Voorwoord Gemeenschappelijke Praktische Handleiding van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie ten behoeve van eenieder die binnen de Gemeenschapsinstellingen bij de opstelling van wetteksten is betrokken
Inhoudsopgave
Algemene beginselen
Verschillende delen van het besluit

7. Standaardstructuur van besluiten

8. Titel

9. Aanhalingen

10. Overwegingen

11. Nummering van de overwegingen

12. Normatieve aard van het regelgevende gedeelte

13. Voorwerp en toepassingsgebied

14. Definities

15. Standaardstructuur van het regelgevende gedeelte

Interne en externe verwijzingen
Wijzigingsbesluiten
Slotbepalingen
Bijlage - Modellen van besluiten
Lijst van aangehaalde documenten
Register

9. De aanhalingen verwijzen naar de rechtsgrondslag van het besluit en naar de belangrijkste fasen van de procedure die tot de vaststelling ervan hebben geleid.

9.1. De aanhalingen aan het begin van de aanhef verwijzen naar:

Er dient te worden nagegaan of hetgeen wordt aangehaald wel degelijk een aanhaling is en niet elders thuishoort (zie de punten 9.13 en 9.14).

Presentatie

9.2. Elke aanhaling begint ofwel met de woorden „Gelet op”, ofwel met het woord „Gezien” (in het Frans wordt in beide gevallen hetzelfde woord „vu” gebruikt). De eerste uitdrukking wordt gebruikt voor de rechtsgrondslag, de tweede voor voorafgaande handelingen van procedurele aard (zoals voorstellen en adviezen).

Rechtsgrondslag

9.3. Allereerst wordt in het algemeen het Verdrag aangehaald dat de fundamentele rechtsgrondslag van het besluit vormt.

Wanneer twee Verdragen moeten worden aangehaald, geschiedt dit in deze volgorde: EG, Euratom.

9.4. Wanneer de directe rechtsgrondslag van het besluit een Verdragsbepaling is, wordt de algemene aanhaling gevolgd door de woorden „inzonderheid op” of „en met name op”, gevolgd door het desbetreffende artikel ( 2).

9.5. Indien de directe rechtsgrondslag van het besluit daarentegen een bepaling van afgeleid recht is ( 3), wordt deze in een tweede aanhaling aangehaald, waarbij het relevante artikel wordt vermeld, voorafgegaan door de woorden „inzonderheid op” of „en met name op”.

9.6. De rechtsgrondslag moet duidelijk worden onderscheiden van de bepalingen waarin het voorwerp van de te nemen besluiten en de bij het nemen van die besluiten in acht te nemen basisvoorwaarden en -regels zijn vastgelegd. Bepalingen die uitsluitend de procedure betreffen (bijv. de artikelen 251 en 300 van het EG-Verdrag) vormen geen rechtsgrondslag voor besluiten.

9.7. Internationale akkoorden die zijn gesloten volgens de procedure van artikel 300 van het EG-Verdrag en besluiten die zijn genomen op grond van de relevante bepalingen van titel IV van dat Verdrag, zijn atypische gevallen en verdienen een bijzondere vermelding.

9.8. In dezelfde geest geldt dat, wanneer in een reeks artikelen van het aangehaalde besluit het voorwerp van de te nemen besluiten wordt omschreven en in een ander artikel de instelling wordt aangewezen welke bevoegd is deze besluiten te nemen, uitsluitend dit laatste artikel moet worden aangehaald.

9.9. Zo geldt ook dat, wanneer in één lid van een artikel van het aangehaalde besluit het voorwerp van de te nemen besluiten wordt omschreven en in een ander lid van datzelfde artikel de bevoegde instelling wordt aangewezen, specifiek dit laatste lid moet worden aangehaald ( 4), en niet het artikel als zodanig.

Handelingen van procedurele aard

9.10. Aanhalingen van voorbereidende besluiten, met name voorstellen van de Commissie, eventuele wijzigingen daarvan, alsmede adviezen van het Europees Parlement, de Rekenkamer, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, moeten eveneens worden gevolgd door een verwijzing naar een voetnoot, waarin wordt vermeld in welk PB het advies is bekendgemaakt (voorbeeld: PB C 128 van 9.6.1975, blz. 11). Wanneer het advies nog niet is bekendgemaakt, wordt in de voetnoot de datum vermeld waarop het is uitgebracht.

9.11. De aanhaling betreffende de medebeslissingsprocedure luidt als volgt:

en wordt gevolgd door een verwijzing naar een voetnoot, waarin alle procedurestappen vermeld zijn. Wanneer een bemiddeling met succes heeft plaatsgevonden, luidt deze aanhaling als volgt:

9.12. De aanhaling van de procedure dient te worden gebruikt bij sommige besluiten die op basis van een rechtsgrondslag zijn vastgesteld die zelf verwijst naar een in een ander Verdragsartikel vervatte vaststellingsprocedure. Zo verwijst bijvoorbeeld artikel 110, lid 3, (rechtsgrondslag) naar de procedure van artikel 107, lid 6. Dit laatste artikel moet op dezelfde wijze worden aangehaald als artikel 251.

Vermeldingen die geen aanhaling zijn

9.13. Men vergewisse zich ervan of hetgeen men als aanhaling in een besluit wil opnemen, wel betrekking heeft op de rechtsgrondslag, of op de procedure. Voorzover het voor het goede begrip van het regelgevende gedeelte of met het oog op de wettigheidstoetsing noodzakelijk is de essentiële inhoud in herinnering te brengen van andere bepalingen dan die welke de rechtsgrondslag van het besluit vormen, geschiedt dit in de overwegingen. Algemenere verwijzingen kunnen ter informatie in de toelichting worden opgenomen.

9.14. De algemene institutionele bepalingen van het EG-Verdrag (bijv. de artikelen 205 en 249), die eveneens op het betrokken besluit van toepassing zijn, behoeven niet in de aanhalingen te worden vermeld.

„Na raadpleging van het Raadgevend Comité/Adviescomité... [naam van het comité]” ( 5).

<< ^ >>


(1) Zie voor in het kader van de comitéprocedure ingewonnen adviezen punt 10.17.1.
(2) Wanneer het besluit zijn grondslag vindt in een bepaling van een Toetredingsakte, luidt de formule als volgt: „Gelet op de Akte van toetreding van..., inzonderheid op artikel…" of, naar gelang van het geval, „…, inzonderheid op artikel... van het daaraan gehechte Protocol nr.…".
(3) Een besluit van afgeleid recht wordt als volgt aangehaald: in de aanhaling wordt de volledige titel van het besluit weergegeven, gevolgd door een verwijzing naar een voetnoot, waarin wordt verwezen naar het PB (reeks, nummer, datum en bladzijde), alsmede, in voorkomend geval, de laatste wijziging (nummer van het wijzigingsbesluit, gevolgd door de vindplaats in het PB).
(4) Indien in één lid van een artikel twee onderscheiden bevoegdheden worden verleend, bijv. één aan de Raad en één aan de Commissie, dient tevens de relevante alinea te worden aangehaald.
(5) De raadpleging van een beheerscomité of van een regelgevend comité daarentegen wordt vermeld in de laatste overweging (zie punt 10.17).

Algemene beginselen | Verschillende delen van het besluit | Interne en externe verwijzingen | Wijzigingsbesluiten | Slotbepalingen | Bijlage — Modellen van besluiten | Lijst van aangehaalde documenten | Register