Voorwoord Gemeenschappelijke Praktische Handleiding van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie ten behoeve van eenieder die binnen de Gemeenschapsinstellingen bij de opstelling van wetteksten is betrokken
Inhoudsopgave
Algemene beginselen

1. Duidelijke, eenvoudige en nauwkeurige redactie

2. Bij de redactie wordt rekening gehouden met de aard van het besluit

3. Bij de redactie wordt rekening gehouden met de doelgroep

4. Beknopte bepalingen met een homogene inhoud

5. Veeltaligheid

6. Samenhangende terminologie

Verschillende delen van het besluit
Interne en externe verwijzingen
Wijzigingsbesluiten
Slotbepalingen
Bijlage - Modellen van besluiten
Lijst van aangehaalde documenten
Register

4. De bepalingen van de besluiten worden beknopt geformuleerd en hebben een zo homogeen mogelijke inhoud. Te lange artikelen en zinnen, onnodig ingewikkelde bewoordingen en overmatig gebruik van afkortingen dienen te worden vermeden.

4.1. Het kenmerk van een goede wetgevingsstijl is dat de hoofdgedachten van het besluit beknopt worden geformuleerd. Illustratieve bepalingen, die worden geacht de tekst voor de lezer begrijpelijker te maken, kunnen een bron van uitleggingsproblemen vormen.

4.2. Aandacht dient te worden besteed aan de homogeniteit van de tekst.

4.2.1. In het gehele besluit dient het toepassingsgebied ervan in acht te worden genomen. De rechten en verplichtingen mogen niet verder reiken dan hetgeen als de werkingssfeer van het betrokken besluit is genoemd, en mogen zich niet tot andere gebieden uitstrekken.

4.2.2. De rechten en verplichtingen moeten onderling afgestemd zijn en mogen niet tegenstrijdig zijn.

4.2.3. Een besluit van wezenlijk tijdelijke aard mag geen bepalingen met blijvende geldingskracht bevatten.

4.2.4. Vermeden moet worden in een basisbesluit omstandige bepalingen op te nemen die beter in een uitvoeringsbesluit zouden kunnen worden ondergebracht.

4.3. Het vereiste van homogeniteit geldt tevens ten aanzien van andere communautaire wetgevingsbesluiten.

4.3.1. Met name dient te worden voorkomen dat zich op eenzelfde gebied overlappingen of tegenstrijdigheden met andere besluiten voordoen.

4.3.2. Tevens moet elke twijfel over de toepasselijkheid van andere besluiten worden uitgesloten (zie ook richtsnoer 21).

4.4. In één zin dient slechts één gedachte te worden uitgedrukt, terwijl in een artikel een aantal gedachten dient te worden bijeengebracht, waartussen een logisch verband bestaat. De tekst moet worden verdeeld in onderverdelingen die het gemakkelijk maken (zie de tabel bij richtsnoer 15) de ontwikkeling van de gedachtegang te volgen. Een te lang aaneengesloten tekstblok roept immers zowel visueel als verstandelijk weerstand op. Deze indelingen mogen evenwel niet tot een kunstmatige en verkeerde opsplitsing van zinnen leiden.

4.5. Elk artikel dient één norm of regel te bevatten. De structuur ervan moet zo eenvoudig mogelijk zijn.

4.5.1. Voor de interpretatie is het niet nodig en voor de duidelijkheid is het ook niet wenselijk dat elk thema dat in een besluit wordt geregeld, in één enkel artikel uitputtend wordt geregeld. Het is verreweg te verkiezen dat een thema over verscheidene artikelen wordt gespreid, die dan in één afdeling kunnen worden bijeengebracht (zie richtsnoer 15).

4.5.2. Vermeden dient te worden, vooral in het beginstadium van de opstelling van een besluit, aan de artikelen een al te ingewikkelde structuur te geven. Tijdens de aannemingsprocedure vormen de ontwerpen en voorstellen van een besluit immers het voorwerp van besprekingen en onderhandelingen, die in de meeste gevallen nog tot toevoegingen en verduidelijkingen leiden. Het aanbrengen van latere, vaak zeer talrijke wijzigingen in het besluit zal eveneens moeilijk zijn wanneer te veel in één artikel wordt bepaald.

4.6. Het is soms gemakkelijker ingewikkelde zinnen op te stellen dan de moeite te nemen door synthese tot heldere formuleringen te komen. Toch verkrijgt men zonder die inspanning nooit een tekst die gemakkelijk te begrijpen en te vertalen is.

4.7. Bij het gebruik van afkortingen dient rekening te worden gehouden met degenen tot wie de tekst gericht kan zijn. Ofwel moeten de afkortingen de lezer bekend zijn, ofwel moeten zij aan het begin worden verduidelijkt (bijv.: „de Europese Centrale Bank, hierna „ECB” genoemd”).

<< ^ >>




Algemene beginselen | Verschillende delen van het besluit | Interne en externe verwijzingen | Wijzigingsbesluiten | Slotbepalingen | Bijlage — Modellen van besluiten | Lijst van aangehaalde documenten | Register