Help Print this page 
Title and reference
Kantelbeveiligingsinrichtingen op landbouw- of bosbouwtrekkers op wielen

Summaries of EU legislation: direct access to the main summaries page.
Multilingual display
Text

Kantelbeveiligingsinrichtingen op landbouw- of bosbouwtrekkers op wielen

Deze Richtlijn is een gecodificeerde versie van Richtlijn 77/536/EG en maakt deel uit van de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende goedkeuring van landbouw- of bosbouwtrekkers op wielen met het oog op de consolidatie van de interne markt.

BESLUIT

Richtlijn 2009/57/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende kantelbeveiligingsinrichtingen op landbouw- of bosbouwtrekkers op wielen (Voor de EER relevante tekst).

SAMENVATTING

Deze Richtlijn legt technische voorschriften vast betreffende het ontwerp en de constructie van bepaalde types landbouw- of bosbouwtrekkers met betrekking tot de kantelbeveiligingsinrichtingen, in het kader van de EG-typegoedkeuringsprocedure.

Op welke types voertuigen is de Richtlijn van toepassing?

Deze richtlijn geldt voor trekkers met de volgende kenmerken:

  • een maximum vrije hoogte onder de achteras van 1000 mm;
  • een instelbare of vaste kleinste spoorbreedte van een van de aangedreven assen van 1150 mm of meer;
  • mogelijkheid om te kunnen worden uitgerust met een meerpuntskoppelingsinrichting voor de bevestiging van losse werktuigen alsmede met een trekinrichting;
  • een massa tussen 1,5 en 6 ton.

Alle betrokken trekkers moeten zijn uitgerust met een kantelbeveiligingsinrichting (veiligheidscabine of -frame). Deze inrichtingen omvatten de inrichtingen die ten doel hebben het risico te voorkomen of te beperken dat de bestuurder loopt bij omkantelen van de trekker bij normaal bedrijf. De inrichtingen moeten een een vrije ruimte binnenin de trekker waarborgen die groot genoeg is om de bestuurder, wiens bewegingen op de zitplaats beperkt zijn, te beschermen.

Wat zijn de voorwaarden voor EG-typegoedkeuring?

De fabrikant van de trekker of de beveiligingsinrichting moet een EG-typegoedkeuring aanvragen om toelating te krijgen om het voertuig op de markt te brengen. De aanvraag moet in het bijzonder vergezeld gaan van een tekening, een foto en een omschrijving van de beveiligingsinrichting.

Wanneer de beveiligingsinrichting is goedgekeurd, moet deze de volgende opschriften dragen:

  • het handels- of fabrieksmerk;
  • het typegoedkeuringsmerk voor onderdelen.

Lidstaten mogen het in de handel brengen van een voertuig waarvan de beveiligingsinrichting een typegoedkeuringsmerk voor onderdelen draagt, niet verbieden tenzij dat voertuig niet in overeenstemming is met de vereiste voorwaarden.

Richtlijn 77/536/EEG wordt ingetrokken bij Richtlijn 2009/57/EG, die zelf wordt ingetrokken door Verordening (EU) nr. 167/2013 met ingang van 1 januari 2016.

REFERENTIES

Besluit

Datum van inwerkingtreding

Uiterste datum voor omzetting in nationaal recht

Publicatieblad van de Europese Unie

Richtlijn 2009/57/EG

23.10.2009

-

PB L 261 van 3.10.2009

Wijzigingsbesluiten

Datum van inwerkingtreding

Uiterste datum voor omzetting in nationaal recht

Publicatieblad van de Europese Unie

Richtlijn 2013/15/EU

1.7.2013

1.7.2013

PB L 158 van 10.6.2013

Laatste wijziging: 02.07.2014

Top