Help Print this page 
Title and reference
Uitzonderlijke handelsmaatregelen

Summaries of EU legislation: direct access to the main summaries page.
Languages and formats available
BG ES CS DA DE ET EL EN FR GA HR IT LV LT HU MT NL PL PT RO SK SL FI SV
HTML html ES html DA html DE html EL html EN html FR html IT html NL html PT html FI
Multilingual display
Text

Uitzonderlijke handelsmaatregelen

De Europese Unie kent handelspreferenties toe voor producten van oorsprong uit de westelijke Balkanlanden, te weten Albanië, Bosnië en Herzegovina, Kroatië, Montenegro, de douanegebieden van Servië of Kosovo, en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië. Deze regeling is zowel een aanvulling op als een middel om bij te dragen aan het stabilisatie- en associatieproces. Zij geldt tot en met 31 december 2010.

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 2007/2000 van de Raad van 18 september 2000 tot vaststelling van uitzonderlijke handelsmaatregelen ten behoeve van de landen en gebieden die deelnemen aan of verbonden zijn met het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2820/98 en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 1763/1999 en (EG) nr. 6/2000 [Zie wijzigingsbesluiten].

SAMENVATTING

Bij deze verordening worden uitzonderlijke handelsmaatregelen ten behoeve van de landen en gebieden van de westelijke Balkan vastgesteld. De verordening heeft met name betrekking op de landen en gebieden die betrokken zijn bij het stabilisatie- en associatieproces. Deze preferentiële regeling geldt tot en met 31 december 2010.

Preferentiële maatregelen

De producten van oorsprong uit Albanië, Bosnië en Herzegovina, Kroatië, Montenegro en de douanegebieden van Servië of Kosovo, en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië mogen in de Gemeenschap worden ingevoerd zonder kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking en zonder douanerechten of heffingen van gelijke werking. Op bepaalde producten zijn echter beperkte concessies en tariefcontingenten van toepassing.

Bovendien komen Albanië, Kroatië en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en Montenegro in aanmerking voor de concessies van deze verordening, voor zover deze nauwkeurig bepaald zijn en gunstiger zijn dan de concessies die in hun respectieve stabilisatie- en associatieovereenkomsten met de Europese Unie zijn toegekend. Deze overeenkomsten stellen contractuele handelsregelingen in.

Beperkte concessies en tariefcontingenten

Voor bepaalde visserijproducten en voor bepaalde wijnen worden de douanerechten geschorst gedurende de perioden en binnen de grenzen van de in bijlage I van Verordening (EG) nr. 407/2008

vermelde tariefcontingenten. Er worden ook tariefcontingenten vastgesteld voor andere landbouwproducten, als opgesomd in bijlage II.

Voor de invoer van suiker van oorsprong uit Bosnië en Herzegovina, de douanegebieden van Servië of Kosovo gelden jaarlijkse tariefcontingenten zonder douanerechten. Voor elk van de betrokken landen zijn tariefcontingenten vastgesteld:

  • 12 000 ton voor de producten van oorsprong uit Bosnië en Herzegovina;
  • 180 000 ton voor die van oorsprong uit de douanegebieden van Servië of Kosovo.

Voorwaarden voor toekenning en schorsing van preferentiële maatregelen

Om in aanmerking te komen voor preferentiële maatregelen moeten de landen in kwestie aan verscheidene voorwaarden voldoen, te weten:

  • hantering van het begrip “producten van oorsprong”, als omschreven in Verordening (EEG) nr. 2454/93;
  • verbod op de vaststelling van nieuwe douanerechten of heffingen van gelijke werking dan wel nieuwe kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking voor de invoer van producten van oorsprong uit de Gemeenschap en verbod op de verhoging van bestaande douanerechten of heffingen;
  • realisatie van een doeltreffende administratieve samenwerking met de Gemeenschap ter voorkoming van fraude;
  • realisatie van daadwerkelijke economische hervormingen en regionale samenwerking met andere landen die bij het stabilisatie- en associatieproces betrokken zijn, met name door de totstandbrenging van vrijhandelszones. Deze voorwaarde is van fundamenteel belang; de Raad kan maatregelen nemen als zij niet wordt nageleefd.

Ingeval van een scherpe stijging van de uitvoer naar de Gemeenschap, die de normale productieniveaus en uitvoercapaciteiten van de betrokken landen overstijgt, of wanneer niet aan de hierboven genoemde voorwaarden wordt voldaan, kan de Europese Commissie de bij deze verordening vastgestelde regelingen voor een periode van drie maanden geheel of ten dele schorsen.

Een lidstaat kan een dergelijk schorsingsbesluit van de Commissie aanvechten bij de Raad, die met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een andersluidend besluit kan nemen. Aan het einde van de schorsingsperiode van drie maanden besluit de Commissie tot beëindiging of verlenging van de schorsing.

Context

Volgens de Europese Raad van Lissabon in maart 2000 is een asymmetrische liberalisering van de handel nodig voor de economische ontwikkeling en de politieke stabilisatie van de landen en gebieden die bij het stabilisatie- en associatieproces zijn betrokken.

Referenties

Besluit

Inwerkingtreding - Vervaldatum

Uiterste datum voor omzetting in nationaal recht

Publicatieblad

Verordening (EG) nr. 2007/2000 [Goedkeuring: interinstitutioneel akkoord ACC/2000/0144]

30.9.2000 – 31.12.2010

-

L 240 van 23.9.2000

Wijzigingsbesluit(en)

Inwerkingtreding

Uiterste datum voor omzetting in nationaal recht

Publicatieblad

Verordening (EG) nr. 2563/2000

24.11.2000

-

L 295 van 23.11.2000

Verordening (EG) nr. 2487/2001

20.12.2001

-

L 335 van 19.12.2001

Verordening (EG) nr. 607/2003

6.4.2003

-

L 86 van 3.4.2003

Verordening (EG) nr. 374/2005

1.7.2005

-

L 59 van 5.3.2005

Verordening (EG) nr. 1946/2005

30.11.2005

-

L 312 van 29.11.2005

Verordening (EG) nr. 530/2007

16.5.2007

-

L 125 van 15.5.2007

Verordening (EG) nr. 407/2008

10.5.2008

-

L 122/7 van 8.5.2008

Laatste wijziging: 30.01.2009

Top