9. De aanhalingen verwijzen naar de rechtsgrondslag van het besluit en naar de belangrijkste fasen van de procedure die tot de vaststelling ervan hebben geleid.
De aanhalingen aan het begin van de aanhef verwijzen naar:
- de rechtsgrondslag van het besluit, dit wil zeggen de bepaling die de bevoegdheid verleent voor de vaststelling van het betrokken besluit;
- de voorstellen, aanbevelingen, initiatieven, ontwerpen, verzoeken of adviezen
die verplicht zijn ingewonnen, alsmede, in voorkomend geval, de gevolgde procedure (met name de medebeslissings- of samenwerkingsprocedure);
- sommige adviezen en andere procedurestappen die niet verplicht zijn, zoals met name de adviezen van het Europees Parlement die facultatief worden gevraagd.
Er dient te worden nagegaan of hetgeen wordt aangehaald wel degelijk een aanhaling is en niet elders thuishoort (zie de punten 9.13 en 9.14).
Presentatie
Elke aanhaling begint ofwel met de woorden „Gelet op”, ofwel met het woord „Gezien” (in het Frans wordt in beide gevallen hetzelfde woord „vu” gebruikt). De eerste uitdrukking wordt gebruikt voor de rechtsgrondslag, de tweede voor voorafgaande handelingen van procedurele aard (zoals voorstellen en adviezen).
Rechtsgrondslag
Allereerst wordt in het algemeen het Verdrag aangehaald dat de fundamentele rechtsgrondslag van het besluit vormt.
Wanneer twee Verdragen moeten worden aangehaald, geschiedt dit in deze volgorde: EG, Euratom.
Wanneer de directe rechtsgrondslag van het besluit een Verdragsbepaling is, wordt de algemene aanhaling gevolgd door de woorden „inzonderheid op” of „en met name op”, gevolgd door het desbetreffende artikel
.
Indien de directe rechtsgrondslag van het besluit daarentegen een bepaling van afgeleid recht is
, wordt deze in een tweede aanhaling aangehaald, waarbij het relevante artikel wordt vermeld, voorafgegaan door de woorden „inzonderheid op” of „en met name op”.
De rechtsgrondslag moet duidelijk worden onderscheiden van de bepalingen waarin het voorwerp van de te nemen besluiten en de bij het nemen van die besluiten in acht te nemen basisvoorwaarden en -regels zijn vastgelegd. Bepalingen die uitsluitend de procedure betreffen (bijv. de artikelen 251 en 300 van het EG-Verdrag) vormen geen rechtsgrondslag voor besluiten.
Internationale akkoorden die zijn gesloten volgens de procedure van artikel 300 van het EG-Verdrag en besluiten die zijn genomen op grond van de relevante bepalingen van titel IV van dat Verdrag, zijn atypische gevallen en verdienen een bijzondere vermelding.
In dezelfde geest geldt dat, wanneer in een reeks artikelen van het aangehaalde besluit het voorwerp van de te nemen besluiten wordt omschreven en in een ander artikel de instelling wordt aangewezen welke bevoegd is deze besluiten te nemen, uitsluitend dit laatste artikel moet worden aangehaald.
Zo geldt ook dat, wanneer in één lid van een artikel van het aangehaalde besluit het voorwerp van de te nemen besluiten wordt omschreven en in een ander lid van datzelfde artikel de bevoegde instelling wordt aangewezen, specifiek dit laatste lid moet worden aangehaald
, en niet het artikel als zodanig.
Handelingen van procedurele aard
Aanhalingen van voorbereidende besluiten, met name voorstellen van de Commissie, eventuele wijzigingen daarvan, alsmede adviezen van het Europees Parlement, de Rekenkamer, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, moeten eveneens worden gevolgd door een verwijzing naar een voetnoot, waarin wordt vermeld in welk PB het advies is bekendgemaakt (voorbeeld: PB C 128 van 9.6.1975, blz. 11). Wanneer het advies nog niet is bekendgemaakt, wordt in de voetnoot de datum vermeld waarop het is uitgebracht.
De aanhaling betreffende de medebeslissingsprocedure luidt als volgt:
en wordt gevolgd door een verwijzing naar een voetnoot, waarin alle procedurestappen vermeld zijn. Wanneer een bemiddeling met succes heeft plaatsgevonden, luidt deze aanhaling als volgt:
De aanhaling van de procedure dient te worden gebruikt bij sommige besluiten die op basis van een rechtsgrondslag zijn vastgesteld die zelf verwijst naar een in een ander Verdragsartikel vervatte vaststellingsprocedure. Zo verwijst bijvoorbeeld artikel 110, lid 3, (rechtsgrondslag) naar de procedure van artikel 107, lid 6. Dit laatste artikel moet op dezelfde wijze worden aangehaald als artikel 251.
Vermeldingen die geen aanhaling zijn
Men vergewisse zich ervan of hetgeen men als aanhaling in een besluit wil opnemen, wel betrekking heeft op de rechtsgrondslag, of op de procedure. Voorzover het voor het goede begrip van het regelgevende gedeelte of met het oog op de wettigheidstoetsing noodzakelijk is de essentiële inhoud in herinnering te brengen van andere bepalingen dan die welke de rechtsgrondslag van het besluit vormen, geschiedt dit in de overwegingen. Algemenere verwijzingen kunnen ter informatie in de toelichting worden opgenomen.
De algemene institutionele bepalingen van het EG-Verdrag (bijv. de artikelen 205 en 249), die eveneens op het betrokken besluit van toepassing zijn, behoeven niet in de aanhalingen te worden vermeld.
.
|