Help Print this page 
Title and reference
De overige instellingen en organen van de Unie

Summaries of EU legislation: direct access to the main summaries page.
Languages and formats available
BG ES CS DA DE ET EL EN FR GA HR IT LV LT HU MT NL PL PT RO SK SL FI SV
HTML html ES html DA html DE html EL html EN html FR html IT html NL html PT html FI html SV
Multilingual display
Text

De overige instellingen en organen van de Unie

INLEIDING

Om een goede werking van de Europese instellingen na de uitbreiding te waarborgen is het noodzakelijk ze aan te passen aan het nieuwe aantal lidstaten. Het Verdrag van Nice voorziet niet alleen in institutionele hervormingen betreffende de Commissie, de Raad en het Hof van Justitie, maar ook in wijziging van de institutionele structuur van het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de regio's, de Rekenkamer en de Europese Centrale Bank.

HET EUROPEES PARLEMENT

De kwestie van het aantal zetels dat iedere lidstaat in het Europees Parlement toegekend krijgt is in de loop van het Europese eenwordingsproces vaak aanleiding geweest voor slepende discussies. De twee kernvragen bij dit debat zijn: hoe kan een zekere mate van evenredigheid tussen het aantal zetels in het Parlement en de omvang van de bevolking van de lidstaten gewaarborgd worden en hoe kan ervoor gezorgd worden dat de verschillende politieke stromingen, ook die in de minst bevolkte lidstaten, afdoende vertegenwoordigd zijn? Verder moet ook rekening gehouden worden met het feit dat het totale aantal afgevaardigden aan een maximum gebonden is, daar het Parlement zijn werk anders niet meer efficiënt kan verrichten.

In het Verdrag van Amsterdam was het aantal afgevaardigden vastgesteld op 700. Bij het Verdrag van Nice is artikel 189 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (EG-Verdrag) gewijzigd en is een maximum van 732 afgevaardigden vastgelegd.

Doel van het Verdrag van Nice was de Europese instellingen voor te bereiden op de komende uitbreiding van de Europese Unie (EU). Het Verdrag bevat dan ook een aantal bepalingen die in een later stadium aangepast kunnen worden, afhankelijk van het scenario waarvoor uiteindelijk gekozen wordt. Op het moment van de ondertekening van het Verdrag van Nice was namelijk nog niet duidelijk met welke kandidaat-landen de onderhandelingen succesvol afgesloten zouden kunnen worden en wanneer de uitbreiding een feit zou zijn (één "golf" van landen of ook een tweede en eventueel derde golf).

Het Verdrag van Nice bevat in dit verband twee bepalingen:

  • Artikel 2 van het protocol betreffende de uitbreiding van de Unie, dat betrekking heeft op de nieuwe verdeling van de zetels in het Parlement tussen de huidige vijftien lidstaten: bepaald is dat het totale aantal afgevaardigden met ingang van de zittingsperiode 2004-2009 teruggebracht wordt van 626 (het huidige aantal) tot 535. (Deze bepaling treedt niet in werking vanwege het feit dat de uitbreiding van de EU reeds op 1 mei 2004 haar beslag krijgt.)
  • Verklaring nr. 20 van de Conferentie die het Verdrag van Nice opgesteld heeft: hierin is het gemeenschappelijk standpunt vastgelegd dat de lidstaten voornemens zijn in te nemen tijdens de toetredingsonderhandelingen met de twaalf kandidaat-landen over de kwestie van de zetelverdeling in het Europees Parlement.

Verder is in bovengenoemd protocol betreffende de uitbreiding van de Unie bepaald dat, mocht het totale aantal zetels minder bedragen dan 732 (in geval van uitbreiding in golven, zoals in het geval van Roemenië en Bulgarije), op het aantal in elke lidstaat te verkiezen vertegenwoordigers naar evenredigheid een zodanige correctie wordt toegepast dat het totale aantal zo dicht mogelijk bij 732 komt te liggen.

Na deze correctie mag het aantal afgevaardigden per lidstaat echter niet meer bedragen dan het aantal dat de lidstaten op dit moment is toegekend. De vrijkomende zetels zullen dus alleen verdeeld worden onder de lidstaten die als gevolg van de nieuwe verdeling zetels verliezen. Treden er op een later tijdstip tijdens de komende zittingsperiode landen toe, dan kan het totale aantal zetels tijdelijk meer dan 732 bedragen. Vanaf de zittingsperiode 2009-2014 geldt vervolgens weer het maximum van 732 zetels.

