terzake dienende Verdragsbepalingen en op de grote basisbesluiten betreffende bepaalde beleidsgebieden.
De diensten van de drie instellingen worden met aandrang ertoe aangespoord deze handleiding te gebruiken en door het maken van opmerkingen bij te dragen tot de verbetering ervan. Met hun opmerkingen kunnen zij te allen tijde terecht bij de Interinstitutionele Groep redactionele kwaliteit
, die de handleiding permanent zal bijwerken.
De drie juridische diensten hopen dat deze handleiding een nuttig instrument zal zijn voor eenieder die, op welke wijze ook, bij de opstelling van normatieve besluiten binnen de instellingen betrokken is. Zo kunnen allen samen ernaar streven de Europese burger wetteksten aan te bieden die een duidelijk beeld geven van de doelstellingen van de Europese Unie en de middelen die zij inzet om deze te verwezenlijken.
Voor de juridische dienst van het Europees Parlement
G. GARZÓN CLARIANA
Jurisconsult
Voor de juridische dienst van de Raad
J.-C. PIRIS
Jurisconsult
Voor de juridische dienst van de Commissie
J-L. DEWOST
Directeur-generaal
Brussel, 16 maart 2000
|