Inmiddels zijn de bepalingen van het Verdrag van Nice toegepast in het op 16 april 2003 in Athene ondertekende Toetredingsverdrag. In onderstaande tabel staat de zetelverdeling voor de zittingsperiode 2004-2009 weergegeven. Deze verdeling is het resultaat van de toetredingsonderhandelingen, die ertoe geleid hebben dat aan de Republiek Tsjechië en Hongarije - in afwijking van het bepaalde in bovengenoemde verklaring nr. 20 - evenveel zetels toegekend zijn als aan Griekenland, België en Portugal. Verder is in het Toetredingsverdrag de genoemde correctie naar evenredigheid toegepast, zodat het totale aantal in 2004 te verkiezen Europese afgevaardigden 732 bedraagt.

Tot slot zij erop gewezen dat over het aantal Europese afgevaardigden dat in Roemenië en Bulgarije verkozen gaat worden een akkoord bereikt zal moeten worden tijdens de toetredingsonderhandelingen met deze twee landen. Het gemeenschappelijk standpunt dat de lidstaten voornemens zijn in te nemen tijdens deze onderhandelingen (zoals vastgelegd in verklaring nr. 20 van de Conferentie die het Verdrag van Nice opgesteld heeft) luidt: 33 zetels voor Roemenië en 17 zetels voor Bulgarije. Zoals hierboven vermeld zal in het toetredingsverdrag met beide landen op het hun toegekende aantal zetels een correctie naar evenredigheid moeten worden toegepast.

SAMENSTELLING VAN HET EUROPEES PARLEMENT TIJDENS DE ZITTINGSPERIODE 2004-2009

Lidstaat

Zetels in het Europees Parlement

Duitsland

99

Verenigd Koninkrijk

78

Frankrijk

78

Italië

78

Spanje

54

Polen

54

Nederland

27

Griekenland

24

Tsjechische Republiek

24

België

24

Hongarije

24

Portugal

24

Zweden

19

Oostenrijk

18

Slowakije

14

Denemarken

14

Finland

14

Ierland

13

Litouwen

13

Letland

9

Slovenië

7

Estland

6

Cyprus

6

Luxemburg

6

Malta

5

Totaal

732

HET ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ

Bij het Verdrag van Nice zijn de bepalingen inzake het Economisch en Sociaal Comité (ESC) gewijzigd. In de eerste plaats is in artikel 257 van het EG-Verdrag, waarin de sociaal-economische achtergrond van de vertegenwoordigers van de georganiseerde civiele samenleving is vastgelegd, een nieuwe categorie opgenomen: de vertegenwoordigers van de consumenten.

Verder is in artikel 258 de nieuwe samenstelling van het Comité vastgelegd, waarbij het aantal leden is vastgesteld op maximaal 350. Met het oog op de uitbreiding is in verklaring nr. 20 betreffende de uitbreiding van de EU (verklaring gehecht aan het Verdrag van Nice) het gemeenschappelijk standpunt ter zake neergelegd dat de lidstaten zullen innemen tijdens de toetredingsonderhandelingen. In deze verklaring heeft de Intergouvernementele Conferentie gekozen voor een lineaire aanpassing van het aantal zetels, dat wil zeggen: de huidige lidstaten behouden na de uitbreiding tot 27 landen het aantal zetels dat ze nu hebben. De verdeling van de zetels in het Economisch en Sociaal Comité is overigens gelijk aan die in het Comité van de regio's (zie onderstaande tabel).

In het Toetredingsverdrag is voor de Unie van 25 lidstaten het aantal leden van het Comité derhalve vastgesteld op 317. In de genoemde verklaring zijn voor Roemenië 15 en voor Bulgarije 12 zetels voorzien.

Tot slot is artikel 259 gewijzigd en is bepaald dat de leden van het Economisch en Sociaal Comité door de Raad voortaan bij gekwalificeerde meerderheid worden benoemd.

HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

De samenstelling van het Comité van de regio's en de verdeling van de zetels tussen de lidstaten zijn gelijk aan die van het Economisch en Sociaal Comité. In het Verdrag van Nice is hetzelfde maximum aantal leden vastgesteld (350) en in verklaring nr. 20 is hetzelfde gemeenschappelijk standpunt voor de toetredingsonderhandelingen vastgelegd. Bij het Toetredingsverdrag zijn dan ook dezelfde aanpassingen doorgevoerd (zie onderstaande tabel).

In het Verdrag van Nice zijn nadere voorwaarden vastgelegd voor de benoeming tot lid van het Comité.

In het gewijzigde artikel 263 is bepaald dat de uitoefening van een mandaat in het Comité van de regio's voortaan gekoppeld dient te zijn aan de uitoefening van een mandaat als gekozen vertegenwoordiger in een regionaal of lokaal lichaam dan wel aan een functie waarin de betrokkene politieke verantwoording schuldig is aan een gekozen vergadering. Verder bepaalt artikel 263 dat de ambtstermijn van de leden van het Comité van de regio's van rechtswege eindigt bij het verstrijken van het mandaat uit hoofde waarvan zij zijn benoemd.

Tot slot is in het nieuwe artikel 263 vastgelegd dat de leden van het Comité van de regio's door de Raad voortaan bij gekwalificeerde meerderheid worden benoemd.

ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ / COMITÉ VAN DE REGIO'S - ZETELVERDELING BIJ 25 LIDSTATEN

Lidstaat

Zetels in het Economisch en Sociaal Comité /Comité van de regio's

Duitsland

24

Verenigd Koninkrijk

24

Frankrijk

24

Italië

24

Spanje

21

Polen

21

Nederland

12

Griekenland

12

Tsjechische Republiek

12

België

12

Hongarije

12

Portugal

12

Zweden

12

Oostenrijk

12

Slowakije

9

Denemarken

9

Finland

9

Ierland

9

Litouwen

9

Letland

7

Slovenië

7

Estland

7

Cyprus

6

Luxemburg

6

Malta

5

Totaal

317

DE REKENKAMER

Bij het Verdrag van Nice is artikel 247 van het EG-Verdrag gewijzigd en is het aantal leden van de Rekenkamer vastgesteld op één per lidstaat. Hiermee is een einde gekomen aan het systeem waarbij een exact aantal leden (dat overigens altijd gelijk was aan het aantal lidstaten) vastgesteld werd en waarvoor bij iedere uitbreiding wijziging van dit artikel noodzakelijk was. Verder zijn in dit artikel wijzigingen doorgevoerd in verband met de invoering van de stemming bij gekwalificeerde meerderheid voor de benoeming door de Raad van de leden van de Rekenkamer.

DE EUROPESE CENTRALE BANK

Bij het Verdrag van Nice is het protocol betreffende de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank gewijzigd (protocol gehecht aan het EG-Verdrag). Aan artikel 10 van deze statuten is een lid toegevoegd waarin is vastgelegd dat de bepalingen inzake het stemrecht van de presidenten van de nationale centrale banken in de Raad van Bestuur door de Raad, in de samenstelling van staatshoofden en regeringsleiders, met eenparigheid van stemmen kunnen worden gewijzigd. Doel van deze wijzigingen is de Raad van Bestuur in staat te stellen zijn taken efficiënt te blijven vervullen na de uitbreiding van de EU en de toetreding van nieuwe lidstaten tot de eurozone. Op aanbeveling van de Europese Centrale Bank heeft de Raad op 21 maart 2003 een besluit van die strekking genomen. Dit besluit treedt echter pas in werking nadat het door de nationale parlementen is geratificeerd.

OVERZICHTSTABEL

Artikel

Onderwerp

EG-Verdrag

189

Europees Parlement - aantal leden

190

Europees Parlement - verdeling van de zetels tussen de lidstaten

247

Rekenkamer - aantal leden

257 en 258

Economisch en Sociaal Comité - samenstelling

259

Economisch en Sociaal Comité - benoeming van de leden

263

Comité van de regio's - samenstelling

EG-Verdrag - Protocollen

Protocol betreffende de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank - Artikel 10

Verdrag van Nice - Protocollen

Protocol betreffende de uitbreiding van de Unie - Bepalingen inzake het Europees Parlement - Artikel 2

Verdrag van Nice - Verklaringen

Verklaring nr. 20 betreffende de uitbreiding van de Europese Unie - Tabel van de zetelverdeling in het Europees Parlement, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de regio's voor een Unie van 27 lidstaten

Toetredingsverdrag

Art. 11 en 25: Europees ParlementArt. 14: Economisch en Sociaal ComitéArt. 15: Comité van de regio's

Laatste wijziging: 26.09.2007

Top